
Hartfalen staat
ook wel bekend als hartinsufficiëntie of hartzwakte. Andere benamingen zijn
decompensatio cordis of insufficientia cordis. Hartfalen kan een acuut probleem
zijn, bijvoorbeeld als de pompkracht van het hart sterk verminderd is door een
acuut hartinfarkt of ritmestoornis, maar hartfalen kan ook een chronisch
probleem zijn. Een hartinfarkt kan op den duur toch een merkbare hartzwakte
hebben veroorzaakt. We spreken in dit geval ook van chronisch hartfalen, als
afkorting zien we vaak CHF staan.
Het probleem bij
hartfalen is een verminderde pompwerking van het hart. Het gevolg hiervan is dat
er onvoldoende bloed door het lichaam wordt gepompt en dat organen soms te
weinig bloed en dus zuurstof krijgen. Oorzaak is een zwakke hartspier en
daardoor een onvoldoende pompkracht van het hart.
Ongeveer 1 op de
1000 nederlanders heeft hartfalen , bijvoorbeeld veroorzaakt door een eerder
doorgemaakt hartinfarkt. Ook kan een niet goed behandelde hypertensie leiden tot
chronisch hartfalen. Andere sluipende oorzaken zijn bijvoorbeeld een ongezonde
manier van leven, zoals een verkeerd eetpatroon of roken, dit kan bijdragen tot
(slag)aderverkalking en zodoende weer hartklachten veroorzaken. Eerder
doorgemaakte ontstekingen aan de hartspierweefsel of de hartkleppen kan een
oorzaak zijn voor hartfalen. Soms leiden aangeboren hartafwijkingen tot het
hartfalen.
Om de oorzaak van
hartfalen op te sporen heeft de arts verschillende mogelijkheden.
·
Electrocardiogram (ecg)
·
Laboratorium
·
Bloeddruk controle
·
Beluisteren van hart en
longen
·
Röntgenfoto (X-thorax),
van hart en longen
·
Echocardiografie,
ultrasoon geluidsonderzoek van het hart
Ten eerste zal er
altijd een electrocardiogram worden gemaakt van het hart. Vaak is hier al op te
zien of het hart beschadigd is (hartinfarkt) of dat de hartspier te weinig
zuurstof krijgt (angina pectoris). Ook zal de arts bloed laten onderzoeken,
vooral de werking van de nieren en de zogenaamde hartenzymen worden onderzocht.
Ook belangrijk is het zogenaamde cholestorol gehalte. Een hoog cholestoolgehalte
kan aanleiding zijn tot het zogenaamde atherosclerose, ook wel aderverkalking
genoemd.
Het bloeddrukmeten
behoort tot de standaard onderzoeken evenals het beluisteren van hart en longen,
met een stetoscoop. De arts kan dan beoordelen of er vocht in de longen zit (decompensatio)
en ook kan de werking van de hartkleppen beoordeeld worden. Het beluisteren van
hart en longen is een onderdeel van het lichamelijk onderzoek. Om het plaatje
compleet te krijgen zal er ook een foto worden gemaakt van hart en longen,
hierop kan de arts kijken of er vocht in de longen zit maar ook kan hij
beoordelen of het hart misschien vergroot is, iets wat kan leiden tot hartfalen.
Een belangrijk
onderzoek om de pompkracht van het hart te beoordelen is het maken van een echo
van het hart. Dit onderzoek met behulp van ultrasoon geluid kan de bewegingen
van het hart ‘filmen’, zodat de arts een indicatie heeft hoe de spiersterkte is
van het hart. Ook zijn heel duidelijk de hartkleppen te bekijken.
Al deze
onderzoeken kunnen leiden tot de diagnose ‘chronisch hartfalen’, een aandoening
waar dus ongeveer 1 op de 1000 Nederlanders aan leidt en het is daarom ook een
belangrijke reden tot ziekenhuisopname, vooral bij oudere mensen.
Bijgewerkt
op: maandag 08 mei 2006
|