Een schitterende jongen

Wat zou ik graag een schitterende jongen willen zijn
Zo één, waarvoor de mensen blijven staan
Die nooit onopgemerkt voorbij kan gaan
Omdat de mensheid steeds naar hem moet kijken
En fluisteren: ‘Daar gaat Sebastiaan’
Zo’n jongen waar ze graag op zouden lijken…

Wat zou ik graag een welgeschapen jongen willen zijn;
Maar zonder hoogmoed, zonder eigenwaan
En met een trots en mannelijk orgaan
Dat zoet en heel vertederend kan hangen
Maar fier en onverbiddelijk gaat staan
Wanneer ik naar jouw liefde zou verlangen…

De wereld zou begrijpen hoe het zat
En lachend zeggen: ‘Kijk, twee koningszonen;
Leg vruchten, wierook, mirre voor hun tronen;
Ze houden van mekaar, hé zie je dat…’

Wat zou ik graag een wonderschone jongen willen zijn
Gekleed in een katoenen pantalon
Met billen, als een perzik in de zon
Die steeds weer jouw verlangens zouden wekken
Als een constante inspiratiebron
Om mij tegen jouw lichaam aan te trekken

Wat zou ik graag een droombeeld van een jongen willen zijn
Zo’n knaap waaraan echt alles is gelukt
Voor wie je vlier en korenbloemen plukt
En lathyrus, seringen en pioenen
Die sierlijk loopt en zit en staat en bukt
En die je in zijn hals zou willen zoenen

En op een weiland, in het verse hooi
Zou ik je mijn verliefdheid laten blijken
De mensen zouden stilletjes staan kijken
En zuchten: ‘Ach, wat is de liefde mooi…’

Wat zou ik graag een jongen zoals jij bent willen zijn
Maar ja; ik ben de vijftig al voorbij
En geen Sebastiaan, zo zie ik mij
Een man met lijnen, rimpeltjes en vouwen
Maar als ik net zo mooi zou zijn als jij
Zou jij dan nog wel van me kunnen houden...


Tekst & muziek: Robert Long
Uit: Nu