Armada rent over het grasveld, de bal steeds een paar meter voor zich uit spelend, recht op het doel af. Achter zich hoort ze het gestage gehijg van haar achtervolgster naderen. Ze weet dat de tackle zal komen, net vóór de zestien meter, nog voordat ze een echt goede schietkans heeft. Nog drie passen, nog twee, nú! Ze tikt de bal kort naar rechts met haar linkervoet en wipt hem meteen daarna met haar rechter terug over het gestrekte been van de verbaasd langsglijdende verdedigster heen. Even is ze vrij, ze ziet de doelvrouw aarzelen en haalt uit met haar sterke linkerbeen. Maar dan voelt ze plots een stekende pijn en vallend grijpt ze naar haar knie. Terwijl ze neer gaat, hoort ze het schelle fluitje van de scheids en de woedende gil van haar beste vriendin.
Ze mag een paar weken haar been niet belasten, zei de dokter terwijl hij haar voorzichtig een bandage omdeed. Haar vader knikte en zei dat ´ie haar in de gaten zou houden, ze was ook zo´n wildebras, die dochter van hem. Armada was even een beetje boos, het was toch zeker niet háár schuld dat ze op zo´n smerige manier was gestopt op weg naar een zeker lijkend doelpunt. Maar toen dacht ze aan alle keren dat ze gevallen was met de fiets of op haar skates, en die keer dat ze met haar hoofd tegen de rand van het zwembad knalde. Ze wás een beetje wild, dacht ze, en was er eigenlijk wel trots op.
Ingrid ergerde zich. Waarom moest die meid zich zo aanstellen in haar rolstoel en met haar krukken? En waarom kreeg zij zoveel aandacht van iedereen, van klasgenoten, van de leraren en leraressen? Hoewel Ingrid al jaren in een rolstoel naar school kwam, had zij nooit die aandacht gekregen. Tegen haar deed men eerder medelijdend of men ontweek haar. Ja, men had haar dan wel een plaats helemaal vóór in de klas gegeven maar het leek toch alsof niemand haar ooit zag zitten, alsof ze buitengesloten werd. Buitenspel gezet. O, ze wist wel dat ze zelf een beetje een kruidje-roer-me-niet was. Maar toch, het voelde niet prettig.
Het was gebeurd toen ze twaalf was. Ze was aangereden door een halfdronken kerel die haar met zijn auto geschept had toen ze op haar nieuwe fiets van dansles kwam. Het deed niet eens zo gek veel pijn en bloed was er ook niet, alleen wat schrammen. Maar de schade was onherstelbaar, ze zou haar hele leven verlamd blijven. Haar moeder had zich sindsdien altijd verweten dat ze haar dochter alleen had laten gaan, en probeerde dit nu voortdurend goed te maken met allerlei uitstapjes en kadootjes. Ingrid had een hekel aan deze betutteling en was vaak blij als ze een weekend naar haar vader kon.
Ellen was zo´n beetje de tegenpool van Armada. Ze was eerder voorzichtig en bedachtzaam dan roekeloos en spontaan. Toch waren de twee meisjes beste vriendinnen sinds ze op dezelfde dag bij de voetbalclub gingen. Ellen werd al gauw door iedereen gezien als de spelbepalende middenvelder die een bal precies daar wist te krijgen waar ze hem hebben wilde, terwijl Armada een nogal egoïstische spits was.
Van een afstand stond Ellen te kijken naar de twee meisjes in hun rolstoelen, de een vrolijk en drukdoend, de ander afstandelijk, met een ontevreden en misschien wel jaloerse uitdrukking op haar gezicht.
Het was natuurlijk een jongen, zoals alle jongens bezeten van competitie, die met het idee kwam van een rolstoelrace na schooltijd. En Ellen, wiens gezicht rood kleurde omdat ze heimelijk een beetje verliefd op hem was, begreep heel goed dat dit een mogelijkheid was om Ingrid bij de groep te betrekken. Armada was natuurlijk meteen enthousiast en maakte de ene wheelie na de andere, tot ze bijna achterover sloeg.
Het was echter een stuk moeilijker om Ingrid over te halen om mee te doen. Ellen moedigde haar aan, zei dat ze zich niet moest laten kennen, dat het voor de lol was, maar het was uiteindelijk de jongen die het meisje zonder pardon naar de startlijn duwde van het parcours dat ze samen hadden uitgestippeld.
Eén, twéé, drié, daar gingen ze. Armada schoot er meteen vandoor, explosief als altijd, en Ingrid ging er niet helemaal van harte achteraan. Het traject begon bij de buitendeur, over de helling omlaag en dan twee rondjes rond het schoolplein inclusief een slalom om de bankjes. De aanmoedigingen van het publiek, aanvankelijk meest voor Armada, maar ook voor Ingrid toen ze eenmaal in haar ritme kwam en begon in te lopen, zweepten hen op. Het deed Ingrid goed om weer eens onbevangen met bewegen bezig te zijn, ze was vergeten hoe fijn het was. En toen ze bij de zwoegende Armada langszij kwam lachtte ze een blije lach.
Natuurlijk kwam zij, met haar geoefende sterke armen, zegevierend over de finish. En Armada, de verslagene, kwam naast haar en tilde de rechterarm van de stralende Ingrid op, in een groots gezamenlijk overwinningsgebaar.
© 2000 pretty blowy website