Omgaan met teleurstelling
Fokken van een hond van een bepaald ras in samenwerking met andere
fokkers kan betekenen dat (tijdelijk) de eigen verwachting bijgesteld
moet worden. Dat kan een teleurstelling zijn, maar het is een overkomelijke
teleurstelling als het ras ermee gediend is.
Fokken van rashonden heeft een inherent gevaar: doordat in veel
rassen alle honden afstammen van een paar voorouders is de kans
reëel dat op enig moment zich een explosie van een ernstige
afwijking voordoet. Voor een fokker die meerdere honden heeft die
deze afwijking daadwerkelijk vertonen kan dit het einde van zijn
lijn of zelfs kennel betekenen. Een enorme teleurstelling. Het is
een risico dat iedere fokker loopt tenzij hij dieren uit verschillende
lijnen in huis heeft. Maar dan nog is dit geen garantie dat geen
van zijn honden die betreffende afwijking zullen (gaan) vertonen.
Een dergelijke terugslag heeft ook als gevolg dat niet alleen de
dieren in zijn eigen kennel, maar ook daaruit gefokte dieren een
verhoogde kans op dezelfde afwijking hebben.
Als fokker weet je dat zoiets ook jou kan treffen en neem je gericht
maatregelen in je fokprogramma op om deze risico's tot een minimum
te beperken. Volledig uitsluiten bestaat niet, maar beperken van
het risico kan wel.
Eigen verwachting versus teleurstelling: ook op veel minder dramatische
schaal komen teleurstellingen voor en zullen ze voor blijven komen.
Daarom moet je als fokker eigenlijk meer gericht zijn op je ras
dan op je eigen kennel.
|