|
Probleem gebieden die o.a. gemeten worden, met uitleg.
|
1.
Schimmels |
6.
Geopathie/Elektrosmog |
11. Miasmes |
| 2. Virussen |
7. Littekenstoring |
12. Chakras |
| 3. Bacterien |
8. Gebit |
13. Hormonen |
| 4. Parasieten |
9. Psyche/Emoties |
14.
Vitaminen/Mineralen/Aminozuren |
| 5. Toxische Belasting |
10. Nuclei |
15. Matrix |
1. Schimmels
Het diagnose-signaal schimmels geeft informatie over de
aanwezigheid van pathogene schimmels schimmelsporen en gisten,
die geleid hebben tot mycosen (schimmelziekten). Het aantal
schimmelsoorten dat voor de mens pathogeen is, is relatief
gering. Veel voorkomend zijn dermatomycosen, die klachten van
huid en nagels geven. Andere schimmels, zoals Zygosporium,
Penicillium, Aspergillus en Fusarium kunnen ook inwendig
klachten veroorzaken. Frequent voorkomende gisten (gisten zijn
schimmels die uit één cel bestaan) zijn van het geslacht Candida,
waarvan Candida albicans de bekendste is. Deze kunnen het
Candida syndroom veroorzaken.
2. Virussen
Het diagnose-signaal virussen toont aan of er sprake is van
pathogene virussen, viroïden (voorstadia van virussen) en
infectieus RNA/DNA (programmeringen van virussen in het erfelijk
materiaal). Naar schatting zijn er minstens 5000 virussen, die
allemaal in meer of mindere mate klachten kunnen geven. Veel
voorkomende virussen, die pathogeen kunnen worden en zeer
langdurig restklachten geven zijn: Cytomegalie, Epstein-Barr,
Coxsackie, Hepatitis, Influenza, Adeno, RS (respiratoir
syncytieel), Polio, Rubella en Herpes. Virussen worden met name
pathogeen als er ook een parasietbelasting is, die dan
tegelijkertijd behandeld moet worden.
3. Bacteriën
Het diagnose-signaal bacteriën toont aan of er pathogene
bacteriën aanwezig zijn. Veel voorkomende ziekmakende bacteriën
zijn: Salmonella, Streptococcen, Staphylococcen, Enterococcen,
Campylobacter, Helicobacter, Coli, Chlamydia, Shigella,
Haemophilus Influenza B, Legionella, Pseudomonas, Pneumococcen,
Tetanus en Borrelia. Bacteriële infectieziekten moeten veelal
met antibiotica bestreden worden. Blijven er langdurig
restverschijnselen aanwezig, dan kan de energetische geneeskunde
deze verder verhelpen.
4. Parasieten
Het diagnose-signaal parasieten toont aan of er sprake is van
pathogene parasietbelasting. Tot de parasieten behoren alle
micro-organismen, die zich ten koste van de gastheer voeden.
Veel voorkomende parasieten zijn: platwormen (lint- en
zuigwormen), rondwormen (spoel-, draad- en mijnwormen), waarvan
de meest voorkomende Fasciolopsis Buskii(zuigworm) is.
Regelmatig voorkomende andere parasieten, die allemaal tot
chronische klachten kunnen leiden zijn; Malaria, Dientamoebe
Fragilis, Entamoebe Histolytica, Giardia Lamblia, Blastocystis
Hominis,
Cyclospora en Toxoplasmose (sporozoën).
5. Toxische belasting
Het diagnose-signaal toxische belasting toont aan of er sprake
is van pathogene toxische belasting. Toxines zijn alle niet
levende stoffen, die in een bepaalde concentratie verstoringen
geven. Zo kunnen ook nuttige stoffen toxisch worden. Veel
voorkomende ziekmakende toxines zijn: oplosmiddelen (zoals
benzeen en propylalcohol), zware metalen (zoals kwik, lood en
cadmium), chemische stoffen (zoals CFK, arsenicum en
formaldehyde), vaccinaties en mycotoxines, die door schimmels
afgescheiden worden. Uiterst giftig is het meest voorkomende
mycotoxine, aflatoxine, bij patiënten met een mycose. Veel
toxische problemen worden veroorzaakt door metalen in het gebit,
zoals palladium, titanium en amalgaam.
6. Geopathie/Elektrosmog
Het diagnose-signaal geopathie/elektrosmog toont aan of er een
storende geopathische en/of elektromagnetische belasting is.
Geopathie is storende natuurlijke straling van wateraders,
kosmische straling en aardstraling. Elektrosmog is de storende
invloed door kunstmatig opgewekte elektromagnetische velden,
zoals hoogspanningslijnen, zenders, radar, mobiele telefoons en
allerlei elektrische apparaten en bedradingen. Met name in
liggende positie en in rust is de mens ontvankelijk voor deze
storingen.
7. Littekenstoring
Het diagnose-signaal littekenstoring toont aan of er sprake is
van storende littekens. Littekens in de huid en andere weefsels
en organen kunnen een storende invloed hebben op de
energiestroom in de meridianen. Littekenweefsel heeft een
grotere weerstand dan het oorspronkelijke weefsel, waardoor de
energiestroom beperkt wordt. De met een meridiaan
corresponderende weefsels, organen, functies, gebitselementen,
wervels, chakra’s en emoties kunnen hiervan hinder ondervinden.
8. Gebit
Het diagnose-signaal gebit toont aan of er sprake is van
storende gebitsinvloeden. Veel voorkomende gebitsstoringen zijn:
Gingivitis, Kieferostitis, Paradontose, Pulpitis, storingen van
Wortelkanalen, Gingival Sulcus, Tandfollikel en
Tandwortelgranulomen. Ieder gebitselement correspondeert met een
bepaalde meridiaan, waardoor er in weefsels, functies, organen,
wervels, chakra’s en emoties die met de desbetreffende meridiaan
verband houden klachten kunnen ontstaan. Sluimerende
gebitsstoringen komen bij chronische klachten frequent voor.
9. Psyche/Emoties
Het diagnose-signaal psyche/emoties toont aan of er storende
onverwerkte, niet geïntegreerde emoties aanwezig zijn, die een
meridiaan en eventueel de met die meridiaan corresponderende
weefsels, functies, organen, wervels, chakra’s, gebitselementen
en gedrag storen. Iedere meridiaan correspondeert met een
bepaalde emotie. Veel voorkomende storende emoties zijn:
Verdriet, Starheid, Bezorgdheid, Gebrek aan Zelfvertrouwen,
Gekwetstheid, Besluiteloosheid, Angst, Frustratie,
Zwaarmoedigheid, Schuldgevoel, Verbittering en Boosheid.
10. Hersenkernen
Het diagnose-signaal hersenkernen toont aan of er sprake is van
pathologische veranderingen in de hersenkernen. Hersenkernen
zijn zenuwcentra in de hersenen die het verwerken van stress,
het omgaan met langdurige hevige emoties en het gedrag regelen.
Chronisch stress en ernstige emotionele trauma’s kunnen leiden
tot veranderingen in deze hersenkernen. Deze veranderingen zijn
omkeerbaar. Er zijn 13 hersenkernen, ook wel Nucleï genaamd.
Veel voorkomende chronische storingen t.g.v. veranderingen in de
nucleï zijn: PTSS (Posttraumatisch Stresssyndroom), Neurose,
Psychose, Angst, Fobieën, Boulimia, Anorexia, Slaapstoornissen
en Depressie.
11. Miasmen
Het diagnose-signaal miasmen toont aan of er sprake is van
overgeërfde storende signalen in het DNA. Veel voorkomende diepe
storingen in het DNA t.g.v. vorige generaties zijn:
Gonococcinum, Luesinum, Psorinum, Tuberculinum en Metallum
(miasmatische storingen door zware metalen). Dit kan aanleiding
geven tot de meest uiteenlopende chronische klachten.
12. Chakra’s
Het diagnose-signaal chakra’s toont aan of er storingen zijn in
de 14 chakra’s, zoals die in het aquarius tijdperk (2000-4000)
aanwezig zijn. Chakrastoringen leiden tot energetische
verstoring in de meridianen. Het zijn energieknooppunten, die de
meridianen van spirituele energie voorzien. Elk chakra
correspondeert met een bepaalde meridiaan. Chakra’s zijn de
verbindingspoorten die de staat van het bewustzijn van de mens
energetisch transformeren naar het lichaam. Chakrastoringen
kunnen alle mogelijke klachten geven. Gezond zijn is bewust zijn,
doordrongen van geest, zonder stagnerende energieën in de
chakra’s.
13. Hormonen
Het diagnose-signaal hormonen toont aan of er sprake is van
storingen in de endocriene klieren, die hormonen afscheiden. Het
is een indicatie voor storing van de Hypothalamus, Hypofyse,
Bijnieren, Schildklier, Bijschilklier, Pancreas, Thymus, Testes
en Ovaria.
14. Vitaminen/Mineralen/Aminozuren
Het diagnose-signaal vitaminen/mineralen/aminozuren toont aan of
er een tekort of een verstoring is in de vitaminen/mineralen/aminozuren
huishouding. Door onder andere de toenemende verschraling van de
bodem, vervuiling, fast food, bewerking van voedsel, toenemende
stress, onrust en chronische klachten is er vaak sprake van
tekorten van vitaminen/mineralen/aminozuren. De juiste suppletie
kan dit eenvoudig opheffen.
15. Matrix
Het diagnose-signaal matrix toont aan of er sprake is van een
matrixstoring. Matrix is het weefsel, dat zich om alle cellen
bevindt en wordt ook wel het basis-bio-regulatie-systeem (BBRS)
genoemd. Alle stoffen die van en naar de cel gaan passeren de
matrix. Bij veel chronische aandoeningen is er sprake van een
pathogene vervuiling, stapeling van ziekteverwekkers en
veranderingen in de matrix. Dit leidt tot verstoring van het
immuunsysteem, orgaan-, weefsel- en celfuncties, verzuring en
een gebrekkige celcommunicatie. |