PAARDRIJDEN 4
|
IMPULS Impuls moet je zien als de elektrische
lading van een batterij. Impuls is een hoeveelheid energie, die je opslaat,
bewaart in je paard. Impuls is de door de ruiter opgewekte, of
de natuurlijke drang naar voren van het paard onder beheersing van de ruiter. Eén van de geheimen van de rijkunst ligt in de
uitdrukking: "onder beheersing van de ruiter." Of het paard geheel uit zichzelf, of door
drijvende hulpen van de ruiter voorwaarts wil gaan, maakt geen verschil. Het
gaat er om dat de ruiter deze drang voorwaarts onder controle heeft. De
ruiter bepaalt wanneer en vooral ook het tempo waarin het paard voorwaarts
mag gaan. Het is de grote kunst om een deel van die
drang naar voren in het paard te bewaren. Het paard mag niet alle energie
eruit lopen die in hem zit. De ruiter bewaart, met halve ophoudingen (die dus
alleen goed door komen, wanneer het paard gehoorzaamt aan het voorwaarts
drijven en vervolgens nageeflijk is), een extra portie energie in het paard.
Het gevolg is dat het paard gewicht overbrengt naar het achterbeen, waardoor
hij van voren lichter wordt. Door het overbrengen van gewicht van de voorhand
naar de achterhand kan hij ook makkelijker nageeflijk blijven. Dit lijkt
misschien tegenstrijdig, maar je hebt dus drang naar voren nodig om het paard
nageeflijk te houden. Daarnaast geeft impuls je ook de
mogelijkheid om het paard heel snel en precies op het aandrijven van het been
te laten reageren. Je moet je paard dus "voor het been" hebben om
impuls te kunnen opwekken, maar aan de andere kant helpt die impuls je om hem
"scherp" aan het been te krijgen en te houden. RECHTRICHTEN
Als ik tegenwoordig bij de Z- dressuur
kijk, ben ik bang dat dit begrip "recht richten" niet meer in de
mode is. Als ik zie hoeveel Z- ruiters problemen hebben met paarden die over
de schouder weglopen, geen rechte lijn kunnen lopen, voorkeuren hebben voor
wendingen, zijgangen 1 kant op en zelfs nog voor een bepaalde galop, springen
mij de tranen in de ogen. Ik denk dat het niet toevallig is, maar dit zijn vaak
ook de paarden die in de Z- klasse niet met de neus op, maar achter de
loodlijn lopen. De uitdrukking "recht richten"
betekent in eerste instantie, dat een paard op een rechte lijn met de
voorbenen recht voor de achterbenen loopt. In de praktijk bedoelen we met
"recht richten" ook, dat een paard "recht over twee teugels
gaat." Dat wil zeggen, dat hij op beide teugels een gelijke aanleuning
heeft. Hij loopt met zijn achterbenen in het spoor van de voorbenen. Hij is
recht gericht, als hij geen voorkeur meer heeft voor een bepaalde kant
(wending, galop, zijgang, e.d.), maar aan beide kanten evenveel ontwikkeld
(sterk, lenig en handig) is.
HORIZONTAAL
EVENWICHT
Een paard loopt met 60 % van zijn gewicht
op de voorhand en met de overige 40 % van zijn gewicht op de achterhand.
Het paard loopt in dit evenwicht
meestal met de neus voor de loodlijn. Bij het dressuur rijden proberen wij het
paard zover te brengen dat hij, door de achterbenen meer onder het lichaam te
brengen, meer gewicht overbrengt op de achterhand. Wanneer het paard zijn
gewicht gelijk verdeelt over voor- en achterhand noemen wij dit paard:
"in horizontaal evenwicht." Het paard komt nu met de neus op (net
iets voor) de loodlijn en draagt de hals in een opwaartse boog. In de zware en de hogere dressuur zien we,
als het goed is, bij verschillende oefeningen, dat het paard meer gewicht op
de achterhand brengt, dan op de voorhand. Hij moet dan gaan
"zitten" op de achterbenen. De gewrichten in de achterhand worden
dan meer gebogen en daardoor "zakt" de achterhand. Het hoofd is nog
steeds op de loodlijn en de hals is (of lijkt) nog iets meer opgericht. |
Terug naar de
eerste pagina? Klik HIER