| 1 | God heeft het eerste woord. |
| Hij heeft in den beginne | |
| het licht doen overwinnen, | |
| Hij spreekt nog altijd voort. |
| 2 | God heeft het eerste woord. |
| Voor wij ter wereld kwamen, | |
| riep Hij ons reeds bij name, | |
| zijn roep wordt nog gehoord. |
| 3 | God heeft het laatste woord. |
| Wat Hij van oudsher zeide, | |
| wordt aan het eind der tijden | |
| in heel zijn rijk gehoord. |
| 4 | God staat aan het begin |
| en Hij komt aan het einde. | |
| Zijn woord is van het zijnde | |
| oorsprong en doel en zin. | |
Liedboek voor de Kerken 1973