M

maaken, 35 maakende, 2 maaksel, 2 maakt, 18 maal, 5 maale, 1 maar, 1 Maar, 1 maar, 212 Maar, 54 maate, 1 macht, 11 machtiger, 1 mag, 5 maghtig, 1 magt, 13 magtig, 2 magtiger, 1 major, 1 make, 1 maken, 1 maker, 1 man, 3 manier, 12 maniere, 2 manieren, 2 mannelijk, 1 Marocquen, 1 materialiter, 1 me, 1 mede, 31 medegeweten, 1 mediate, 1 Medicijnen, 1 mee, 1 meede, 13 meen, 2 meene, 1 meenen, 7 meenende, 1 meenigmaal, 2 meenigten, 1 meeninge, 2 meent, 2 meer, 93 meerder, 10 meest, 4 meeste, 2 meijne, 2 meijnen, 1 meijnende, 1 meind, 1 meinen, 1 men, 72 MENSCH, 2 Mensch, 2 mensch, 75 mensche, 4 menschelijk, 9 menschelijke, 5 menschelijken, 2 menschen, 34 merke, 1 merken, 10 mes, 1 met, 201 Met, 4 meteen, 2 mets, 1 midde, 1 middel, 7 middelen, 2 mij, 42 mijn, 10 mijne, 5 min, 16 Minder, 1 minder, 7 minderd, 1 minste, 5 minsten, 1 minvoorneem-beginnen 1 Minvoorneem-beginnende, 1 miraculen, 1 misdaan, 2 mismaaktheid, 1 Misschien, 1 misschien, 4 missende, 1 mitsgaders, 1 mochten, 1 modaliter, 1 modificatie 1 modificatio, 1 modificationes, 1 Moed, 2 moed, 2 moede, 1 moet, 124 moeten, 62 moeter, 1 moetmen, 1 mogelijk, 14 mogelijkheid, 4 mogen, 13 mogentheid, 2 moght, 1 mogt, 1 mogten, 1 mond, 1 monsterdieren, 1 most, 7 mosten, 2 muur, 1