|
Hoe werkt een Accordeon
|
||||||||||
|
De tong en zijn behuizing |
||||||||||
|
Het accordeon behoort tot de Aerofonen net als de
klarinet en de saxofoon. Dat wil zeggen, dat zijn instrumenten die een toon voortbrengen door er lucht
doorheen te blazen. Bij de klarinet en de saxofoon gebeurt dat door een
rietje aan het trillen te brengen door er doorheen te blazen. Bij het
accordeon ook, alleen hoeven accordeonisten niet zelf te blazen maar
gebruiken daarvoor de balg, door deze uit te trekken of in te duwen. Een
klarinet en de saxofoon hebben maar
een rietje nodig om verschillende tonen te kunnen laten horen, het accordeon
heeft voor elke toon een apart rietje, en dat zelfs 2 keer, eentje voor als
je de balg uittrekt en eentje voor als je de balg induwt. Als je dus
bijvoorbeeld een Do wilt laten horen laat je bij het uittrekken een ander
rietje trillen dan bij het induwen van de balg, terwijl de toon die je hoort
dezelfde blijft. Dus om de toonladder van C te kunnen spelen heb je 8 rietjes
nodig voor als je de balg uittrekt en
8 rietjes voor als je de balg induwt, in
totaal dus 16 rietjes. In het vervolg spreken we bij het accordeon niet
meer over een rietje maar over een tong. Door de beweging van de balg ontstaat er druk- en
zuiglucht waardoor de vrij vibrerende tong een toon produceert. De tongen,
gemaakt van Klokveerstaal, zijn de eigenlijke toonmakers bij het
accordeon. |
||||||||||
|
De tong |
|
een leeg stemplaatje waarop de tongen worden
vastgezet |
|
nu is er een tong op vastgezet. De tong moet vrij door de tonggleuf kunnen heen
en weer bewegen |
|
nu is er ook aan de achterkant een tong op
vastgezet |
||||
|
|
Het complete stemplaatje, alle onderdelen zitten
er op, aan de andere kant waar de tong zit wordt een leertje geplakt, dat
leertje noemen we bij het accordeon een ventiel. Dit ventiel zorgt ervoor dat
bij het uittrekken en induwen van de balg er niet meer lucht weglekt dan
nodig is. De complete stemplaatjes worden met was, soms ook
met spijkertjes op het tongenblok vastgezet. De was dient er voor om alles luchtdicht af te
sluiten. |
|||||||||
|
|
Een tonganimatie. De luchtstroom komt van de kant waarvan je tegen de tong aankijkt (druklucht) en wil
de tong het stemplaatje indrukken. Door de veerkracht van de tong zwiept deze
tegen de luchtstroom in weer naar buiten. Door het vibreren van de tong ontstaan er
luchtdrukverschillen waardoor de toon ontstaat. |
|
zo ziet het huisje er van binnen uit. . |
|||||||
|
|
Twee lege huisjes waarop de stemplaatjes worden
vastgezet. De aanblaaskanalen zijn duidelijk te zien. Het gedeelte van het tongenblok waar zich de
aanblaaskanalen bevinden heet de Tongenblokzool. Op de wisselafbeelding zitten de stemplaatjes
zitten op de huisjes.
|
|||||||||
|
Het complete tongenblok |
||||||||||
|
|
||||||||||