Chapter 14. VOCABULARY

Table of Contents

A
B
C
D
E
F
G
H
I
K
L
M
N
O
P
R
S
T
U
V
W
Z

A

Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z

CAUTE: links to marginal notes do not work, because they have not been edited.

legenda: x=text; n=notes; m=margin; *=see lexical field; >...]=text margin; [...]=manual addition; E=Ethics; B=Bible; ~KV=not occurring in KV.

AAN 98x+11n+11m; an 2x+m; aanporren; aanwijzen; behoren; daar-; eigen; hangen; hier; stoten; toeëigenen; toepassen;

AANDACHT: met aandagt (concentrated); aandagtig n;

4xB: Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat, Job 37:2;

attend* 33xE: Si jam ad hos primitivos et ad ea quae de natura mentis supra diximus, attendere velimus, affectus quatenus ad solam mentem referuntur sic definire poterimus, defaff48expl;

273n Dog mij aangaande wanneer ik die aandagtig wil bevatten;

355 Soo wanneer wij eens met aandagt aanmerken wat de Ziele is;

*AANDOEN: aangedaan 4x+3n+2m; aandoening;

AANGAAN;

AANGENAAM

AANGEZIEN 54x+6n; 5xB; aangezien dat;

AANZIEN;

*AANHANGEN;

AANKOMEN;

AANMERKEN; aanmerkelijk; aanmerking;

AANNEMEN;

AANPORREN;

AANSCHOUWEN;

AANSTONDS (immediately) 2x; ~B;

068 aanstonds was ik vervolgd geweest van twee hooftvijanden des menschelijken geslaghts de Haat namentlijk en het Berouw en van Vergeetenheid ook menigmaal;

408 zoo verzoek ik dat gij U daarom aanstonds niet en verhaast om het zelve te wederleggen;

AANSTOTELIJK;

AANTEKENEN;

AANVANG; anvangen;

AANWENDEN; (apply) ~B;

250 als wij die [=eer schaamte] tot nut van de menschen en om haar te verbeteren aanwenden;

*AANWIJZEN 8x+3n+m; aangewezen; aanwijsen 2m; aanwijst 4x+3n+6m; aanwijze; anwijst m;

*AANZEGGEN;

*AANZIEN 5x+3n anzien;

AARD;

AARDIG (joly); m; ~B;

382 >Met een zeer ardie en eige gelijkenisse verklaard.];

AARDKLOOTJE; (world);

2xB: Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, Jes.40:22;

164 dat er buijten dit veldje of aardklootje daar op zij zijn;

ABSOLUUT: absoluijt; ~B;

98xE: rerum immediate ab ipso productarum causa absolute proxima, 1,28s;

(=volstrekt, Meyer Woordenschat; ~KV);

076 Wanneer ik gezegd hebbe, dat God een verder oorzaak is, zoo is dat van mij niet gezegd als in opzigt van die dingen, dewelke God (zonder eenige omstandigheeden als alleen zijne wezentlijkheid) onmiddelijk heeft voort gebragt; maar geenzins dat ik hem absoluijt een verder oorzaak hebben genoemt;

ABSTRACT;

ACHTEN (judge) 11x; * verachten; acht 7x.; achte; geacht; geagt; geoordeeld; oordeel; oordelen n; ordeeld; ordeelen 2x; vooroordeel;

ACHTNEMEN;

ACHTER: VANACHTEREN;

*ACHTING 4x+2m;

ADAM 4x; 33xB;

TIE055: si existentiam ex. gr. Adami;

117 bij aldien God alle menschen zo als Adam voor den val had geschapen;

117 zo hadde hij dan ook alleen Adam, en geen Petrus nog Paulus geschapen;

183 ende van't goet en kwaad, als e. g. Van Adam, ik als dan een dadelijk wezen;

184 Voorder om dat het eijnd van Adam of van eenig ander bijzonder schepzel;

ADJECTIVA 2n; ~B;

TIE097: Ut nulla... habeat substantiva, quae possint adjectivari, hoc est, ne per aliqua abstracta explicetur;

The autor of the notes uses contemporary linguistic sources: Kók Ont-werp p.11: "By-voeghlijke Naam-woorden zijn, welke in een Reden zonder een zelf-standigh Naam-woord gheen vol-komen zin maaken" (=Twe-Spraack p.70 "Maar de byvoeghlyke, moghen met een woord <verbum> gheen volkomen zin maken, ofte daar een zelfstandige naam by zyn (=Valerius 1562:2r nisi additum substantivo)");

017n dewijl ze niet zelfstandigs te kennen geven, maar sijn alleen als adjectiva die substantiva vereischen om verklaart te worden;

090n omdat zij niet anders als Adjectiva die niet verstaan konnen worden zonder haar Substantiva;

AF 20x+10n+7m;

AFBRENGEN;

*AFDELEN;

AFDRIJVEN;

AFDWAALEN (err);

27xB: Een mensche, die van den wegh des verstants afdwaelt, Spreuk.21,16; En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren, Num.15:27;

(ab)err* 15xE: Sunt qui Deum instar hominis corpore et mente constantem atque passionibus obnoxium fingunt sed quam longe hi a vera Dei cognitione aberrent, satis ex jam demonstratis constat, 1,15s;

243 om dat veel menschen (die haar verstand wel gebruijken) somtijds (vermids haar die hebbelijkheid die vereischt werd om het verstand altijd wel te gebruijken ontbreekt) afdwaalen: zo zoude men misschien mogen denken, dat haar deze Knaging en Berouw verder soude te rechte brengen en dan daaruijt besluijten;

AFGERAKEN;

AFHANGEN 13x+4m; afhangd 4x; afhangende; afhanginge; afhangt 6x+n+m;

*AFKEER; afkerigheid 5x+2m; afkerig;

AFNEMEN;

AFSCHEIDEN;

AFSNIJDEN (cut): afgesneede; afsnijd;

*snij* 98xB: Te dier tijt sneedt Hizkia het gout af van de deuren des tempels, 2Kon.18:16;

049 als gij de heele uijtgebreidheijd deeld, dat deel dat gij met U verstand van haar afsnijd, kont gij ook na de natuur van alle deelen daar van afscheide; dat dan gedaan zijnde, vraag ik: wat iss'er tusschen dit afgesneede deel en de rest;

AFTREKKEN;

AFWEREN (avert) 3x;

2xB: En weert het aengesichte uwes Gesalfden niet af, Ps.132:10; De Heere sal alle kranckheyt van u afweeren, Deut.7,15;

propuls* 2xE;

206 een neiginge, om iets van ons af te weeren , dat ons eenig kwaad veroorzaakt heeft >,..dat de haat is een nijginge van ons af te weren 't geen ons kwaad veroorsaakt heeft.];

244 als kwaad moeten trachten van ons af te weren , gelijk wij dan dienvolgende ook;

AFWIJKEN;

AFZONDEREN; afzonderlijk (separate);

34xB: Ick sal te dien dage het lant Gosen, daer mijn volck in woont, afsonderen, dat daer geen vermenginge van ongedierte en zy, Exod.8,22;

separa* 5xE;

367 Aangezien hij zig zelfs van de menschen kan afzonderen, zoo en is deze [menselijke wet] zoo noodzakelijk niet;

042 selfstandigheijd (die wij niet te min weeten dat in de Natuur is, afzonderlijk begrepen zijnde);

AL 75x+16n+10m; all 3x+n+3m; alle 140x+25n+18m; allen 2x; alles 7x+5m;

ALDAAR (there) +n;

153 >...als ook hier en aldaar de waan genoemt gelijkze het ook is.];

361 en God van deze alle zodanig bestaat dat aldaar geen eigenlijke liefde van hem tot iets iets anders kan plaats hebben;

ALDER(-) 23x+4n+m; aller-; 5x+10n;

ALDIEN;

ALDUS (thus) 18x+6n; dusdanig; dus 4x+n+2m; 47xB (zeide aldus);

*ALGEMEEN 23x+3n+m;

ALHEEL;

ALHIER (here) 3x;

119 Alhier zullen wij dan nu aanvangen te spreken;

133 Alhier zullen wij nu eens eer wij voortgaan;

161 Alhier dan laat ons nu eens zien hoe dat;

ALHOEWEL;

ALLEEN 158x+25n+18m; alleenlijk 5x;

ALLENIG +m (one and only); allene; ~B;

unicus: Hinc clarissime sequitur I° Deum esse unicum hoc est (per definitionem 6) in rerum natura non nisi unam substantiam dari eamque absolute infinitam esse, ut in scholio propositionis 10 jam innuimus, 1,14c1;

034 zo is 't noodzaakelijk te rusten op deze allene zelfstandigheid;

044n alleenig maar iets dat is een eigenschap, moet zijn van een ander: namentlijk het een, alleenig en alwezen;

ALLERLEI (all kinds); 44xB;

323 n hier uijt is alderleij slag van gevoel dat wij in ons gewaar worden en dat veel tijds door de lichaamelijke voorwerpen werkende is [in] ons lichaam, die wij impulsus noemen, als dat men in droefheid iemand kan doen lachen;

ALLENGS: allengskens (gradually);

2xB (~allengs): Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, Ex.23:30;

paulatim 1xTIE; ~E;

186 Om dan nu allengskens ter zaak te komen;

ALEER;

ALLER;

*ALLERVRIJSTE;

*ALMACHTIG; almagtig 4x; almagtigheijd +n;

*ALMOGENDHEID 2x;

ALOM (everywhere); allomme; alomme 2x (4x+natuur);

14xB: want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat, Joz.1:9;

041 om de eenigheid die wij alom in de natuur zien;

064 Eenheid met de Verscheidentheid die ik alomme in de Natuur zie, te zamen overeen komt;

339 Zo dat dan alomme blijkt dat in de natuur een en dezelve;

ALREEDS (already) 8x; alreede (~reeds);

3xB (~reeds): Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn, Pred.1:10;

jam 112xE: Nam nos in ipsos imperium absolutum non habere jam supra demonstravimus, 5praef;

022 volmaakter kan zijn als die alreeds in de Natuur is;

053 Ten anderen: wij hebben alreeds gelijk wij ook nog hier na zullen zegge gesteld;

127 het welke volgens't geene wij nu alreede bewezen hebben, niet en kan zijn;

127 indien zij daar bij iets anders als zij alreeds gezeid hebben, verstaan; te weten dat;

150 Want wij hebben alreeds bewezen;

170 in de dingen te behouden die wij nu alreeds genieten;

289 Behalven dan dat wij alreeds gezeid hebben, dat de Begeertet;

302 of wij door de kennisse, die wij nu al reeds hebben;

312 te wege breng, dat de geesten die alreeds haare beweeginge niet en hadden;

332 alle andere lichamen, die alreeds al beweginge hebben;

ALS 396x+69n+32m;

ALSCHOON 13x+n;

ALSDAN;

ALSDOEN;

ALSMEDE;

ALSOF (as if);

quasi 13xE; tanquam 35xE;

099 zodanig argumenteeren sluijt alzo wel, als of ik zeide: om dat God wil dat;

104 Het welke even veel is als of men zeide: Indien God;

295 meenende nu af al wat groots te zijn en als of wij niets verder behoefden;

361 alsof hij de mensch... zo all[een liet lopen];

380 Dats eeven zo veel als of men wilde dat iemand die onweetende;

382 even als of zij iets dat beter was als God zouden uijtvinden. Dit is alzo onnozel als of een vis woude zeggen;

ALTEREREN; alteratie (alteration); ~B; ~E;

the author of this note uses a 17th c. medical term: 'altererende pillen';

337n En om dat dit lichaam een beweginge heeft en stilte (die geproportioneert is en ordinaar gealtereert word door de uijtterlijke voorwerpen) en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen (idea reflexiva);

ALTIJD 24x+10n+2m; 42xB;

ALTOOS (forever);

27xB (8x voor altoos): Hy en sal niet altoos twisten, Ps.103:9; En sal hy niet verschoonen, met altoos de volckeren te dooden? Habak.1,17;

370 zoo blijkt daar uijt onwederspreekelijk dat geen dink altoos zoo naa het Verstand kan toegevoegt worden als eeven God zelve;

ALVOOR;

ALVOORDAT (before); ~voordat; ~B;

anteqaum 7xE; ~priusquam;

149 Want dewijle de natuur van de Stoffe of't lichaam geweest heeft, alvoordat de gestalte van dit menschelijk licha[a]m was;

ALVORENS;

ALWAAR (where) 3x; 39xB;

ubi 19xE (~ubi demonstrabimus etc);

091 kan nalaaten te doen hetgene hij doet, alwaar dan meteen verklaard zal worden waarin;

090 geseid worden; alwaar uijt klaarlijk volgd, dat alle andere;

094 handelende van de Predestinatie, alwaar wij betonen zullen, dat;

ALWEER;

*ALWETEND 4x+2n;

*ALWEZEN;

ALWONDERLIJK;

ALZO 25x: also 10x+4n+m; alsoo 9x; alzoo 13x+4n+m; zo;

ALZO(DAT);

ANDER 101x+17n+6m; andere 106x+18n+9m; anderen 12x (9x ten anderen); anders 86x+17n+6m 9 (ca 55x niet anders als); aandere n;

ANDERMAAL;

ANDERZINS (otherwise) 6x+n+m;

6xB: Sendet de lammeren,.. na de woestijne henen,..; andersins sal 't geschieden, dat, Jes.16:1;

059 dat zal (indien het anderzins tot hem behoord) moeten zijn off;

096 noodzaakelijk moet voorbepaalt zijn, andersins waar hij veranderlijk;

177 en niet wat zij waarlijk is, anderzins verschilde ze niet van't weten;

211 >...ons berowen van de volmaaktheid die noch anderszins in de zaak is.] zo ook altijd zijne wezentheid en volmaaktheid hebben moet;

250 met verkortinge van onse (anderzins volkomen en geoorlofde) eigen vrijheid;

275 en dat anders zins de zaake niet een ogenblick soude konne[n bestaan];

315 kan wel maaken dat de geesten die anderzins na de eene, nu nochtans na de ander zijde;

316 Want anderzins gewoonlijk zijn ons de redenen wel bekend;

ANIMAL latrans;

TIE020: scio etiam [sc.per experientiam vagam], quod canis sit animal latrans , et homo animal rationale, et sic fere omnia novi quae ad usum vitae faciunt; animal 13xE: non aliter scilicet quam inter se conveniunt canis, signum caeleste et canis, animal latrans 1,17s;

163 e.g. Aristoteles zegt: Canis est animal latrans, ergo hij besloot al dat baft is een ho[nd];

ANTWOORDEN (respond: responsio ad objectionem) 4x; antwoord 5x+2n+2m; antwoordt; beantwoorden: beantwoord 3x+3m; beantwoordinge; geantwoord +m;

APRIORI;

APPEL (apple);

KV alludes to: een rotte appel in de mand maakt ook het gave fruit te schande, Cats I486;

138 Want zo zeidmen dat een mensch kwaad is, niet anders als in opzigt van een die beter is of [o]ok dat een appel kwaad is in opzigt van een ander die goet of beter is;

APRIORI 5x;

1xE: In hac ultima demonstratione Dei existentiam a posteriori ostendere volui ut demonstratio facilius perciperetur; non autem propterea quod ex hoc eodem fundamento Dei existentia a priori non sequatur 1,11s;

001of'er een God is? Dat zeggen wij te konnen bewezen worden voor eerst (a priori of) van vooren aldus: 1. 1Alles wat wij klaar en onderscheiden verstaan; 4 A (Posteriori of) van agteren aldus: [4] 4Indien de mensch een Idea van God heeft;

019 Uijt dit alles dan volgt klarlijk, datmen en (a Priori) van vooren en (a posteriori) van agteren bewijzen kan dat God is. Ja nog beter a priori. Want de dingen die men als zodanig bewijst, moet men door haar uijtterlijke oorzake betonen,,.. Weshalven van niet veel belang is het zegge van Thomas Aquina, namentlijk dat God a priori niet en zoude konnen beweezen worden, om dat hij kwansuijs geen oorzaak heeft;

044 Dog omdat wij bewijsen dat ze een eijgenschap van God is, daar uijt bewijsen wij a priori dat se is en a posteriori (ten anzien van de uijtgebreijdheid alleen) uijt de wijsen die nootzaakelijk dit tot haar subjectum moeten hebben;

124 Daarenboven wort nog van haar gezeijd, dat God nooijt a Priori en kan bewezen worden, omdat hij geen oorzaak heeft, maar alleen waarscheijnlijk of door sijne uijtwerkinge;

132 -134 en op het derde van dat God niet en zoude konnen apriori bewezen worden, daarop is mede van ons hier vooren al geantwoord aangezien dat God oorzaak is van zig zelfs, zo is 't genoeg dat wij hem door zig zelfs bewijzen. en is zulk bewijs ook veel bondiger als dat aposteriori, 't welk gemeenlijk niet als door uijtwendige oorzaaken geschied....>[f.55] Nota. 't geen hier van de beweginge inde Stoffe gezeid word, is hier niet in ernst gezeid. Want den Autheur meent daaraf de oorzaak nog te vinden gelijk hij aposteriori al eenigzins gedaan heeft, doch dit kan hier so wel staan, dewijl op het selve niets gebouwd is of daar van afhangig is.];

AQUINA;

ARBEID: arbeijd (labor) 2x;

73xB: KV alludes to: "want zij hebben een goede beloning van hun arbeid", Pred.4:9; and "Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt", Pred.4:4;

labor 3xE; opus 17xE;

365 geen ander eijnde beoogen met al dien arbeijd en geschikte ordre die zij onder een;

408 hem verzekerd zijnde dat beloninge uwen arbeijd niet en zal bedriegen;

ARDI;

ARGUMENTEREN (argue) 4x+2n; geargumenteert;

037 , 039 follow 1app; argument* 12xE (1x argumentari): Solent enim multi sic argumentari. Si omnia ex necessitate perfectissimae Dei naturae sunt consecuta, unde ergo tot imperfectiones in natura ortae? 1app;

037 willen eenige op deze wijzen argumenteren : Indien God alles geschapen heeft, zo en kan hij niet meer scheppen: maar dat hij niet meer zoude konnen scheppen streijd tegen zijn almogentheijd: Ergo;

039 En argumenteren zij zelve niet aldus off en moeten zij niet aldus argumenteren >Dat is wanneer wij haar uijt deze bekentenisse van dat God alwetende is, doen argumenteren, dan en kunnen zij niet als aldus argumenteren.] Indien God alwetende is, zo en kan hij dan niet meer weten: maar dat God niet meer weten kan, strijd tegen zijn volmaaktheid: Ergo. Dog indien God alles in zijn verstand heeft en door zijn oneijndelijke volmaaktheijd niet meer kan weten; wel waarom dan en konnen wij niet zeggen, dat hij ook alles wat hij in zijn verstand hadde, heeft voortgebragt en gemaakt, dat het formelijk in de Natuur is of zoude zijn;

099 Hier teegen werd op deze wijze geargumenteert. Het goet is daarom alleen goet, om dat God het wil en dit zo zijnde, zo kan hij immers wel maaken dat het kwaad goet werdt. Dog zodanig argumenteeren sluijt alzo wel, als of ik zeide: om dat God wil dat bij God is, daarom is hij God;

ARISTOTELES 2x+3n; Aristotelem m;

ARM (arm);

brachium 3xE (4,59s);

313 gelijk als ik mijn arm uijt strekke, daar door te wege breng, dat de geesten die alreeds haare beweeginge niet en hadden zoodanig, nu nochtans dezelve derwaarts hebben;

*ATTRIBUTA 2x;

AUTHEUR (author) +m; ~schrijver (Meyer, Woordenschat);

134 Want den Autheur meent daaraf de oorzaak nog te vinden gelijk hij aposteriori al eenigzins gedaan heeft;

400 >Verzoek van den autheur aan die geene tot de welke hij dit trac[taat gedicteerd heeft].