|
Wie ben ik? |
|
Ik heet Peter Schilte en ik ben geboren op 28 november 1949 in Rotterdam. (Daar stond het
ziekenhuis, vandaar.) Opgegroeid in Berkel
en Rodenrijs waar mijn ouders een café hadden.
Mijn overgrootmoeder begon rond 1910 in het pand, een boerderijtje, het
café, terwijl mijn overgrootvader met een hondekar langs de
deur ging met spullen. In
1952
namen mijn ouders het over van mijn oma: het heette toen
Café
"Het Noorden". (Zie de foto.) In het zelfde pand woonden toen ook nog mijn oma en het gezin van mijn oom en tante met acht kinderen. In totaal dus drie huishoudens. ![]() Zoals je op deze foto uit de jaren '30 ziet was het erg krap! Van rechts naar links: De deuren van de oude stal, de 3 ramen van het café, de voordeur, het raam van onze woonkamer, de 2 ramen van de kamer van mijn oma, het raam van de woonkamer van mijn tante en hun voordeur. Vandaag is het nog steeds café, café "Ome Ab", maar nu is het hele pand, inclusief de zolder, als zodanig in gebruik. ![]() Begin 2004 een familiereünie in dat café gehouden. Leuk! Ik was nog nooit in het huidige café geweest en ik was verbaasd dat er toch nog herkenbare punten te zien waren van vroeger, zoals hoe groot (of klein eigenlijk) het café en de woningen waren. Zelfs de kelder leek maar half zo groot als toen ik er nog woonde! Hier een link naar de website van het huidige café "Ome Ab": http://www.omeab.nl Daar is onder de knop "Historie" nog wat meer informatie te vinden. Ook nog even bij de overburen geweest, een boerderij waar ik, met mijn vriendjes, vele uren heb gespeeld in de hooi- en de stroberg, helpen hooien, koeien achter uit de polder opgehaald tegen melktijd en stiekum gekeken als er weer een koe kalfde. In een varkenshokje in de boomgaard de eerste stiekumme sigaret "gerookt" die was gerold van peuken uit de vuilnisbak van ons café en gepikte vloeitjes. Smerig! Als we dan moe en hongerig waren, gingen we naar onze schuur waar een ton stond waarin klanten, 's avonds van hun werk komend en nog snel een borreltje/pilsje voor het eten nemend, de niet opgegeten boterhammen in gooiden: voor onze twee varkens en voor de konijnen van mijn oma's kostganger. Daar zochten we dan de lekkerste boterhammen uit en aten die met smaak op. Hoezo vies: heerlijk waren die. Alleen opletten op schimmel, voor de rest ging het erin als Gods Woord in een ouderling. Ziek zijn we er nooit van geworden. |
||