Lookup: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
1/3,1 Wij zullen dan als nu aanvangen te handelen van die eijgenschappen, welke wij *[16]Eigene genoemd hebben. En vooreerst hoedanig God Een oorzaak is van alles. Hier te vooren dan hebben wij nu al gezeid, hoe dat de Eene zelfstandigheid de andere niet kan voortbrengen en dat God een wezen is, van welke alle eijgen|f.31schappen geseid worden; alwaar uijt klaarlijk volgd, dat alle andere dingen geenzins en konnen nog bestaan nog verstaan worden zonder nog buijten hem. Weshalven wij dan met alle reeden mogen zeggen, God te zijn een oorzaak van alles.
1/3,2 Aangezien men dan gewoon is de werkende oorzaak in agt deelen te verdeelen, zoo laat ons dan eens onderzoeken, hoe en op wat wijze God een oorzaak is?
1. Dan zeggen wij, dat hij is een uitvloejende ofte daarstellende oorzaak van zijne werken en in opzigt de werkinge geschied, een doende ofte werkende oorzaak, hetwelk wij voor een stellen, als op elkander opzigtig zijnde.
2. Ten anderen is Hij Een inblijvende en geen overgaande oorzaake, aangezien hij alles in zig zelfs en niet buijten zig en werkt omdat buijten hem niets niet en is.
3. Ten derden. God is een vrije oorzaak en geen Natuurlijke gelijk wij dat heel klaar zullen toonen en doen blijken, wanneer wij zullen handelen van of God kan nalaaten te doen hetgene hij doet, alwaar dan meteen verklaard zal worden waarin de waare vrijheid bestaat.
4. God is een oorzaak door zig zelfs en niet door een toeval, hetwelk uijt de verhandeling van de Praedestinatie nader zal blijken.
5. Ten vijfden. God is een Voornaame oorzaak van sijne werken die hij onmiddelijk geschaapen heeft als daar is de roeringe in de stof enz. in welke de min voorneeme oorzaak geen plaats kan hebben, nadien dezelve altijd is in de bezondere dingen, als wanneer hij door een harde wind de zee droogh maakt; en zoo voort in alle bezondere dingen, die in de Natuur zijn.
De Minvoorneem-beginnende oorzaak en is in God niet omdat buijten hem niet is dat hem zoude konnen prangen. Dog de voorgaande oorzaak is sijn volmaaktheid zelve; door dezelve is hij en van zig zelfs een oorzaak en bij gevolgh van alle andere dingen.
6. Ten zesden. God is alleen de eerste ofte Beginnende oorzaak gelijk blijkt bij onze voorgaande betooging.
7. Ten zevende. God is ook een Algemeene oorzaak, |f.32 dog alleen in opzigt dat hij verscheide werken voortbrengt, anders kan zulks nooit gezeid worden: want hij niemand van doen heeft, <om uijtwerkzelen voort te brengen> |f.33 om uijtwerkselen voort te brengen.
8. Ten Aghtsten. God is de naaste oorzaak van die dingen die oneijndelijk zijn en onveranderlijk en de welke wij van hem zeggen onmiddellijk geschapen te zijn, dog de laatste oorzaak is hij en eenigzins van alle de bezondere dingen.
[16] Deze volgende worden Eigene genoemd, omdat zij niet anders als Adjectiva die niet verstaan konnen worden zonder haar Substantiva. Dat is God zoude zonder deze geen God zijn, maar nogtans is door deze geen God; want zij niet zelfstandigs door welke God alleen bestaat, te kennen geven.