Job
Kent u dat ook een nest met vijf jonge kanaries waarbij er
altijd één kanarie achterblijft? Dit jong is meestal de laatste die wordt
geboren. Hij/zij is hierdoor een dag achter op de rest, heeft hierdoor een
korter nekje en krijgt vaak te weinig voer. Wordt uit het nest gewipt door de
rest of verpletterd.Kan ook toevallig niet worden overgezet naar pleegouders,
die jongen hebben van dezelfde grootte. Deze stakker is gedoemd om uit te drogen.
In februari 2000 wordt als hierboven omschreven een kanarie geboren ik noemde hem Job. Als zijn broertjes en zusjes met een volle krop liggen na te genieten, lag onze Job te vechten om ook zijn krop vol te krijgen
wat hem helaas niet altijd lukte. Hij heeft dan ook, als je in zijn bekje
kijkt, een ongezond kleurtje (de kleur moet bloedrood zijn).
Als de overige vier kanaries worden geringd,
moet Job nog 2 dagen wachten.Dan werd
Job op de zevende dag nog even uit het nest gegooid; maar gelukkig ben ik er op
tijd bij. In mijn hand warm ik de steenkoude Job op en leg hem weer terug in
het nest.
Helaas geen ander koppel kanaries met jongen waar Job bijgelegd kon
worden. Gelukkig heb ik pa kanarie bij zijn moeder gelaten en pa voerde dapper
mee.
Na drie weken leefde Job nog
steeds ondanks dat hij regelmatig uit het nest werd gegooid. Tevens werd hij
afgekeurd als kleurkanarie door een bont plekje in zijn nek. Hij had ook niets
mee. Als de jongen uit het nest vlogen en op de bodem hippen werd Job
regelmatig aan zijn veren getrokken. Het leek wel of zijn broers en zusters
wisten dat hij alle geluk van de wereld had dat hij nog leefde. Toen de eerste
vier jongen 26 dagen oud waren heb ik deze in de volière gedaan en Job de
mogelijkheid gegeven nog een paar dagen bij zijn ouders te vertoeven.
Het viel mij op dat Job niet op
de stokken ging zitten maar op de bodem bleef. Hij stond ook niet echt rechtop
maar door zijn knieën gezakt. Na vijf weken ging moeder Job kaal plukken en heb
ik hem apart gezet in een tentoonstellingskooitje. Bij inspectie had Job een
kale kop, een beschadigde buik en één ontstoken oog. Dit zou toch het moment
van de “korte vlucht” moeten zijn, maar helaas, ik kon het niet. Job had al
zoveel karakter getoond, dat ik hem in leven wou houden.
Die week elke dag zijn
oog ingesmeerd met oogzalf, het hielp.
Diverse bakjes opgehangen in zijn kooi: eivoer met verse ei, gekookte rijst,
brood in melk, zaad en fruit. Het ging goed hij at hoofdzakelijk eivoer en
brood in melk.
Na zeven weken vond ik dat Job maar in de volière moest. Het
ging wonderlijk goed de overige vogels lieten hem met rust. Hippen deed hij
nauwelijks, afstanden werden door vliegen overbrugd. Hij sliep op de bodem. Als
ik hem wou pakken vloog hij niet weg; Job vond alles prima.
Job leeft
nog steeds op de bodem en fluit zijn liedje. Job mag blijven, hij en ik weten
waarom.
[Terug naar homepage]