Verbeteren van het ras
Ook deze kreet staat in de statuten van vrijwel alle rasverenigingen:
verbeteren van het ras. Maar moet je wel zo nodig verbeteren? En
misschien nog wel een veel principiëlere vraag: wát
moet je verbeteren?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moet de fokker bekend zijn
met de status van het ras. Hoe staat het ras ervoor? En welke kenmerken
gebruik je om dit vast te stellen? Als we uitgaan van rassen en
hun oorsprong kun je drie basis-entiteiten onderscheiden: gezondheid,
gedrag en uiterlijk.
Gezondheid omdat dit voor iedere vorm van leven de bepalende factor
is om te kunnen overleven. Natuurlijke selectie vindt plaats op
basis van overlevingskans, weerstand tegen ziekten, verwerken van
voedsel en mogelijkheid tot voortplanten.
Gedrag is maatgevend om zich staande te kunnen houden in een groep.
Gedragsgestoorde honden zullen weinig overlevingskansen hebben.
Uiterlijke onvolkomenheden zijn eveneens van invloed op het functioneren
van de hond. Een hond die "slecht" gebouwd is, is niet
goed in staat in zijn eigen voedselvoorziening te voorzien. Een
hond die qua vacht niet is toegerust voor de omgeving waarin hij
moet leven maakt eveneens weinig kans. Een hond die een slecht of
misvormd gebit heeft zal ook geen lang leven beschoren zijn.
Nu leven de meeste van onze honden niet meer in de natuur en voorzien
mensen in de primaire behoeften zoals huisvesting en voeding. Maar
het feit dat de hond niet meer zelf in z'n eerste levensbehoeften
hoeft te voorzien, wil niet zeggen dat we bij de fokkerij geen aandacht
meer hoeven te besteden aan gezondheid en gedrag.
Behoud van het ras en gelijktijdig verbeteren van het ras vraagt
om een voortdurende afweging. Verbeteren mag nooit ten koste gaan
van behoud, sterker nog verbeteren moet juist in het teken van het
behoud van een ras staan. Bij ieder fokprogramma dat verbetering
nastreeft, zal maximaal behoud van kenmerken die van belang zijn
voor de overleving van een ras gewaarborgd moeten zijn.
|