Dit hoofdstuk behandelt de vermoedelijke oorsprong van de naam Lensvelt. Met de nadruk op vermoedelijk omdat tot op heden de definitieve herkomst van de geslachtsnaam, noch van het geslacht Lensvelt, met zekerheid definitief vastgesteld is kunnen worden.
Bij een onderzoek naar de oorsprong van een familienaam zijn er twee sporen; een taalkundig (naamkundig) spoor, en een genealogisch (familiegeschiedenis) spoor. Bij het eerste spoor moet men de taal- en klankveranderingen en de oude betekenissen van woorden kennen. De Nederlandse literatuur is beknopt; het boek Voor- en familienamen in Nederland van R.A. Ebeling (Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag 1993) is het meest recent.
Het tweede spoor betekent het nazoeken waar de familienaam voor het eerst (het vroegst in tijd) opdook of vandaan kwam. Dat gaat via stamboomonderzoek. Dit kan aanwijzingen opleveren in de zin van: een vroeger beroep, een gebied of plaats, een huisplaats of boerenhofstede, immigratie (ook uit streken die vroeger tot hetzelfde bestuursgebied behoorden), of via vreemde legers.
De oudste vermelding van de naam, of wat daar in ieder geval sterk op lijkt, is in Den Dungen aangetroffen: Gijb van Lenxvelt, geboren circa 1354, vader van Henrick van Lenxvelt, die ook aangeduid wordt als Hendrick van Leijnsvelt. De Van Lenxvelt vermeldingen in Den Dungen e.o. lopen in ieder geval door tot midden zestiende eeuw: in 1505 met de geboorte van Henrik Gerards van Lenxvelt, en in 1546/47 met diens huwelijk.
Bron: Zes eeuwen Den Dungen (1976) en Genealogie van Den Dungen (1991), Deel I en II, L. van Minderhout.
In de Meierijse Schoutsrekeningen wordt in de "NIEUWE REKENING van HEER HENDRICK VAN RANST als HEER VAN BOXTEL en HOOCHSCOUTHET der stadt ende meyerien van tsHertogenbossche" over de periode kerstmis 1494 tot en met 20 maart 1495 voor Pasen vermeld: "HENDRICK VAN LENSVELT die daer by ende aen geweest es daer eenen ruyter zyn armborst ghenomen werdt ende naderhandt hem weder ghegeven daer hy noch raet ende daet toe gegheven en hadde ende want hy hem beduchte van den heer aengetast te werden ende dat hy oick tegen den here niet dinghen en woude, laten composeren om iiii rijnsgulden".
Het betreft hier een schoutsrekening van de hoogschout zelf. Die rekeningen staan vol met allerhande boetes die men mensen oplegde vanwege bepaalde vergrijpen. In dit geval werd Hendrick van Lensvelt betrapt omdat hij aanwezig geweest schijnt te zijn bij een voorval waarbij een ruiter zijn hand- of voetboog werd afgenomen, die overigens naderhand weeer is teruggegeven. De vraag is in hoeverre Hendrick zelf rechtstreeks daarbij betrokken is geweest want hij ontkent in wezen, mede uit angst dat hij door de hoogschout of zijn dienaars gearresteerd zou worden en te recht moest staan in een rechtsgeding. De boete werd tegen betaling van 4 Rijnse guldens goedgemaakt zonder dat er een gerechtelijke procedure volgde.
Eveneens in de Meijerijse Schoutsrekeningen, maar dan in de Rekeningen van de LAAGSCHOUT van ’s-Hertogenbosch en over de periode 1525-1541, vonden we nog een vermelding van: Katherine van Lensvelt.
Begin zestiende eeuw werd de geslachtsnaam Lensvelt ook opgetekend in de jaarrekeningen van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ’s-Hertogenbosch (1329-1620). De Broederschap, in 1318 officieel opgericht ter ere van Maria, kwam samen in de eigen kapel in de St. Janskerk. Vanaf 1371 konden ook ‘gewone’ of buitenleden toetreden, onder wie vrouwen. Zij legden geen eed af en kwamen uit heel West-Europa, maar vooral uit de Nederlanden en de aanpalende Duitse gebieden. Hun namen werden genoteerd in de jaarrekeningen.
Als lid van de Broederschap wordt vermeld: Mechtelt Peter van Lensvelt, huysvrouw. Ze betaalde in het jaar 1516 haar intredegeld (inv.nr. 126 - rekening 103v) en na haar overlijden in 1521 werd een bedrag met de omschrijving de achterstallige doodschuld betaald na de dood ingeboekt. (inv.nr. 127 - rekening 089v)
Mechteld was zeer waarschijnlijk de echtgenote van Peeter van Lensvelt die vermeld wordt in de "NIEUWE REKENING van Lambrecht Millinc onderschout van ’s-Hertogenbosch over de periode van Kerstmis 1479 tot kerstmis 1480", te Brussel gepresenteerd door genoemde onderschout op 20 maart 1480.
Van Den Dungen - of Den Bosch - naar Nederhemert is niet zover; het ligt zo'n vijf à zes uur gaans noordelijker. Daarbij wordt echter wel de grens van het gewest Brabant met Gelre overgestoken. Een "emigratie" die mogelijk te maken heeft gehad met de verschrikkingen die de bewoners van de Brabantse Meijerij - waartoe Den Dungen behoort - in de aanvangsfase van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) hebben moeten ondergaan. Uit een proefschrift van Leo Adriaenssen (oktober 2007 UVT Tilburg) blijkt dat de bevolking van de Meijerij tussen 1579 en 1588 met zeventig procent is geslonken.
In 1576 behoorde het gewest Brabant nog bij de opstandelingen, doch in 1579 onderwierp Den Bosch zich aan de koning van Spanje. Als meest noordelijke "Spaanse" plaats wilden de Hollandse opstandelingen de stad veroveren, maar zij was nauwelijks neembaar als vesting temidden van de drassige gronden. Om die reden werd ze de Moerasdraak genoemd. Er werd besloten Den Bosch uit te hongeren. Willem van Oranje, de Staten-Generaal en de Staten van Holland stippelde in 1581 een verschroeide aarde politiek uit die moorddadig zou uitpakken voor de bevolking. Jaar in jaar uit kwamen Hollandse soldaten in de Meijerij de oogsten te velde en in de schuren vernietigen of in beslag nemen. De dorpen werden bij tientallen verbrand of er kwam een bevel het gebied te ontruimen. Soms kreeg een boer tien dagen de tijd om te vertrekken, alvorens zijn boerderij afgebrand werd. De Meijerijse dorpen en de kleine stadjes die geen vestingsmuren hadden waren in feite weerloos. Plunderingen en verkrachtingen waren aan de orde van de dag. Was het niet door Spanjaarden dan wel door Staatse troepen. Het "overnachten" van de troepen kon weliswaar afgekocht worden, maar dat werd dan weer door extra belastingen op de dorpsbewoners verhaald. De locale belastingen werden zodoende ongeveer honderd keer zo hoog als vóór de oorlog. In 1585-1586 brak de onvermijdelijke hongersnood uit. De hongerdood en de pest maakten vele slachtoffers. In enkele jaren tijd liep het bevolkingsaantal terug van 90.000 tot 28.000. Toch zijn niet al die ruim 60.000 mensen gesneuveld of door ontberingen omgekomen. Een boer had doorgaans geen mogelijkheden om elders een nieuw bestaan op te bouwen, want niemand kon zijn boerderij overnemen. Daarentegen vluchtten de weinige Bossche kapitalisten meestal naar Antwerpen, terwijl veel arbeidslieden juist naar noordelijker gelegen Staats gebied (Holland en Gelre) uitweken.
Het is verleidelijk om te veronderstellen dat ook de Lensvelten uit Den Dungen tot de stroom vluchtelingen behoord hebben die in noordelijker richting naar Staatsgebied zijn getrokken. Daarmee wordt het verband tussen de geslachtsnaam eind zestiende eeuw en begin zeventiende eeuw aanwezig in het Gelderse Nederhemert en in de Hollandse plaatsen: Heusden, Dussen, Leiden en Amsterdam met die in de Brabantse Meijerij (Den Dungen) plausibeler. Echter, reeds in 1559 duikt de naam Lensvelt op in het Gelderse Nederhermert. Das was dus al vóór het uitbreken van de 80-jarige oorlog en ruimschoots voor de volksverhuizing vanuit de Meijerij naar noorderlijk gebieden.
De totnutoe oudst bekende vermelding van de naam Lensvelt in Nederhemert dateert van 1559. In een document van 12 July 1559 belooft Jan Gerit van Lensvelt de andere partij op Sint Maartensdag acht gulden te betalen.
Een kleine twintig jaar later, in 1578, wordt in een Nederhemertse notariële acte Jan Gerijts Lensvelt genoemd, terwijl ook in stukken uit 1583 en 1586 de naam voorkomt. Dit is waarschijnlijk dezelfde persoon die in 1597 in een schepenakte te Heusden als de dan reeds overleden Jan Geritszn van Leensvelt wordt opgetekend. Begin zeventiende eeuw (in 1604, 1618 en 1620) wordt deze geslachtsnaam Van Leensvelt in combinatie met het patroniem Jansz ook tot driemaal toe aangetroffen bij huwelijken te Leiden.
De oudste zoon van Jan Gerits Lensvelt is mogelijk Gerrit Janssen (Jansz) Lensvelt, weduwnaar, wonende op Den Hill maar afkomstig uit Hemert, die op 2 februari 1620 te Babyloniënbroek in ondertrouw gaat en aldaar wordt opgetekend als Gerrit Janszn van Liesvelt. In 1627 wordt hij in het Repertorium op de Lenen van de Hofstede Dussen 1356 - 1671, door J.C. Kort [Bron: Ons Voorgeslacht nr. 33 1978] vermeld als Gerard Leeuwsveld Jansz. Maar in officiële stukken van het Archief van de Grafelijkheidsrekenkamer wordt hij als Gerrit Jansen (Jansz) Lensvelt vernoemd: in 1634 als heemraad van Dussen is en in 1636 als schepen aldaar. In het oosten grenst (Neder)Hemert - waar Jan Gerijts en zijn vermoedelijke zoon Gerrit Jansz. oorspronkelijk van afkomstig waren - aan Kerkwijk. Daar wordt in 1563 Hendrick Peters Lenshoeck geboren. Het geslacht Lenshoeck vormt in de zeventiende eeuw een vermaard bestuurdersgeslacht in de Bommelerwaard. De oudst bekende Lenshoeken kwamen oorspronkelijk uit Slijkwell-Wellseind twee buurtschappen onder het dorp Well. Lenshoek als straat staat bovendien afgebeeld op de kadastrale kaart van 1832 van Het Wellsche Broek, ook oostelijk van Nederhemert nabij Delwijnen en ten zuiden van Kerkwijk gelegen. Een bewijs dat een variant van de naam ten tijde dat Jan Gerijts Lensvelt in Nederhemert werd opgetekend in die streek al werd gebruikt.In Ravenstein en de Hoeksche Waard is de geslachtsnaam Lehman de Lehnsfeld bekend. In 1740 is de uit Duitsland (Duisburg) afkomstige Godfriedt Lehman de Lehnsfeld in Ravenstein ouderling. Hij verhuist waarschijnlijk naar Westmaas waar tussen 1797-1807 een achttal kinderen met de geslachtsnaam De Lehnsfeld (Lehman) in het doopregister opgetekend zijn. Mogelijk is hij een afstammeling van het baronnengeslacht waarvan het familiewapen in het Armorial général wordt omschreven als "nobilié du Saint-Empire 15 juillet 1698". Bij zijn kerkelijke ondertrouw met Joanna Looman op 25 april 1766 in Amsterdam ondertekent hij in ieder geval met Van Lehnsveld.
Topografische -, literatuur-, taalkundige - en andere bronnen
Door de eeuwen heen wordt de geslachtsnaam Lensvelt op verschillende manieren geschreven. In chronologische volgorde: Lenxvelt, Leijnsvelt, Lensvelt, van Leensvelt, van Liesvelt, Leeuwsvelt, Lensvelt, Lantsvelt, Lensfelt, Lensveld, Lingsvelt, Lijnsvelt, Lijnsveld.
Ook kwamen incidenteel nog andere varianten op deze verschillende schrijfwijzes voor. Echter, in de oudste, totnutoe teruggevonden schriftelijke bronnen, waarbij er echt aantoonbaar verband is met het geslacht Lensvelt (Gerrit Jansz), wordt de naam gespeld als Van Liesvelt en als Lensvelt. Voor de schrijfwijze Van Leensvelt is een familieband met Lensvelt nog niet onomstotelijk bewezen.
In de Encyclopodie van Namen van A. Huizinga wordt aangegeven dat de naam Lensvelt een samenvoeging zou zijn van het Oudnederlandse "Velt" met de eveneens Oudnederlandse mans-naam "Lens", zijnde 'n samentrekking van de voornaam Laurens of Laurentius (de gelauwerde).
Het Middelnederlands handwoordenboek van Verdam voegt daar aan toe dat "Lens" een eenstammige verkorting is van de germaanse naam met lint- , waarbij dit laatste weer de betekenis heeft van slang, respectievelijk schild van lindehout.
"Lens" heeft echter nog tal van andere betekenissen, waarop we in het verdere verloop van dit hoofdstuk nog nader terug komen. "Velt" staat wel haast zeker voor veld (akker), dat conform de oude spelling met een "t" aan het eind werd geschreven.
Volgens naamkundige Dr. R.A. Ebeling (Universiteit Groningen) is Lensvelt een plaats-, veld- of boerderijnaam. In het Aardrijkskundig woordenboek van Nederland van 1913 2e verbeterde -, veel vermeerderde druk, Groningen Wolters, van M. Pott van professie hoofdcommies van de posterijen, wordt melding gemaakt van "Het Lensveld" bij Voorst of in de Gemeente Voorst in Gelderland. Onderzoek in de archieven van Voorst (Twello) en Voorst (Gendringen), beide in Gelderland, bleef helaas zonder resultaat. "Het Lensveld" is er niet bekend, terwijl ook raadpleging van oude kaarten en de lokale DTB registers van vóór 1811 op de familienaam Lensvelt geen aanknopingspunten opleverde.
Bart Lenselink uit Pijnacker vraagt zich af (e-mail 10-05-1998) of er wellicht niet "Het Leusveld" bedoeld wordt. Volgens hem komt in de straatnamenkaart van Voorst de Leusvelderweg voor. Deze weg komt uit op de Breestraat, die de grens vormt met de Gemeente Brummen. Volgens hem is de weg vernoemd naar een boerderij Leusveld. Deze ligt tussen Eerbeek en Rhiederen, grenzend aan een bosgebiedje, ingeklemd tussen Kaniestraat en de Rhiederensestraat.
Dat wordt onderschreven door Jan Groenenberg (e-mail 20-05-2005), bestuurslid van de locale Oudheidkundige Vereniging. De naam Lensveld komt in de Gemeente Voorst niet voor als boerderijnaam. In een "Cedule van de erven en wooningen in den ampte van Voorst" uit 1802 staan wel een Groote en Klein Leusveld. Op de Groote Leusveld woonde een Evert Jan Joolink en op Klein Leusveld Jan ten Winkel. Verder wordt de naam Leusveld in de locale archieven niet vermeld. Hij houdt het op een mogelijke verschrijving van Leusveld in Lensveld in het aardrijkskundig woordenboek van Pott.
De veronderstelling dat Lensvelt een perceelsnaam is wordt ook gestaafd door hetgeen Peter Hoppenbrouwers schrijft in zijn studie: Een middeleeuwse samenleving, Het Land van Heusden, ca. 1360 - ca. 1515 (Ned. Agronomisch-Historisch Instituut, Groningen 1992). Hierin vermeldt hij dat het suffix -veld in het middeleeuwse Land van Heusden verwijst naar weidecomplexen op de hellende delen van de stroomruggronden. Het suffix -camp lijkt, weer volgens Hoppenbrouwers, soms het equivalent voor -veld in laatstbedoelde betekenis.
Nu behoort Dussen wel niet tot het Land van Heusden, maar in een Allodium Bernense (lijst van goederen van de Abdij van Berne) uit 1130 wordt ook Dussen vermeld. Dit zou er, volgens streekarchivaris Tom van der Aalst (03-02-1994), op kunnen duiden dat Dussen oorspronkelijk tot de Landen van Heusden heeft behoord. Bovendien grenst het er wel aan en ligt Dussen op de zogenaamde Dussense stroomrug.
Ook voor de mogelijke oorsprong van de naam uit het gebied Nederhemert-Well geldt dat deze streek aan het Land van Heusden grenst en dat de uitleg van Hoppenbrouwers er voor van toepassing kan zijn.
Opmerkelijk in dit verband is een van de vele betekenissen van Lens in het Etymologisch Woordenboek. Hier wordt voor Lens of Luns o.m. als verklaring gegeven "spie". Weliswaar in de betekenis van een borg door een gat gestoken om te verhinderen dat een voorwerp van zijn plaats schuift, maar wellicht dat men een stuk land in de vorm van een spie ook als zodanig heeft aangeduid.
Naamkundige Dr. R.Rentenaar van het naamkundig P.J. Meertens-Instituut Amsterdam is echter een geheel andere mening toegedaan. Hij deelde desgevraagd mede dat, volgens hem, Lens te maken heeft met "lindeboom"; vooral in Brabant. Dit zou ook een verklaring kunnen zijn voor het wijzigen van de naam in Lijnsvelt omdat Lens verwant blijkt met Lents en Lijns, waarbij het laatste inderdaad in verband wordt gebracht met lindeboom. Bovendien vertelde hij dat bewoners oorspronkelijk ergens anders vandaan kwamen en dat de naam dus niet persé uit de directe omgeving hoeft te stammen.
Dat laatste wordt ook door Dr. Ir. B.W. Braams onderschreven. Dhr. Braam heeft veel topografisch onderzoek gedaan in het Land van Heusden en Altena en heeft daar ook veel over gepubliceerd. Hem is geen veldnaam Lensveld in Dussen bekend, noch in ruimere zin in het Land van Heusden en Altena.
De bewering dat samenvoeging van een persoonsnaam met veld tot de naam Lensvelt heeft geleid, lijkt hem niet aannemelijk. Dan zou namelijk de persoonsnaam eerst overgegaan zijn op het perceel, en later weer van het perceel naar een persoon. Hoewel niet geheel onmogelijk, lijkt hem dat toch wat onwaarschijnlijk.
Volgens Braam is een verband met het zelfstandig naamwoord "lin" of "lijn" in de betekenis van vlas niet uit te sluiten. In die gedachtengang zou Lijnsvelt of Lensvelt een vlasakker betekenen. Voor dergelijke percelen vindt men in het Land van Heusden en Altena echter geen namen eindigend op velt of veld (die hebben daar betrekking op veel grotere complexen) maar namen op -kamp, -akker of -land. In Dussen bijvoorbeeld Garstland en Rogkamp (1510). In Noord-Brabant is wel het Gat van Lijnoorden (Biesbosch) en Lijndonk (Bavel) bekend.
Dit Lijndonk wordt ook vernoemd in de studie van Chr.Buiks, Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda (Van Gorcum, Assen 1997), waarbij het in verband wordt gebracht met lindebomen. In deze studie wordt ook gerept over Lyndbeek bij Ulekoten, waarbij Lynd verwijst naar de waternaam "linde" met betekenis "langzaam, zachtjes stromend". Zo is in Tilburg en Friesland een water Lind bekend.
In dit verband is het interessant dat de plaatsnaam Dussen, waar de naam Lensvelt in oude schriftelijke voorkomt, is afgeleid van het het riviertje De Dusse dat etymologisch behoort tot het oud-hoogduitse "dôsôn", hetgeen de betekenis heeft van "ruisen, stromen".
Drs J.C.M. Sanders draagt in zijn studie over het kartuizerklooster "Het Hollandsche Huis" bij Geertruidenberg 1336-1595 (Verloren, Hilversum 1990) een andere betekenis van Lijn aan. Volgens hem was "Lijn" een andere benaming voor de opppervlaktemaat "hont" zijnde 1/6 deel van een "morgen" en gelijk aan 600 roeden, echter in Babyloniënbroek en in Munsterkerk schijnt - nog steeds volgens Sanders - de morgen slechts vijf hont te hebben bevat.
Uit de zelfde studie blijkt dat de linde in het wild ongeveer rond 500 v.Chr. verdwenen zou zijn, of zelfs al in de bronstijd, maar aangezien de boom veel door de mens werd aangeplant kan hij later weer hier en daar verwilderd zijn. Linden werden vooral aangetroffen op dorpspleinen en op boerenerven.
Over veld als element in het toponiem schrijft Buiks dat de verdeling hiervan vrijwel ontbreekt in Alphen, Chaam, Dongen, Ginneken, Rijsbergen en Sprundel. Verder komt het schaars voor in Baarle, Princenhage, Terheyden, Teteringen en Zundert. Meer frequent echter is het in Gilze, Oosterhout en vooral in Roosendaal. Veld blijkt dus zowel in oostelijk Brabant (Kempenland; aldaar na akker het meest voorkomende element) als in westelijk Brabant, i.c. Roosendaal beter vertegenwoordigd dan in de er tussenliggende Baronie.
Eerder geciteerde Braams geeft in zijn artikel in het Brabants Heem (1997, nr. 2) over de Sociale en economische vernieuwing in het Land van Heusden en Altena tussen 1100 en 1300 een interessante verklaring van het toponiem "velt". Volgens hem waren in het Midden-Nederlands rivierengebied, waartoe ook Dussen e.o. behoort, de laaggelegen gronden, de zogeheten komgronden, in die periode vrijwel steeds onbewoond. Deze terreinen waren herkenbaar aan veldnamen eindigend op -broek, -velt of -aart en blijken in de twaalfde of dertiende ontgonnen te zijn. Op sommige plaatsen werd daarmee al een aanvang gemaakt in de elfde eeuw. Door de ontginning van deze grote oppervlakten laaggelegen grond, kregen de dorpen en de dorpsgebieden uiteindelijk de vorm die ze - met beperkte wijzigingen - behielden tot in de twintigste eeuw.
In de Nederlandse Familienamen Databank van het gerenomeerde Meertens Instituut te Amsterdam welke toegankelijk is via hun website geeft ook een verklaring van de naam. Hierbij echter de aantekening dat deze niet helemaal is bijgewerkt met de laatste onderzoeksresultaten hieromtrent:
Lensvelt verklaring:
De naam is vooralsnog niet in verband gebracht met een gelokaliseerd toponiem.
Er wordt verondersteld dat de naamsvorm Lensvelt, die vanaf de eerste helft van de zeventiende eeuw in Dussen voorkomt, voorafgegaan wordt door vormen als Leijnsveld en Lenxvelt die vanaf de veertiende eeuw in de omgeving van Den Bosch en Den Dungen zijn aangetroffen. De vroegst bekende voorouder is in Dussen voor het eerst geattesteerd met de naam Leeuwsveld. Dit is vermoedelijk een volksetymologische interpretatie waaruit blijkt dat de naam hier niet vertrouwd is. De vorm Lensvelt, die daarna wordt gehandhaafd, zou eveneens een interpretatie kunnen zijn van een naam die elders zijn oorsprong vindt, bijvoorbeeld Lengsveld.
Zolang de naam niet met een te lokaliseren toponiem in verband kan worden gebracht, wat evenmin met Lenxveld/Leijnsveld het geval is, is het hachelijk om de naam te proberen te duiden. Misschien mogen we deze middeleeuwse vormen vertalen als 'Langsveld of Langsteveld': een veld dat zich in lengterichting uitstrekt, in tegenstelling tot een dwarsveld, of 'het langste veld' (overtreffende trap van bnw. lang).
Daarnaast de mogelijkheid Leijnsvelt uit Lijnstveld = Lindeveld, veld met een lindeboom; vergelijk het toponiem Lijnsheike bij Tilburg, uit Lyndsheike, waar in 1502 'die oude linde' stond en/of het goed Ter Lijnden (Linden).
Naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
Uitvoerige genealogie en onderzoek naar de naamsoorsprong op internet site: http://home.wanadoo.nl/tonlensvelt
[Informant: Ton Lensvelt, Molenplantsoen 40, 4271 AH Dussen (tonlensvelt@wanadoo.nl), 1-3-2000].
Over Lijnsheike:
- F. Smulders, 'Tilburg rond 1450', in: Actum Tilliburgis 4 (1973), nr 1, p 29.
- P. Spapens, De oudste Tilburger. Een stad neemt afscheid van haar lindeboom, Tilburg 1994, p 9.
kenmerken: toponiem; specifieke componenten: Ø; vergelijk: Lankveld, van.
varianten: Van Landsveld?, Lensveld, Lensveldt, Lijnsveld, Lijnsvelt, Lingsveld.
Zie ook aantal naamdragers bij de Volkstelling van 1947 volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen in het hoofdstuk Spreiding.
[Bron: Nederlandse Familienamen Databank Meertens Instituut Amsterdam]
In het plaatsnamenboek van Gerald van Berkel en Kees Samplonius wordt Lijndonk beschreven als: verwant met "line" een langwerpig landstuk ter lengte van een line (honderd roeden), onderdeel of vak van een dijk, terwijl men daarnaast kan denken aan een "lijnde", in Brabant een gewestelijke benaming voor lindeboom.
Omdat de naam Lensvelt, of een variant daarvan, reeds vroeg voorkomt, vermoedt Braam een zuidelijke herkomst: Brabant of Vlaanderen, omdat daar het gebruik van achternamen al eerder in zwang was. Op lemige oude bouwlanden werd daar wel vlas verbouwd. Hierbij dienen we dan echter wel de aantekening te plaatsen van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde dat de naam Lensvelt in al z'n schrijfvormen niet in hun Genealogisch Repertorium voorkomt, noch in hun uitgebreide Centrum Bibliotheek.
Bovendien, blijkens een E-mail van Constant J.L. De Maeijer, wordt de naam ook niet vermeld in "de Brabandere", het woordenboek van familienamen in België en Frankrijk, hetgeen betekent dat hij niet of zéér sporadisch in België voorkomt. Verder bestond volgens hem de letter "ij" niet. In de Middeleeuwen en later was "ij" een verlenging van de tweede "i"; een dubbele "ii" dus. Deze werd gebruikt om lees-verwarring met de "m", "n", "u", etc. te voorkomen. Zijn suggestie is dat Lens is afgeleid van de persoonsnaam Laurentius, omdat bijvoorbeeld de naam Lenssen (zoon van Lens) in Limburg veel voorkomt en de oorsprong hiervan aantoonbaar Laure(i)ns is.
De familienaam Lens en/of Lenssen komt ook in België veelvuldig voor. De familienaam.be zoekmachine op internet leert ons dat de naam Lens in de driehoek Antwerpen-Brussel-Hasselt, thans maar liefst 1398 keer vermeld word. De naamvariant Lenssen is met 222 vermeldingen vooral meer oostelijk (Belgisch Limburg) aanwezig.
Lens komt in Brabant nog meer voor als deel van een toponiem. Zo is er in de Gemeente Reusel een gehucht Lensheuvel, in 1444 aangeduid als Lennenshoevel. De Lensheuvel behelst één straat, echter van een aparte vorm; het achterste gedeelte van de straat loopt namelijk breed uit, in een soort spie !! dus. Volgens veronderstelling en overlevering is die vorm ooit ontstaan door een brand waarbij in dat gedeelte van de straat de huizen in as werden gelegd. Om zo vlug mogelijk weer over een woning te kunnen beschikken, bouwde men een nieuw huis achter de puinhoop van het vorige. Bruikbaar materiaal werd dan uit die puinhoop gevist en opnieuw gebruikt. Een bodemonderzoek ter plaatse zou deze veronderstelling kunnen bewijzen.
Het lokale heemkundeblad De Scheeper publiceerde een verklaring van de naam Lennenshoevel (de vijftiende eeuwse schrijfwijze van de naam Lensheuvel). Hoewel de naam algemeen verklaard wordt als Lindenheuvel, trekt de auteur dat in twijfel. Volgens hem, kun je het meervoud van het woord linde namelijk niet met een "s" aan een ander woord verbinden. Met andere woorden Lindensheuvel kan niet en kon vroeger ook niet. Hij houdt het erop dat Lennen (Lens) een persoonsnaam is.
Marcel Lensvelt opteert in z'n e-mail van 8 mei 2003 voor nog een andere variant als het gaat om de verklaring van de de naam. Blijkens een mededeling van zijn vroegere leraar nederlands - welke geïnteresseerd was in Oudnederlandse spelling - werd Leijnsvelt vroeger uitgesproken als Leensvelt.
"Het zwaartepunt van de cultuur, die sterk onder Franse invloed staat, ligt in de Middeleeuwen in het zuiden; vooral in Vlaanderen en Brabant. Als de nu bewaard gebleven Middelnederlandse literatuur wordt overzien, kan bemerkt worden dat er eerst vanaf de 13de eeuw af gesproken kan worden van een ononderbroken stroom. Van de oudere literatuur is een belangrijk deel in de loop der tijden verloren gegaan. De oorzaken hiervan zijn zowel rampen (oorlogen, plundering, brand), alsook het niet beseffen van de waarde van deze oude boeken, zodat het herhaaldelijk gebeurd is, dat het perkament waarop het geschreven was, in een latere periode gebruikt werd om de boeken van dié tijd in te binden. Voor het lezen en begrijpen van deze Middelnederlandse teksten geeft Lodewick ondermeer de volgende aanwijzingen: "de lange klinkers a, o, e en u werden in gesloten lettergrepen gewoonlijk niet aangegeven door verdubbeling, maar door achtervoeging van e of i (y): aen, voir, deilen."De al eerder aangegeven mogelijke familieband tussen de in 1597 in een Heusdense schepenakte opgetekende naam Van Leensvelt met latere vermeldingen van Lensvelt krijgt door deze toelichting alleen maar meer inhoud. Want net zo goed als Leijnsvelt vroeger kan zijn uitgesproken als Leensvelt, is het mogelijk dat het omgekeerde heeft plaatsgevonden bij het optekenen van de naam in officiële documenten. In de streek rond Nederhemert, waar de oorspronkelijke naam Lensvelt het eerst vermeld wordt, stamt uit dezelfde periode ook een geslachtsnaam Lenshoek. Volgens locale heemkundigen (e-mail 17-05-2005 drs. S.E.M. van Doornmalen, adjunct-streekarchivaris Zaltbommel) is deze naam ontleend aan "een gebied, perceel grond (een hoek) waar in vroeger tijden gelensd of geloosd werd. Dus waar het water vanuit een laagliggend perceel werd geloosd" Het wapen van de familie Lenshoek is bovendien een zesspakig (molen)rad of wiel. Mogelijk bestaat er in de vorm van een perceelsnaam verband tussen Lenshoek en Lensvelt, wat gezien beider Nederhemertse oorsprong mogelijk is. In dat geval ligt een betekenis voor Lensvelt van een veld waaruit water geloosd werd voor de hand.
Voorafgaande aan deze periode staat alleen de figuur van de Limburgse edelman Heynric van Veldeken. Heynric van Veldeken is een edelman en troubadour, die, zoals weleens gezegd wordt, als schildwacht een eenzame post inneemt aan de ingang van onze literatuurgeschiedenis. Echter ook hier ziet men consequent dat een dubbele e wordt weergegeven als een 'ey'. Bijvoorbeeld dit fragment uit zijn Sint Servaes Legende: "... Des waren woerden in eyn, Der enghel sinte Seruaes erscheyn." [... Het daarover eens geworden waren, Verscheen de engel aan St. Servaas]" [Bron: "Literatuur Geschiedenis & Bloemlezing" van H.J.M.F. Lodewick (Leraar aan het Stedelijk Lyceum te Maastricht)]
Bovendien komt Lens nog een aantal malen voor in de scheepstaal, onder meer in de betekenis van een lans of spies welke bij de jacht op walvissen en ijsberen gebruikt werd, maar ook als uitdrukking voor het met weinig zeil varen of voor anker liggen. Verder kun je bij "lens" natuurlijk ook nog denken aan een vergrootglas e.d. Echter bij deze twee laatste betekenissen is 'n verbinding met "velt" niet direct voor de hand liggend.
De al eerder aangehaalde Chr.Buiks - die veel veldnamenonderzoek in Brabant heeft gedaan - gaf ons middels een brief (augustus 2000) zijn visie weer op de familienaam.
Lens voor lijn=vlas: Komt in Noordelijk Nederland wel voor, bijv. in Drente, waar diverse Lijnacker en Lijnstukken voorkomen (M.Schönfeld: Veldnamen in Nederland, pagina 79). Ook in Noord-Brabant, bijv. Oerle komt een Lijnakker voor (A.P.de Bont: Dialekt van Kempenland, III, pagina 7). Meestal wordt vlas of lijn gecombineerd met akker ,strijp of stuk, maar niet met veld. Bovendien vormt de "s" in Lensvelt een probleem. De verklaring lens < lijn lijkt me daarom niet waarschijnlijk.
Lens voor linde: In Lijndonk en andere namen met linde (Lindakker, lindeheining, lindestrijp, Lindhout, Lintvoord, etc.) treedt lind en soms lent op (bijv. De Lent te Wernhout). De overgang linde > lens lijkt mij gezien de "s" niet goed mogelijk. In Tilburg echter zouden het Lijnsheike en de Lijnsestraat hun naam ontlenen aan het goed ter Linden (Lyndensheike>Lijnsheike). Dat zou de "s" kunnen verklaren. Maar of deze evolutie ook in Den Dungen (of een andere stamplaats van het geslacht heeft plaats kunnen vinden is zeer twijfelachtig. Dus ook Lens < linde lijkt niet erg waarschijnlijk.
Lens: familienaam, afgeleid van een persoonsnaam (Laurentius of Geleyn) komt verspreid voor (Ned. repertorium van familienamen, pagina 363). Deze verklaring kan opgaan. Nadat de naam van de persoon aan het veld gehecht was, ging de naam van het veld op zijn beurt over op de latere bezitter.
Lens < lang(st): kan gezien de oude vormen van de naam in Den Dungen ook kloppen.
Andere verklaringen zoals leen, lans etc. kunnen niet voldoen.
Om verder te komen zou men op zoek kunnen gaan naar de oudste vermeldingen van het toponiem (Den Dungen?). Gegevens te vinden in de fiches Smulders (uittreksels van de laatmiddeleeuwse Bossche schepenbrieven, berustend in Stadsarchief Den Bosch). Deze zijn gerangschikt op familienaam,niet op toponiem. Dat is dus een heel zoekwerk. In Oss kwam het toponiem waarschijniijk niet voor (althans niet in de in Den Bosch op het rijksarchief berustende uitreksels van schepenbrieven van Oss).
Genealogische onderzoeksgegevens geven aan dat de oudst aantoonbare voorvader Gerrit Jansz uit Hemert afkomstig is; waarmee waarschijnlijk Nederhemert bedoeld wordt. In dat verband is het van belang om te weten dat in het ten oosten van Nederhemert gelegen Kerkwijk ten tijde van Gerrit Jansz's vertrek uit de Bommelwaard een variant van de naam voorkomt met Lenshoeck, een vermaard bestuurdersgeslacht in de Bommelerwaard. De oudst bekende Lenshoeken kwamen oorspronkelijk uit Slijkwell-Wellseind twee buurtschappen onder het dorp Well. Lenshoek als straat staat bovendien afgebeeld op de kadastrale kaart van 1823 van Het Wellsche Broek, ook oostelijk van Nederhemert nabij Delwijnen en ten zuiden van Kerkwijk gelegen. Niet duidelijk is of hiervoor een locale perceelsnaam of het bestuurdersgeslacht aan de basis heeft gestaan. Feit blijft dat Lens als zondanig wel in de omgeving van Nederhemert gebezigd werd.

Een fragment van de kadatrale kaart uit 1832 met vermelding van Lenshoek (rechts in het midden) onder Wellsche Eind, gelegen aan de Maas en grenzend aan Kerkwijk en Nederhemert..
Drs. S.E.M. van Doornmalen, adjunct-streekarchivaris Bommelerwaard deelde desgevraagd mede dat volgens genealogisch onderzoek van de heer W.H. Dingemans (vrijwilliger bij het streekarchief Bommelerwaard te Zaltbommel die al tientallen jaren onderzoek doet naar Bommelerwaardse families) de oudste bekende "Lenshoeken" eind zestiende eeuw uit de omgeving van Slijkwell-Wellseind komen, twee buurtschappen onder het dorp Well. Well behoorde tot de hoge heerlijkheid en latere gemeente Ammerzoden (sinds 1999 gemeente Maasdriel). Begin zeventiende eeuw (1600-1650) "vertrekt" men naar Kerkwijk. De twee buurtschappen liggen nabij Delwijnen, een buurtschap onder Kerkwijk.
Verder vult hij aan dat de naam waarschijnlijk als betekenis heeft een gebied, perceel grond (in dit geval een "hoek") waar in vroeger tijden "gelensd" of geloosd werd. Dus waar het water vanuit een laagliggend gedeelt werd geloosd. De oudste bekende Lenshoek heeft mogelijk hieraan zijn naam ontleend. Het wapen van de familie is een zesspakig (molen)rad of wiel.
Behalve de gedeeltelijke (Lens) overeenkomst in geslachtsnaam, in beide gevallen ook zonder het voorvoegsel Van geschreven, en de herkomst (Nederhemert-Well) is het ook interessant om te constateren dat hier een topografische naamsaanduiding (Lenshoek) wordt gebruikt gelijk aan een geslachtsnaam waarbij het aannemelijk is dat de oorspronkelijke perceelsnaam de oudste herkomst kent.
De invoering van het gebruik van familienamen is niet exact vast te stellen. Wel dat het vanuit Zuid Europa - in Venetië en Milaan werden reeds in de achtste/negende eeuw vaste familienamen gebruikt - is opgedrongen naar het noordelijk deel van Europa. Uiteindelijk dringt de familienaam vanuit Noord-Frankrijk en de Duitse Rijnlanden, de Nederlanden binnen. Het zijn met name de grote steden geweest van waaruit deze ontwikkeling is uitgegaan, terwijl het bovendien nagenoeg overal de bovenste laag van de bevolking was die het eerst een vaste achternaam hanteert.
Steekproeven in Noord Brabantse steden en plattelandsnederzettingen duiden erop dat aldaar in de vijftiende - en zestiende eeuw in een agrarische omgeving nog de patronymica overheersen. In de stedelijke samenlevingen is het achternamenpatroon zeer veel gedifferentieerder, doordat het ook een groot aantal oorspronkelijke beroepsaanduidingen en omschrijvingen van de geografische herkomst en het adres als toegevoegde naam bevat.
In dit verband is het des te opmerkelijker dat er reeds midden veertiende eeuw vermeldingen van de geslachtsnaam Lensvelt (of in ieder geval een variant die daar zéér sterk op lijkt) bekend zijn.
Joseph Kuijpers uit Oss maakt in zijn genealogisch onderzoek namelijk gewag (e-mail 26-09-1999) van het volgende:
Midden veertiende eeuw, ca. 1354, wordt een zekere Gijb van Lenxvelt geboren. Hij was vader van 2 zonen: Peter Gijb van Lenxvelt, geboren ca. 1386 en Henrick van Lenxvelt, geboren ca. 1390, ook genaamd Hendrick van Leijnsvelt [Bron: Den Dungen, Uitgeverij Van Gerwen, Genealogie van Den Dungen en Zes eeuwen Den Dungen door Leo van Minderhout]
Peter Gijb van Lenxvelt, geboren ca. 1386, wonende te Den Dungen (?), trouwt met Katarina Gijsbert Roelof Arnts, geboren ca. 1387 (?) en dochter van Gijsbert Roelof Art Genen en Yda Peter Henriks Bosch.
Henrick van Lenxvelt, ook genaamd Hendrick van Leijnsvelt, werd geboren ca. 1390, woonde in de regio 's-Hertogenbosch en overleed aldaar vóór 1454. Hij was getrouwd met Jut Gerit Heynmansz. Graet, ook genaamd Jutta, geboren ca.1400 en tevens gehuwd geweest met Henrik Everits van den Loeck welke vóór 1444 overleden is, dochter van Gerit Heijnmans. Uit dit huwelijk:
Ermgart Henricks van Lenxvelt, geboren ca. 1425 (?), welke ca. 1452 in het huwelijk trad met ene Jan Henrick Jan Spierinck, geboren Den Dungen ca. 1415 of 1418 (?), ook genaamd Jan Henrik Spierings, schepen in Gestel bij Herlaar, wonende te St. Michiels Gestel en overleden ca. 1490. Hij was een zoon van Henrick Jan Spierings van Heeswijk en Yda Robbe Lambrecht Hutmans. Jan Henrik was vanaf ca. 1471 o.m. in het bezit van het goed "Ten Birgelen" in Middelrode.
Verder vond Joseph een vermelding van Gerard van Lenxvelt, geboren ca. 1473(?). Nadere gegevens ontbreken maar hij had in ieder geval 1 zoon:
Henrik Gerards van Lenxvelt, geboren ca. 1505(?), in 1546/7 gehuwd met Jenneke, geboren ca. 1505(?), een natuurlijke dochter van Arnt Goossens en Heijlwich Henrik Dirk Werners.
De voornaam van Gerard's zoon verwijst naar een zekere Henrik, maar bovengenoemde Henrick van Lenxvelt kan dat niet zijn, omdat die reeds geruime tijd voor de geboorte van Gerard overleden was, waardoor hij onmogelijk de vader van Gerard kan zijn geweest. Toch lijkt gezien de naamkeuze een familieband tussen beiden evident.
De Genealogie van Den Dungen maakt melding van meer Lensvelt-soortgelijke namen zoals:
Leunis van Lancvelt, overleden voor 1330, begraven te 's-Hertogenbosch in de St.Janscathedraal.
Peter van Langhevelt, gehuwd met Liesbeth, beiden overleden voor 1400, begraven te 's-Hertogenbosch in de St.Janscathedraal.
Leunis van Lancvelt, gehuwd met Beel van Ghemert, jonkvrouw, beiden overleden voor 1420, begraven te 's-Hertogenbosch in de St.Janscathedraal.
Hoe interessant deze laatste vermeldingen ook zijn, in het kader van ons onderzoek, zijn toch vooral Henrick van Lenxvelt (1390-1454), Ermgart Henricks van Lenxvelt (ca. 1425-?), alsmede Gerard van Lenxvelt (1473-?) en diens zoon Henrik Gerards van Lenxvelt (1505-?) , van belang.
In relatie tot bovengenoemde Van Lenxvelt vermeldingen in Den Dungen is van belang dat in de Meierijse Schoutsrekeningen in de "NIEUWE REKENING van HEER HENDRICK VAN RANST als HEER VAN BOXTEL en HOOCHSCOUTHET der stadt ende meyerien van tsHertogenbossche" over de periode kerstmis 1494 tot en met 20 maart 1495 voor Pasen wordt vermeld: "HENDRICK VAN LENSVELT die daer by ende aen geweest es daer eenen ruyter zyn armborst ghenomen werdt ende naderhandt hem weder ghegeven daer hy noch raet ende daet toe gegheven en hadde ende want hy hem beduchte van den heer aengetast te werden ende dat hy oick tegen den here niet dinghen en woude, laten composeren om iiii rijnsgulden".
Eveneens in de Meijerijse Schoutsrekeningen, over de periode 1525-1541 van de Rekeningen van de LAAGSCHOUT van ’s-Hertogenbosch vonden we nog een vermelding van: Katherine van Lensvelt.
Begin zestiende eeuw is de geslachtsnaam Van Lensvelt ook opgetekend in de jaarrekeningen van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ’s-Hertogenbosch (1329-1620). Als lid van de Broederschap wordt vermeld: Mechtelt Peter van Lensvelt, huysvrouw. Ze betaalde in het jaar 1516 haar intredegeld (inv.nr. 126 - rekening 103v) en na haar overlijden in 1521 werd een geldbedrag ingeboekt met de omschrijving de achterstallige doodschuld betaald na de dood. (inv.nr. 127 - rekening 089v)
Mechteld was zeer waarschijnlijk de echtgenote van Peeter van Lensvelt die vermeld wordt in de "NIEUWE REKENING van Lambrecht Millinc onderschout van ’s-Hertogenbosch over de periode van Kerstmis 1479 tot kerstmis 1480", te Brussel gepresenteerd door genoemde onderschout op 20 maart 1480.
Helaas kan van al deze Van Lenxvelt/Leijnsvelt/Lensvelt vermeldingen nog niet definitief worden aangetoond dat er 'n relatie bestaat met de stamboom van de Lensvelten; wel zijn er een aantal aanwijzigingen. Bovendien zijn de vermeldingen in die zin ook interessant, dat ze aantonen dat er in het zuidelijk deel van Nederland al in een zeer vroegtijdig stadium een vergelijkbare schrijfwijze van de familienaam gebezigd werd.
De oudst bekende voorvader (Generatie 00) van het geslacht Lensvelt uit Dussen is Jan Lensvelt. Vermoedelijk is dit dezelfde die 1559, 1578, 1583 en 1586 in de notariële archieven van Nederhemert als Jan Gerijts van Lensvelt vermeld wordt, en waaruit opgemaakt kan worden dat hij te Hemert over eigendommen beschikte. Maar ook aan de overkant van de Maas had hij waarschijnlijk bezittingen. In een acte van 25 april 1597 verleden voor de schepenen van Heusden maakt Margrieta Adriaenszn., dochter van Aerdt Adriaenszn. Back van Wijk, weduwe van Jan Geritszn van Leensvelt, bijgestaan door haar broer Jan Adriaenszn uit Wijck, voor haarzelf en haar kinderen verwekt door Jan Geritszn van Leensvelt aanspraak op een stuk hopland gelegen in Wijck op het Spijk. [Bron: diverse stukken archief Nederhemert en Heusden beschikbaar gesteld door vinder Dave Pol)
Dat de geslachtsnaam met het voorvoegsel "Van" wordt opgetekend is mogelijk een aanduiding van familiebanden met soortgelijke doch eerdere/oudere geslachtsnaamvermeldingen uit de Meijerij (Den Dungen en Den Bosch).
Begin zeventiende eeuw komt de naam Van Leensvelt in combinatie met het patroniem Jansz ook in Leiden voor. Op 31-07-1604 huwt Frederick Jansz van Leensvelt met Cornelia Bruynen van Couwenhoven, beiden zijn afkomstig uit Leyden. Een vernoeming is er van Jacob van Leensvelt en een broer Jan Jansz van Leensvelt die trouwt op 12-01-1619 met Weyntgen Petersen van Blocklandt, weduwe van Cornelis van Dilsen, eveneens allebei afkomstig uit Leyden. En een zuster Jannetgen Jans van Leensvelt trouwt op 09-01-1621 met Adriaen Laurensz Gael, ook beiden afkomstig uit Leyden. Hun vader blijkt Jan Cornelisz van Leensvelt. Zowel qua periode als gebruikte geslachtsnaam zou er sprake kunnen zijn van een familieband tussen de stamvader Jan Geritszn van Leensvelt in leven gehuwd met Margrieta Adriaenszn en Jan Corneliszn van Leensvelt uit Leiden.
Het geslacht Van Leensvelt zet zich vervolgens in Leiden voort. Op 23-01-1633 trouwt Aeltgen Fredericksdr. van Leensvelt, afkomstig uit Leyden, woonplaats Koorsteech, met Cornelis Henricxz van Roon, weduwnaar van Fytgen Aeriaensdr Paau, woonplaats Gouda ter Goutsmith. Als getuige van de bruid fungeert haar tante de vrouw van Adriaen Gael.
Opmerkelijk is het huwelijk in 1632 van Swaetgen Jacobsdr van Lensvelt, vooral in die zin dat de geslachtsnaam Lensvelt wordt gebruikt in plaats van Leensvelt. Dit maakt een mogelijke familieband met Lensvelt uit Nederhemert/Dussen alleen maar groter.
Ruim 40 jaren later wordt eveneens te Leiden het huwelijk opgetekend van Wijna (Winninie) van Leensvelt, afkomstig van Leyden, woonplaats Papegraft, met Mr. Cornelis Houtman uit Rotterdam. In 1678 wordt te Rotterdam hun zoon Joannes gedoopt (R.K.) waarbij Joannes van Leensvelt en Catharina Snaelts als doopgetuigen fungeren. Bovendien gaat op 07-09-1679 in Voorhout Maria van Leensvelt, afkomstig van Leyden, woonplaats Papegraft, in ondertrouw met Lambertus Kleffius, weduwnaar van Catharina van der Wiel, woonplaats Delft. Mogelijk is deze Maria van Leensvelt dezelfde die op 06-04-1711 te Breda als doopgetuige fungeert bij de doop van Lambertus van Riet. Helaas, al mooie bespiegelingen ten spijt, nader onderzoek door de locaal-heemkundige Hans Endhoven heeft uitgewezen dat hier sprake is van de geslachtsnaam Van Leeusvelt in plaats van Van Leensvelt. Waarmee een mogelijke connectie met Lensvelt een stuk onwaarschijnlijker wordt.
De oudste zoon van Jan Gerijts (van) Lensvelt is mogelijk Gerrit Janssen (Jansz) Lensvelt. het feit dat de geslachtsnaam gedurende de periode 1559-1586 een aantal keren met het voorvoegsel "van" wordt geschreven, duidt op een mogelijk verband met oudere soortgelijke vermeldingen van de geslachtsnaam in de Meijerij (Den Dungen, Den Bosch). Het gebruik van de geslachtsnaam Lensvelt met patroniem Jansz en de combinatie met de voornaam Gerrit en hun beider oorsprong Hemert, zijn sterke aanwijzingen dat Gerrit Jansz Lensvelt een afstammeling is van Jan Gerijts van Lensvelt ook wel geschreven als Leen(s)velt of zelfs als Leeuvelt.
Van Gerrit Jansz. zijn vermeldingen met geslachtsnaam teruggevonden in 1620 als hij te Babiloniënbroek in ondertrouw gaat als Van Liesvelt, wat waarschijnlijk een afwijkende schrijfwijze is omdat Gerrit oorspronkelijk uit Hemert afkomstig was. In Broek is overigens het voorvoegsel Lies wel bekend. In 1420 wordt er door de Karthuizers uit Geertruidenberg het perceel Liesslagen aangekocht.
Een afwijkende schrijfwijze wordt op 17-04-1627 ook gehanteerd in het Repertorium op de lenen van Hofstede van Dussen met:
"twee morgen in Munsterkerk gemeen, strekkend van de Rogkamp tot de halve Dussen, zuidoost: de weduwe en erven van Leendert Matthijsz., noord: Gerard Leeuwsveld Jansz.", gelijkelijk verdeeld tussen Anton Everden en Pieter Everden " bij overdracht door de weeskinderen van Hugeman Bolle Pietersz. en Maaike Hendriksd. [R fo. 33 en 33v]
In het zelfde repertorium komt nog een vermelding voor van een Gerard Jansz. Op 10-11-1550 verwerft hij bij dode van Jan Gerardsz., zijn vader, 1 morgen in Muilkerk, strekkend van de ene wetering tot de andere. De naamsgelijking is treffend, echter, gezien de datum, lijkt het vrijwel uitgesloten dat het hier dezelfde Gerard Jansz - en dus zijn vader - betreft.
Ook uit stukken van het Archief van de Grafelijke Rekenkamer in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag blijkt dat Gerrit Janssen (Jansz) - in ieder geval in officiële documenten - een achternaam gecombineerd met patroniem voerde. Deze schriftelijke bronnen (met dank aan Marcel Kemp) betreffen een drietal stukken inzake Gerrit Janssen (Jansz) Lensvelt (d.d.: 19 juli 1634, 30 augustus 1636 en ca. 1648/50). In deze drie stukken wordt de naam consequent, tot drie keer toe, als Lensvelt zonder het voorvoegsel "van" en met 'n "t" aan het einde geschreven en niet als Van Leensvelt of Van Liesvelt.
Blijkbaar is in die tijd het gebruik van de familienaam in kerkelijke documenten nog minder ingeburgerd, want als Gerrit Jansz op 29-06-1631 in de parochie Dongen aangifte doet van de geboorte van zijn zoon Sijmon, dan wordt hijzelf opgetekend als Gerit Janssen (uit Dussen)[Bron: Doopboek Dongen I-26, Gemeentearchief Tilburg]
De combinatie patroniem/familienaam blijkt ook later, uit een register van het ORA Dussen Munsterkerk (1668-1678, echter doorlopend tot 28.3.1682)[Bron: Brabant-Databank, Universiteitsbibliotheek Tilburg (KUB), met dank aan Adriaan Lensvelt voor het copiëren]. De vermeldingen in dit register betreffen Generatie 02, waarbij melding wordt gemaakt van 2 minuutaktes van Aert (Geerts) Lensfelt, alsmede een 8-tal aktes van vermoedelijk zijn broer Jan (Geertsn).
In dit register wordt tijdens deze periode de achternaam in bijna alle gevallen gespeld als Lensfelt (met een "f" in 't midden dus), slechts één keer wordt Lengvelt geschreven. Vermoedelijk is de "f" er bij het opstellen van dit register abusievelijk ingeslopen; de "n" van Lens, wordt in het oud schrift namelijk gevolgd door een zogenaamde lange "s", welke zich gemakkelijk laat lezen als een "f".
Bij navraag in het Streekarchief Heusden bleek dat de stukken welke in dit register staan opgetekend vanwege hun slechte staat niet toegankelijk zijn. Er wordt echter gewerkt aan restauratie van de documenten, dus wellicht dat op termijn wel inzage mogelijk is in de detailgegevens.
Hun, waarschijnlijk oudere broer, Simon of Sijmen (Gerritsen), gedoopt in Dongen, wordt vermeld in het boek "Geboortes" van de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Dussen (Streekarchief Land van Heusden en Altena, SAHA); althans de geboorte van 2 van zijn kinderen. Bij het 1ste kind (gd 29.12.1658) wordt de achternaam geschreven als Lantsveld, terwijl bij het 2de kind (gd 29.10.1662) de naam als Lansvelt gespeld wordt.
Verreweg de meeste vermeldingen van de familienaam zijn te vinden in de DTB registers van de RK parochie Dussen (SAHA). Deze zijn aangelegd m.i.v. 28.4.1685, echter met terugwerkende kracht bijgewerkt vanaf 1677.
Het chronologisch, alfabetisch repertorium, editie A.C.M. Gouverneur van 27 aug. 1983, op de registers van huwelijken (1679 - 1748) en dopen (1677 - 1810), vangt v.w.b. de Lensvelten aan met de huwelijken en gezinssamenstellingen van Generatie 03; de kinderen van Simon, Jan en Aert dus. Mogelijk hadden de drie broers van Generatie 02 nog meer broers en zussen, maar dat is uit dit repertorium niet op te maken.
Door de diverse pastoors wordt de naam op verschillende manieren geschreven. Dit geldt soms ook voor de naam binnen hetzelfde gezin. Wat opvalt is dat de oudste vermeldingen in bovengenoemd repertorium (1679-1748) gespeld worden als Lensvelt. Later in tijd wordt de spelling veelal gewijzigd in Leijnsvelt en weer later in Lijnsvelt, om vervolgens weer terug te keren tot Lensvelt. Opmerkelijk is bovendien dat er nergens Lensveld met 'n "d" wordt aangetroffen.
Zelfs voor dezelfde persoon werden soms diverse spellingen door elkaar heen gebruikt. Hierbij is het opvallend dat de Leijnsvelt, Lijnsvelt variant louter in kerkelijke documenten wordt gebezigd en niet in die van de schepenbank. Dit zou wellicht met het dialect te maken kunnen hebben. Het is niet onmogelijk dat door het Dussens streekdialect een buitenstaander (wat een pastoor veelal was) de naam Lènsvelt hoort klinken als Leijnsvelt, respectievelijk Lijnsvelt. Het is echter ook mogelijk dat de andere schrijfwijze te maken heeft met het gebruik van latijn in de kerkregisters. Een derde optie is dat de pastoor er taalkundig de voorkeur aan gaf om Lijnsvelt te schrijven in plaats van Lensvelt (zie taalkundige verklaring). Tenslotte kunnen de waarschijnlijke familiebanden met de Van Leijnsvelt's uit de regio Den Bosch (Den Dungen) hierbij nog een rol gespeeld hebben.
Ook van sommigen van onze voorvaderen wordt de naam op verschillende manieren geschreven. Zo wordt de voorvader in Generatie 03 (zie geslachtsregister hoofdstuk) ten tijde van z'n eerste huwelijk (1685) in het RK DTB register als Gerardus Arnoldi Lensfelt ingeschreven, terwijl hij bij z'n tweede huwelijk (1697), in het zelfde register, als Leijnsvelt wordt opgetekend.
Bij zijn oudste zoon uit z'n tweede huwelijk, Arnoldus van Generatie 04, doet zich het zelfde fenomeen voor, echter hier tekent het verschil tussen kerk en staat zich duidelijk af. Bij diens eerste huwelijk staat hij in het RK DTB register als Arnoldus Lijnsvelt, terwijl hij door Schout en Geregten van Dussen Munsterkerk als Aart Lensvelt wordt ingeschreven. Ook in latere testamenten komt slechts deze laatste naam terug.
Deze trend continueert zich bij de volgende Generatie 05. Joannis Lijnsvelt bij z'n eerste huwelijk in het Latijnse RK DTB en Jan Lensvelt in het Nederduits Gereformeerd DTB bij z'n tweede huwelijk. De voorvader van Generatie 6 wordt bij z'n geboorte in het RK DTB register ingeschreven als Gerardus Lijnsfelt terwijl hij bij z'n huwelijk (in 1817) in de burgerlijke stand ingeschreven wordt als Gerrit Janszoon Lensvelt.
De Lijnsvelt/Leijnsvelt versie van de naam is geleidelijk aan uit de Dussense gemeenschap verdwenen. Op dit moment is hij dan ook helemaal niet meer aanwezig. In de Tienjarige tafels komt Lijnsvelt voor het laatst voor in de periode 1873-1882 en dan nog slechts 2 maal; beide keren i.g.v. overlijden. De naam Leijnsvelt komt voor het laatst voor in de periode 1833-1842; 2 maal bij overlijden, 1 maal bij huwelijk.
De naamvariant is echter niet geheel verdwenen. In Gelderland (Veluwe), trouwt Jan Lubbertsen voor de NH-kerk te Elspeet op 27 jarige leeftijd op 21-04-1754 met Hendrikje Gerrits. Uit dit huwelijk wordt op 17-07-1757 te Ermelo/Leuvenum Gerrit Jansen Lijnsveld geboren, waarbij het vooral opmerkelijk is dat bij de aantekening van de geboorte voor het eerst de familienaam Lijnsveld opduikt; daarvoor bediende men zich uitsluitend van patronymica.
Een van de kinderen uit het huwelijk van Gerrit en Hendrikjen is Jan Gerrits Lijnsveld. Blijkens het "Register van aangenomen geslachtsnamen te Nijkerk", publicatie nr.10 van Veluwse Geslachten, wordt door deze Jan Gerritse Lijnsveld op 14-12-1812 de naam Lijnsvelt aangenomen en hetgeen nogmaals bevestigd wordt op 09-02-1826 (e-mail Karel Uittien van 23-07-199).
Ook Gerrit Jansen Lijnsveld zelf, alsmede zijn (vermoedelijke) broer Hendrik Jansen Lijnsveld, beiden uit Harskamp gem. Ede, dagloner van beroep, worden vermeld in dit register.
De spelling van de naam Lijnsveld i.p.v. Lensvelt sluit goed aan op de toenmalige schrijfwijze van de naam in de kerkregisters van Dussen, waar juist in de periode van Gerrit Jansen's geboorte (1757) de naam in de RK-DTB registers werd opgetekend als Lijnsveld(t).Tegen deze achtergrond rijst het vermoeden dat de familienaam van de Gelderse Lijnsveld-tak zijn oorsprong vindt in Dussen.
Het ORA (Oud Rechterlijk Archief) van Dussen Munsterkerk is voor het grootste gedeelte geïnventariseerd en in de computer opgeslagen. Het geïnventariseerde archief beslaat grofweg de 18e eeuw, alhoewel het ook 'n aantal stukken bevat welke laat 17e eeuws -, of vroeg 19e eeuws zijn. Bij raadpleging hiervan blijkt de oogst enorm.
Maar liefst 82 aktes konden worden genoteerd met vermelding van de naam Lensvelt (met 'n T). Daarnaast waren er nog eens 7 aktes met Lensveld (met 'n D), 4 aktes met Lensveldt (met DT) en 1 akte met Lensfeld (met 'n F in het midden en 'n D aan 't eind). Bij het vergelijken van de aktes met elkaar, bleek duidelijk dat de andere schrijfwijzen dan Lensvelt met 'n V en 'n T louter op schrijffouten berusten, want de aktes gaan meestal over dezelfde personen die ook onder Lensvelt met 'n V en 'n T voorkomen.
Opmerkelijk is bovendien dat ik nergens Lijnsvelt of een afgeleide hiervan ben tegengekomen. Waarmee nog maar eens bevestigd wordt dat deze schrijfwijze uitsluitend in de (Latijnse) RK-DTB registers gehanteerd is. Vooralsnog blijft het echter 'n raadsel waarom de kerkelijke gezagsdragers gedurende een lange periode vasthielden aan de L(e)ijnsvelt spelling van de naam.
Een resumé van de feiten en aanwijzingen: