Reisverslag India/Nepal
15 juli - 12 augustus 2000
Dag 1: zaterdag 15 juli vertrek… Schiphol-Parijs
Van huis gehaald en naar Schiphol gebracht door Ton en Ildiko….. naar India en Nepal…..
Ik
vind het allemaal doodeng… zo lang zo ver en zo onbekend. Gelukkig zie ik snel
een vrouw van mijn leeftijd die afscheid neemt van haar man. Ze heet Nel, en
geeft les bij het Roc in Alkmaar. Ze reist ook naar India met de reisorganisatie
Koning Aap. Een ideale reisgenote dus. Ik stel me voor aan een aantal mensen,
waarvan de helft van onze reis blijkt te zijn. De anderen gaan naar China. We
vertrekken met hetzelfde vliegtuig naar Parijs. Daar moeten we een uur wachten.
Daarna vliegen we door naar Tashkent. Het diner krijgen we door die tussenstop
pas om half 11 in de avond….. en 3 uur later alweer het ontbijt. Aan de linkerkant
(wij zaten rechts) zie ik een prachtige zonsondergang en vrij snel daarna ook
weer een zonsopgang (we blijken via het noorden te vliegen).
Dag 2: zondag 16 juli Tashkent Amritsar.
Ook in Tashkent moeten
we wachten in een grote ruimte vol passagiers.
Er is wel een bar, maar de bediende slaapt. Het is nog maar twee uur naar Amritsar.
Na aankomst worden we naar een soort barak geleid. Dat blijkt dus de aankomsthal
te zijn. Wat een ellende om binnen te komen…. Formuliertjes invullen en trage
handgeschreven controle… de tijd lijkt hier wel 100 jaar stil te hebben gestaan.
Eindelijk komen we buiten waar onze reisleider al op ons staat te wachten.
Een andere wereld ontvouwt zich …. Alle rugzakken worden op een busje geladen
en we vertrekken naar ons eerste hotel: Sun City Towers.
De hotels in Europa zijn anders. In een prachtige tweepersoonskamer treffen
we maar 1 handdoek aan, geen toiletpapier en geen laken op het bed. 's Avonds
gaan we naar de grens met Pakistan. Hier schijnt de enige grensovergang te zijn.
Voor het zien van het " wisselen van de wacht" zijn tribunes gebouwd en komen
honderden mensen kijken. Een heel volksgebeuren. Het lijkt wel een evenement,
terwijl India op voet van oorlog staat met Pakistan. Ze schijnen elkaars geld
zelfs na te maken in een poging om elkaars economie onderuit te halen. Je kunt
in India ook niet met een briefje van 500 roepies betalen, omdat die zoveel
vervalst worden. Het wachten duurt erg lang. Onze reisgenote Annick valt behoorlijk
in de smaak bij de Indiers. Ze willen allemaal met haar op de foto. (Ze blijkt
later op een populaire filmster te lijken.) We besluiten voortijdig te vertrekken.
Het kan nog wel lang duren en het wordt steeds drukker.
We eten met z'n allen in een soort restaurantje waar goedkoop maar goed volksvoedsel
bereid wordt. Ik zie de eerste gekko's op de muren lopen. Ik neem mijn eerste
Pani Pandoor (vegetarisch). Het kost me f. 0,50. En het is heet… maar wel lekker.
Daarna vertrekken we naar de Gouden Tempel. Ik maak maar geen foto's, maar ik
moet wel veel handen schudden, vooral van kinderen. En ik val, omdat ik met
mijn blote voeten door een bak met water loop en daarna snel op de marmeren
vloer probeer te lopen…… oei…mijn knie…. Als wij in het hotel aankomen ben ik
doodmoe.
Dag 3: maandag 17 juli Amritsar -Dehli
Het lijkt wel of we al een week weg zijn, maar het zijn pas 2 dagen. Dat komt
denk ik, omdat we zo ontzettend veel zien in korte tijd. We hadden voor vanmorgen
een eenvoudig ontbijt besteld. We krijgen geen tafel en moeten dus met de bordjes
op schoot eten. Een rat loopt over een balk vlakbij het plafond. Dit is niet
wat wij bedoelden, geloof ik… We hebben tenminste wel jam op geroosterd brood
en melk met thee of oploskoffie naar keuze. Daarna gaan Nel en ik op een (levensgevaarlijk
slingerende) fietsriksja nog eens naar de Gouden Tempel.
We kopen hoofddoekjes, want we mogen niet blootshoofds naar binnen. De tempel
is werkelijk prachtig…. Ook bij daglicht. Met een brommerriksja gaan we weer
terug naar het hotel. Ik zie dan de eerste olifant op straat lopen.
We gaan met de trein naar Dehli. We vertrekken om 13.00 uur. In het begin is
het nog rustig in de wagon waar we zitten. Bij elke stop wordt het drukker.
Tenslotte zitten er in een coupe voor 6 personen wel 10 personen en er zitten
er nog 4 boven op het bagagerek. Mijn armleuning wordt ook als stoel gebruikt
en dus wordt mijn arm een rugleuning voor de Indiër die op de armleuning
gaat zitten. Het laatste uur (van 20.00 tot 21.00 uur) is het moeilijkst, want
dan valt de elektro uit in onze wagon en we kunnen elkaar dus niet eens meer
zien, maar de "hel" begint pas bij het uitstappen. Met een grote rugzak uitstappen
lijkt vrijwel onmogelijk, omdat de menigte op het perron staat te dringen om
in te stappen. Duwen en vloeken is noodzakelijk om eruit te gaan. 1 meisje van
onze groep moet dan ook ontzet worden door Dirk en Wout en een echtpaar in de
wagon kan geen kant meer op. Gelukkig kan de vrouw ijselijk gillen. Pas dan
gaan de mensen opzij en laten haar en haar man uitstappen. Waar gillen al niet
goed voor is… In ganzenpas achter elkaar lopen we door de mierenhoop van het
station heen naar buiten. Het giet pijpenstelen en ik heb geen paraplu…. Dirk
kan maar geen vervoer naar het hotel krijgen. Tenslotte worden we opgesplitst
in 4 groepen. Ons busje gaat het eerst weg. Wout zit naast de chauffeur met
de versnelling tussen zijn benen. De samenwerking gaat prima. Het is pas echt
perfect als de chauffeur ook weet waar we heen moeten, maar dat is helaas niet
het geval. Het is dan ook een hele toer om het hotel te vinden, maar eindelijk
lukt het. De kamers zijn prachtig, maar ik ben zo gek om zelf mijn rugzak te
dragen en de jongen die me de weg wijst toch een fooi te geven. Hij gaat gewoon
niet eerder weg.
We eten op het dak van een restaurant met uitzicht over de stad.
Wel mooi, …..Het wordt laat slapen vanavond……
Dag 4: dinsdag 18 juli Dehli
We staan alweer om 8 uur op. De was wegbrengen
naar de receptie en om 10 uur de bus in voor een rondtour. De eerste stop is
bij de Birla tempel. We zien schoolkinderen door de straten lopen. Helaas mag
ik geen foto's binnen maken.
Het volgende tempelcomplex is ingestort door een aardbeving. Het is een moslim
tempel. Alleen de toren van de waarheid is opnieuw gebouwd. Verder een en al
ruïne.
De volgende stop is een museum ter herinnering aan mevrouw Ghandi. We zien de
plek waar ze door haar eigen lijfwacht is neergeschoten.
Dan gaan we naar een Bahai (=geloof) tempel (een lotusbloem).
Ik ben onder de indruk van de stilte en de grootheid van deze tempel. Ik bid
hier echt…. En ik voel vibraties in de lucht... in mijn body…
een bijzonder gevoel…
Daarna gaan we naar Raj Ghat waar Mahatma Ganghi de vader van de natie in 1948
werd gecremeerd. Het is nu een gedenkplaats. De bus waar we mee rondrijden heeft
een godsbeeld voorin naast de chauffeur. Later blijken bijna alle bussen van
die hindoegoden voorin te hebben en allerlei versieringen. Het verkeer rijdt
hier links. Toeteren moet hier, "omdat er geen discipline in het verkeer is",
legt iemand me geduldig uit. Ze hebben behalve de chauffeur ook iemand die aan
de linkerkant zit om wild te gebaren als er aan die kant iets aan de hand is.
Verder heeft elke respectabele bus iemand die over de bus waakt en er voor zorgt
dat iedereen in en uit kan stappen als dat nodig is. Dus per bus 3 man personeel.
Wel gezellig.
Vanmiddag zijn we nog naar de bank geweest. Na 14.00 uur zijn die dicht, behalve
bij een chique hotel waar onze gewone riksja niet eens in mag. Onderweg zien
we hartverscheurende taferelen. Bij elk stoplicht worden we overvallen door
bedelaars of mensen die wat willen verkopen. Het ergste vind ik het kleine meisje
met in haar kielzog haar zuster…. Beiden met maar 1 arm… Haar ogen kijken mij
smekend en gebroken aan… we hebben geen muntjes en niks gegeven…. Dat mag ook
niet, want dan werk je kindermismaking in de hand om zo meer te verdienen met
bedelen. Aan de andere kant van de riksja een man jammerend omdat hij lepra
heeft…hij ziet er niet uit... Deze beelden zullen mij de rest van mijn leven
bij blijven. Dat arme kind…. We hebben maar wat extra geld in de Rode Kruis
pot bij de bank gedaan. Vanaf de bekakte bank willen we met een brommerriksja
naar de bazaar, maar die is dicht. De riksjachauffeur "weet wel wat", zegt hij
en vervolgens brengt hij ons naar allerlei dure winkels. Tenslotte brengt hij
ons naar een soort marktwinkel en daar koop ik voor 2000 roepies (dat is f 100,--)
2 Indiase pakken, waarvan er 1 broek vrij snel al kapot scheurt.
Wat een wereld zeg... Nou beweert die riksjarijder die mijn geld zag dat hij
300 roepie van ons krijgt, terwijl we toch 110 roepies hadden afgesproken. Een
heel gedoe… tenslotte geven we hem 200 roepies. We gaan eten in een klein smal
restaurantje. Daar zie ik een muis over de vloer lopen. Heel gewoon hoor.
Wat zijn we moe als we naar het hotel teruglopen. We willen de was en de sleutel.
Geen van beiden zijn er. Die man laat ons gewoon wachten, terwijl onze sleutel
er wel is…. Het lijkt wel een machtspelletje. De airco doet het ook niet tot
het moment dat er iemand binnenstapt om te kijken wat er aan de hand is…. Hoe
bestaat het... het lijkt hier wel te spoken. Het is ook bloedheet. Mijn waaier
is mij dierbaar. Ik repareer hem, want hij is kapot gegaan.
Dag 5: woensdag 19 juli Dehli-Nawalgarth
De ochtend verloopt nogal hectisch. We worden
pas op half 8 gewekt. Om half 9 moeten we met de bus. Door de trage bediening
van het hotel hebben we geen tijd om fatsoenlijk te ontbijten. We lopen naar
het winkeltje aan de overkant en halen daar allerlei eetbare dingen. Als we
in de bus zitten, blijkt hij een hele lange tijd te moeten wachten bij een of
ander kantoor waar onze chauffeur een vergunning voor Radjastan moet halen.
We staan daar van ongeveer kwart voor 10 tot rond 12 uur. Pas als onze reisleider
Dirk eens gaat kijken wat er aan de hand is, komt bij toverslag de vergunning
net toevallig te voorschijn…. Hoe betaat het. Wij vermaken ons met kletsen en
naar de kapper kijken die onder een zeildoek zijn winkeltje heeft. Het is een
leuke kapper
en volgens
zijn klanten scheert hij "reuze" glad. Al heeft hij maar 1 handdoek tot zijn
beschikking.
Als we eindelijk vertrekken, doen we er nog tot 14.00 uur over om op de rondweg
van Dehli richting luchthaven te komen… druk, druk… toeter, toeter….
Ik ben blij als we uit deze heksenketel
Dehli genaamd weg zijn en de omgeving weer groen wordt. Ik kijk naar eindeloze
rijstvelden die steeds meer door dromedarissen omgeploegd worden. We rijden
door kleine havenloze dorpjes en moeten vaak stoppen, omdat er weer kudden koeien
of geitjes over de weg lopen. We eten langs de snelweg, waar de afwas naast
het toilet wordt gedaan in vies water. Geen wonder dat ik hier last van "de
spuit" heb.
Het landschap verandert hier. Het wordt steeds droger en ik zie de eerste bergen
…zou dat een voorloper van de Himalaya kunnen zijn?
Het is al donker als we aankomen. We hebben vandaag weer geen kaarten kunnen
kopen. Wat is het hier prachtig. We logeren in een biologische farm. De eigenaar
geeft ons het gevoel dat we klant zijn. Wat heerlijk. We eten lekker en vegetarisch
met eindelijk goeie koffie. Voor die lekkere maaltijd word ik wel gestraft…
weer de spuit……We slapen hier onder de klamboe, want ik signaleer muggen en
het is hier behoorlijk gaan regenen. De eerste keer volgens de eigenaar.
Dag 6: donderdag 20 juli Nawalgarth.
Heerlijk… vandaag hoeven we ons niet te haasten. Het bed is hier wel hard,
want ik word wakker met een behoorlijk pijnlijke rug. We eten bijna driehoekige
pannenkoekjes met marmelade, heerlijk met koffie. Er is een lange waslijn waar
we ons handwasje op kunnen hangen. Met de plattegrond in de hand gaan we in
de zinderende zon naar het dorp. De hoed doet goede diensten vandaag. Mijn zonnebril
is onvindbaar… Zeker ergens laten liggen. In het dorp vinden we de fresco's
die we zoeken (uit de 14e eeuw). We krijgen een rondleiding door
een school. Er staan flink wat jongens met het hoofd tussen de benen en de handen
om de kuiten.
Ze
zitten in een klas met wel 50 leerlingen en hebben zich zeker misdragen. De
leraar geeft ze een voor een slaag. De een wat harder dan de ander. Buiten lopen
er wat jongens mee. Ze zijn lastig en beweren een lekker restaurantje te weten.
Als we achter ze aanlopen, komen we bij een soort hotelletje op 2 hoog zonder
ramen met de ingang op een soort voederplaats voor koeien. Behalve de koeien
ruiken we ook de nadrukkelijk aanwezige uitwerpselen met daarbij horende talloze
vliegen. Dat is dus niks... Daarna worden we naar een ander straatje gebracht.
Tenminste een straatje met kleermakers… Ook dit is een vies restaurantje en
we besluiten maar wat koekjes en een flesje cola voor de lunchte nemen. We kunnen
even in de schaduw zitten onder een fan… heerlijk. Lopen in deze temperatuur
valt niet mee. Als we terug willen gaat het net regenen. Ik koop maar een paraplu.
Als we terugzijn storten we uitgeput op bed. Later op de middag krijgen we nog
een les van Dirk Het is een combinatie van Yoga en Tai Chi, maar met meer ademen,
draaien en een meditatie met een parel die door mijn wervels schiet. Voor het
eerst zie ik een prachtige blauwe kleur als ik mijn ogen dichtdoe. Na de oefening
hebben we een voortreffelijk vegetarisch 3 gangen diner met heerlijke koffie.
(Alles direct weer naar het toilet terugbrengen.) De zakjes van de G.G.D. doen
al dienst. Gelukkig voel ik me niet ziek. Om ongeveer 23.00 uur ga ik slapen.

Dag 7: vrijdag 21 juli Nawalgarth-Bikaner
Nawalgarth vind ik heerlijk. Pas om 9 uur gaan we ontbijten. Ik koop nog een
setje kaarten van de zoon des huizes. Hij heeft ze met de hand gemaakt… toch
wel knap. We worden met 3 echt oude jeeps naar de bus gebracht. Om 12 uur vertrekt
deze…. Wel een eng gevoel als je een lange busreis van 6 uur moet maken terwijl
je pas ervoor nog de "spuit" van je ontbijt hebt gehad… niks eten in ieder geval…
en als het lukt ook niks drinken… lastig met die warmte. De rugzakken mogen
vandaag op de achterbank… lekker, dan weet je tenminste zeker dat ze er onderweg
niet afvallen. Ik kom naast een man met een kind te zitten. Aan de andere kant
zit een vrouw met 2 kinderen. Ze gaan ook naar Bikaner. De bus wordt steeds
voller. Op mijn bank komt nog een man die zich tussen ons in propt, later gaat
er nog een man naast me op zijn koffer in het middenpad zitten. Ik zit nu behoorlijk
klem tussen 2 mannen.
Gelukkig
stappen er wat mensen uit en kan ik naast de vrouw aan de andere kant van het
gangpad zitten. Zij heeft een kleine jongen op schoot, die erg bang voor me
is en steeds bij zijn moeder kruipt. Gelukkig lacht haar dochtertje steeds tegen
me… Dat maakt het weer goed. Zita en ik zingen nog een kleuterliedje van "In
de maneschijn". Nou je snapt wel, de hele bus zit meteen naar ons te kijken.
In de bus is het zo stil… het valt op…. De enige lawaaimakers in de bus zijn
wij Hollanders. Bij de haltes waar we stoppen is er wel veel herrie. Allemaal
mannen die proberen hun waar te slijten. We stoppen ook in een dorp dat helemaal
ondergelopen is. Er is hier kennelijk een behoorlijke stortbui gevallen. De
bus rijdt dwars door het water. Gelukkig lukt dat en komen we weer op de wat
hoger gelegen weg. Het landschap wordt zelfs steeds droger. De bomen krijgen
steeds kleinere blaadjes. Het geheel heeft wel wat weg van onze duinen… alleen
hier kom je er niet snel doorheen. Onderweg zien we nog twee plaatsen vlak voorbij
dorpjes, waar kennelijk de dode koeien naartoe gebracht worden. Veel karkassen
en natuurlijk veel gieren eromheen. Na ongeveer 6 uur komen we in Bikaner aan.
Even een dutje en dan gaan we in een ander hotel op een dak eten. Wel romantisch
zo onder de sterren. Ook wel eng als je "de race" hebt. Na mijn eten ter plekke
weer weggespoten te hebben, gaan we rond 10 uur weer naar ons hotel.
Dag 8 zaterdag 22 juli naar Bikaner-Jailsamer
We vertrekken al om 10 uur vanmorgen. We zijn vandaag lang onderweg, want we
komen pas om 6 uur vanavond aan. Het landschap wordt steeds droger tot we ineens
langs groene stroken komen. Eerst dacht ik aan een oase ofzo, maar nee …er ligt
daar een kanaal. De wanden zijn van gemetselde stenen. Daardoor wordt een groot
gebied gedraineerd en je kan zien dat de bomen daar aangepland zijn. Ze staan
netjes in rijen naast en achter elkaar.
We stoppen deze dag op tientallen plekken, soms in "the middle of nowhere",
omdat er iemand langs de weg staat die zijn hand ophoudt. Ik snap niet hoe dat
hier geregeld is, wat soms rijden ze ook voorbij iemand die een stopteken aan
de bus geeft… gek hoor. Ik vind het reizen zo tussen de bevolking toch wel leuk.
Zo komt er een vrouwtje, helemaal in oranjerode doeken gehuld met een baby op
haar heup, de bus binnen. Ik schuif een stukje naar het raam en bied de plek
naast me aan. Ze kijkt eerst naar haar man en gaat pas zitten als hij zijn toestemming
geeft. Ze begint een heel verhaal in het Hindi waar ik natuurlijk niets van
snap. Met behulp van de toegestoken Lonely Planet van Wout lukt het me uiteindelijk
haar naam te vragen. Haar naam klinkt als Sonne, die van haar zoontje (met prachtige
ogen) als Menmen en haar baby klinkt als Indy of zoiets. Jammer dat ik de taal
niet spreek, al hoor ik 's avonds van Dirk dat de chauffeur zei, dat een Nederlandse
vrouw Hindi sprak…. Leuk… Haar man begrijpt het ook beter dan zij. Hij zit achter
ons op zijn vrouw te letten en fungeert als tolk. Op een gegeven ogenblik laat
hij me met gebaren weten dat zijn vrouw bij het raampje wil zitten, dus schuif
ik naar het middenpad. Bij een van de dorpjes "moet" ik ineens… geen wc… Gelukkig
moeten er nog 3 en zijn we een stukje verderop naast elkaar gaan zitten plassen.
De kinderen die kijken gaan gelukkig zelf weg. Het lijkt me wel een leuk gezicht
voor hun 4 paar witte billen op een rij. De mensen hier gaan gewoon langs de
weg zitten als ze moeten. Het maakt kennelijk niet uit of ze in de stad, langs
een drukke weg, of op het land zijn. Als je moet, dan moet je toch?
In de dorpjes staan
vaak mensen naar de bus te kijken. Als ze ons zien, beginnen ze te gebaren.
Wie kijkt nu naar wie… die witte mensen zien ze niet elke dag. Annick is weer
erg populair bij de mannen. Als ze een foto van die mannen maakt die ons aanstaren,
blijven ze zo ernstig dat ik: "Cheese" roep. Ze moeten dan wel allemaal lachen.
Jammer dat ik geen foto kan maken… Een leuk plaatje die donkere gezichten met
die witte gebitten.
Gelukkig heb ik vandaag geen last van de race… een wonder, want de laatste nacht
ben ik constant aan het knetteren geweest. Dirk komt een paar keer vragen hoe
het gaat, want ik had vanmorgen gemeld dat ik er wel bang voor was. Niet eten
helpt wel… In Jaisalmer worden we door de eigenaar van hotel Jaisal Palace persoonlijk
van de bus opgehaald. Bij binnenkomst krijgen we een rode stip tussen de ogen
en een slinger om onze nek. Leuk om zo ontvangen te worden. Om 7 uur eten we
op het dak. Wat een prachtig uitzicht zo over het stadje van zandsteen.
Heel sprookjesachtig….
Dag 9 zondag 23 juli: Jaisalmer
Het wordt een fantastische dag vandaag. 's Morgens ga ik winkeltjes kijken.
Ze zijn open. Ik koop enkelbandjes en een prachtige tas van Antilopenleer. Als
we ergens gaan zitten, komt er een muzikant die mooi speelt en zijn instrument
aan ons probeert te verkopen. Zijn familie komt erbij. Hollanders zijn zo aardig
zeggen zij. Ze hebben Hollandse vrienden en geven Nel en mij een enkelbandje.
Wij hoeven daar niets voor te betalen, want het is gewoon uit vriendschap. Als
we echter niets kopen, willen ze iets uit onze tas, want wij hebben ook iets
van hun gekregen… De vrouw vertelt, dat haar man wel van parfum houdt. Ik heb
eigenlijk niets geschiktst in mijn tas en besluit mijn waaier te geven, die
wel een beetje stuk is, maar mij heerlijke verkoeling bezorgde tijdens de afgelopen
bloedhete dagen.
's Middags vertrekken we met jeeps. We gaan eerst langs de Jain tempel. Ik ga
niet naar binnen. De Jain zijn zo streng, dat er geen leer mee naar binnen mag.
En mijn papieren en geld zitten in een leren hoesje. Dan maar niet… let ik wel
op de achtergelaten tassen. We reizen niet lang daarna dwars door "duinen" naar
kamelen, die in een rij voor ons klaarliggen langs de kant van de weg.

Daar worden we gedropt. Er komt meteen een jongen naar me toe…"Mevrouw u moet op mijn kameel, want die is lief…." Ik ga met hem mee. De kameel heet Pinkie en is erg hoog als hij na een diepe golfbeweging gaat staan. Zijn verzorger heet Baryben… makkelijk voor mij om te onthouden. Het is een aardige jongen van 21 jaar, die zelf door zijn werk te doen Engels heeft leren spreken. Zijn droom is om zelf ooit een kameel te kopen en een eigen zaak te beginnen. Het is heerlijk om op een kameel te rijden. Het is prachtig en vooral stil in de woestijn. Pinkie heeft wel last van al die vliegen. Zodra er een stuik in de buurt is, gebruikt hij die om de vliegen te verjagen. Hij schuurt zich tegen de takken als hij er langskomt. Helaas heb ik mijn broekspijpen eraf geritst. We kijken 2 uur later naar de zonsondergang in de woestijn. Het is niks vergeleken met de Nederlandse zonsondergang. Ze zon verdwijnt in een stoflaag. Daarna rijden we nog even verder en eten we in de woestijn om een kampvuur. Er komt een muziekgroep en die zorgen ervoor dat ik helemaal uit mijn bol kan gaan … dansen in de woestijn op blote voeten om het kampvuur. Het is dan rond 21.00 uur in de avond en al een tijdje donker. Rond 22.00 uur vertrekken we met de jeepies naar het hotel terug. Het is een mooie tocht zo door het donker. (Met vuurvliegjes of vliegende peuken? Dat zal altijd een vraag blijven). Ik ben na aankoms nog veel te vol van het dansen om te kunnen slapen, dus ga ik naar de hal van het hotel waar ik samen met Dirk lekkere Whisky cola drink. ( India geeft mij het gevoel dat ik hiermee iets doe, wat erg slecht is.) Maar ik kan daarna wel lekker rozig mijn bedje in duiken.
Dag 10 maandag 24 juli: Jaisalmer
Een rustdag vandaag. Eerst wisselen we geld. Bij de afdeling Fastpost (vrij
vertaald: snelle post) wachten we bij elkaar ruim anderhalf uur om onze ansichtkaarten
te versturen. Wat een gedoe zeg…. Daarna gaan we het Fort in.
Het blijkt een oud stadje te zijn omgeven door de muur. Vele straatjes slingeren
en draaien door elkaar. We komen steeds weer op hetzelfde punt uit en verdwalen
bijna. Het fort stamt uit 1200 en de talloze huisje worden nog steeds bewoond.
Er zijn ook veel kleine winkeltjes. Nel en ik laten een henna painting zetten.
Jammer genoeg blijft hij niet zo lang zitten, zodat we er weinig plezier aan
beleven. Hij valt trouwens bijna niet op, omdat mijn arm al bruin is. In het
winkeltje van ons hotel koop ik een bronzen dansende olifant die ik de rest
van de reis mee moet slepen (niet zo slim), en nog wat souvenirs.
's Middags doe ik een ouderwets dutje.
P .S. Je wordt wel gek van dat: "Allo, where are you come frome ? Come and have
a look… No commitment to buy", maar o wee, als je dan binnenkomt... Ze rukken
alles uit de kast waar je niet om vraagt en als je wat koopt gaan ze verder
met weer andere dingen te laten zien…. Het kopen van een tweede artikel schijnt
slechts ijver op te leveren om nog meer te laten zien… ongelovelijk, wat een
andere wereld hier.
Vanavond is er een festival ter ere van Shiva. We gaan naar de Shiva tempel
en zien hordes mensen met hun mooiste kleding aan. Het is er zo druk, dat we
besluiten om maar weer weg te gaan. In het fort eten we op het dakterras en
bekijken de energievoorziening hier… interessant. We eten Thali voor maar 25
Nederlandse centen en het is nog heerlijk ook. Het restaurantje wordt in de
Lonely Planet genoemd en daar zijn ze trots op (terecht).
Morgen worden we om half 7 wakker gemaakt, dus gaan we er vroeg in…
Dag 11 dinsdag 25 juli: van Jaisalmer naar Jodhpur
We staan om half 7 al op… We vertrekken voor we allemaal klaar zijn met eten.
We gaan met riksja's naar de snelbus. Deze is redelijk comfortabel. Je kunt
echt maar met 1 persoon op een zitplaats. Alleen halverwege de rit heb ik last
van een man die mijn arm als rugleuning gebruikt, omdat hij op mijn armleuning
zit. Ik deel deze rit de trekdrop die ik van Joke meekreeg uit Holland. Het
blijkt een succes te zijn, want al na het eerste rondje zijn ze op. Dank je
Joke…
We komen rond half 3 in de middag aan in Jodpuhr. We belanden in een armoedig
hotel. Om kwart over drie verzamelen we ons om vervolgens lopend op weg te gaan
naar een fort. Onderweg daar naartoe is het een gekkenhuis. Al het verkeer rijdt
links en ik ben steeds maar geneigd om met oversteken naar de verkeerde kant
te kijken. Het is nog een hele klim langs steegjes met bedelende kinderen en
een steil pad met eeuwenoude uitgesleten stenen (lijkt wel speksteen).
Boven gekomen moeten we 50 roepies entree betalen. Wij mopperen, maar het blijkt
de moeite waard. Bovenaan is een prachtig uitzicht over de "blauwe stad".
In
het fort is een museum met allerlei zwaarden, een Hollands kanon, maar ook enkele
verblijven van de Maharadja met zijn 35 vrouwen. Wat een imperium… Prachtig
is bijvoorbeeld een zaal vol met de mooiste wiegjes ooit gemaakt voor de talloze
baby's die geboren werden. Wat wil je ook met zoveel vrouwen. We lopen over
een muur naar een tempel. De muur lijkt precies op de Chinese muur. Op de terugweg
krijg ik de kans om ergens echte suikerrietsap te drinken. Nog nooit heb ik
in mijn leven iets geproefd wat daar op lijkt… wel lekker. Later gaan we eten
in de tuin van het paleis. Wat een pracht en praal. Alleen de riksja's voor
de terugweg zijn daarvandaan zo duur, dat we een hele tijd lopen voor we betaalbare
riksja's vinden om ons naar ons super armoedige hotelletje te brengen. De douche
doet het gelukkig wel al moet ik zelf een handdoek halen bij de receptie.
Dit hotel lijkt wel een gevangenis. De deuren en ramen naar de gang zijn van
gaas met houten plankjes, zodat we de halve nacht de t.v. van de overbuurman
letterlijk kunnen volgen. Gelukkig biedt de slaappil uitkomst.
Dag 12 woensdag 26 juli van Jodhpur naar Udaipur
We staan vanmorgen al om 6 uur op. Gelukkig, want ik wil hier niet langer blijven
dan noodzakelijk. We krijgen toast met jam en black tea. Bah… mijn Norit is
op en mijn rendarmen stoppen nog niet… Ik krijg van Zita Indiase pilletjes…
die werken gelukkig… Je probeert alles wat je maar te pakken kan krijgen als
je "de race" hebt. Gelukkig hebben we deze keer een huurbus. Lekker een hele
busbank voor mezelf…. Dat betekent af en toe een dutje tussendoor. Om half elf
stoppen we bij een koffietentje, maar voor de zekerheid neem ik niets. Aan de
andere kant van de weg staat een vrachtwagen waarvan de voorcabine in elkaar
zit. Er liggen allemaal tomaten op de grond van een andere vrachtwagen, maar
die is al weggesleept. De chauffeurs zijn ook weggehaald. Ze hebben "het" niet
overleefd. Het verbaast me niks, want ze rijden hier als gekken. Toch is het
een wonder dat ik nu pas het eerste ongeluk zie.
We gaan weer in de bus via Ranakpur. Hier staat de mooiste Jain tempel van India
volgens zeggen. Hij is helemaal van marmer. Ze zijn 65 jaar met de bouw bezig
geweest.
Bijna elke pilaar en muur is dan ook bewerkt met de prachtigste figuren. Wij
worden opgewacht door de hoogpriester. Hij vertelt iets over de bouw, geeft
ons een gele stip voor geluk en een serie goede wensen en vraagt vervolgens
om een bijdrage. Slim hoor, want aan die stip (waar hij zo snel dat schoteltje
vandaan haalde is mij een raadsel) kan hij precies zien wie hij "gehad" heeft
en werkt zo in een rap tempo alle toeristen af. Om foto's te mogen maken moet
je ook 50 roepies betalen…. Nou uit principe niet dus… Het is wel prachtig hier.
Zelfs de plafonds zijn uitgesneden. Gelukkig maakte Annick een foto van me binnen.
Heb ik er toch een…
Het Jainisme is een heel oude godsdienst met veel aanhangers in India. De gelovigen
tonen veel respect voor alle levende wezens. Ze gaan zelf zover, dat zij een
doekje voor hun mond dragen zodat ze niet per ongeluk een vliegje of een ander
levend organisme inslikken.
We eten in een nabij gelegen restaurantje. Het eten is wel duur. Zeker omdat
de restauranteigenaar stenen moet kopen voor zijn huis in aanbouw. Het staat
naast het restaurantje. Alleen de deuren zijn klaar en we zien een laag of vier
stenen. Wel een gek gezicht hoor. De laatste ruk naar Udaipur is het zwaarst.
Eerst door een berglandschap met haarspeldbochten alla Zwitserland. Opeens stopt
de bus op een steil stuk…. De versnelling doet het niet meer en bij een poging
om hem weer aan de praat te krijgen gaat de bus naar achteren richting afgrond…gelukkig
na enig zwoegwerk voor in de bus lukt het de chauffeur om de bus weer in de
1e versnelling te krijgen. Soms stoppen we wel om een passagier mee
te nemen (bijverdiensten voor de chauffeur en zijn bijrijder). We rijden door
berglandschap en prachtige groene vlakten, waar mensen druk bezig zijn met het
land (dit in verband met de moesson). Ik zie zelfs vogelverschrikkers. Die dingen
zijn dus internationaal. Al dragen ze natuurlijk wel de plaatselijke kleding.
We komen uiteindelijk om half 6 in Udaipur aan. Het hotel heet Raj Palace. Alle
banken zijn dicht… Niet zo leuk met maar 100 roepies op zak. Dat komt ervan
als je al vroeg veel souvenirs koopt. Gelukkig kan ik hier op de pof eten. Ik
neem pizza met kip en 2 tabletjes van Zita. (Ze helpen wel hoor.) Zoals bijna
elke dag komen we voor overleg bij elkaar. We praten dan over de reis. Nu hebben
we het al over Chitwan. Niet iedereen wil erheen. Ik ook niet. Ik wil graag
naar Pokhara. Dirk informeert naar de mogelijkheden. Misschien splitst de groep
zich wel op bij de grens met Nepal….
Dit hotel is een 3 eeuwen oud koopmanshuis met een prachtige binnentuin. Het
lijkt net of ze geluidsbandjes met dierengeluiden draaien, maar ik zie wel een
aap en een heuse kameleon met een rode keel. We hebben een prachtige kamer met
een marmeren vloer en een ligbad en alles goed onderhouden. Wat een verschil
met gisteren. We blijven hier 2 nachten.
Dag 13 donderdag 27 juli: Udaipur
Volgens het boekje is dit de meest romantische stad van India. Ik heb daar
niks van gevoeld, maar de stad is wel mooi. De binnenstraatjes lijken niet zo
druk. Komt dat door het eenrichtingverkeer van de auto's, of ben ik gewoon gewend
aan chaos?
We komen langs een tempel die lijkt op de Jain tempel wat de uitgehouwen figuren
betreft, maar het is toch een Hindoe tempel. Er is daar een dienst bezig en
we zien alleen maar vrouwen. Prachtig zo'n kleurrijk schouwspel. We mogen niet
fotograferen, maar Nel doet het toch (stiekem). Het bijzondere van deze tempel
is, dat hij voor 3 goden tegelijk is gebouwd. Buiten zit de Baba. Hem krijg
ik wel op de foto.
Later rijden we met een riksja naar Pichola Lake. Het is een prachtig groot
meer met paleizen in het midden. Ze zijn inmiddels eigendom van een Hotel die
er goud geld verdient, want alleen de zeer rijken komen er. We nemen een rondvaartbootje.
Deze laat ons de kust liet zien met vrouwen die de was doen op een trap aan
het water. We zien ook gieren zweven die gebruik maken van de warme luchtstroom
boven het koele water. Tenslotte brengt hij ons naar een buitenpaleis in het
midden van het meer. De bebouwing valt wat tegen, maar het plein in het midden
verraadt de grote feesten die er in het verleden gegeven moeten zijn. Er zijn
ook prachtige struiken met lekker ruikende gele bloesem die op jasmijn lijkt.
Die bloemetjes zie je ook op de kaft van het fotoboek. Het lukt maar niet om
achter de naam van de plant te komen. Laat staan om de parfum ervan te kopen.
We zien ooievaars, witte reigers en waterbuffels bij een eilandje. De natuur
is hier prachtig. Als we tenslotte weer op de wal staan, zoeken we een dakterras
op om een hapje te eten. Daarna lopen we weer naar het hotel terug. Daar staat
een heuse olifant. Hij geeft een briefje (rupees) van Wout met zijn slurf over
zijn kop aan zijn baas. Leuk… In de binnentuin zitten we lekker rustig. Van
San krijg ik een boekje over het Hindoeïsme. Ik ga me er toch wat meer
in verdiepen.
We eten in het hotel en gaan vroeg naar bed, want morgen wacht ons een busreis
van 12 uur…. En dat is lang.
Dag 14, vrijdag 28 juli: van Udaipur naar Jaipur
De wekker en de telefoon gaan vrijwel tegelijk om ons te wekken. Het is pas half 7. Na het ontbijt gaan we nog wat suffig naar het busstation. We rijden om half 9 weg. De rit moet 12 uur duren. We komen twee uur vroeger aan, want de bus heeft een kamikaze chauffeur. Udaipur heeft zowaar een vierbaansweg, die wel stopt na een kwartier. De weg die volgt is zoals de meeste wegen in India… een tweebaans weggetje. Het verkeer bestaat voor 98% uit vrachtwagens en bussen. Het is heel druk op deze weg. Onze chauffeur houdt er zo zijn eigen verkeersregels op na. Hij begint te rijden als het stoplicht op rood staat en heeft nog nooit van het begrip remafstand gehoord, want hij houdt niet meer dan een meter afstand van zijn voorganger al heeft hij een snelheid van 80 tot 100 km per uur. Het maakt ook niet uit of het een gewone vrachtwagen of een wagen met gevaarlijke stoffen is... Zelfs als een tegenligger op de tweebaansweg dichtbij is, wil deze chauffeur nog inhalen. Of hij snijdt de ingehaalde auto gevaarlijk af, of hij dwingt zijn tegenligger tot bermrijden (als deze wil overleven). Brommers, scooters en dergelijke ziet deze chauffeur niet… Sommige van mijn groepsgenoten zitten met gebalde vuisten den een verbeten gezicht in de bus… Ze proberen de chauffeur niet aan te vallen, omdat ze dan waarschijnlijk verder van huis zijn. Volgens mij wordt deze bus permanent bewaakt door een leger beschermengeltjes (dank jullie). We stoppen om halfvier in de middag voor onze lunch. Kennelijk afgesproken werk, want het eten van de chauffeurs staat al klaar als we binnen komen. Ik eet niks uit protest. We hebben ook geen cent fooi aan de chauffeur gegeven. Gelukkig komen we heelhuids aan in de hoofstad van Radjastan Jaipur. We logeren in het Diggy palace hotel … het is een paleis omgebouwd tot hotel… De kamers zijn simpel maar wel mooi. We gaan vroeg naar bed…

Dag 15 zaterdag 29 juli: Jaipur
Uitslapen is toch wel lekker…
We worden vandaag pas om 8 uur wakker, terwijl we gisteren zo vroeg gingen slapen.
We ontbijten en doen een klein wasje. Dan gaan we met een klein groepje de buurt
in. Wat is het hier vies en chaotisch. Istanbul is hier heilig bij. We zoeken
tevergeefs naar zilverwinkeltjes en zien achter weelderige bloemenkraampjes
een plein waar de bloemen (door mannen) gekopt worden een in vieze lompen gehulde
magere vrouw ligt in de goot te slapen. Aan haar blote borst hangt een magere
baby die ook slaapt zijn mondje nog om haar tepel. Daar loop je dan met kransen
van bloemen die je net om je hals hebt gekregen (gratis nog wel). Ik voel me
ellendig. Dit zijn die tegenstellingen die wij niet kennen. (gelukkig)
Gek dat het werk met die bloemen door mannen gedaan wordt. Dit lijkt me vrouwenwerk.
Het lijkt wel of de wereld hier op zijn kop staat. Gisteren zag ik nog jonge
vrouwen met een dikke laag eelt op hun handen in de bus. Hoe bstaat het….
Ik ben al gewend aan de koeien die hier in grote getalen rondwandelen. Aan de
bijbehorende vliegen wen ik echter nooit. Geiten lopen hier ook in de stad.
En wat ik nog niet eerder zag: in deze stad leven kolonies apen. Ze proberen
vanaf de daken hun kostje bijeen te halen.
's Middags verzamelen we ons voor een excursie. We gaan eerst naar "Palace of
the Wind".
Een paleis
waar raampjes in zitten, zodat de "hofdames" van de Maharadja van toen onopgemerkt
van het straatleven konden genieten. De voorgevel is nog het mooist. Voor de
rest vind ik dat het er erg verwaarloosd en vuil uit ziet. (Niet nodig, want
we moeten betalen om binnen te komen, dus dan kan je toch wel iets restaureren
of onderhouden, lijkt me.) Deze stad wordt de roze stad genoemd, maar afgezien
van de poort en het paleis is er niet echt veel van te merken. Vanuit het paleis
gaan we naar een zilverfabriekje, maar dat bleek een winkeltje… De eigenaar
belooft ons de volgende dag de "fabriek" te laten zien.
Tenslotte gaan we met fietsriksja's naar de apentempel. Het is een hele klim
voor die arme oudere man die ons moet fietsen… Hij is uitgeput, als we onder
aan de heuvel naar de tempel arriveren. Hij gebaart alsof hij op het punt staat
om een infarct te krijgen. (Spel of om meer geld te krijgen?) We moeten zelf
nog een heel eind te voet afleggen. Naast allerlei bedelaars komen we ook veel
bedevaartgangers tegen. Ze lopen voor hun ouders. Het hele gebeuren gaat gepaard
met allerlei rituelen. Zo dragen ze pannetjes aan een stok. Uiteindelijk komen
we bij een tempel die een zonnetempeltje blijkt te zijn. Er staat een oudere
vrouw die ons gastvrij een gele stip geeft. Die kost ons dan wel 10 roepies
(ik had alleen maar 5 klein). De uiteindelijke apentempel ligt beneden aan de
andere kant van de berg. We hebben geen puf meer om de berg af te dalen en weer
terug te lopen. Na wat apen gevoerd te hebben, gaan we maar weer terug. We eten
wat in een heuse Pizzahut alla Amerika. De prijzen zijn ook Amerikaans. Het
lijkt een spiegel van hoe de Indiers onze cultuur zien. (Rijke) Indiers geven
hier een feestje voor hun jarige zoon. Het komt erg potsierlijk over…. Met het
"Happy Birthday " van het personeel…. Die trouwens hun benen onder de kont uit
rennen om alles zo snel mogelijk te serveren. Het is maar goed voor hen dat
hier airco is, want anders is het niet te doen. Wat zijn deze kinderen verwend
zeg…. Echt een feestje voor de status. Ik heb een veel te grote pizza besteld.
We nemen alles wat over is in stukken gesneden in dozen mee. Onze riksjarijder
zorgt ervoor dat ze bij de zwervers komen, die in grote getalen op het plein
hier vlakbij wonen. Onderweg kopen we bij een louche winkeltje rum. Ik betaal
met 2 briefjes van 100. Terwijl we afgeleid worden is dat ene formuliertje er
plotseling een van 10 geworden…. Niks te bewijzen, maar toch… Ik voel me een
halve crimineel als ik hier alcohol koop. Vanavond cola rum voor het slapen
gaan … en dan als een blok in bed vallen…
Dag 16 zondag 30 juli: Jaipur
Vandaag doen we rustig aan. Om 10 uur verzamelen we ons om een
tweede poging "zilverfabriek " te wagen. Het blijkt een oud gebouw midden in
een wijk met nauwe straatjes. We worden naar boven geloodst en daar op het dak
zijn allemaal kleine kamertjes gebouwd. In die kamertjes een plank op stenen
met een tl.buis erboven. Een man zit hier in kleermakerzit en gebruikt zeer
simpele gereedschappen zoals eenvoudige tangetjes e.d. Jeetje wat armoedig.
Er staan nogal wat mannen te kijken.
Ze vinden het wel leuk geloof ik, die aandacht op een zondag.

De eigenaar vertelt dat het allemaal Bengalen uit Calcutta zijn.
Ze trekken in groepen door het land op zoek naar werk. Ze hebben kleine handen
en kunnen daardoor heel fijn werk doen. Ze zijn heel goedkoop, omdat ze in groepen
leven en geen gezinnen moeten onderhouden. Ik koop veel in hun winkeltje, want
het is echt goedkoop. Zo hou ik deze (in onze ogen) misstanden in stand….
Daarna gaan we weer terug naar het hotel. 's Middags gaan we naar een Ayurvedice
kliniek voor een Ayurvedice massage. Dat is wel een belevenis. Ik word, geheel
ontdaan van kleding en sieraden, op een tafel gezet. Dan krijg ik olie over
mijn hoofd die met de knokkels ingemasserd wordt. Daarna moet ik liggen en er
zijn 2 flessen met olie nodig om de rest van mijn lichaam te doen. De massage
is tamelijk hardhandig te noemen. Met name de rug, rechterarm maar vooral de
kuiten doen pijn. Daarna voel ik me wel heerlijk.
In de avond gaan we naar de bios. De Rai Mandir Cinema. Een prachtige bioscoop.
Zo groot en zo mooi zie je ze hier niet. De man schuin achter me vertelt in
gebroken Engels, dat de architect zijn handen afgehakt zijn, nadat het gebouw
klaar was om te voorkomen dat er nog zo'n gebouw gemaakt zou worden. (Zou dat
waar zijn?) De film is zeer romantisch over 2 geliefden. Prachtig, maar helaas
niet te verstaan, zodat de eersten al na een half uurtje weggaan. Op hun plaats
komen onmiddellijk een paar vrouwen met kinderen zitten. Als er na een pauze
nog meer van ons weggaan komt de rest van de familie. Ze worden daarna weer
weggejaagd door personeel. Waarom begrijp ik niet. Ik ga met het laatste groepje
mee naar huis. Helaas is de film nog niet afgelopen. Jammer…
Dag 17 maandag 31 juli: van Jaipur naar Bharatur.
Vandaag om 7 uur opstaan. Ontbijten en met de riksja's naar de bus. Die vertrekt om half 10. We stoppen onderweg om wat te eten. Bij een stalletje met muziekcassettes koop ik een bandje van de film Refugee. Hij kost maar 60 roepies en dat is ongeveer drie gulden. Rond 2 uur zijn we al in Barathpur. Ons hotel heet Sunbird. Dit is een logische naam, want er is hier alleen een vogeltjespark, dus daar gaan we 's middags naartoe. Wel lekker rustig achter op de fietsriksja door dat park heen. We zien veel bijzondere vogels zoals: witte reigers, kleine papegaaien, apen, antilopes, een leguaan, waterslangen en een parend stel grote waterschildpadden, maar op de foto is dat niet terug te vinden. Ik vind het allemaal niet zo opwindend, maar ja ik ben ook geen vogelgek. Ook de rest van de dag beleef ik als niet zo bijzonder: eten, kijken naar een kaartspel en vroeg naar bed.

Dag 18, dinsdag 1 augustus: naar Agra.
Om 8 uur worden we uit onszelf wakker. We eten op ons dooie akkertje onder
het bloemenafdakje van het hotel. Om kwart voor elf worden we door onze taxi's
opgehaald. Wat een luxe. Onderweg stoppen we bij een vier eeuwen oude spookstad:
Sikri. Onder het bewind van Akbar was dit de hoofdstad van de Moghuls. Zodra
we uit de auto stappen, worden we, lijkt wel overvallen door allerlei kooplui.
Om gek van te worden. We gaan eerst naar het paleis. Voor de ingang koop ik
kaarten en een schaakspel. Voor de ingang van de spookstad even verderop komt
er een leuk jochie op me af. Hij vertelt, dat hij in de spookstad op school
zit, dat hij gastvrij wil zijn en dat hij zijn Engels wil oefenen. Ik laat hem
mee lopen. Jashie (zo heet hij) vertelt van alles. Op het laatst neemt hij me
mee door een achterpoort en wat denk je??? Een heel armoedig dorp van golfplaathuizen
doemt op. Er komen meteen twee mannen (ongetwijfeld kooplieden of handwerkmensen)
met teenslippers aanhollen… of ik mee wil komen naar hun huis. Daar heb ik geen
tijd en geen zin in, want ik wil niks kopen, dus ik ga weer de poort naar de
spookstad in. Niet lang daarna komt er een oudere man naast me lopen. Hij vertelt
me dat hij de vader van Jashie is en dat zijn school zo duur is. Hij moet nog
2 of 3 honderd roepies betalen voor zijn studie. Nog even later, als pa verdwenen
is, vraagt de jongen of ik een Hollandse gulden heb… helaas, die heb ik niet….
Of ik even in mijn tas wil kijken of ik niets heb wat hem gelukkig kan maken.
Ik bied hem mijn zakje snoepjes van Fisherman's Friends aan. Deze zijn wat teleurstellend
voor hem. De muntjes die ik bij elkaar zoek, wil hij niet:" Dat is niks", zegt
hij. Hij wil wel het tiendubbele. Dan word ik toch maar boos. Ik zeg tegen hem
dat hij tegen mij loog, toen hij zei dat hij gastvrij wilde zijn en zijn taal
wilde oefenen. Dat ik vind dat hij net als "de rest" van de Indische mensen
is en dat hij alleen op mijn geld uit is. Ik voel me opgelicht. Het lijkt wel
of wij hier niet als mensen maar als een loslopende geldbuidel gezien worden.
Er komt zelfs een (voor mij onbekend) joch naar me toe, die me bestraffend toespreekt
als hij mijn schaakspel opmerkt. Terwijl hij met zijn vinger heen een weer zwaait
beweert hij dat ik beloofde bij hem een schaakspel te kopen en toch naar een
ander gegaan was…. Niet waar dus, want ik had alleen iets beloofd aan een kaartverkoper
en daar kocht ik ook mijn kaarten…. Ik ben blij als ik in de taxi stap, weer
een illusie armer……. Zoals het bij een chique taxi hoort, gaan we in een (vergeleken
met andere dagen) duur restaurantje eten. Voor het toilet moeten we apart betalen,
maar dat loont de moeite, want het levert een prachtige foto van een bijzonder
uitziende vrouw op.
Het
lijkt India wel: prachtig en lelijk tegelijk.
We zijn nog maar net onderweg of we rijden Akra al binnen. Zo op het eerste
gezicht lijkt het een vieze stad. De anderen van de groep gaan meteen door naar
de Taj Mahal, maar ik heb geen puf meer. Vanaf het dak van ons hotel Reymond's
kan je de Taj Mahal zien liggen… wel mooi. De zonsondergang is ook niet zo spectaculair
vandaag, dus geen mooie kleuren. Het stinkt wel erg naar brand op het dak. Bij
nader onderzoek blijkt dat het de warmwatervoorziening voor de gasten is…een
ketel die opgestookt wordt… met vuur. We eten 's avonds wat in een lekker restaurantje,
want in het hotel kunnen we niet eten. Daarna gaan we naar bed.
Dag 19 woensdag 2 augustus: Agra.
Al om kwart over vijf sta ik op vandaag. Alleen Wout en Dirk hebben de moed
er ook zo vroeg uit te gaan. Maar ik wil perse voor de zonsopgang naar de Taj
Mahal. Per riksja gaan we tot het straatje ervoor. Het laatste stukje lopen
we. We moeten 500 roepies entree betalen (f. 25,-), maar voor dat geld mag je
ook in het ford. De Taj Mahal is werkelijk adembenemend en zo vroeg nog lekker
rustig. 
Zelfs de bedelaars zijn nog niet aan het werk. Als we binnenkomen lijkt het
wel of het bouwwerk zweeft. Het verhaal dat over dit gigantische bouwwerk gaat
is alsvolgt: de Sjah Jah heeft het tussen 1630 en 1660 laten bouwen voor zijn
vrouw, die tijdens de bevalling van haar 14e kind overleed. Er was geen architect
die zijn verdriet in een prachtig bouwwerk kon omzetten. Daarom liet hij de
verloofde van de beste architect vermoorden, en toen kon zijn gevoel wel in
een ontwerp vastgelegd worden. Nou, dat is hem goed gelukt, Al was de man wel
de rest van zijn leven verminkt, want toen hij klaar was, werden zijn handen
en die van de bouwers afgehakt. We hebben een hele tijd in een hoekje bij de
voorloper van de rivier de Ganges gezeten en naar de graftombe gekeken. Deze
kleurde geel op toen de zon erop ging schijnen. Alle bloemen en figuren zijn
met de hand uitgehouwen of ingelegd, prachtig. Na ons bezoek drinken we nog
iets in het straatje ervoor, daarna gaan we weer naar het hotel. Ons hotel is
niet zo bijzonder. Er valt niks lekkers te eten en toen we even iets zaten te
drinken, werd er in een van de gangen een aap doodgeschoten… Onze kamer heeft
geen douchekop. Het water stroomt uit een buisje. Een verdieping hoger is het
gebouw nog in aanbouw, terwijl de onderste verdieping alweer aan renovatie toe
is… een rare wereld hier.
Later op de dag gaan we met de hele groep naar het Agra Ford waar ook het paleis
is. Het verhaal gaat, dat de prins erzijn vader 8 jaar in heeft opgesloten,
zodat hij naar de Taj Mahal kon kijken. Het heeft een prachtig uitzicht op de
Taj met een lijkverbrandingsplaats ervoor en een zwemplaats erachter. Lekker
zwemmen in de as van de overledenen…
Toen de Sjah bedacht dat hij voor zichzelf ook wel zo'n mooie graftombe in het
zwart wilde, schijnt hij vermoord te zijn door de bevolking.
Na terugkomst in het hotel is het nog lekker vroeg…. Even een tukkie. Later
kijk ik nog even vanaf het dak (zonder terras) naar de Taj Mahal.
We vertrekken om 5 uur in de middag met de bus… We gaan eerst uit eten en daarna
naar de nachttrein. Voor we gaan slapen, binden we eerst alle slaapzakken met
kettingen en sloten aan elkaar vast.
Dag 20 donderdag 3 augustus: Varanassi.
Met een slaappil lukt het slapen in de trein, al word ik regelmatig wakker
van de pijn in mijn rug. (Dat komt ervan als je als 50 jarige nog aan zo'n reis
begint.)We komen al om 8 uur aan in Varanassi. Gelukkig kunnen we snel met riksja's
mee en in het hotel direct door naar de kamers. Het hotel heet "Tempel aan de
Ganges".
We kunnen
daar op het dak ontbijten met een prachtig uitzicht over de brede rivier. Na
een korte rust gaan we rond 1 uur weer op pad. Vlakbij het hotel eten we een
lekkere pizza. Het plan is om de oever van de Ganges richting centrum af te
lopen, maar dat mislukt, want de Ganges is buiten zijn oevers getreden en daarna
weer gedeeltelijk gezakt. Daarbij heeft de rivier een laag van ongeveer 50cm
klei achter gelaten op de paden. In een poging omhoog te komen, zak ik tot aan
mijn kuiten in deze klei weg. Wat een geluk dat ik goede sandalen heb gekocht.
Ondanks dat de schoenen helemaal vastgezogen zitten, lukt het me toch mijn voeten
met schoenen en al er weer uit te trekken. Een stukje verderop staat een waterpomp
(die het doet) en zo kan ik het ergste weer wegspoelen. Daarna klimmen we op
fietsriksja's en via een doolhof van straatjes, steegjes en het huis waar Dirk
woonde boven de muziekschool, komen we uiteindelijk bij een enorme verbrandingsplaats.
We zien stapels hout die voor het vuur moeten zorgen en op een dak een verbrandingsplek.
We volgen een verbranding van een oudere vrouw. Eerst wordt ze ondergedompeld
in de Ganges, na het uitdruppelen wordt het hout onder haar in de brand gestoken.
De mannen van de familie lopen 5x om de overledene heen. Daarna gaan ze weg
zonder om te kijken. Anders zou je de ziel misschien "vast" kunnen houden op
deze aarde en het terugkeren naar het hiernamaals kunnen belemmeren. Na deze
indrukwekkende vertoning zoeken we een plek om iets te drinken. Overal waar
je hier komt, komen kooplieden die je wat willen verkopen of bedelaars die ook
wat van je willen. Ik word daar wel kriebelig van. Nai, no, chello e.d. helpen
niet. Ze denken: straks koopt ze wel of zo, dus blijven ze onvermoeibaar doorgaan
met vragen. Later hebben we op een dakterras wat gedronken en gaan we op zoek
naar een leuk volksrestaurantje in de winkelstraat. Ik eet een talie met allerlei
hapjes, rijst en pannenkoekjes. De bedelende mensen nog in mijn achterhoofd
geven mij een schuldgevoel. Het is handig een reisleider te hebben die goed
de weg weet, al wordt er veel aandacht van hem gevraagd door de bewoners die
hem herkennen. We komen zelfs iemand tegen die beweert, dat onze reisleider
heeft gezegd, dat we met hem mee moeten naar zijn winkeltje. Niet waar dus.
Dag 21 vrijdag 4 augustus: Varanasi.
Alhoewel we vandaag niet reizen, staan we toch om 5 uur op. We gaan een boottocht over de Ganges maken (de wandeling van gisteren was immers mislukt.) Het is wel de moeite waard. Wel erg druk overal, maar wat zijn al die kleurige mensen prachtig.

Het maakt grote indruk op me. We gaan roeiend
stroomafwaarts en met een motortje weer stroomopwaarts. Onderweg zien we hoe
hier gevist wordt: steen, vis, steen, haakje, steen, vis, enz. We zien ook een
boer die zijn dode koe ondersteboven met zijn poten aan zijn boot heeft vastgebonden.
Hij is ook onderweg naar de zandbank midden in de rivier, waar wij stoppen om
te zwemmen (pootjebaden). Als hij daar aankomt, gaan wij alweer verder. Hij
snijdt de koe los en tegelijkertijd verschijnen er op de zandbanken meerdere
honden. Waar komen die nou vandaan? Wij hebben ze net niet gezien toen wij een
wandelingetje over de zandbank maakten. De roofvogels hebben vlees geroken,
want zij cirkelen boven de koe. De naam van die vogels ken ik niet. Ze lijken
op een havik, maar die zijn groten hoor ik. Na de badderpartij bezoeken we een
dorpje aan de overkant. Wij vinden het te heet om een kasteel van een of andere
koning te bezoeken. Al snel gaan we weer huiswaarts. Na een dutje hebben we
weer energie opgedaan en gaan we op zoek naar een zijdeweverij. Jeetje, wat
een primitieve omstandigheden. Je zal hier toch maar moeten werken. Ik koop
4 lappen zijde van 2,5 meter in mooie kleuren. Wel veel geld, maar volgens mijn
reisgenoten niet duur voor zijde. (Volgens de verkoper moet
het 10 jaar meegaan.) Ze kost na afdingen 250 rupees per meter (f 12,50). Om
half 6 moeten we verzamelen voor overleg. Zes van de veertien mensen gaan morgen
direct met het vliegtuig naar Katmandu. De ziekte heeft toegeslagen: diaree,
overgeven, griepgevoel, soms hoge
koorts. Het vliegtuig is vol, anders waren Bert en Karin (ziek) ook nog meegegaan.
Nu gaan ze morgen maar mee met de bus. Een busreis van 12 uur tot aan de Nepalese
grens. Niet zo leuk als je ziek bent. Vanaf de grens naar (natuurpark) Chitwan?
We zien het morgen wel, want het lijkt wel of we het versje van de tien kleine
negertjes nadoen…. Ondertussen heb ik wel pech….
Te weinig belangstelling (just me)
voor de muziekuitvoering, dus gaat het uitstapje niet door. Was ik nu maar met
een ander groepje meegegaan. Die gingen naar de plaats waar Boeddha zijn 1e
preek hield. Pokahare gaat ook al niet door. Ik voeg me maar… San is naar de
plaats van de verlichting van Boeddha geweest en net terug. Hij bruist na die
vermoeiende trip van energie… ongelofelijk. Ik rijd samen met hem met een fietsriksja
door Varanasi. Wat een drukte. Het is nog feest ook. Een grote kermis met een
reuzenrad. Het lukt ons niet om bij een verbrandingsplaats te komen. We rijden
in een fuik van mensen. Om 9.15 uur zijn we alweer terug. Met een paar mensen
drinken we op het dak nog een colaatje. (Ik mis mijn wijntje wel.) Een vallende
gekko komt op mijn arm terecht… Al kan het geen kwaad, je schrikt je een ongeluk.
Dag 22 zaterdag 5 augustus: Varanasi - Nepalese grens.
We gaan om ongeveer 6 uur uit de veren. Om 7 uur is er ontbijt en om half 8
gaan we weg. De rit duurt lang. In de bus zitten veel touristen. Zo zijn er
2 Hollandse sexbommen: puur natuur en nog leuk ook. Het is ook leuk om te zien
hoe sommige mannen van onze groep erop reageren. Hun gedrag verandert onmiddellijk
na het aanschouwen van zoveel moois. Ik noem het de werking van de James Bond
hormonen. De mannen zijn namelijk minstens 15 jaar ouder dan de "meiden". We
stoppen een paar keer in armoedige gelegenheden. Stel je voor: eten waar er
in de hoek vlakbij je zitplaats het vuilnis ligt opgestapeld. Onderweg hoor
ik dat San, Karin en Bert vanaf de grens niet naar Chitwan maar meteen naar
Kathmandu gaan. Ik besluit me bij hen te voegen, want ik wil graag een Tibetaanse
Bodnath bezoeken en misschien de bergen in.
Samen met inkopen doen, heb je daar wat extra tijd voor nodig. Bij de grens
met Nepal in Sanauli is het wel een heel gedoe. Eerst een formuliertje om India
uit te komen invullen. Aangezien ik niet op de grond kan liggen schrijven, gebruik
ik een scooterzadel als tafel. (Ik word weggejaagd door de eigenaar.) Daarna
lopen we de grens over. Daar moeten we weer een formuliertje invullen. Nu om
binnen te komen. Gelukkig kunnen we nu een muurtje als ondergrond gebruiken…
een stuk comfortabeler. De mensen zijn hier wel veel aardiger en tot mijn schrik
merk ik, dat ik nogal schreeuwerig ben tegen ze … een gevolg van India? (Ik
ben kennelijk niet meer mezelf.)
De hotelkamer is een ramp: gaten in de muur… een douche zonder water. Allemaal
niet zo erg als de kamer schoon is… maar vies, vies, vies…. Nel en ik binden
de klamboe aan een tralie boven de deur van onze kamer… daarvoor moeten we het
bed tegen de voordeur schuiven…. Als we eindelijk van binnen uit de klamboe
om het matras hebben geworsteld, komen we tot de ontdekking dat het licht ook
nog uit moet… We krijgen spontaan een slappe lachbui…
Het stikt hier van de muggen. Met een slaappil lukt het weg te dommelen.
Dag 23 zondag 6 augustus: naar Kathmandu
Vanmorgen word ik om 6 uur spontaan wakker. Ik denk maar aan 1 ding… Zo snel
mogelijk dit vieze, loeiwarme hondenhok uit. Gelukkig komt er nu wat water uit
de muur…. Ik kan nog wat zweet weg spoelen… Nel heeft pech… het water is alweer
op… We trekken de vieze kleren van gisteren weer aan en wachten op het dak op
de dag. Hier scheiden onze wegen… Nel gaat met de groep naar Chitwan. Ik ga
met Bert, Karin en San naar Katmandu. Onze bus vertrekt om 9 uur. De rit duurt
lang, maar is zeker de moeite waard. Wat zijn die groene bergen toch mooi. 1
keer moeten we wachten, omdat er een lading steen naar beneden komt. 1x stoppen
we, omdat er een lading modder de weg verspilt. 2x moet de bus door een riviertje
heen rijden. Gelukkig gaat alles goed. De wegen zijn hier beter dan in India.
De bus stopt zowat in ieder dorpje om passagiers in en uit te laden. Hij raakt
steeds voller. De mensen moeten al snel in het middenpad staan. Er staat ook
een vrouw met een baby op haar heup. Om haar te ontlasten neem ik de baby op
schoot. Het is een jongetje van 4 maanden. De moeder heet Sita. Zij vindt het
wel best, want als ze een zitplaats krijgt, valt ze uren in slaap en laat mij
met de baby. Ik vind het leuk, al ontdek ik dat het jochie geeneens een luier
heeft…. Gelukkig poept hij niet… en als hij plast, voel ik het denk ik niet,
want ik transpireer als "een lekkende kraan" en wij hebben dezelfde lichaamstemperatuur.
Ik maak een foto
van moeder en kind, als ze weer samen op de stoel zitten. Moeder zegt steeds
maar: Ai lijk joe.. Ik vraag haar om haar adres in Nepalees op te schrijven.
Dan kan ik de foto opsturen als hij mooi is geworden. We komen in de avond om
half 7 aan. Een taxi brengt ons naar ons hotel: Ganesh Himal. Gelukkig zijn
er nog kamers genoeg, want Dirk kon ze niet reserveren. De douche is heerlijk
en schone kleren zijn zalig. In de wijk "Thamel" eten we wat. Het lijkt hier
wel op de Kalverstraat. Veel internet winkeltjes, talloze mode en souvenir zaakjes
en heel veel touristen. Om 10 uur gaan de laatste winkels hier dicht. Even voor
11 uur zijn we terug. Gelukkig, want dan schijnt het licht hier uit te gaan.
Wat ben ik in India chagrijnig geworden tegen de bevolking. Hier lijken ze veel
vriendelijker en niet zo opdringerig. Voor het eerst in tijden loopt het zweet
me niet meer van mijn hoofd af. Het regent en de temperatuur is lekker.
Dag 24 maandag 7 augustus: Kathmandu - Bhaktapur.
Vanmorgen om 8 uur beneden…(Karin, Bert, San en ik).
We vertrekken met een taxi naar Bhaktapur. Daar treffen wij een verzameling
eeuwen oude tempels en een paleis met een badplaats aan. De architectuur is
echt van Nepal.
Een
heel verschil met India. Toch is de mooiste tempel een Hindoe tempel en we mogen
er niet in. Ik koop een Boedha CD op de gok, want ik weet niet wat er op staat.
In Nepal heeft het Hindoeïsme en het Boeddhisme zich vermengd, waardoor
weer een andere stijl ontstaat. Ik koop ook een prachtige dwarsfluit.
Op
het hoge balkon van een restaurantje spelen de man en ik samen in een soort
vraag en antwoord tril klanken… Mijn klanken zijn niet zo melodieus, de zijne
uiteraard wel. De taxi staat, zoals afgesproken, om half 1 nog keurig op ons
te wachten. Hij brengt ons naar Bodnath, waar de grootste stupa van Nepal staat.
Bodnath is een Tibetaans dorp in Kathmandu. Allemaal winkeltjes om de stupa
heen, die ik bijna allemaal van binnen zie. Op zoek naar een goede ring voor
San. We lunchen op een dakterras van een restaurantje met uitzicht op de stupa.
Het schijnt in een of andere film gebruikt te zijn, dus een beroemde plek….
?
In de tempel mocht ik zowaar een foto nemen van de aanwezige monniken. Ook hier
zijn bedelaars aanwezig. Ik maak ook een foto van een mooie oude bedelaar op
1 been. Na half 5 begint men om de stupa heen te lopen men prevelt gebeden.
Er zijn veel monniken bij, ook vrouwelijke. De rij lopende mensen wordt steeds
dikker en dikker. Ik loop zelf ook een rondje, waarbij ik de gebedsrollen laat
draaien als ze stil staan. We lopen ook een stukje op het dak van de stupa…
Wel eng, omdat hij rond afloopt… Jammer dat hier ook lastige kooplui zijn.
's
Avonds in het hotel kom ik eindelijk andere groepsleden tegen. Met Marieke gaat
het gelukkig beter. Annick is nu aan de beurt. Ze schijnt behoorlijk ziek te zijn.
We gaan naar een westers Italiaans restaurantje. Wel koel ingericht, maar schoon.
Ik eet kip in een wijnsaus (heerlijk) en... ja hoor eindelijk… 4 bolletjes ijs
met nog een lekker bakkie koffie toe. Iets verder is een jazzclub. Daar gaan we
nog iets drinken. Jammer, dat er geen live muziek is. Het is geen zaterdag. Het
gaat regenen, maar we zitten onder een dik tentzeil, dus, niks aan de hand…tot
het harder en harder gaat en het onweer losbast. Het terras waar we zitten begint
onder water te lopen en we moeten naar een hoger gelegen terras vluchten. Uiteindelijk
moeten we met onze schoenen aan door het water baden om bij de weg te komen. Gelukkig
staat er een taxi die ons redt en ons naar het hotel brengt… Vergeet ik mijn paraplu….
Een duur ritje dus. Het is de laatste nacht alleen op mijn hotelkamer…. Morgen
komt mijn kamergenote Nel weer, dus maak ik lekker veel troep en ga laat slapen.
Dag 25 dinsdag 8 augustus: Katmandu Durbar square
Lekker uitslapen? Vergeet het maar. Om 6 uur maken de duiven
lawaai en alle zwerfhonden in de buurt ruzie. Slapen lukt niet meer. Ik pak
al mijn spullen in en verhuis van de 4e naar de 1e etage.
Lekker geen duiven meer hier. Ontbijten in de tuin… wel wat nat, want het heeft
de hele nacht geregend.
Opeens horen we zingen. In het straatje van ons hotel blijkt achter een muurtje
een school te zijn. De hele school staat per groep in rijen opgesteld en het
lijkt wel of ze onder begeleiding van een klein orkestje de schoolregels zingen.
Ze maken op hetzelfde moment dezelfde gebaren. Na het lied marcheren de kinderen
rij voor rij naar hun klas. Het lijkt we een exercitie van het leger, wat een
discipline. Ik mag vandaag met Zita mee op stap. We lopen rechtsaf de mainstraat
af. Aan het eind van de straat: de levende godin en het paleis. Ik zie de godin
niet (hoor wel haar stem). Ze is pas 10 jaar geworden en als ze ongesteld wordt,
vliegt ze eruit. De rest van haar leven wil niemand met haar trouwen, omdat
ze een godin was. Er wordt uit het volk weer een nieuwe godin uitverkoren. (Of
is het een slachtoffer?)
Het paleis is niet zo bijzonder. We kijken vooral naar veel foto's en beklimmen
veel trappen (6 etages). Alleen de oude kledingstukken zijn de moeite van het
bekijken waard.
Na het paleis gaan we zo ons eigen gangetje. We spreken om half 1 af om samen
te lunchen. Sita weet een Afrikaans tentje. Het heet de Grashopper. Wel wat
donker binnen…. O, jee… de naam kwam al bekend voor… In Amsterdam hebben we
een koffiehuis dat zo heet…. Het is een hashtentje. We eten wel lekker, al moet
de soep nog komen als we al klaar zijn… maakt niet uit. Daarna is het tijd om
inkopen te doen.
Gelukkig komt de rest van de groep vandaag aan, dus zijn we aan het eind van
de dag weer allemaal bij elkaar. We gaan in een chique restaurantje eten… ik
eet kippensnitzel… niet erg Nepalees geloof ik, maar het smaakt goed. We liggen
er op tijd in….
Dag 26 woensdag 9 augustus: Kathmandu Thamel
Om 7 uur word ik uit mezelf wakker. Wel een herrie hier… Eerst had ik op de
4e etage last van honden en duiven. Nu hoor ik alles wat er gezegd
wordt.
Ik ga met Nel en Zita naar de German bakery. Heerlijk zo'n croissantje chocolade.
Jammer dat het daar al in de vorm van spuitpoep naar buiten komt… De "dunne"
blijft me achtervolgen. Gelukkig voel ik me er niet ziek bij, maar steeds als
ik denk dat het over is, slaat het weer toe. Daarna gaan we toch verder met
winkelen. Nel laat een broek maken. De voorbeelden vind ik een beetje stijf,
dus mij spreekt het niet zo aan. Ik laat me een of ander strijkinstrumentje
in mijn maag splitsen door een man die er prachtig op kan spelen. Het is vast
al stuk voor ik ermee in Holland ben en ik weet zeker, dat ik er nooit op zal
spelen… maar, ja… We gaan verder met de jacht op koopjes.
De groep komt om half 7 bij elkaar. We gaan morgen met een klein groepje de
bergen in… (Dirk onze reisleider niet, want nu is hij ook ziek.) We spreken
af dat we bij helder weer om 4 uur door Christophe wakker gemaakt worden, want
tijdens de zonsopgang heb je de meeste kans om de Himalaya goed te zien. Vandaag
heeft het de hele dag geregend… Die nieuwe plu die ik kocht, komt alsnog goed
van pas.
Dag 27 donderdag 10 augustus: Kathmandu-Nagarkot-Patan
We worden niet wakker gemaakt, dus het is slecht weer… Geen zicht op de Himalaya
… We gaan eerst naar de stad om te ontbijten. Wat zullen we gaan doen? Het is
onze laatste volle dag hier. Ik heb Patan nog niet gezien. Daar wil ik graag
heen. De anderen willen naar Baktapur,maar daar ben ik al geweest. We besluiten
eerst toch de bergen in te gaan naar Nagarkot. We gaan met 4 personen in een
taxi (Nel, Christope, Griet en ik). De uitzichten tijdens de rit zijn prachtig.
Bovengekomen vinden we een kleine stupa en wat eettentjes. We eten en genieten
van het uitzicht met zijn prachtige wolkenspel. Griet en Christope laten zich
een mooie foto aansmeren van de Himalaya zoals hij hiervandaan met helder weer
te zien is. Op de terugweg halverwege Bhaktapur stappen Nel, Christope en Griet
uit. Zij gaan een stuk door de bergen lopen. Zonder gids langs glibberige paadjes
en ongeoefend durf ik hier niet aan mee te doen. Bovendien wil ik graag naar
Patan. Ik blijf nog even in de taxi. Die zet me in Baktapur af. Daar word ik
door kinderen naar een taxi gebracht die me naar het centrum van Patan brengt.
Voor het eerst ben ik alleen op pad. Wat is het daar prachtig. Ik sta nog maar
net op het plein of het begint te plenzen van de regen. Ik duik een restaurantje
in en heb een prachtig plekje voor een raam.
Daar
blijf ik wachten tot het droog wordt. De muziek is prachtig. Het duurt erg lang
voor het droog wordt. De straat verandert langzamerhand in een riviertje. Ik
zit prima. Als het water begint te zakken, koop ik de CD en ga ik op zoek naar
de gouden tempel. Ik kom eerst bij een Hindoe tempel terecht. Die is groot en
het gonst er van bedrijvigheid.
Ik zoek de gouden tempel en moet er al voorbij gelopen zijn, dus weer terug.
In een vrij smalle straat zie ik twee leeuwenbeelden met daartussen een poort.
Dat blijkt de gouden tempel te zijn. Ik ga naar binnen en zie verschrikkelijk
mooie dingen. Het is een binnenplaats met in het midden de tempel en er omheen
een soort huis met allerlei interessante dingen. Ik ben blij dat ik alleen ben,
want ik kan nu op mijn gemak foto's maken…. Er is veel te zien, al staat het
wat dicht op elkaar. Alleen de betekenis van die 7 mooie grote vrouwenbeelden,
drie aan de ene, vier aan de andere kant van het heiligbeeld dat vereerd wordt
met kaarsjes is mij niet duidelijk. Ik mis Karin met haar Lonley planet… Ik
geniet van alle details daar en ga later met een taxi weer naar het hotel. Om
7 uur verzamelen. Gelukkig zijn Nel, Christope en Griet weer heelhuids uit de
bergen terug. Ze hebben heerlijk gelopen en geen last gehad van de plensbui.
We krijgen de tickets voor de terugreis en de paspoorten terug. We gaan uit
eten (voor de laatste keer) in Allisons place. Het eten is prima, maar de plee
stinkt een uur in de wind. Zelfs Dirk kan er met zijn gemopper in hun taal niks
aan veranderen.
We gaan de laatste nacht in.
Ik wil niet naar huis. Jammer, maar het zal wel moeten.
Dag 28, vrijdag 11 augustus: Kathmandu - New Dehli
Ik heb niet zo lekker geslapen. Ik ben superverkouden en een neus als een kraan
houd je uit de slaap. We gaan voor het laatst naar de German bakery om te ontbijten.
We nemen wat bolletjes mee voor onderweg. Nel haalt haar broek op bij de kleermaker.
Hij is redelijk gemaakt, maar ze wil niet op de foto (tussen die talloze andere
touristen die daar wat lieten maken). We besluiten met een motorriksja nog een
uitstapje te maken naar de apentempel. Hij is heel indrukwekkend. De trap is
erg hoog, wel 365 treden. Het is allemaal indrukwekkend. Vooral de monniken
met hun uitstraling en hun kleding maken veel indruk op me.
We
zien ook kleine monnikjes die geld van de toeristen uit een pot halen. Later
als we lopend naar ons hotel terug proberen te komen, zien we ze chocolade kopen
en in een taxi zitten. Ze hebben een goed leven hier.
In het hotel gekomen, moeten we nog wachten. Ik doe nog een dutje tussen de
tassen die op onze kamer verzameld worden (i.v.m. uitchecken voor 12 uur).
We vertrekken om 3 uur nadat we ons eerst hebben laten fotograferen door iemand
van het hotel. Wel leuk voor alle camera's "cheese" zeggen. We gaan met auto's
naar de luchthaven en nemen daar afscheid van Dirk, onze reisleider.
We vliegen naar New Dehli. Daar begint het eindeloze wachten (bijna 12 uur)
in de avond en de nacht. Er staan voortdurend mensen op de ramen te kloppen.
Het lijkt of ze willen zeggen.."Kom naar buiten om ons wat geld te brengen…
Jullie hebben genoeg". Ze mogen deze ruimte niet binnenkomen. Ik ben blij dat
ik in een groep reis. Behalve dat het erg gezellig is, heb je veel steun aan
elkaar. We proberen elkaar te vermaken en slapen op de grond of op de stoelen.
Ik beloof alle adressen te verspreiden onder onze groepsleden….

Dag 29 zaterdag 12 augustus: New Dehli - Schiphol.
Om half 3 vannacht begint het inchecken. Om ongeveer kwart over vier zijn we
ermee klaar.
We vliegen een paar uur met Usbekistan airways. Best een goede maatschappij,
al zien die vrouwen er heel anders uit dan die we de laatste weken zagen… veel
grover. In Taschkent moeten we weer 4 uur wachten. We worden wel vermaakt door
een band met een mooie zangeres op de trap van de wachthal. Helaas heb ik geen
foto's meer…. We stappen in en vertrekken naar Schiphol. Ik probeer met behulp
van een slaappil zoveel mogelijk te slapen…… Als ik 's middags om ongeveer halfzes
Hollandse tijd op Schiphol aankom, zit het er dik in, dat ik door mijn zussen
opgehaald wordt om vervolgens mijn moeder te bezoeken, omdat ze me zo gemist
heeft………

Reacties? Mijn e-mailadres is:
geholpen door:
WebWood v.o.f.
www.webwood.nl
BEDANKT!!!!!