De vroegste keer dat Veulen in annalen genoemd wordt, is in 1422. Met Kerstmis van dat jaar ging Goert van Voerle (d.i. Geert van Veulen) na de nachtmis naar het huis van Sibbe Henselmans in Venray om zich bij de haard te warmen en met zijn vriend te praten. Goert van Voerle betreurde het diep, dat in 'Ray' (Venray), zo'n schoon dorp, nog geen zusterhuis was om goedwillende maagden te helpen God te dienen en het volk een voorbeeld te geven. Sibbe Henselmans had dezelfde mening. Samen besloten zij om in Venray een klooster te stichten. Henselmans had een deugdzame dienstmaagd en een dochter die wel een devoot leven wilden leiden. Goert van Voerle bracht zijn 13-jarige dochter Metken in en deze drie vormden het prille begin van wat later het klooster Jeruzalem zou worden.
Eeuwenlang woonden in Veulen maar een klein aantal mensen die op schrale keuterijtjes hun kost verdienden. Uit archiefstukken blijkt dat er in 1628 in Veulen 8 boerenbedrijfjes waren. Rond 1910 was dit aantal gegroeid tot 13. Dit waren veelal gemengde bedrijven. Er werden granen, vlas en aardappelen verbouwd. Ieder bedrijf had een paard, enkele koeien, wat kippen, varkens, (soms veel) schapen en bijen. De opbrengsten waren niet hoog, maar de kosten ook niet. Gemechaniseerd was er nog bijna niets en arbeid was erg goedkoop. De bedrijven voorzagen zo veel mogelijk in hun eigen behoeften. Zo lag er bij iedere boerderij een moestuin en een boomgaard.
Ontginning
In het begin van de 20e eeuw lagen alle Veulense boerderijen aan de huidige Veulenseweg. De laatste boerderij was de 'Vollenberg pláts', nu ligt deze boerderij in het centrum van Veulen (Veulensweg 55, Marc Spreeuwenberg). Na deze boerderij begon de Peel, die bestond uit onbegaanbare veenvlaktes en heidevelden. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veranderde de situatie ingrijpend: de Peel werd ontgonnen. De eerste Veulense ontginners waren Frans Aarts en Driek Schreurs. De ontginning van het Peelgebied waarop het buurtschap Veulen tot verdere wasdom kwam, geschiedde echter grotendeels in opdracht van Theodoor Jaeger (1867-1954). Deze Duitse landbouwdeskundige kocht in 1919 circa 295 hectare heidegrond van de gemeente Venray. Met grote voortvarendheid wist hij dit stuk Limburgse Peel in cultuur te brengen. Het bleef niet bij ontginnen alleen. Jaeger liet een woonhuis met paardenstallen bouwen, graanschuren, een loods voor landbouwmachines, een smederij en een huis met kantoorruimte voor zijn bedrijfsleider. Dankzij zijn pionierswerk verrezen in de wijde omtrek boerderijen en groeide de Veulense bevolking tot enkele honderden.
Handboogschutterij
De eerste Veulense vereniging was de handboogschutterij. Deze werd in 1926 opgericht. De oefenlokatie was café Manders (nu Veulenseweg 26), rond 1938 werd verhuisd naar café Van Gassel. De vereniging heeft jarenlang meer dan 40 leden gehad.
School
De Veulense jeugd ging in Leunen naar de lagere school. Door de groeiende bevolking ontstond de behoefte aan een school in Veulen. Hiertoe werd in 1928 een vereniging voor een Veulense lagere school opgericht. Deze vereniging werd tegengewerkt door Leunen, de rooms-katholieke kerk, B&W van Venray en de gemeenteraad. Pas bij de Gedeputeerde Staten en de Kroon haalde Veulen zijn gelijk, zodat een school kon worden gebouwd. In april 1931 werden de eerste lessen gegeven door schoolhoofd Coenders en juffrouw Derks. Er werd begonnen met 73 leerlingen.
![]() |
De achterkant van de school kort na de ingebruikname in 1931. Let op: er waren toen slechts twee lokalen. Het zwarte vlak rechts is de overdekte speelplaats. |
Tweede Wereldoorlog
Door verschillende omstandigheden is Veulen diep verwikkeld
geraakt in de tweede wereldoorlog.
In de eerste plaats was er het 'Duitse kamp' dat aan de
Veulenseweg op de grens met Leunen lag. Britse bommenwerpers voerden veel
bombardementen uit op Duitse steden en fabrieken. Duitse jagers dienden deze
bommenwerpers neer te halen. Vanuit het kamp in Veulen werden jagers van het
vliegveld Venlo naar geallieerde bommenwerpers geleid. De benodigde informatie
kwam van een radarinstallatie in De Rips en later ook van het Patersklooster in
Venray, waar bommenwerpers werden gepeild. De Luftwaffe had enkele tientallen
van deze gevechtleidingsposten (van Denemarken tot Noord-Frankrijk), de post in
Veulen was een van de meest succesvolle.
Als tweede was er de boerderij 'Eykenhof' die een belangrijke rol
in het verzet speelde. Hier werden tientallen neergeschoten
geallieerde piloten opgevangen totdat deze via de 'pilotenlijn'
veilig naar Engeland konden terugkeren. De familie Van Staveren
heeft voor dit gevaarlijke verzetswerk diverse binnen- en buitenlandse hoge
onderscheidingen ontvangen.
Het meest te verduren van de oorlog kreeg Veulen tijdens de
bevrijding. Op 18 oktober 1944 werd het westelijk deel van Veulen,
dat aan Ysselsteyn grenst, bevrijd. Pas op 23 november werd de
rest van het dorp bevrijd. In de zes weken dat Veulen in de
frontlinie lag, is meer dan de helft van de Veulense huizen
verwoest of zwaar beschadigd. Van de 72 Veulense huizen bleef
slechts één huis onbeschadigd. Tijdens de gevechten om Veulen te bevrijden
sneuvelden 30 Britse militairen. Aan Duitse kant vielen minimaal 12 militairen,
maar waarschijnlijk veel meer. In totaal kwamen 11 Veulense burgers door
oorlogsgeweld om het leven.
Kerk
De Veulense gelovigen waren aangewezen op de kerk in Leunen.
Vanwege het gebrek aan vervoermiddelen tijdens de oorlog werd het voor de
Veulenaren steeds moeilijker de kerk in Leunen te bezoeken. Om de Veulense
mensen toch in staat te stellen de H. Mis te bezoeken, werd door kapelaan J.
Verbugt 's zondags in zaal Van Gassel, die als noodkerk fungeerde, de H. Mis
opgedragen. Behalve door Veulense gelovigen werden de H. Missen ook door
onderduikers en neergeschoten geallieerde piloten (die ondergedoken waren bij
Van Staveren) bezocht.
Na de oorlog wilden de Veulense gelovigen meer: een H. Mis op de eerste
vrijdag van de maand en op hoge feestdagen, een eigen geestelijke en een eigen
kerkgebouw. De eerste stap tot een eigen kerk was de
oprichting van het rectoraat Veulen op 1 augustus 1946 door het
Bisdom in Roermond. Hierbij werden de grenzen van dit rectoraat,
waarvoor de parochies Leunen en Ysselsteyn grondgebied afstonden,
vastgesteld. Vanaf dat moment werd dagelijks door Rector Verbugt
een H. Mis in zaal Van Gassel opgedragen. Voor de bouw van een
kerk was een fonds van 20.000,- vereist. Dit bedrag werd
binnen veertien dagen door de inwoners van Veulen bij elkaar
gebracht, mede dankzij ontginner Jaeger die 3 hectare grond ter
waarde van 4.500,- schonk. Eind 1948 werd begonnen met de
graafwerkzaamheden en op 18 december 1949 werd de kerk ingezegend.
Het was de eerste nieuw gebouwde kerk in Limburg van na de oorlog.
![]() |
Luchtfoto van de kerk en rectoraatswoning, ± 1951. Let op de vijver linksonder op de foto. Later is de weg gereconstrueerd waardoor deze dichter bij de kerk en rectoraatswoning kwam te liggen. |
Verenigingen
Doordat Veulen steeds meer een zelfstandig dorp werd, ontstond
de behoefte aan eigen, Veulense verenigingen. Zo ontstonden
tussen 1945 en 1960 de volgende verenigingen: de toneelvereniging,
de carnavalsvereniging, de boerinnenbond (de latere L.V.B.), de
ouderenvereniging, de Jonge Garde (de latere jeugdclub voor
meisjes), de Jonge Boeren en de Jongeren Gemeenschap. Deze
laatste twee fuseerden later tot de K.P.J.
Midden jaren zestig werden zowel de handboogschutterij als de toneelvereniging rustend gemaakt wegens een gebrek aan
belangstelling.
In de jaren zeventig ontstonden de dorpsraad, de verenigingsraad,
de biljartclub, de autocrossclub, de café-voetbalclub en de
jeugdclub voor jongens. Deze laatste club fuseerde in 1982 met de
jeugdclub voor meisjes. Begin jaren tachtig werd de joekskapel
opgericht en rond 1990 de twee buurtverenigingen die Veulen rijk
is.
In de zomer van 2001 werd, wegens het gebrek aan voldoende belangstelling, de
K.P.J. opgeheven.
Verenigingsgebouw
Voordat er een verenigingsgebouw was, vergaderden de vrouwen en meisjes, verenigd in de Boerinnenbond, Jongeren Gemeenschap of B.J.B. in het zaaltje boven de sacristie van de kerk. De mannen en jongens verenigd in de handboogschutterij ‘De’Eendracht’, de Carnavalsvereniging ‘ ’t Dartele Veulen’, de eiervereniging ‘St. Antonius’, Jonge boeren of K.P.J. kwamen bijeen in het café.
Er was duidelijk behoefte aan een eigen onderkomen, vooral voor de jeugd. Bij de gemeente werd hiervoor een verzoek ingediend en op 26 oktober 1975 werd het eerste sobere verenigingsgebouw door de in Veulen wonende wethouder Jo van Oers geopend. Dit houten gebouw stond net achter het kerkhof op de hoek van het huidige trapveldje en de vloer was gemaakt van trottoirtegels. Voor een passende naam was een prijsvraag uitgeschreven. De naam ’De Hoefslag’ werd ingezonden door Gerrit Reintjes Lorbaan (Hzn) en als meest geschikte gekozen uit diverse inzendingen. In oktober 1982 is dit gebouw daar afgebroken om vervolgens, in verkleinde uitvoering, dichtbij het voetbalterrein aan de huidige Voerleberg weer opgebouwd te worden. Daar heeft het jaren dienst gedaan als kleedlokaal voor het cafévoetbal. In het voorjaar van 1987, toen de fam. Timmermans-Jacobs dit bouwperceel kocht om er een woning op te bouwen, is het afgebroken.
In de loop van 1982 is het tweede verenigingsgebouw geplaatst. Dit gebouw
kwam uit Lekkerkerk. Daar was een hele stadswijk gebouwd op een vuilnisbelt
waarvan de grond vergiftigd was. De bebouwing werd afgebroken en de giftbelt
afgegraven. Het gebouw deed daar dienst als noodschool. Aanvankelijk was voor
een nieuw gemeenschapshuis in Veulen anderhalve ton beschikbaar. De gemeenteraad
maakte daar waarschijnlijk onder het motto ‘het kan beter aan de laatste
mankeren dan aan de eerste’, 70.000,- gulden van en werd het dus een
tweede-hands houten gebouw in plaats van een nieuw gebouw van steen. In de
notulen van de Dorpsraadvergadering van 13 juli 1982 kunnen we lezen dat het
gebouw er dan al staat maar dat het nog ingericht moet worden. Blijkbaar was de
ruimtenood hoog want in de notulen van de Dorpsraadvergadering van 14 september
1982 staat dat het gebouw zijn voltooiing nadert en dat de vrouwenbond nog in
diezelfde week daar de eerste vergadering zal houden. Voor de inrichting van het
gebouw werd een rondgang door het dorp gehouden. Symbolisch kon men een stoel
schenken (f 25,-) of een tafel (f 100,-) of een vrije gift geven. Uit de notulen
van 26 oktober 1982 blijkt dat deze rondgang ongeveer f 4000,- opgeleverd had!
Op 6 maart 1983 werd het nieuwe verenigingsonderkomen wederom door wethouder Jo
van Oers officieel geopend. Aansluitend werd de nieuwe aanwinst door Rector
Hoogers ingezegend en werd er open huis gehouden. Voor de vele bezoekers was er
gratis koffie. Ook dit gebouw kreeg de naam ‘De Hoefslag’. Rond de millenniumwisseling was dit gebouw compleet 'op' en was aan vervanging toe. Na jarenlang overleggen, subsidies aanvragen, bouwlocatie bepalen werd in 2004 begonnen met de bouw van een nieuw verenigingsgebouw. Deze kwam te liggen tegenover de lagere school.
Op 28 oktober 2005 werd de derde Hoefslag geopend.
Van 'Hoefslag' no.2 waren achtereenvolgens de beheerders, Toon Bexkens, Toon
Jacobs en Jeu Sonnemans.
Van 'Hoefslag' no.3 is Ciel Reintjes-Kronenberg de eerste beheerder.
Verkeersveiligheid
Na een jarenlange actie door dorpsraad, schoolbestuur en ouderenvereniging kreeg Veulen in 1986 een door Gedeputeerde Staten van Limburg vastgestelde bebouwde kom. Het was de Veulenaren vooral te doen om de bijbehorende snelheidsbeperking tot 50 km om de veiligheid in het centrum van Veulen te vergroten. In de jaren negentig is de veiligheid verder vergroot door het leggen van drempels bij de ingangen van het dorp, een verhoogd kruispunt bij de kerk en het plaatsen van 'Amsterdammertjes' rond dit kruispunt. Begin 2000 werd de hele bebouwde kom van Veulen 30 km zone, waardoor de maximumsnelheid in het centrum van Veulen in 14 jaar 50 km/uur lager is geworden. Begin 2009 werd het hele buitengebied 60 km zone.
Dorpsverfraaiing
Nadat in 1984 een monument ('Phlipse pumpke') en in 1989 een informatiebord in Veulen werden geplaatst, is vooral in de jaren negentig veel werk gemaakt van dorpsverfraaiing. Het kerkplein en het plein achter de kerk werden verhard, het plein voor de kerk werd opgeknapt en in het centrum van Veulen werden een kunstwerk ('drinkend veulen'), een vijfarmige lantaarn, een vlaggenmast en een richtingaanwijzer geplaatst. Ook werd een plantsoen aangelegd. In 2001 werd zowel voor de school als rond het speelterreintje op De Vlies (de 'Poetjesplats') een hek geplaatst.