De stam van deze stijl is recht en ongeveer ⅓ tot ½ van de hoogte van de boom. Bovenaan splitst de stam zich in twee of drie takken. Alle takken moeten zich op regelmatig kleiner wordende afstanden splitsen tot ze een mooie, gelijkmatige koepel van fijne twijgjes vormen.
De bezemstijl kan men zelf
maken, door een boom uit zaad te kweken. Wanneer de stam ongeveer 20 cm hoog is,
kan men de stam rechtop dwingen door er een stokje naast te zetten en het
stammetje hieraan vast te binden. Na een jaar wordt het boompje verpot en
geknipt, waarbij de stam overblijft met drie knoppen bovenaan. Het meest
geschikt zijn drie knoppen aan verschillende zijden van de stam en dichter bij
elkaar, maar op verschillende hoogtes. Uit deze drie knoppen worden de
hoofdtakken gevormd. Om de oppervlaktewortels goed te vormen (dikte) blijven
deze onder het grondoppervlak. De hoofdtakken worden na groei gesnoeid op een
lengte tussen de halve of de hele lengte (vanaf de wortels tot de eerste tak)
van de stam. Bij voorkeur vindt deze snoei plaats wanneer de hoofdtakken de
juiste dikte hebben. De takken die hieruit groeien worden steeds iets korter
geknipt per vertakking. Let er op dat de takken elkaar niet gaan kruisen of een
warrige indruk gaan maken. Sommige takken moeten daarom worden gesnoeid of
bedraad. Een te veel aan knoppen tussen de takken kan worden verwijderd.
Men kan ook een bezemstijl vormen van een boom, die gemakkelijk uitloopt vanuit oud hout, door de stam af te knippen in een V-vorm. Hiervoor kiest men een boom met een aantrekkelijke wortelvoet en een rechte stam. Voordat de sapstroom op gang komt (na de winter) knipt men de boom af op een hoogte van ongeveer drie keer de diameter van de stam. Door rond de top van de afgeknipte stam draad, tape of raffia te winden kan vorming van een lelijke callusbult worden voorkomen. Waterscheuten, die zich kunnen vormen door de drastische snoei, worden weggehaald. Zodra de takken zijn gegroeid, kan de raffia van de stam worden verwijderd. Men houdt ook nu twee of drie hoofdtakken (groeiend in verschillende richtingen) over om de kruin mee verder te vormen.
| Voor de bezem stijl zijn voornamelijk loofbomen, met een fijne vertakking geschikt;
zelkova, iep (ulmus)
of esdoorn (acer). Bij deze stijl
wordt vooral een
ronde of ovale pot gebruikt. De boom wordt meestal in het midden van de pot geplant. |