Orthomoleculaire
 zienswijze

Binnen nogal wat aanvullende therapieën speelt voeding een belangrijke rol. Het is immers een belangrijk onderdeel van het leven. Daarnaast is het zo dat voeding iets te maken heeft met het ontstaan van kanker. Het lijkt dan ook logisch dat je met andere voeding ook het verloop van de ziekte kunt beïnvloeden. In aanvullende voedingstherapieën wordt daarom vaak gebruik gemaakt van allerlei voedingssupplementen waaronder vitamines en mineralen. Dit in de overtuiging dat de hoeveelheid vitamines en mineralen die patiënten via hun dagelijkse voeding binnenkrijgen, onvoldoende is. De behandelaars schrijven deze supplementen doorgaans in grote hoeveelheden of hoge doses voor. Men zal daarbij rekening houden met de soort kanker die iemand heeft.

Voeding speelt inderdaad een rol bij het ontstaan van een aantal soorten kanker. Daarover zijn de deskundigen het in grote lijnen wel met elkaar eens. Uit onderzoek is gebleken dat met een gezondere voeding, met name voldoende groenten en fruit, het risico op bepaalde soorten kanker kan worden beperkt. Honderd procent garantie dat iemand geen kanker krijgt, kan gezond eten natuurlijk niet bieden. Maar, als het gaat om mensen die zo gezond mogelijk willen eten en daarmee het risico op kanker willen beperken, zijn er veel overeenkomsten tussen de opvattingen van reguliere en niet-reguliere deskundigen.

Gaat het om mensen die eenmaal kanker hebben, dan lopen de inzichten en adviezen uiteen. Behandelaars die aanvullende voedingstherapieën voorschrijven, zien daar voldoende aanleiding voor. Als basis voor de diëten nemen zij dan de voeding die ook ter voorkoming van kanker wordt geadviseerd.

Via mijn tandarts en goede vriend Lex Abeling ben ik in kontakt gekomen met dokter Faché, in België een autoriteit op het gebied van de orthomoleculaire geneeskunst. Orthomoleculaire behandelingen bestaan uit het toedienen van vitaminepreparaten en het gebruik van voedingssupplementen. Met name deze laatste producten zijn erg prijzig omdat ze worden bereid uit geconcentreerde en hoogwaardige plantenextracten, terwijl van de ziektekostenverzekeraar helaas geen vergoeding wordt ontvangen.

De eerste resultaten van de behandeling waren hoopgevend. Drie maanden na aanvang was de PSA-waarde gezakt van 0,7 naar 0,5. Maar in de daaropvolgende maanden trad er toch weer geleidelijk stijging op tot 1,2 in december 2003. Ofschoon dokter Faché nog altijd sprak van een stabiele situatie heb ik op dat moment bij mijn uroloog aangedrongen op een MRI-scan om te onderzoeken of er niet toch een tumorgroei was waar te nemen. Tot mijn grote opluchting was op die scans nog geen tumor zichtbaar.

 

[Home] [Bestralingen] [Orthomoleculair] [Voeding] [Vitamines] [Kölner Modell] [Hyperthermie] [Maretak] [Thymus] [Fietssport] [Deze site]