Welkom op de homepage van Servé Aarts, 53 jaar, getrouwd met Annie, en woonachtig in Eijsden, een dorp gelegen in het uiterste zuiden van Nederland.

Door middel van deze website wil ik de gebeurtenissen beschrijven die vanaf de zomer van 2000 tot een volslagen ommekeer in mijn leven hebben geleid. Ik werkte op dat moment 30 jaar bij een bank en gold als het schoolvoorbeeld van een work-aholic. Jarenlang pleegde ik roofbouw op mijn lichaam, het gezinsleven schoot er vaak bij in, en alleen op mijn racefiets kon ik mij enige uren losmaken van mijn werk.

Als fervent sportfietser had ik, voorafgaand aan mijn deelname aan de fietstocht “La Marmotte” in de Franse Alpen, in juni 2000 een sportkeuring ondergaan. Bij deze keuring bleek dat ik een te hoge PSA-waarde (13) had en de sportarts raadde mij aan een uroloog te raadplegen. De term PSA zei mij op dat moment volstrekt niets, maar via het Internet kwam ik er al snel achter dat het de benaming is voor een eiwit (Prostaat Specifiek Antigeen) dat bij een te hoge waarde kan wijzen op de aanwezigheid van prostaatkanker. Drie dagen voor mijn 50e verjaardag kreeg ik van de uroloog inderdaad de bevestiging daarvan. Mijn wereld stortte in!

Gedurende meer dan een half jaar was ik ziek thuis, niet zozeer vanwege lichamelijke beperkingen, maar omdat ik de hectiek en het opgefokte sfeertje op de werkvloer op dat moment absoluut niet aankon. In oktober 2000 werd mijn prostaat operatief verwijderd. Bij de artsen bestond in eerste instantie de indruk dat ik er net op tijd bij was geweest, maar nader onderzoek wees uit dat de tumor al enigszins buiten het kapsel was gegroeid. Al met al niets om gerust op te zijn.

Mensen zonder prostaat maken geen PSA meer aan, zodat die waarde in mijn geval dus voortaan onmeetbaar klein zou moeten zijn. De eerste metingen na de operatie gaven inderdaad een ideale waarde van 0,2 aan, maar geleidelijk steeg deze weer tot 0,7 in december 2002. Dat was een indikatie dat er na de operatie nog tumorresten waren achtergebleven. Door de uroloog werd daarom geadviseerd om op korte termijn te bestralen in de omgeving van het operatiegebied. Ik heb daar na lang beraad geen gevolg aan gegeven

Via mijn tandarts en goede vriend Lex Abeling ben ik in kontakt gekomen met dokter Faché, in België een autoriteit op het gebied van de orthomoleculaire geneeskunst. Orthomoleculaire behandelingen bestaan uit het toedienen van vitaminepreparaten en het gebruik van voedingssupplementen. De eerste resultaten van de behandeling waren hoopgevend, maar in de daaropvolgende maanden trad er toch weer geleidelijk stijging op tot 1,2 in december 2003. Ofschoon dokter Faché sprak van een stabiele situatie heb ik op dat moment bij mijn uroloog aangedrongen op een MRI-scan om te onderzoeken of er niet toch een tumorgroei was waar te nemen. Tot mijn grote opluchting was dat niet het geval.

Op hetzelfde moment had ik mij ook georienteerd over een tweetal andere behandelmethoden: hyperthermie en dendritische celtherapie.  Omdat het daarbij om uitermate dure behandelingen ging die, voorzover mij bekend,  alleen in München werden toegepast, had ik de gedachte daaraan al overboord gezet. Kostentechnisch en organisatorisch was het voor mij niet doenlijk om een reeks van behandelingen in München te ondergaan.
Bij toeval las ik echter op Internet een artikel van lotgenoot Henk Trentelman, die voor beide therapieën in Keulen in behandeling was geweest bij professor Dr. Gorter. Omdat het verhaal van Henk me erg aansprak en Keulen toch wat dichter bij huis is dan München, heb ik meteen een afspraak bij de heer Gorter gemaakt. Om mij goed te kunnen adviseren over de beste therapiemogelijkheden wilde deze via een ‘levend-bloed-test’ eerst inzicht verkrijgen in de conditie van mijn immuunsysteem.

Op 2 maart 2004 waren de uitslagen van het bloedonderzoek beschikbaar.
Voornaamste conclusie is dat ik teveel inactieve T4-helpercellen bezit. T4-helpercellen kunnen worden beschouwd als de dirigenten van ons
afweersysteem. In mijn geval doet 91% van de T4-helpercellen niks (luie cellen). Overigens heeft het bloedonderzoek voor mij nóg een belangrijk gegeven opgeleverd. Het Octase-ergebnis (Knochen-AP) is 6,8. Dit duidt erop dat er nog géén tumor-activiteit in de botten is omdat de betrokken waarde in dat geval hoger dan 22 zou moeten zijn.

Van de heer Gorter kreeg ik een drieledig behandeladvies:
1.
Hyperthermie: 6 tot 8 tweewekelijkse behandelingen
2. Een
thymusbehandeling gedurende 3 maanden (injecties met Thymoject)
3. Gedurende 5 jaar 2 maal per week injecties met een
Maretakpreparaat.
Ik besloot voorlopig even af te zien van de hyperthermie-behandelingen en zal binnenkort starten met de wekelijkse injecties. Na 4 maanden zal een herhaald bloedonderzoek worden uitgevoerd, uitsluitend op de nu gekonstateerde ‘zwakke’ waarden. Ik ben uiteraard zeer benieuwd naar de resultaten daarvan.

Met deze homepage wil ik graag mijn ervaringen delen met lotgenoten die daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. In dat verband is het een prettige gedachte dat prostaatkanker wordt gezien als een vrij milde vorm van kanker, vaak zonder acute levensdreiging

Servé Aarts
20 maart 2004

mailto:s.aarts@freeler.nl

                   

[Home] [Bestralingen] [Orthomoleculair] [Kölner Modell] [Hyperthermie] [Maretak] [Thymus] [Fietssport] [Deze site]