Peter van Lier

 

dichter, filosoof dichter, filosoof dichter, filosoof dichter, filosoof dichter, filosoof

 

 

Bibliografie Bibliografie Bibliografie Bibliografie Bibliografie

 

Van absurdisme tot mystiek, Uitgeverij Damon, Best 1994, 80 blz. [filosofisch essay]:

Verkrijgbaar bij de auteur. Contact: petervanlier@wanadoo.nl

 

In dit boek worden absurdisme en mystiek beschouwd en besproken als twee aan elkaar gerelateerde verschijnselen op een filosofisch-metafysische schaal, die door een betrokkenheid op het zijn wordt gekenmerkt. Niets, zijn en iets, deze drie vormen de negatieve, neutrale en positieve modi op deze zijnsschaal. Het absurdisme wordt nu getypeerd als de negatieve pool van de schaal, gekenmerkt door de fascinatie van het niets. Mystiek, filosofisch opgevat, laat zich als de positieve pool beschouwen, waarbij de verwondering om de minimale vorm van het zijn als een fascinatie voor iets bepalend is.

Absurdisme is het startpunt van een filosofische weg die een nieuwe of hernieuwde metafysica moet ontwerpen in ons tijdperk waarin God is doodverklaard. Dichters en denkers als Nietzsche, Beckett, Hölderlin, Levinas en Heidegger worden daartoe op hun filosofische vooronderstellingen onderzocht.

 

Miniem gebaar, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1995, 60 blz. [gedichten]:

Uitverkocht

 

Miniem gebaar is het poëziedebuut van Peter van Lier. Verbijstering, maar ook verwondering zijn de geestesgesteldheden waarmee in deze bundel de werkelijkheid wordt ervaren en tegemoet getreden. Kleine voorvallen hebben in de gedichten een grote impact. Die wordt zelfs vergroot omdat slechts minimaal op de indrukken wordt gereageerd. In de poëzie van Van Lier is het minieme gebaar de enig juiste manier om met de werkelijkheid om te gaan.

Deze unieke omgangsvorm gaat uit van gelatenheid en respect en van een onverschrokken alertheid om vanuit details de eigenheid van de wereld te ontdekken. Dat het dier een even belangrijke plaats inneemt als de mens past bij dit streven; naast honden en duiven geven ook ogenschijnlijk onaanzienlijke insecten, waaronder de minieme snuitkever, deze bundel kleur.

Er wordt getracht geen onderscheid in waardering te maken tussen negatieve en positieve gebeurtenissen. De werkelijkheid, die nu eens absurd, dan weer mystiek aandoet, geeft de ervaringswereld van deze poëzie grote reikwijdte en spankracht. De bedrieglijk eenvoudige taal die ogenschijnlijk nonchalant is vormgegeven blijkt paradoxaal genoeg van een grote concentratie op de taal te getuigen.

 

Gegroet o..., Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1998, 68 blz. [gedichten]:

Uitverkocht

Als er aan Peter van Liers tweede dichtbundel Gegroet o..., de opvolger van zijn alom uitstekend ontvangen debuut Miniem gebaar, een centrale vraag ten grondslag ligt, dan is het deze: hoe naïef kan en mag taal nog gebruikt worden? Of anders gezegd: zijn de woorden in de loop der tijd niet zo belast geraakt met allerlei connotaties dat zuivere poëzie onmogelijk is geworden?

Peter van Lier toont in Gegroet o... dat hij zich van deze cruciale vragen bewust is en - sterker nog - dat hij niet van plan is de hoop op te geven een taal te vinden die onder de historische belasting uitkomt. De dichter zoekt in deze bundel verlangend naar een zo oorspronkelijk mogelijke ervaring van de werkelijkheid. Dit vraagt om een geesteshouding die voorafgaat aan de belastende vragen naar het wat, hoe of waarom van de dingen.

In Gegroet o... tonen de dingen zich in een nog niet door het vragen en door de geschiedenis besmette staat van onschuld en eenvoud.

 

Links, rechts. Twee wandelingen, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2001, 210 blz. [poëtisch proza]:

Verkrijgbaar in de boekhandel

 

Uit Van Liers laatstverschenen poëziebundel sprak een wereld van onschuld en eenvoud. In het slotgedicht werd echter een verandering aangekondigd, doordat er sprake is van 'een kind, nog om te kussen wakend', terwijl daarvoor alleen een vies, vis etend snoetje van een kat beschikbaar is. Bij het verlaten van de kinderwereld hangt bederf in de lucht.

De held van Links, rechts is een jongeling die de wereld om zich heen als absurd en verbijsterend ervaart. De enige uitweg bieden hem de wandelschoenen, van zijn ouders gekregen 'omdat hij op deze verjaardag geen kind meer was.' Door lange wandelingen te ondernemen hoopt de jongeling letterlijk de allesoverheersende gedachten aan doem en droefenis te ontlopen.

Het prozaïsche taalgebruik en het aantal bladzijden doen vermoeden dat het in dit boek om proza gaat. De poëtische vorm lijkt dit te ondergraven, net als de inhoud van de tekst, die meer op stilstand dan op ontwikkeling is ingesteld. De vertragende stijl van Links, rechts drukt het meest adequaat de onzekerheid en aarzeling in het voelen en denken van de jongeling uit en weerspiegelt het tempo en ritme van het lopen.

 

 

Gaandeweg rustieker, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2004, 54 blz. [gedichten]:

Gaandeweg rustieker is de derde dichtbundel van Peter van Lier. De bundel ontwikkelt zich als een roman: hoewel er geen hoofdpersoon is die allerlei avonturen beleeft, is er wel sprake van verschillende gemoedsgesteldheden die bijna onontkoombaar uit elkaar voortkomen als een proces van neergang en van loutering.

In drie reeksen laat Van Lier zien hoe de band tussen geest en wereld verbroken kan raken, maar ook hoe die verwijdering weer in een toenadering kan omkeren. Dit proces ontwikkelt zich aan de hand van prozagedichten die een zekere vervreemding uitdrukken, via korte schetsen van een crisissituatie, tot poëzie die door de vele vraagtekens van een onmiskenbare bevrijding getuigen.

 

Verkrijgbaar in de boekhandel

 

Zes wenken voor muggen aan de deur, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2007, 72 blz. [gedichten]:

Zes wenken voor muggen aan de deur is de vierde dichtbundel van Peter van Lier, de dichter van ‘de verwondering en het alledaagse’. In deze bundel identificeert hij zich met uiteenlopende dieren: de muggen uit de titel, plattelandsbewoners als reigers, mollen en paarden, maar ook platvissen, loopvogels en vogelbekdieren, babyaapjes en zeekoeien. In dieren treft Van Lier een combinatie van onschuld en onvolmaaktheid aan die raakt aan zijn kijk op de werkelijkheid: vaak onschuldig aan de buitenkant maar innerlijk doortrokken van kwaad en tragiek.

De tragiek van het onvolmaakte tegenover de schoonheid van dat wat is – dat is de kern van deze bundel. Dat krijgt vorm in de herkenbaar lichte, precieze en bijna vertellende taal waardoor ieder gedicht een fragmentje uit de werkelijkheid lijkt: vergankelijk en beklijvend tegelijk.

 

Verkrijgbaar in de boekhandel