|
stil
ontbijt brood in karnemelk rimpelige
handen vertellen vroeg opstaan hard werken aan
haar hand twee ringen van een eertijds nog
samen ik ruik de geur van stille armoede
|
|

|
|
loslaten nu
jij je huis verlaten hebt waar vergeten
kranten opgestapelde herinneringen van jarenlang liggen
zal na beraden nieuw leven rijpen in loslaten van
verzamelen en teveel
|
|

|
|
engel een
engel vertrekt haar hemels leven vliegt
klapwiekend heen ergens stervend alleen rozen
bedekken het veld
|
|

|
|
argeloos argeloze
lelie wordt gedragen op een roze wolk veert
op nu zij tot bloei zal komen weet niet met
al dat haar toekomst sluimert in het dal waar
haar droom vroegtijdig sterft
|
|

|
|
Ingekerfd ik
zoek naar paden welke nog niet doorkruist zijn met
bankje van mijn dromen waarop ingekerfd niet
aankomen pas geverfd
|
|

|
|
Pré-barok waar
toonladders vloeien en cirkelen uit niets weven
stemmen hun klankkleed in barokke patronen zweven
zij langs gebrandschilderd naar gipsen ornamenten om
zich plaats te verwerven in aandachtig gehoor zich
wanend in wierookgeur reeds eeuwenlang
|
|

|
|
Roze sluiers
slepen geurig roze kleine blaadjes van gebroken
kelken vangen zon bij vlagen wuiven
vrolijk langs mij heen zonder vragen zorgeloos
|
|

|
|
Ontwikkelingsdrang grijpgraag
verover je jezelf een plek
met ongecontroleerde bewegingen voeten en
handen strijden om de voorrang afhankelijk
en vol vertrouwen lach je de wereld aan elkaar
|
|

|
|
Dromenvanger engelen
zweven over korengeel in breekbare gewaden langs
argeloze lelies raken tere toppen aan vleugelen
geruisloos in ruime getale langs jonge
levens die dromen onder roze voile
|
|

|
|
Gekleurde
taal ik wil je schrijven in gekleurde
taal verpakte woorden rond van vorm om niet te
kwetsen ik heb je lief dat wel
|
|

|
|
Naïef nu
blijkt dat er tijd verstrijkt tussen jouw
woorden zacht gesproken en ik die geloofde naïef
als ik was
|
|

|
|
|
|
|
|
Fakkels Als
het schemeren gaat en ik laat wat op tafel staat nu
eens voor wat het is. Ik steek de fakkels
aan pak mijn instrument vergeet al mijn bezit ga mee
in het refrein dat melodieën verbindt en mij
verheft boven materie
|
|

|
|
Lichtbundels in
de tijd wil ik je lezen in lichtbundels jouw
contouren dagelijks graveren in denken aan vormen
rond en strak dromen in transparante kleuren
en schaduwen geven zicht op mijn verleden zodat ik
je nooit vergeten zal
|
|

|
|
Bitterheid ik
verbied u mij te bezoeken raak de wond niet waar
tranen schuilen en huilen allang verdwenen is
|
|

|
|
Lef geruisloos
voel ik het laken langs mijn lichaam neem
een duik naar het vliesdunne nu sierlijk en
soepel zonder badmuts vloeien
laat ik eb en vloed
|
|

|
|
Regenboog vandaag
scheur ik een stukje geel van de regenboog waaier
het uit over vriend en vijand morgenavond
probeer ik om de juiste kleur te treffen welke vriend
en vijand samenbrengt
|
|

|
|
Monotoon je
ogen zien sprakeloos je mond spreekt woorden zonder
kleur, monotoon aanééngeregen je
staart in de verte naar wie weet waar je
bent onbereikbaar voor het geluk wat zo
dichtbij zo dichtbij je is
Haags
Straatbeeld
zij
verkoopt het Haags Straatnieuws
meer
weet ik niet van haar
de
vertrouwde plek bij de ingang
ik
geef haar vijftig eurocent
de
krant mag ze houden
ik
loop haastig door
de
zware kar duw ik voor me uit
waar
heb ik de auto staan?
koelkast
overvol pfff...
zij
verkoopt het Haags Straatnieuws
meer
weet ik niet van haar
Riekie
|
|

|