Ontstaan van rassen
Mensen en honden trekken al tienduizenden jaren met elkaar op.
Maar de rashond-met-stamboom zoals we die vandaag de dag kennen
is van vrij recente datum, die bestaat pas sinds ongeveer 1850.
In de loop van vele eeuwen ontwikkelde de mens 'de hond'. Voor
zover de mens selectief fokte, was de selectie gericht op het nut,
de werkaanleg. Natuurlijke selectie zorgde er wel voor dat alleen
die honden overleefden die in een bepaalde omgeving goed konden
gedijen. Een naakthond zou het nu eenmaal niet ver gebracht hebben
als sledetrekker op de Noordpool.
Zo tekenden zich heel langzaam groepen honden af met een bepaald
werkdoel - waakhonden, trekhonden, veehoeders, jachthonden - en
een bij het werkdoel en de omgeving passend 'exterieur' - lichaam,
formaat, beharing.
Voor nieuwe generaties werden ouderdieren geselecteerd uit de groep
gebruikshonden die toevallig ter plaatse voorhanden was. Daardoor
gingen, zeker in vrij geïsoleerde streken, de honden binnen
zo'n groep steeds meer op elkaar lijken. Maar dat was een bijkomstigheid,
dat was geen fokdoel op zich. 'Goed' werd afgemeten aan functionaliteit,
daar kwamen nauwelijks schoonheidsidealen aan te pas.
Tegen de achtergrond van die ontwikkelingen over tienduizenden
jaren, is 150 jaar natuurlijk niets. Toch zijn er juist in de laatste
eeuw heel ingrijpende veranderingen geweest in de hondenfokkerij.
Het sleutelwoord daarbij is het gesloten stamboek, dat vanaf halverwege
de negentiende eeuw de hondenfokkerij op z'n kop zette.
lees verder >>
|