gaade, 1 gaan, 14 gaat, 5 gaauwer, 1 geacht, 1 geagt, 1 gealtereert, 1 geantwoord, 1 geargumenteert, 1 gebeeden, 2 gebeuren, 4 gebeurlijk, 11 gebeurlijke 6 gebeurt, 3 geboeijdt 1 geboorte, 2 geboren 1 geboud, 1 gebouwd 1 gebracht, 1 gebrachte 1 gebragd, 1 gebragt 1 gebreeken, 2 gebrek 2 gebruijk, 2 gebruijken 13 gebruijkende, 3 gebruijkt, 6 geconcipieert, 1 gedaan, 17 gedaante, 6 gedaanten, 1 gedacht, 1 gedagt, 2 gedane, 1 gedeeld, 2 gedeelt, 1 gedeelte, 1 gediend, 2 gediverteert, 1 gedurig, 1 geduurig, 2 geduurige, 1 geduuringe, 1 gedwongen, 1 geeft, 9 geen, 278 Geen, 3 geene, 91 geenen, 1 geener, 1 geenerlei, 1 geensins, 1 Geenzins, 2 geenzins, 25 geest, 4 geeste, 2 geesten, 17 geeven, 2 geevt, 1 gegaan, 1 gegeven, 6 gegrond, 1 gehaat, 1 gehad, 6 gehandeld, 1 gehatene, 1 Geheel, 4 geheel, 50 geheele, 7 geheugenisse, 1 gehindert, 1 geholpen, 1 gehoort, 1 gehouden, 2 gehouwen, 1 gekend, 9 gekent, 4 geklapt, 1 gekomen, 4 gekoomen, 1 gekwest, 1 geleegen, 2 geleerd, 1 geleert, 1 gelegentheden, 1 gelegentheid, 2 geleid, 1 geliefde, 3 gelijck, 1 Gelijk, 5 gelijk, 99 gelijke, 8 gelijkelijk, 2 gelijken, 1 gelijkenis, 1 gelijkenisse, 1 gelijker, 2 gelijkerwijs, 1 gelijkheid 1 gelijkmatig, 1 gelijkmatigheid, 5 gelijkmen, 1 gelijks, 1 gelijkse, 1 gelijkwij, 1 gelijkze, 1 geloof, 12 Geloof, 3 geloofde, 1 geloopen, 2 Geloov, 1 geloov, 3 Geloove, 1 gelov, 1 gelove, 6 geluijd, 1 gelukken, 1 gelukt, 1 Gelukzaligheid, 1 gelukzaligheid, 3 gemaakt 18 gematigde, 1 gemeen 5 gemeene, 2 gemeenlijk 8 gemeenschap, 9 gemengt 1 gemerk, 2 gemijd 1 gemodificeert, 1 gemoed 1 gemoeds, 2 Genade 1 Genatuurde, 1 gene 9 geneegen, 4 geneeskruijden, 1 genen, 1 genereren, 3 generlij, 1 genes, 1 geniet, 1 genieten, 12 genietende, 2 genieting, 1 genietinge, 3 genoeg, 6 genoegen, 2 genoegh, 1 genoegsaam, 1 genoegzaam, 11 genoegzame, 1 genoemd, 4 genoemde, 1 genoemt, 11 genomen, 7 genoodschikt, 1 genoodzaakt 10 genoomen, 1 genoote 1 genooten, 1 genoten 1 geonderordend, 2 geoordeeld, 1 geoorlofde, 1 geopenbaard, 1 geordent, 1 geordineerde, 1 geordonneert 1 geplaatst, 1 geprangt 1 geprezen, 1 geproportioneerd, 1 geproportioneert 3 geraaden, 1 geraaken 14 geregeert, 1 gericht 1 geringe, 1 gerust 1 gerustheid, 3 geschaape 1 geschaapen, 1 geschakeld, 1 geschape, 1 geschapen, 30 gescheid, 1 geschied, 15 geschiede, 1 geschieden, 9 geschikt, 1 geschikte, 1 geschiktelijk, 1 geschil, 2 gesegt, 1 geseid, 2 geseide, 2 geseijd, 2 geseijde, 1 geslaagen, 2 geslacht, 10 geslachten, 1 geslagen, 1 geslaghts, 1 geslagt, 15 geslagte, 5 geslagten, 1 geslagts, 1 gesproken, 1 gesprooken, 11 gestadig, 3 gestalte, 14 gesteld, 24 gestelde, 1 gestelt, 2 getaal, 1 getal, 2 getallen, 2 getoond, 13 getoont, 3 getrokke, 1 getroost, 1 gevaar, 1 geval, 1 gevalle, 1 geveijsde, 2 geven, 18 gevende, 1 gevloeijd, 1 gevoeglijk, 1 gevoel, 7 gevoeld, 1 gevoelen, 7 gevoelt, 1 gevolg, 5 gevolge, 2 gevolgh, 1 gevolglijk, 6 gevonden, 5 gevraagde, 1 gevrocht, 1 gevrochte, 9 gevroghten, 3 gevrogt, 2 gevrogte, 6 gewaande, 1 gewaant, 1 gewaar, 27 gewaardeert, 2 gewaarworden, 1 gewaarwordende 1 gewaarwordinge, 3 gewaer, 1 geweest, 23 geweldelijker, 1 geweldig, 1 gewenste, 1 gewent, 2 geweten, 2 gewoon, 2 gewoone, 1 gewoonlijk, 1 gewoonte, 1 geworden, 1 gezegd, 5 gezegende, 1 gezegh, 1 gezegt, 3 gezeid, 76 gezeide, 6 gezeijd, 12 gezeijde, 1 gezeijt, 7 gezeit, 9 gezet, 3 Gezien, 1 gezien, 15 gezift, 1 gezogt, 2 gierigheid, 2 Gij, 1 gij, 59 ging, 3 gisse, 1 gissen, 1 GOD, 2 God, 263 goddelijk, 1 goddelijke, 4 goddelijkheid, 1 Gode, 1 godgeleerde, 1 gods, 1 Gods, 32 godsdienst, 3 Godt, 1 goe, 1 goed, 7 goede, 14 goedheid, 1 goedt, 2 goet, 111 Goet, 2 goetheid, 1 goets, 3 graaden, 1 graden, 2 Gramschap, 1 gratiâ, 1 grijpen, 1 grond, 2 gronden, 1 grondige, 1 grondregel, 1 grondregul, 1 grondvest, 1 groot, 9 groote, 11 grooter, 6 grootheid, 1 groots, 4 grootste, 2 groter, 3 gunnen, 2 Gunste, 3