Cap. 10

Lookup: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

2/10,1 Van de knaging en het berouw zullen wij voor tegen woordig doch kortelijk spreeken. Deze dan en zijn nooijt als door verrassing; want de knaging komt alleen hier uijt: dat wij iets doen van't welk wij dan twijffelen of het goet is of het kwaad is ende het berouw hier uijt, dat wij iets gedaan hebben dat kwaad is. 2/10,2 En om dat veel menschen (die haar verstand wel gebruijken) somtijds (vermids haar die hebbelijkheid die vereischt werd om het verstand altijd wel te gebruijken ontbreekt) afdwaalen: zo zoude men misschien mogen denken, dat haar |f.102 deze Knaging en Berouw verder soude te rechte brengen en dan daaruijt besluijten, gelijk soo de geheele wereld doet, datze goet zijn. Doch zo wij de zelve te regt willen inzien, wij zullen bevinden dat ze niet alleen niet goet en zijn, 39nemaar in het tegendeel datze schadelijk en dienvolgende dat ze kwaad zijn: Want het is openbaar, dat wij altijd meer door de Reeden en liefde tot de waarheid als door knaging en berouw te rechte komen. Schadelijk zijn zij dan en kwaad, want zij zijn een zeeker slag van droefheid de welke van ons nu te vooren bewezen is schadelijk te zijn en die wij derhalven daarom als kwaad moeten trachten van ons af te weren, gelijk wij dan dienvolgende ook dese als zodanig moeten schuwen en vlieden