Help Me

Ik huil. Iedere dag. Alleen. Niemand die het ziet. Geen man. Geen vrouw. Elke dag doet pijn. Pijn in mijn hoofd. Een herinnering die blijft; gedachten die niet weggaan. Ik kán niet meer.

Ik lig op bed. Mijn ogen zijn dicht. De beelden verdwijnen niet. Ik kan niet slapen; ik kan niet ontspannen. Wanhoop wint. Help me.

Ik open mijn ogen, kijk naar het nachtkastje. Ik zie het slaaplampje en de telefoon. Een halfvol glas. Een wit kartonnen doosje. Half geopend kan ik de inhoud ervan zien: een handvol roodzwarte capsules. Zwart over rood, denk ik, een verloren liefde? Ik kom overeind. Ik moet plassen.

Terug in de slaapkamer kleed ik me uit: schoenen, sokken, mijn broek, mijn trui en het t-shirt dat ik eronder draag. Ik ga op het bed zitten. Nu ben ik kalm. Rust in mijn hoofd. Mijn gedachten zijn leeg. Het verleden wint. Jij wint. JIJ die mij dit hebt aangedaan!

Mijn ene hand pakt het witte doosje. De capsules glijden in de andere. Ik kijk ernaar. Rood is bloed, denk ik, zwart is dood. Eén pil laat de pijn niet verdwijnen. Ik tel ze. Twaalf. Ik reik naar het glas. Mijn hand beeft. Dan gaat de telefoon. Eén keer, twee keer. Ik neem op, hoor een stem.

"Help me"

© 1996 pretty blowy website

home
volgend
vorig