PAARDRIJDEN 1
|
Paardrijden lijkt op schaken.
Je moet altijd vooruit denken ! Een paard aan de teugel rijden. Hoe ziet dat eruit? Hoe doe je dat? UITDRUKKINGEN: Laten we een aantal uitdrukkingen, die bij
het paardrijden gebruikt worden, eens op een rijtje te zetten: DE ONAFHANKELIJKE ZIT Een goede zit is altijd een eerste
vereiste. De ruiter moet in alle gangen en tijdens
alle overgangen perfect zijn evenwicht kunnen bewaren, zonder bewust of
onbewust steun te zoeken aan de teugels. Hij moet, wanneer hij zijn paard
aanwijzingen (hulpen) geeft, zijn ledematen onafhankelijk van elkaar kunnen
bewegen. Ook de zithulpen (gewichtshulpen en voorwaarts drijvende
hulpen) mogen geen ongewenste
bewegingen van ledematen of een verlies van het evenwicht ten gevolge hebben. Een voorbeeld: Wanneer de ruiter het paard met een kuit
aandrijft, mag dat geen gevolgen hebben voor zijn handen. Deze mogen niet
stijf worden of onbewust meebewegen. De handen moeten het paard natuurlijk
wel “toestaan,” datgene te doen, wat de kuit vraagt. De ruiter mag zijn
evenwicht niet verliezen ten gevolge van het aandrijven en evenmin tengevolge van de daarop volgende
verandering van tempo of gang. Deze ruiter heeft een "onafhankelijke
zit." Voor deze ruiter is het
mogelijk een paard, op ieder moment de juiste hulpen te geven. Ruiters moeten hier altijd op blijven
oefenen, zelfs al blijft het voor velen een ideaal. VOOR DE BENEN Ook wel: "opschieten voor de kuit, of
voor het been" genoemd. Dit betekent dat het paard goed reageert op de
aandrijvende (en later ook zijwaarts drijvende) hulpen van de kuit. Dit is in de praktijk één van
de grote problemen van het paardrijden. Een kuitdruk is iets waar naar
geluisterd moet worden, dus wanneer het paard niet luistert wordt deze hulp
onmiddellijk versterkt met het gebruik van de rijzweep. Het vereist zeer consequent gedrag van de
ruiter om een paard voor de benen te maken en te houden. Als ruiter moet je
er op staan dat er op iedere kuitdruk een reactie komt. Bedenk, dat je een paard in principe alles kunt leren. Je kunt
hem leren te reageren op een klikje met de tong, een lichte kuitdruk, of een
stevige kuitdruk. Veel ruiters leren hun paard echter dat hij niet hoeft te
reageren op veel aandrijven en veel tikjes van de zweep. Een paard dat niet luistert naar de
kuitdruk krijgt meteen een goede tik met de zweep. Eén ( en dan bedoel ik
ook: 1 ) die het paard voelt en waarop hij reageert werkt veel beter dan 100
kleine tikjes. Die ene stevige tik dwingt respect af, terwijl al die zachte
tikjes het paard chagrijnig maken. Een dier houdt van duidelijkheid. Zorg wel
dat je die “stevige” tik afmeet aan de gevoeligheid van het paard. Het gaat
om een duidelijke reactie. Het is niet de bedoeling om paniek te veroorzaken.
Vooral bij een jong paard, dat onze aanwijzingen nog moet leren begrijpen, is
een voorzichtige aanpak aan te raden.
Het lijkt vreemd, maar het zijn vaak de
paarden met veel looplust die niet voor de benen zijn. Zij hebben de
voorwaarts drijvende hulp niet vaak nodig en zijn daardoor niet getraind om
op deze hulp te reageren. |
Terug naar de
eerste pagina? Klik HIER