Gezang 290


1   Er is een land van louter licht
waar heil'gen heersers zijn.
Nooit gaat de gouden dag daar dicht
in duisternis of pijn.

2   Daar is het altijd lentetijd,
in bloei staat elke plant.
Alleen de smalle doodszee scheidt
ons van dat zalig land.

3   Men ziet het veld aan de overkant
in groene luister staan,
als IsraŽl 't beloofde land
zag over de Jordaan.

4   Maar ach de stervelingen staan
hier huiverend terzij,
en durven niet op weg te gaan,
het duister niet voorbij.

5   Hing niet het wolkendek zo zwart
van twijfel om ons heen,
wij zouden 't land zien van ons hart,
dat 't hemels licht bescheen.

6   God, laat ons staan als Mozes hier
hoog in uw zonneschijn,
en geen Jordaan, geen doodsrivier
zal scheiding voor ons zijn.

Liedboek voor de Kerken 1973