De informeel rechtopgaande stijl

MoyogiMoyogi stijl

Volgens de Japanse traditie in tegenstelling tot de Chinese stijl.
De informeel rechtopgaande stijl (Moyogi), ook wel genoemd de gebogen rechtopgaande stijl, is de meest algemene stijl onder de bonsai. Deze stijl kenmerkt zich als een boom die met lichte bochten (of een niet helemaal rechte stam) omhoog groeit. Een bocht onder in de stam kan iets extremer zijn dan de bochten hoger in de stam (geen extreme bochten bovenin!). De top van de bonsai eindigt in het (visueel) midden van de boom en neigt iets naar voren; de top groet de toeschouwer.


Algemene regels voor het vormen

Algemene regels zijn er om je een handje te helpen, maar ze zijn niet dwingend. Je kunt creatief met de regels omgaan.
Een bonsai heeft een voorkant; de kant waarnaar je kijkt en de boom op zijn voordeligst uit komt. Bij de keuze van de voorkant let je op de wortelpartij (verdeeld rondom de stam en niet recht vooruit stekend), de vorm van de stam (taps of hoe tonen de bochten zich het mooist aan de toeschouwer) en de plaatsing van de takken. Zie ook Bonsai keuze.

Een bonsai heeft meerdere primaire takken; takken die vanuit de stam groeien. De plaatsing van deze takken is essentieel! De tak onder in de boom hoort aan de zijkant van de boom (rechts of links) en is geplaatst op 1/4 tot 1/3 van de totale lengte van de boom vanaf de wortels. De tweede tak van onder hoort aan de achterzijde te groeien. De derde primaire tak ligt aan de tegenovergestelde kant van de onderste tak (enz.). Een tak aan de voorzijde van de boom tref je alleen aan boven in de boom (ongeveer op 1/4 of minder vanaf de top).
Takken onder in de boom zijn dikker en (meestal) langer dan takken hogerop en zij lijken hierdoor zwaarder en ouder. De afstand tussen de takken hoger in de boom wordt geleidelijk kleiner.
Wanneer je gebruik maakt van bedradingtechnieken kun je takken onderin de boom (iets) meer omlaag buigen dan de takken bovenin; dit accentueert dat de tak oud en zwaar is.

Een bonsai van boven gezien heeft takken rondom de stam;
alle takken kunnen voldoende zonlicht krijgen: ze zitten elkaar niet in de weg.

 Zoals de takverdeling er van bovenaf uit kan zien                                           Moyogi stijlMoyogi stijl
Sluit venster

Plaats nooit twee takken aan dezelfde zijde dicht boven elkaar.
Plaats nooit twee takken op exact dezelfde hoogte.
Plaats nooit een tak aan de binnenzijde van een bocht.
Takken horen elkaar niet te kruisen (bonsai van de voorkant bekeken).

Voorkom het brievenbus effect (platte boom) en creëer diepte met achtertakken en takken aan de voorzijde.

                   Zonder achtertak: het brievenbuseffect

Voor de secondaire takken, takken die vanaf de primaire takken groeien, geldt dat deze nooit recht omhoog of recht omlaag worden geplaatst. Ook nu is de plaatsing om en om, zoals bij de primaire takken. Een secondaire tak hoort niet dikker te zijn dan de primaire tak, waaraan deze groeit. Ook tertiaire takken groeien nooit recht omhoog of omlaag.

De magische driehoeken

Magische driehoeken in de bonsaiTheorie voor gevorderden.
In een gevormde bonsai zie je een spel van lijnen. Zit er geen beweging in deze lijnen (alles is symmetrisch), dan wordt het kijken naar een bonsai snel saai. Door variatie in lengte, breedte, dikte en diepte wordt spanning in de compositie opgebouwd, waardoor het kijken naar bonsai als boeiend wordt ervaren.De vorm van een bonsai; driehoekig

De omtrekt van een moyogi vormt een driehoek; door het tapse verloop van de boom.
Ook de secondaire takken vormen een driehoek op zich.
Stel je eens voor dat de omtrek vierkant zou zijn; dat is erg ongeloofwaardig! 
Deze driehoeken in de boom worden pas spannend wanneer ze niet gelijkzijdig zijn! Bovendien zorgen vloeiende lijnen voor een natuurlijker uitstraling.
Dus strakke lijnen in een bonsai spreken niet aan.

Vermijdt symmetrie en al te strakke lijnen!


Gebruik maken van lege ruimtes in een compositie

Lege ruimtes in een compositie brengen rust in de aanblik ervan. Bovendien is er balans tussen lege en gevulde ruimtes; een evenwicht in wat je ziet.

Bonsai is voorstellingsvermogen en fantasie. Het is niet mogelijk om een boom exact op schaal in een pot te zetten. Je moet het plaatje, dat de toeschouwer in zijn hoofd heeft, 'schilderen'. 


De gulden snede

De regel van proportionaliteit; twee ongelijke delen van een geheel moeten een bepaalde relatie tot elkaar hebben om voldoening aan het oog te schenken.
In een cijfer uitgedrukt is de ideale verhouding ongeveer 1,618034 of 38% staat tot 62%.
De verhouding van de menselijke onderarm - bovenarm of de verhouding hand - onderarm is 38% - 62%. Deze verhouding komt veel voor in de natuur.
Bewust of onbewust herkennen we deze verhoudingen in kunstuitingen. Deze verhouding geeft ons een gevoel dat hetgeen we zien klopt en harmonieus is en daardoor hebben we een voldaan gevoel.

Fibonacci series; 1 1 2 3 5 8 13
Een reeks nummer waarbij elk getal de som van de twee voorafgaande getallen is; 0+1  1+1  1+2  2+3  3+5  5+8  8+13
Een roos heeft drie bladeren aan de ene zijde en vijf aan de andere zijde. Een dennenappel heeft 3+5=8 schubben in de spiraalvorm in een richting en 5+8=13 schubben in de spiraalvorm in de andere richting.


     Nautilus schelp: de gulden regel in de natuur

In Aziatische kunst komt de twee derde regel naar voren. Twee derde is het punt waarop de aandacht automatisch wordt gevestigd. Een schilderij kan horizontaal en verticaal in drie gelijke delen worden verdeeld door twee lijnen horizontaal en twee lijnen verticaal te trekken. Op vier punten zullen deze lijnen elkaar kruisen. Deze punten zijn de plaatsen waarop de aandacht (focus) wordt gevestigd.


Meer hierover lezen? Kijk eens op:

http://www.graphics-abc.com/newframe.html?/fibonacci.html

http://members.chello.nl/~jlmbar/Uitleg/spiralen.htm