Lookup: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
2/22,1 |f.145bis Aangezien dan de [42]reeden geen magt heeft om ons tot onse welstand te brengen, zo blijft dan overig dat wij onderzoeken of wij door de vierde en 81leste manier van kennisse daar toe konnen geraaken? Wij hebben dan gezeid, dat deze manier van kennisse niet en is uijt gevolg van iets anders, maar door een onmiddelijke vertooninge aan het verstand van het voorwerp zelve: En zo dat voorwerp dan heerlijk is en goet, zo werd de ziele noodzaakelijk daar mede vereenigt, zo wij ook van ons lichaam gezeid hebben. 2/22,2 Hier uijt dan volgt onwederspreekelijk dat de kennisse die is, welke de liefde veroorzaakt. So dat als wij op deze manier God komen te kennen, wij dan noodzakelijk (want hij zich niet anders als de alderheerlijkste en aldergoetste en kan vertonen noch van ons gekent worden) met hem moeten vereenigen. In het welke alleen gelijk wij nu al gezeit hebben, onse zaligheid bestaat.
Ik zeg niet dat wij hem zo hij is moeten kennen, maar het is ons genoeg dat wij hem om met hem vereenigt te zijn, eenigzins kennen. Want |f.146bis ook de kennisse die wij van't lichaam hebben, en is niet dat wij het kennen zo als is of volmaaktelijk. En nochtans wat een vereeniginge? Wat een liefde? 2/22,3 Dat deze vierde kennisse die daar is de kennisse Gods, niet en is door gevolg van iets anders, maar onmiddelijk, blijkt uijt dat geene dat wij te vooren bewezen hebben hem te zijn de oorzaak van alle kennisse, die alleen door zich zelfs en door geen ander zaak bekend word: Daar benevens ook hier uijt, omdat wij door Natuur zodanig met hem vereenigt zijn, dat wij zonder hem nogh bestaan nog verstaan konnen worden.
En hier om dan dewijl tusschen God en ons een zo naauwen vereeniginge is, zo blijkt dan dat wij hem niet als onmiddelijk en konnen verstaan. 2/22,4 De vereeniginge dan die wij met hem door de Natuur en de liefde hebben, die zullen wij dan nu trachten te verklaaren.
Wij hebben alvooren gezeid, datter in de natuur niet en kan zijn van't welke niet een Idea zoude zijn in de ziele des zelven zaaks.[43]En na dat de zaak of meer of min volmaakt is daar na is |f.147 ook min of meer volmaakt de vereeniginge en de uijtwerkinge van de Idea met die zaak of met God zelve. 2/22,5 Want aangezien geheel de Natuur maar een eenige zelfstandigheid is en welkers wezen oneijndelijk is, zo worden dan alle dingen door de Natuur vereenigt en tot een vereenigt, namelijk God.
En dewijl nu het lichaam het aldereerste is dat onse ziel gewaar word, om dat gelijk gezeid is, niet in de Natuur kan zijn welkers Idea niet en is in de denkende zaak, welke Idea de ziele is van dat dink, zo moet dat dink dan noodzaakelijk zijn de eerste oorzaak van de *Idea.
|f.148 Doch omdat deze Idea geenzins kan ruste vinden in de kennisse van het lichaam zonder dat ze overgaat in de kennisse van dat geene zonder het welke het lichaam en Idea zelve noch bestaan noch verstaan konnen worden, zoo word zij ook dan met dat (na voorgaande kennisse) door liefde terstond vereenigt. 2/22,6 Deze vereeniginge word beter begrepen en afgenoomen wat die moet zijn, uijt de werkinge met het lichaam in de welke wij zien hoe dat door kennisse en tochten tot lichamelijke dingen in ons komen te ontstaan alle die uijtwerkingen die wij in ons lichaam door de beweeginge der geesten gedurig gewaar worden. En alzo ook onvergelijkelijk meerder en heerlijker (indien eens onse kennisse en liefde komt te vallen op dat geene zonder 't welk wij noch bestaan noch verstaan konnen worden en dat geen zins lichaamelijk is) zullen en moeten zijn de sodanige uijtwerkinge, uijt deze vereeniginge ontstaande, want deze noodzakelijk moeten mede gesteld zijn na de zaaken met de welke zij vereenigt word. 2/22,7 En 83wanneer wij dan deze uijtwerkingen gewaar worden, |f.149 als dan konnen wij met waarheid zeggen weder geboren te zijn. Want onse eerste geboorte was doen als wij vereenigde met het lichaam door welke sodanige uijtwerkingen en lopinge van geesten zijn ontstaan, maar deze onse andere of tweede geboorte zal dan zijn, zo wanneer wij geheel andere uijtwerkingen van liefde gestelt na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp, in ons gewaar worden.
En zo veel van de eerste verschillende, als daar is het verschil van lichaamelijk en onlichaamelijk, geest en vleesch. En dit mag daarom te meer met recht en waarheid de Wedergeboorte werde genoemt, om dat uijt deze Liefde en Vereeniginge eerst komt te volgen een Eeuwige en onveranderlijke bestendigheid, zo wij zullen betonen.
[42] |f.127 Alle passien die tegen de goede reden strijdig zijn (als vooren is aangewezen) ontstaan uijt de Waan. Alles wat in de zelve goet of kwaad is, dat is ons aangewezen door het Ware Geloof, maar deze beijde nog geen van beijde is magtig ons daar af te bevrijden. Alleen dan de derde manier is 't, namelijk de Waare Kennis die ons hier van vrij maakt. En zonder de welke het onmogelijk is dat wij ooijt hier af vrij gemaakt konnen worden gelijk nu gevolglijk pag... zal aangeweezen worden. Zoude dit het niet wel zijn daar aandere onder andere benaaminge zo veel van zeggen en schrijven? Want wie en ziet niet hoe gevoeglijk wij onder de Waan de Zonde, onder het gelove de Wet die de Sonde aanwijst en onder de Waare kennisse de Genade die ons van de zonde vrij maakt, konnen verstaan? plaats de notae op Fo. ...Cap.<22>XXII.
[43] |f.147 En hierdoor word met een verklaart het gene wij in het eerste deel hebben gezeid van dat het oneijndelijk verstand van alle eeuwigheid in de Natuur zijn moet en dat wij de Zone Gods noem<en>den. Want aangezien dat God van eeuwigheid geweest is, zo moet ook zijn Idea in de denkende zaak, dat is in zich zelfs zijn, welke Idea voorwerpelijk overeenkomt met hem zelfs; vide pag.