| 1 | De dwaas zegt in zijn hart: "Er is geen God", |
| en ieder doet wat goed is in zijn ogen. | |
| 't Gebinte van het leven wordt bewogen, | |
| de zonde woekert, ieder drijft de spot | |
| met Gods gebod. |
| 3 | Is er op aarde geen spoor van inzicht meer |
| bij hen die in het kwaad behagen vinden, | |
| hen die mijn volk als was het brood verslinden? | |
| Zij roepen God niet aan, zij roven d' eer | |
| van God de Heer. |
Psalmen uit het Liedboek voor de Kerken (1973)