Toeval... of niet

Op 2 januari 2003: een heerlijk dagje genieten met nog zeven leden van onze vogelclub op de Grote Vogelshow in de Hanzehal te Zutphen. De Algemene Bond van Vogelhouders had daar een show neergezet met 8000 vogels. Dwalen en praten met andere kwekers, mijn geluk kan op zulke dagen niet op. Bij de stellingen van de gouldamadines raak ik in gesprek met een kweker van deze vogels. Vol enthousiasme vertelde deze kweker over zijn goulds. Ook ik vertel hem dat ik naast mijn kanaries enig succes heb geboekt bij het kweken van goulds.

Een hele slechte combinatie, stelt de gouldkweker. Waarschijnlijk keek ik heel verbaasd, waarop de gouldkweker aangaf dat het een onmogelijke combinatie is. De goulds scheiden een stof af die het kweken van kanaries, in de zelfde ruimte, een grote sterfte geeft onder de jonge kanaries. Ik geloofde dit niet en liet de kweker dat nogmaals vertellen. Hij bleef erbij dat je sowieso kanaries niet moet kweken bij tropen dan wel kromsnavels. Verschrikt liep ik te denken. Inderdaad mijn kanaries hebben het de afgelopen twee jaar niet optimaal gedaan. Die twee jaar had ik ook goulds gekweekt. Tevens moest ik toegeven dat ik ook een minder resultaat had met mijn kanaries toen ik er parkieten bij kweekte.

Ik vertelde dat aan mijn clubgenoten en kon aan hun ogen zien dat er sterk getwijfeld werd aan dit verhaal. Nog nooit van gehoord, was hun antwoord. Ik liet het verhaal het verhaal........ Tot ik het februari nummer van het maandblad van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers in de bus kreeg (ik ben lid van beide vogelbonden). Onder de titel “Toeval.... of niet!!” stond het volgende: Een zekere heer Gerrit van Geffen gaf aan dat hij al zes jaar last had dat de helft van zijn jonge kanaries onverklaarbaar het loodje hadden gelegd. Hierdoor had hij honderden jonge kanaries verspeeld. De onderzoeken in Utrecht hadden niet het verwachte resultaat opgeleverd. Hij had hierdoor de hoop dat het volgend jaar wel beter zou gaan. Toch bleef het maar zeuren en maar zoeken naar de vogelsterfte.

Het laatste gedeelte van dit ingezonden stukje verwoord ik nu letterlijk. Zes jaar achtereen zijn veel jonge vogels doodgegaan, dat varieerde van 60 tot 150 stuks. Zes jaar achtereen heb ik gouldamadines gekweekt in de zelfde ruimte. Deze goulds heb ik afgelopen winter opgeruimd en vanaf dat moment is het met de kanaries de goede kant uitgegaan. Tijdens het enten bij de leden van de vereniging bleek dat er verschillende leden waren die veel sterfte hadden onder de jonge kanarievogels. Deze leden hadden toevallig allemaal ook goulds op het hok. Na deze constatering ben ik gaan bellen met enkele kennissen waarvan ik wist dat zij ook gouldamadines kweekten, twee daarvan hadden voor het eerst een goed resultaat met hun kanaries, nadat zij geen goulds meer op het hok hadden.

Misschien zijn er meer liefhebbers die beide soorten vogels hebben en met dezelfde problemen zitten, dan kan het bovenstaande mogelijk een bijdrage leveren bij het oplossen daarvan. Het is niet mijn bedoeling de gouldamadines in diskrediet te brengen. Het is een heel mooi vogeltje, maar het kan zijn dat deze vogeltjes iets bij zich dragen waartegen een kanarie niet bestand is. Hoewel ik het niet hard kan maken, heb ik het vermoeden dat het doodgaan van mijn jonge kanarievogels heeft gelegen aan de aanwezigheid van de gouldamadines. Het volgende kweekseizoen zal dit voor mij bevestigen.

Mocht u meer willen weten of reageren, dan kan dat via een stukje in “Onze Vogels” of neem contact op met:
Gerrit van Geffen
E-mail: gerritvangeffen

Ik dank meneer Van Geffen hartelijk voor de oplossing van het raadsel dat gelukkig voor mij maar twee jaren duurde. Zo zie je maar dat we als vogelliefhebbers nog veel van elkaar kunnen leren. Mijn kanaries krijgen weer de hoogste prioriteit, de gouldamadines worden weggedaan.

Rinus van der Aa, februari 2003


[Terug naar homepage]