|
Home
Info
Reisverslag
Route
Foto's
|
Reisverslag Zuidelijk Afrika
26 en 27 mei 2000
Op het vliegveld vast kennis gemaakt met wat medereizigers. Heel benieuwd
hoe het gaat in zo’n groepsreis. Via Wenen naar Johannesburg, in een airbus Mo
11, hartstikke luxe, met eigen videoschermpjes en alle ruimte. Heerlijk!
In Johannesburg moesten we overstappen naar Kaapstad, maar doordat ons vliegtuig
vertraging had moesten we ons erg haasten. De tuthola achter de balie was nog
vergeten onze tickets terug te geven, dus ook daarvoor moesten we weer terug.
Kwamen bijna als laatste het vliegtuig in en zaten ook nog eens ver uit elkaar.
Pffff.
Maar we zijn op plaats van bestemming gekomen waar onze gids voor de komende 3 ½
week op ons stond te wachten. Ons vervoermiddel voor de rest van de reis is een
omgebouwde vrachtwagen.
De rit van het vliegveld naar Kaapstad heeft al een grote indruk achter gelaten:
een krottenwijk op een vuilnisbelt… De huisjes staan hutje mutje en bestaan uit
niet meer dan planken, afvalhout en golfplaten. En dan vlak naast deze
krottenwijk staan de luxe villa’s. Wat een mega groot verschil.
In het backpackershotel kennis gemaakt met de overige reisgenoten en Pauw en
Angela die ons versterkten als trainie en chauffeur.
Nog wat in de stad rondgelopen; waterfront de vroegere haven, de tafelberg(waar
we niet opgeweest zijn ivm de bewolking) en als afsluiting onze eerste braai.
28 mei 2000
Vandaag gaan we naar de beroemde, maar ook beruchte Kaap de Goede Hoop, de
kaap waar vele zeelieden zijn omgekomen in legendarisch stormweer.
Eerst stoppen we nog op Boulders Beach waar een pinguïnkolonie huist.
Overal waar je kijkt zie je zwart / wit: pinquins in groepjes, alleen, op een
nest, met een kleintje tusen de voeten, onder de bomen, op het strand, in de zee
overal zie je waggelende pinguins. Geweldig. Verder naar Kaap die goeie hoop,
waar we eerst buiten op klapstoeltjes in de regen ontbijten. De kaap zelf is
niet zo indrukwekkend, die eer is aan het nabijgelegen Cape Point. Dit is een
steile klif die als een wig de zee in steekt. In de diepte zien we de schuimende
golfslag van twee oceanen die hier vermengen. In de regen lopen we door de
natuur en klimmen de rotsen op. Hier zien we struisvogels en een Rockdassie. We
klimmen het pas op naar de vuurtoren vanwaar we en prachtig uitzicht hebben!
Helaas wordt dit uitzicht snel bedorven door allemaal japanners met
fototoestellen….
Hierna rijden we verder in noordelijke richting gaan rijden om dan in de
vooravond aan te komen in Citrusdal waar we voor het eerst onze koepeltentjes
opzetten en ons potje gaan koken. Nog even heerlijk genoten van het zwembad met
super warm water. (bronwater)
29 mei 2000
Vandaag zetten we koers naar de grens met Namibië . De lucht verandert van
grijs naar blauw, dit gaat de goede kant op!
Onderweg zien we bavianen, lunchen we voor Springbok in de wildernis en doen we
nog wat boodschappen in het dorpje zelf. Eind van de middag passeren we de grens
bij Namibie, stempeltjes halen, stukje doorrijden en weer stempeltjes halen.
De oranjerivier is tevens de grens en aan deze rivier zetten wij onze tenten op.
In een rieten hutje konden we koken en hebben braai gemaakt met salade, vlees en
wijn. Warm gedouched, maar meteen weer flink afgekoeld in de tent. Brrr warm is
het niet.
30 mei 2000
‘s Ochtends hebben we een kanotocht op de Oranjerivier gemaakt. Het eerste
stuk was wel relaxed, tot we bij de eerste stroomversnelling aankwamen, waar ik
de eerste beste golf over me heen kreeg en nat werd J
Verder was het een geweldige tocht door een hele mooie omgeving! Gauw onder de
douche door, spullen pakken, tent afbreken en de bus in.
Op naar de Fish River Canyon, een spectaculaire rivierkloof die in grootsheid
alleen onderdoet voor de Grand Canyon. Hier waren we net op tijd voor
zonsondergang. Aan de rand van de Canyon hebben we gekookt en gegeten. Terug op
de camping nog even kampvuurtje gemaakt maar vroeg mijn tentje in, want ik hoor
bij de paar gekken die morgenochtend om 5.00 uur op gaan staan om af te dalen in
de Canyon!
31 mei 2000
Een flinke afdaling met stijle stukken, losse stenen, klim en klauterwerk
tussen rotsen door, door struiken en watertjes. Maar op en top genieten: de zon
die opkomt, de mooie en sterk wisselende plantengroei, de rust en ruimte om je
heen. De steenformaties op de bodem van de kloof zijn naar schatting 2 miljard
jaar oud. Beneden in de Canyon is de oorzaak van de diepe inslijting, de Fish
River, een rivier die er honderdduizenden jaren over heeft gedaan om over een
afstand van 160 km de honderden meters diepe canyon uit te slijten. Aan deze
rivier even bijkomen en genieten van de rust, de vogels en de opkomende zon. De
zon maakt de rotsen rood, je ziet alles langzaam van kleur veranderen. Op zijn
breedst is de kloof 27 km en op zijn diepst 550m.
De klim omhoog was heftig, maar 2 blaren, een nat t shirt maar bovenal een mooie
ervaring rijker kom ik toch boven.
De rest is ook wakker en aan het inpakken. De bus in op weg naar Luderitz!
De omgeving verandert weer, het wordt steeds meer woestijn. Voor Aus hebben we
gelunched, en weer verder gereden langs woestijnpaarden, zandduinen etc.
In Luderitz zelf even rondgelopen en daarna de tentjes opgezet: Heel gaf: aan
zee tussen de rotsen! De vuurtoren en zee aan de ene kant, de zandduinen aan de
andere kant.
’s Avonds heerlijk uit eten geweest en lekker slapen.
1 juni 2000
Vanochtend konden we uitslapen! Pas om 8.00 uur de boel inpakken, afbreken
en ontbijten.
Op naar Kohlmanskopf, oftewel " ghosttown’ een sinds 1956 verlaten
diamantenstadje. Vervallen, met zand volgewaaide huizen en andere gebouwen zoals
het ziekenhuis, een sportzaal, museum en trein. Alles piept en kraakt door de
wind en behalve sprinkhanen is er helemaal niets. Alsof iedereen van de ene op
de andere minuut was weggerend om nooit meer terug te komen, luguber.
Flink doorgereden en gelunched op een prachtige plek midden in de overweldigende
afrikaanse natuur tussen een kudde woestijnpaarden.
Op een kleine camping overnacht en een heerlijke vis braai als avondeten.
Sfeertje was super, bierbrood gebakken, kampvuurtje, wijntje en lekker kletsen.
2 juni 2000
’s ochtend een beetje uitgeslapen voor we naar Duwisib castle gingen. Ik
vond het kasteel niet zo veel bijzonders, veel kamers waren niet ingericht dus
daar waren we snel doorheen.
Na dit bezoek zijn we doorgereden naar Sossusvlei/ Sesriem, door de Namib, de
oudste woestijn ter wereld. De naam betekent zoveel als ‘oneindige ruimte’ in de
taal van het Namaque en heeft de bijnaam "Zandzee". Tentjes opgezet, duik in het
zwembad (koud! Maar wel lekker afkoelen) Na de lunch zijn we naar Sesriem canyon
gegaan. Naar beneden geklauterd en in de kloof gewandeld. Handig om slippers /
open schoenen aan te hebben, want we moesten een paar keer het water door, een
keer tot mijn middel. Niet iedereen was hier even blij mee geloof ik.
Terug op de camping weer opgefrist in het zwembad en daarna naar de zuindduinen.
De ‘Elim’ zijn we opgeklommen om naar de zonsondergang te kijken. Vol
enthousiasme begin je aan de klim, maar dat enthousiasme werd al snel ingedamd.
Je zakt gigantisch weg in het zand en elke keer als je dacht nu echt op de
bovenste top te zijn kwam er nog wel weer een top achter. Gelukkig was het wel
de moeite waard en terug naar beneden was gene probleem. Gewoon recht naar
beneden, rennen !!! Eenmaal benden woog ik zon 10 kilo zwaarder door al het zand
wat ik met me meedroeg…..
Terug zijn we de 5 km. gaan lopen, in het donker. Pieter weet onwijs veel te
vertellen en maakt zo’n avond wandeling erg interessant. Eenmaal terug eten,
kampvuurtje en slapen.
03 juni 2000
Vroeg uit de veren, om 5.00 vertrekken we naar het Namib Naukluft park. Het
park bestaat voor een groot deel uit een zee van enorme duinenrijen, die een
hoogte kunnen bereiken van zo’n 300 meter. Daarmee behoren ze tot de hoogste ter
wereld. Ons doel van deze vroege tocht is Dune 45, de duin met spectaculaire
uitzichten tijdens zonsopgang & zonsondergang. Na een stevige klim bekijken we
vanaf de 150 meter hoge top de geweldige zonsopgang over de surrealistische,
door de wind gevormde rode zandduinen. Het kost superveel inspanning om de 150
meter hoge duin te beklimmen, maar het uitzicht op het onwezenlijke
maanlandschap is geweldig. Eerst zie je de lucht mooi kleuren, en als de zon
opkomt wordt de ene kant van de duinen knaloranje en de schaduwkant lijkt wel
pikzwart.
Terwijl iedereen netjes naar beneden loopt blijven wij met Inge en Stefan achter
en rennen in een keer de stijle kant van de duinen af, wat eruitziet als een
grote stofwolk.
De lucht is inmiddels strakblauw, de duinen knaloranje. Een geweldig contrast.
Aan de voet van duin ontbeten en doorgereden naar Sossusvlei, een grote duinpan,
die als een oase tussen de oranjerode duinen ligt. Het is verbazingwekkend hoe
zich temidden van zoveel zand toch acacia’s en kleinere struiken kunnen
handhaven. De grond is gebarsten en kurkdroog.
Met een klein groepje lopen we naar Hidden Vlei, maar halverwege hou ik het voor
gezien. Tussen een paar rotsen een lekker plekje gevonden, nou ja dat dachten
we, want ineens zitten we midden in een zandstorm.
Het is echt een heel aparte gewaarwording, deze omgeving. Alles lijkt dor droog
en dood.
Als de groep weer compleet is rijden we verder naar Swakopmund.
Langs 2 canyons gereden en gestopt in Walvisbaai, waar honderden flamingos
zouden moeten zitten……Maar helaas, de vogels waren gevlogen.
In Swakopmund slapen we in bungalows. Eindelijk alles verlossen van het zand! ’s
Avonds uit eten geweest, haai en struisvogel geproefd en genoten van de
verrhalen van Pieter. Supergezellig avondje en wat een heerlijkheid om om een
echt bed met een kussen te slapen. (in de tentjes slapen we op een matje en een
met kleding gevulde kussensloop)
4 juni 2000
Een dagje relaxen in Swakopmund, een koloniaal stadje met door palmen
overschaduwde straatjes. Het oude havenstadje ligt ingeklemd tussen de woestijn
en de oceaan.
Nadat we wat uitgeslapen hebben, zijn we met Inge en Stefan de stad ingegaan, op
zoek naar een fototoestelletje voor hen, die had het begeven.
Stefan en Remco zochten al snel een terrasje op, Inge en ik hebben nog wat
gelopen over een marktje. Hier allebei een supermooie houten giraffe gekocht,
zo’n 1.20 meter groot. Je had de mannen moeten zien kijken toen wij met die
beesten het terras opkwamen. Haha
Verder wat gerelaxed, kaartjes geschreven, mailtjes gelezen en verstuurd,
lunchen, naar het strand en al het zand uit de kleren achtergelaten in de
wasmachines…..
Pizza gehapt en dat was alweer t het einde van deze dag.
5 juni 2000
Op naar Uis! Maar eerst een stop langs Skeleton Coast bij Cape Cross waar
een gigantische zeeleeuwenkolonie zit. Duizenden van die beesten bij elkaar, en
stinken!!!
Maar behalve de stank was het supergaaf om te zien en te horen. Op de rotsen, in
de zee, dood, levend, klein, groot, jong, oud, bij elkaar of alleen, drinkend
bij hun moeder, waggelend over het zand, liggend in de branding……
Langs een dorpje op het strand: allemaal huizen op palen en that’s it.
Gelunched bij een bijzondere plant: de ‘tweebladkanniedood’ een woestijnplant
die honderden jaren oud wordt, en waarvan heel duidelijk te zien is of het een
mannetjes of vrouwtjesplant is.
Na de lunch wist Pieter een kortere weg, die door een rivierbedding heenging.
Dat was echt een en al hobbels over de losse stenen van de bedding. De omgeving
was wel heel mooi, maar na 5 km gehobbel zijn we omgekeerd. Pieter durfde het
niet aan, wilde niet vast komen te zitten. Achteraf hoorden we dat een andere
bus hier 2 dagen had vast gestaan, dus toen waren we erg blij dat we waren
omgekeerd.
De camping in Uis was wel oke, behalve dan dat we tussen de koningskrekels
zaten, mega beesten die overal fladderen, springen en gigantisch stinken. In de
wc, de douche, je tent en op de grond.
6 juni 2000
Weer op tijd vertrokken, we hadden veel te doen vandaag op weg naar Etosha.
Onze eerste stop was bij een "Damaran familie" Deze familie woont in the middel
of nowhere in hutjes van twijgen en klei. Kinderen liggen op kleedjes op de
grond tussen de kippen en andere beesten.
De 2e stop was bij de ‘ organpipes’ een stuk in de rotsen waar de
rotsdelen op orgelpijpen leken en vervolgens naar ‘ burt mountain’ een berg in
rood/ zwart alsof hij verbrand was / in de brand stond.
Op naar de bushmen tekeningen van Twijfelfontein. De 6000 jaar oude graveringen
zijn uitgehakt in de rotswanden en behoren tot één van de meest bijzondere van
Afrika.
Tot slot brengen we nog een kort bezoek aan het Versteende Woud, een partij
versteende boomstammen die verspreid liggen in het woestijnlandschap. De
versteende schors van deze oeroude bomen is haast niet te onderscheiden van
echte schors.
Na een flinke rit komen we aan in het uitgestrekte Etosha National Park, dat zo
groot is als half Nederland. Het enorme natuurgebied van het Etosha park beslaat
zo’n 23.000 km, bestaande uit savanne met centraal gelegen een pan (een
depressie) ter grootte van 130 bij 50 km. De pan is waarschijnlijk van oorsprong
een meer, maar doordat de Kunene rivier duizenden jaar geleden haar loop
verlegde bleef er niets ander over dan een plantloze, gebarsten zoutvlakte. Als
de zon de lucht heeft verwarmd zijn er vaak lucht-spiegelingen te zien. De
mineraalrijkdom en de regenval trekken grote aantallen dieren aan. Rondom de pan
en elders in het park groeit een voedzame vegetatie van grassen, vetplanten en
acacia’s. Verder leven er antilopen, springbokken, zebra’s, gnoes, giraffen,
olifanten,oryx, leeuwen, cheeta’s en luipaarden. Ten bate van de dieren zijn een
aantal permanente drinkplaatsen gegraven, waar vooral in de namiddag veel dieren
op afkomen. ’s Middags bij aankomst in het park hebben we meteen al het 1e
wild gezien: springbokken, gemsbokken, giraffen en zebra’s.
Nadat we op de campsite onze tentjes hadden opgezet zijn we in het donker
teruggegaan naar de drinkplaats. Daar hebben we neushoorns en olifanten gezien.
Na het eten wat bij de tentjes gezeten tot Pieter kwam melden dat er leeuwen
waren bij de drinkplaats. En ja hoor: 2 jonge mannetjesleeuwen!
Eenmaal terug bij de tenten moesten we gauw alles naar binnen halen, want tussen
onze tenten liepen allemaal yakhalzen. In het donker zie je dan die ogen
oplichten en als je naar t toilet moet is het: wie gaat er als eerste uit de
weg: de yakhals of ik…….t werd de yakhals J
7 juni 2000
Voor zonsopgang onze eerste safari. De zonsopgang op zich was al super om te
zien, zo’n knaloranje bal tussen de bomen door.
Verder ontzettend veel dieren gezien, springbokken, zebras giraffen, gemsbokken,
wildebeesten, struisvogels, leeuwen en vele vogels.
’s Middags hadden we even tijd voor onszelf, wezen zwemmen, op de watertoren
geweest en om 15.00 uur nog een safari gedaan.
Wanneer je een tijdje op dezelfde plek bent zie je ook de rangorde tussen de
dieren. De gemsbok is dominanter dan de zebra, en verschillende kuddes zebra’s
tasten elkaar eerst af voor ze elkaar begroeten. Mannetjes gemsbokken vechten om
de leiding etc.
’s avonds braai gegeten en met Inge, Stefan en Pieter naar de drinkplaats
geweest. Er waren olifanten en leeuwen: deze keer een moeder met 3 kleintjes. En
er kwamen 2 zwarte neushoorns. Geweldig!
Met Pieter zijn we nog een stuk de bush ingelopen, weg van de drinkplaats, het
is dan echt pikkedonker en je hoort van alles ritselen tussen de bosjes………………
8 juni 2000
Vanochtend naar de andere kant van het park gereden. Heel veel dieren
gezien, maar t leukste was wel ‘giraffenland’ Ontzettend veel giraffen gezien,
ook van dichtbij en machtig mooi om die beesten te zien rennen.
Vlak voor de bus stak er ook een kudde olifanten de weg over, variërend van hele
kleintjes tot volwassen mannetjes. Super!
Tentjes opgezet gegeten en heerlijk gedroomd over giraffen en olifanten!
9 juni 2000
Vroeg op en lange dag in de bus. Shopstop in Otjiwarango en stop in Windhoek
waar ik niet echt vrolijk werd van de computers, alleen maar errors. Daarna
doorgereden naar Gobabis waar we gaan overnachten. Tentjes opgezet en de bar
ingegaan. Lekker dronken, lekker gezellig en goed geslapen!
10 juni 2000
Vandaag zeggen we Namibie gedag en rijden we door naar Botswana. De grens
over, weer wat stempeltjes in ons paspoort.
Doorgereden naar Maun. Onderweg zagen we op de weg een pofadder liggen. Deze
slangen zijn groot en erg gevaarlijk. Deze camping is wel leuk, ook primitief.
Douches zijn van elkaar afgescheiden door rieten mattten en de bovenkant is
gewoon open, dus je staat buiten de douchen. Wel is er een bar bij en een
zwembad.
In de omgeving zijn kleine dorpjes die bestaan uit ronde hutjes van klei of riet
met een rieten puntdak.
Terwijl we ‘sa vonds bij de tenten nog wat zitten te kletsen komt de chauffeur
van de Djosergroep erbij, en meldt dat hij een pofadder bij zich heeft, of we
die willen zien. Wij geloofden er niet zo in, of dachten dat t een dode zou
zijn, dus best, ga maar halen. Hij weg en kwam ook pas een eeuwigheid later
terug. Wat bleek: De adder was ontsnapt uit de doos en kroop dus ergens gezellig
in de Djoser bus rond! En moest dus nog gezocht en gevangen worden, wat niet
zo’n fijn klusje is als je weet dat zo’n beest erg gevaarlijk is en de bus
pikkedonker. Gelukkig voor hen is t voor de slang winter en is ie niet zo snel.
Maar goed, slang gevonden, wij hebben m voor ons in t zand gezien, mooi om te
zien, en eigenlijk moeilijk te geloven dat zo’n beest je kan doden.
Daarna lekker (?!) gaan slapen, de tent extra goed afgesloten.
11 juni 2000
Eerst naar Maun geweest, daarna terug naar de camping en gebruik gemaakt van
t zwembad. Daarna kon je een rondvlucht maken boven de Okavango Delta. Het water
van de Okavango rivier verspreidt zich hier over een gebied ter grootte van half
Nederland, waar het een oase vormt van moerassen, kreken, lagunes en tal van
eilandjes. Dit gebied is een binnendelta; het water van de Okavango rivier
verdwijnt in de grond nadat het zich over een groot gebied verspreid heeft. Van
bovenaf gezien, ziet de Okavango eruit als een gigantische hand met een arm die
ten zuidoosten uit de Kalahari steekt. De vijf ‘vingers’ zijn de kleinere
rivieren die zich verder vertakken in een watergebied van ± 13.000 vierkante km
groot. In dit praktisch onbewoonde en ongerepte gebied tref je dan ook een
uitbundig vogel- en wildleven aan. Zo komen er wel 350 vogelsoorten (zoals
vis-arenden, ijsvogels, uilen en de ‘hadeda ibis’) in dit gebied voor. De
voortdurende aanwezigheid van water in deze overigens droge streek aan de rand
van de Kalahari woestijn heeft een bijzonder rijke wildstand opgeleverd.
De piloot gaat op zoek naar grote kuddes dieren en men krijgt een prachtig
overzicht van het hele deltagebied. Een vlucht over de delta verschaft een uniek
beeld en laat je de delta op een geheel nieuwe manier zien. Hoe anders kun je
krokodillen, nijlpaarden en olifanten zo goed bekijken dan vanuit een klein
vliegtuigje.
We zaten er met zijn 5en in en de vlucht duurde ongeveer een uur. Volop genieten
dus, en veel dieren gezien; apen, olifanten, waterbuffels, giraffen, nijlpaarden
etc.
Na dat uur vliegen zijn we met Inge en Linda een stuk gaan wandelen, waarbij we
uitkwamen in zo’n klein dorpje. We hadden meteen alle kids uit t dorpje om ons
heen verzameld, die ons helemaal leuk vonden. Ze wilden op de foto en hebben ons
hun ‘ fort’ laten zien. Mijn gladde haar was reuze interessant en we hebben een
tijdje met elkaar gepraat, met handen en voeten. Erg leuk tot een moeder een
voor ons totaal onverstaanbaar verhaal begon, maar t klonk niet al te
vriendelijk dus zijn we weer verder gegaan.
’s Avonds natuurlijk voetbal gekeken (Nl- Tsjechie) wat eindigde in een klein
feestje voor ons omdat we wonnen!
12 juni 2000
Na een rit in een open wagen over veel hobbels en langs veel (scherpe!)
takken kwamen we bij de mokoros aan. Voordat we de mokoros ingingen, zijn we
eerst naar een groot meer gaan wandelen waar een flink aantal nijlpaarden en
krokodillen huisden. Wel eens stoer gezicht, die hippo’s. Hoe ze onder gaan en
dan langzaam weer naar boven komen, soms hun bek wagenwijd open. Tja daar moet
je zeker niet tussen komen!
Weer terug naar de mokoros. Mokoros zijn uitgeholde boomstammen van ebbehout.
Een polar duwt dan met een lange stok de boot door de watertjes heen. Onze polar
heette Gaubon, een verlegen jongen van 18. Al heel gauw bleek onze mokoro niet
waterdicht te zijn. Ik had een zeiknatte kont en Gaubon bleef maar water uit dat
ding scheppen met zijn handen. Halverwege werd mijn zitdeel voorzien van een
nieuwe lading riet. Tijdens wat stoerdoenerij met andere polars viel die van ons
nog overboord, en t scheelde weinig om we sloegen om en wij gingen mee. Haha.
Na een tochtje van ongeveer 1 ½ uur kwamen we op de plek aan waar we zouden
overnachten. Tentjes opgezet en siesta gehouden buiten. Ons toilet was een gat
in de grond met een rieten stoeltje erboven. Nou laat maar, dat gat in de grond
is prima! Geen stoeltje nodig……
Rond 15.30 uur gingen we en wandeling maken door de delta, wat op zich al
spannend was omdat je echt midden in t gebied loopt waar theoretisch je om de
hoek tegen een olifant kan aanlopen.
Helaas kwamen we niet zo heel veel beesten tegen, zebra’s, wilde beesten en de
schedels van een buffel en een olifant, afdrukken van leeuwepoten (maar waar was
die leeuw?!) en megahoge termieten heuvels.
’s Avonds heb ik met een paar anderen buiten geslapen in de open lucht onder
alleen een klamboe. Nou ja geslapen, je hoort van alles ritselen en bewegen en
ziet helemaal niks!
13 juni 2000
Helaas hebben we pech met de truck en moeten we nog wat langer op de camping
in Maun blijven. Nou zijn we allang al blij dat dat hier is en niet ergens in de
middle of nowhere. Hier vermaken we ons wel. Remco en Stefan gaan golfen in de
bush, ze moeten de bal over een riviertje slaan en dan met een bootje
erachteraan. Geweldig!
Inge en ik blijven heerlijk luieren bij t zwembad en hebben lol met de rest.
14 juni 2000
We reizen langs simpele dorpjes en door de glooiende savannes naar een van
de meest wildrijke parken van Afrika, Chobe. Het Chobe Park is met recht
beroemd. Dit park is ± 11.700 vierkante kilometer groot en is zo bijzonder dat
het al in 1939 werd uitgeroepen tot beschermd gebied. Het park biedt een zeer
diverse natuur en daarmee een rijke verzameling diersoorten. Dankzij z’n goede
bescherming herbergt het zeer grote kuddes olifanten. Wij maken een boottocht
over de rivier. Op de rivier heb je alle gelegenheid een grote verscheidenheid
aan wild te zien drinken. Kuddes olifanten, zebra’s, impala’s, waterbokken, maar
ook nijlpaarden, krokodillen, otters en buffels. Wij hebben echter met name
nijlpaarden, krokodillen en vogels gezien. Van de andere dieren geen spoor te
bekennen.
Opvallend aan dit park is de opmerkelijke aanwezigheid van gieren. De grote kale
bomen zitten vol met gieren, die wachten op de kadavers die achtergelaten worden
door de talloze roofdieren. Vanaf de boot zie je visarenden een duikvlucht
maken.
15 juni 2000
Vandaag steken we de grens over met Zimbabwe. Op de grens steekt er een
olifant over, machtig gezicht zo voor je neus! Doordat het burgeroorlog is en
niet veilig, doen we alleen maar een klein stukje van Zimbabwe: het deel op de
grens van de Victoria Falls. Het stadje Victoria Falls is genoemd naar de
beroemde Victoria watervallen, die ook wel eens het ‘achtste wereldwonder’
genoemd worden. De watervallen storten zich over een lengte van 1,7 kilometer in
een diepe (107 meter!), smalle kloof en veroorzaken een dichte nevel. Gemiddeld
valt hier 550.000 kubieke meter water per minuut naar beneden. Zodoende is in de
nabijheid een dichte vegetatie ontstaan, het rainforest.
16 juni 2000
In het dorpje lopen we over de markt en zien we nog een dansshow. De lokale
bevolking probeert wanhopig hun spullen te verkopen. Door de burgeroorlog komen
er maar weinig toeristen, en de inkomsten hiervan zijn voor hen zeer belangrijk.
Ik ruil ook mijn kleding tegen een houten fruitschaal en een beeldje. De moeder
is er erg blij mee , de shirtjes en schoenen zijn voor haar dochters. Op de
camping loopt een wrattenzwijn en bavianen komen vanuit de bomen bijdehand
dichterbij.
Vanuit het Victoria Falls hotel heb je ene super mooi uitzicht op the falls. Het
hotel is een luxe duur hotel en de toiletten schijnen erg bijzonder te zijn
volgens de lonely planet. Dus wij op naar het hotel om wat te drinken. (loop je
daar in je vieze kloffie) Nou de toiletten waren mooi maar ik ben er niet achter
gekomen wat er nou zo bijzonder aan is.....
17 juni 2000
In en rondom het dorp zijn veel aktiviteiten te ondernemen. Wij kiezen voor
wild water raften op de Zambezi river en om te bungeejumpen!
Het raften is geweldig. De rappits zijn sterk, sommigen op sterkte 5/ 6…..
Eerst krijgen we een uurtje les in hoe te raften, wat te doen als je eruit valt
etc. Hierna gaan we op pad! De rivier is vrij heftig en we gaan heel wat
keertjes kantje boord. Tot de boot ineens rechtop op zijn kant staat en wij er
een voor een uitvallen. Ik verdwijn even onder water maar kom al vrij snel weer
boven. Eenmaal terug in de boot zie ik Remco koppie onder gaan en niet meer
boven komen. Pas een heel stuk verderop verschijnt hij weer. Dat was wel even
wat minder, maar gelukkig goed afgelopen! Na deze wilde tocht moeten we nog een
heel stuk omhoog klimmen om te lunchen en weer terug te rijden richting camping.
's avonds gaan we heerlijk uit eten en gaan we natuurlijk weer voetbal kijken.
In dit restaurantje is er zelfs een tribune, waar wij natuurlijk gebruik van
maken!
18 juni 2000
Vanochtend heel vroeg zijn we naar de Victoria falls gegaan. We hebben in het NP
gewandeld en de watervallen van dichtbij aanschouwd. Dit is zo ontzettend mooi.
Het is niet te beschrijven, het gebulder van water, de mist, de waas, het is een
groot watergordijn en we zijn echt tot op het bot toe nat.
Wat betreft het jumpen krijgen we vast een voorproefje, tussen de bomen door zie
je de brug, erachter een regenboog en zo nu en dan zie je weer iemand naar
beneden springen.
19 juni 2000
Vanochtend staan we vroeg op, want we gaan bungeejumpen, en daarna zullen we met
de bus doorrijden naar Zuid Afrika. Alles is al ingepakt als wij met de 6 mensen
die willen jumpen vertrekken naar de brug. Waar we gisteren hebben staan kijken
gaan we nu zelf springen. Toch wel spannend! En als je naar beneden kijkt is het
toch ook wel errug hoog! 110 meter........ Het water kolkt, en je hoort
het gedonder van de watervallen achter je. We moeten ons laten wegen en meten en
dan is het zover.
De eerste sprong doen Rem en ik samen. We worden beiden aan onze enkels
vastgemaakt en krijgen een tuigje om. Na de laatste instructies moeten we op de
rand gaan staan, naast elkaar, een arm om de ander heen. Achter ons staan de
mannen af te tellen en dat gaat zo hard dat je eigenlijk al gewoon de afgrond in
geduwd wordt. Five, four, three, two, one and... BUNGEE! En ja hoor daar gingen
we. 110 meter naar beneden. Wat een gigantische kick geeft dat!
Je ziet het water met een nood vaart op je af komen en net als je denkt : ho, nu
echt niet verder' voel je een ruk aan je benen, kom je half rechtop en ga je
weer een stuk omhoog om vervolgens weer naar beneden te gaan. Dit gaat een paar
keer door tot de vering eruit is. Dan komt er een man naar beneden afzakken die
ons meeneemt omhoog. Onder de brug zit een soort van reling, waar je doorheen
naar beneden kan kijken. Daar klinken we ons vast en lopen over de railing terug
naar de kant.
De 2e keer is gratis en die kans laat ik natuurlijk niet gaan. Deze keer ga ik
alleen en kies ik ervoor niet aan mijn enkels, maar alleen aan mijn middel vast
te zitten. Hierdoor kom je niet op zijn kop te hangen. Nadeel is echter wel dat
je achteruit de brug af moet springen , de diepte in... Ik ben bang dat ik niet
spring, maar dit is geen probleem. Ook hier gaat het vanzelf, en het is weer net
zo geweldig als de 1e sprong!
Na een tijdje komt de bus en moeten we instappen. Een jongen probeert nog
fanatiek zijn spulletjes te verkopen, maar wij vinden het gewoon echt niet mooi.
Dan wil hij graag ruilen en uiteindelijk gaat Remco alleen in zijn zwembroek de
bus in. Zijn schoenen en t-shirt (nike) heeft de jongen. Wij zijn een olifant en
een nijlpaard rijker.
Terug gaan we via Botswana, want Zimbabwe is niet veilig genoeg. Wanneer we de
grens van Botswana over gaan moeten we allemaal weer door een bak desinfecterend
middel heenlopen. Dit is zo niet zinvol.
In Warmbad zetten we voor de allerlaatste keer de tenten op. je kan er ook voor
kiezen in een hotel te slapen, wat de meesten doen. Alleen degen die ook gejumpt
hebben zetten (in de regen!) de tentjes op.
's avonds hebben we nog een soort van speech gemaakt in het zuid afrikaans voor
Pieter Pauw en Angela. Veel wijn en ontzettend veel lol later gaan we toch maar
ons laatste nachtje de tent in....
20 juni 2000
Als we wakker worden zeikt het echt van de regen, niks aan om zo je tent
op te ruimen, maar ach, we hebben evengoed wel lol.
Van Warmbad rijden we door naar Johannesburg. Hier kunnen we gebruik maken
van een hostel en wordt de bus leeggemaakt.
We brengen we een kort bezoek aan de administratieve hoofdstad, Pretoria, met
haar vele publieke gebouwen en monumenten.
Daarna maken we een tour
door de Soweto Township.
Hier hebben we een museum bezocht , the wall of famous en het monument van
Hector Peterson, een jongen die op jonge leeftijd gedood is door de politie.
Tot slot brengen we een bezoek aan de sloppenwijk, waar we een rondleiding
krijgen van een jongen die daar woont. Op deze manier verdient hij zijn geld,
zijn wij veilig (de buurt is niet echt safe en prettig) en krijgen we inside
information. We komen ook enkele huisjes binnen, kleine kinderen drommen om ons
heen en willen je aanraken en op de foto. De jongen laat trots een toilet zien,
wat er net staat. (ze hebben nu per straat één toilet)
We zijn hier behoorlijk van onder de indruk en stil rijden we terug naar het
hostel. Wat zijn wij ongelooflijk rijk!
Daarna vliegen we van Johannesburg via Frankfurt naar
Amsterdam, waar we de volgende ochtend aankomen.
Weer het einde van een afwisselende indrukwekkende en ontzettend gezellige reis.......
|