Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z
233 hier van daan komt in de ziele wanhoop;
237 zo is't nogtans (de waarheid daarvan wel ingezien zijnde) verre daar van daan;
336 daar van daan komt het datter in de denkende zaak zij[n twee verscheide Ideën];
436 hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen;
DAAR 178x+31n+18m;
105 [die] wij in God eigen noemen, en zien wat ons daaraf te zeggen valt en zo voort ten eijnde;
134 Want den Autheur meent daaraf de oorzaak nog te vinden gelijk hij;
235 om de zake voort te brengen en wij daaraf geen besluijten maaken.
176 dit zo al zijnde, spreekt hij niet de min daar af als de van een zaak die buijten hem;
316 gewaar worden wanneer wij de reeden daar af als wij die hebben, niet en weten;
216 Ontstaat alleen uijt de waan en is nodig daar af bevrijd te zijn omdat ze ons hindert;
310 alle de uijtwerkingen die daar af herkomen;
358 lichtelijk uijt het gezeide kan sien wat daar af is en te zeggen zoude zijn;
177 als ik in mijn Verstand daar af overtuijgt ben.
194 >..siet daar af pag.... cap. 21];
347 beijde nog geen van beijde is magtig ons daar af te bevrijden;
273 een klaar en onderscheiden begrip daar af te hebben.
167 zonder iets meer daar af te weten geneegen;
100 Doch't verre daar af, want zij al voor God iets stellen;
136 ende daarom hier niet meer daar af zeggen;
DAARBIJ 2x+n+m;
075 dat God een oorzaak is van alle dingen en daarbij dat hij geen andere oorzaak kan;
151 wat voor een regul ken stellen wij dan daarbij men zal weten, wat aan de natuur van;
309 Wat nog daarbij is aan te merken, namentlijk dat wij;
108 en daar bij, dat geen dink zonder hem en kan be[staan];
014 so zullen wij dit volgende noch daar bij doen:
127 Hem het opperste goed, doch indien zij daar bij iets anders als zij alreeds gezeid [hebben];
227 maar ook daar bij is zij de rechte trap door de welke;
233 de zaake van ons begreepen word goet en daar bij noodzakelijk te zullen komen;
197 en daar bij verstaan wij zo een vereeniginge;
DAARDOOR 4x;
180 de selve eens van nabij bezien om daardoor te konnen kennen, welke het zijn die;
225 zo zien wij daardoor klaarlijk wat het is dat ons te doen;
250 zo iemand zig kostelijk kleed om daardoor geacht te zijn;
284 is alleen dat werk van het verstand daardoor wij van een zaak iets bevestigen of ont[kennen];
385 van het opperste goedt boodschapt om ons daar door aan te porren het zelve te zoeken;
112 alleen aan God toebehoort, zo word daar door betoond;
298 >Wij worden daar door bevrijd van veele kwade passien];
397 maakende alzoo daar door dat zijn wil en de mijne een en de[zelfde is];
300 zoo is dien Bijl daar door gekoomen tot sijn eind en volmaakt[heid];
364 en geen ander eijnde hebben als daar door haar eijgen welstand te bevorderen;
250 maar zo iemand sijn wijsheid (daar door hij aan zijn eeven naasten konde v[oordelig zijn)];
290 een aangenaam geluijd maakende, daar door lust tot hetzelve krijgt;
317 wijn of andere sterken drank drinkende, daar door of vroolijk of dronken wordende;
318 aan de ziel doet gewaar woorden en daar door ook aan andere lichaamen;
177 [krachtig] betuijg van Redenen zeg ik: om het daar door te onderscheiden;
312 ik mijn arm uijt strekke, daar door te wege breng, dat de geesten die;
302 of wij zeg ik, daar door tot onse welstand,..[komen];
345 word vernietigt, daar door uijtsluijtende de begeerte;
435 zo word daar door veroorzaakt de pijne die wij hitte [noemen];
435 zo word daar door veroorzaakt de pijne of droefheid [noemen];
DAARIN 2x;
295 onse volmaaktheid, die daarin bestaat dat wij altijd verder en verder;
301 dewijle alles't geene hij is daarin bestaat, dat hij God diene;
285 goet of kwaad, dat daar in beschout word;
161 vande bezondere der selve voorneemen en daar in dan als in Voorbeelden betonen;
331 verkwikking krijgt bestaande daar in, dat het waanbegrip;
046 en touwen en anders is te zaamen gezet: daar in kan zeg ik, een ijder rad, touw, etc;
215 >.wat de 3de uijtwerkinge van't gelove ons daar in sal aanwijzen];
182 >'.en kwaad alles wat ons of daar in verhindert];
023 Want van waar heeft ze dat daar in ze verschilt van God;
048 en deze is in het geheel en moet daar in zijn;
DAARMEE 2x;
daarmede m;
190 de mensch zoekt te genieten en daarmede te vereenigen;
245 Indien Ja zodanig, zo betonen zij daarmede in die geene die zij bespotten;
400 >..dictaat op haar verzoek heeft gedicteert en daarmee het besluijt van alles.];
155 weer daar mede overeen te komen;
385 en daar mede te vereenigen, welke vereeniginge;
196 iet moeten beminnen en daar mede vereenigen om te bestaan);
190 als een zaak te genieten en daar mede vereenigt te worden;
319 >Waarom de ziele het lichaam zo bemind, daar mede vereenigt wordt.];
346 zo werd de ziele noodzaakelijk daar mede vereenigt;
183 >..Ens rationis en geen Ens reale zijn noch daar mede vermengt];
319 dat de ziele het zoo bemind en daar meede vereenigt word;
DAARNA 4x+3n;
356 [dat na de] duuringe en verandering van de zaake is, daar na dan ook de duringe en veranderinge v[an de ziele moet zijn];
154 zo heeft hij echter zijne werkingen daar na gericht;
427 't welk door't geene wij daar na gezeid hebben, noch klaarder gezien [word];
350 of meer of min volmaakt is daar na is ook min of meer volmaakt [de uitwerkinge van de Idea];
309 eerst op zig zelfs alleen en daar naa bij beijde te zaamen, voorneemen;
013 eerst dacht, dat ik die verzierd hadde, daarna nochtans gedwongen worde te zeggen;
DAAROM 30x+4n; daerom;
029 en daarom isser nu in de Natuur geen scheppen;
067 openbaare tegenstrijdigheden zijn. en daarom wil ik de Lievde geraaden hebben;
074 en dit zegd gij daarom dewijl gij maar alleen en weet van;
074 't welk oorzaak is van sijn begrippen. en daarom word ook het verstand van mij;
079 zult gij nu daarom zeggen, dat het wezen van het hoofd hee[ft toegenomen];
081 zig vereenigd met de het voorgaande, dat daarom in het weze van de't voorgaande;
086 buijten de eijgenschappen Gods, dat daarom even wel God niet nalaat;
099 Het goet is daarom alleen goet, om dat God het wil;
099 om dat God wil dat bij God is, daarom is hij God, ergo't is in sijn magt gee[ngod te zijn];
100 dat God alles't geen hij doet daarom doet, omdat het in zig zelfs goet is;
260 en daar om zo stellen wij voor een vaste;
DAAROP 8x+n;
051 het deelen in de Natuur: daarop zeggen wij, dat de deelinge noijt;
118 geschapen dat ze niet en zondigen, daarop dient, dat alles watter van de zonde;
132 zoude konnen apriori bewezen worden, daarop is mede van ons hier vooren al geantwoord;
209 Het komt dan eijndelijk daarop aan, of de haat alleen door waan;
259 vergankelijk zijn, zo volgt daarop dan noodzakelijk;
277 Zoo komt het nu dan daarop aan, of deze Bevestiging van ons vrijwi[llig];
296 dat wij hun nooijt nog haaten noch daarop vertorent zijn;
329 het oordeel als het welk zij aanstonts daarop komt te maaken;
344 als't genoote goet en onmiddelijk daarop volgt;
*DAARSTELLEN; daarstellende;
DAARTOE 3x+m;
182 in tegendeel al dat verhinderd off ook daartoe niet en vordert, kwaad;
270 >.en om dit te onderzoeken wat ons daartoe nodig is.]? Hier toe is van nooden eens;
281 Weliswaar(als'r reeden zijn, die ons daartoe bewegen);
299 eijndelijk zo brengt ons deze kennisse daartoe dat wij voor God niet en zullen vrezen;
246 veroorzaakt door zeekere Idea die hem daar toe anport;
300 Ook brengt ons deze kennisse daar toe dat wij alles aan God toe eigenen;
180 Doch eer wij daar toe komen, laat ons eens kort voor af;
346 de vierde en leste manier van kennisse daar toe konnen geraaken;
181 >.zien offer middel was om daar toe te geraaken.];
046 dat het geheel zo als't samengezet is daar toe van nooden is;
360 beginnen te beminnen en te haaten en daar toe veroorzaakt soude worden door iets;
386 zaaken die zeker en bewezen zijn, daar toe zal gebruijken;
173 wij het dan hier bij latende, niet meer daar toe zeggen;
167 zo zijn zij daar toe zonder iets meer daar af te weten;
182 konnen goet noemen alles wat ons daar toe zoude konnen vorderen en kwaad alle;
DAARUIT: daaruijt 6x+4m; daeruijt;
096 zo volgt daaruijt kragtelijk, dat God;
186 zo is daaruijt openbaar;
243 en dan daaruijt besluijten;
269 zo volgt daaruijt dan dat de eene meer bestandigheid;
271 zo dat dan daaruijt volgt, dat;
320 Zo volgt daaruijt klaarlijk;
355 >Wat het is daaruijt wij lichtelijk konnen zien..];
355 >Wat daaruijt komt te volgen.]. Waar uijt dan;
356 moet zij mede te niet gaan >Wat daaruijt volgt namelijk dat ze vergankelijk is.];
357 moeten blijven Soo met God, wat dan daaruijt volgt, namelijk dat ze onvergankelijk is;
330 en dat dit zodanig is kan lichtelijk daar uijt afgenomen worden;
044 dat ze een eijgenschap van God is, daar uijt bewijsen wij a priori dat se is;
372 onmogelijk om voor ons daar uijt dan te besluijten dat'er om;
294 Vooreerst volgt daar uijt, dat wij waarlijk dienaars;
208 Als wij iet zonder passie doen, daar uijt en kan dan geen kwaad voortkomen;
225 zo blijkt dan daar uijt genoegzaam wat voor goet;
313 dat na dat zij die komt te bevatten, daar uijt hervoortkomt of Lievde of Haat &c;
232 oordelen kwaad te zijn, daar uijt komt de gestalte in onse ziele;
319 daar uijt komt hervoort dat de ziele het;
232 dat ze zoude konnen geschieden, daar uijt krijgt de ziele zo een gestalte;
315 komt te werken, zoo ontstaat daar uijt lijdinge de eene van de ander;
363 menschen voor haare welstand besluijten, daar uijt niet en volgt zulks ook tot welsta[nd];
370 zoo blijkt daar uijt onwederspreekelijk dat geen dink;
294 verrigten en met recht daar uijt oorzaak neemen om ons zelfs;
307 >.geen ander wezen is of zijn kan en wat daar uijt volgt.];
305 >.konnen zien En wat daar uijt zal volgen.];
018 geen verandering daarvan onderwurpen;
029 >. daar ] van[konnen zeggen.];
043 als denking en uijtgebreidheid, daar van wij nogtans bestaan;
049 gij ook na de natuur van alle deelen daar van afscheide;
069 in opzigt van de wijzen die daar van afhangig zijn;
115 de oorzaken van de dingen bekend zijn om daar van te konnen oordeelen;
120 Dat dit noodzaakelijk zo moet zijn, daarvan overtuygt ons;
121 onderzoeken wat de Philosophi ons daarvan weten te zeggen;
134 >..dewijl op het selve niets gebouwd is of daar van afhangig is.];
154 alzo alles wat hij daarvan ook zoude mogen gezeijd hebben, daarvan geklapt als de papegaaij van't geen;
163 zo gesteld off wij zijn nooijt daar van zo aangedaan geweest etc;
167 >.niet uijt waan komt;
doch daar van ziet pag.... cap. 22.];
167 alsoo't de plaats om daarvan te spreeken hier niet is;
198 hij daarvan soude konnen bevrijd zijn;
210 alschoon wij eenig hinder of leed daarvan ontfangen hebben;
212 indien wij iet daarvan willen, wij het altijd;
215 >.zo kan daar van gezien worden pag. 70, 79.];
228 eenige waarheid kan hebben, haar zelfs daar van door deze ontkenning beroven;
233 zullen komen, daarvan dan komt in de ziele die gerustheid;
303 geen andere oorzaken en hebben als wij daar van hebben gesteld;
336 een ander als het lichaam is van Paulus, daar van daan komt het datter;
391 Want deze oorzaak daar van hangt het gevrochte zodanig af dat;
398 >.niet onderworpen, maar daar van bevrijd te zijn.];
DADELIJK 21x+3n; daadelijk 2x; datelijk n;
DAN 372x+60n+23m;
*DANKBAARHEID 3x;
DAT 860x+177n+88m; dat'er 8x; datmen 3x; datt 2x; datter 19x+4m; datter 19x+7n; datze 16x+7n+m;
DE 1464x+272n+305m; den 26x+2n+2m; des 26x+3n+4m; der 15x+7n+m;
*DEEL 19x+12n;
*DEELBAAR;
*DELEN; afdelen; verdelen; deelen 23x+3n; deeling 2x; deild; deilinge; gedeeld +n; gedeelt; deling;
*DENKEN 18x+3n; denkende zaak, eigenschap (14+5x.); denk 2x; denkbeeld 12x; denkende[zaak] 21x+9n+2m: denking 11x+9n+7m; denkings m; gedacht 2n; gedagt; wijze van denken (7x); bedenken;
DERDE 22x+6n+7m;
DERHALVE (therefore) 3x+n; weshalven 2x;
derhalve 4xB; weshalve ~B;
proinde 49xE;
019 Weshalven van niet veel belang is het zegge van;
028 [dat de] natuur van de zaak zulk vereischte en derhalven niet anders konde zijn, is niet gezeit;
073 een Veroorzaker van sijne uijtwerkzelen) derhalven buijten dezelve moet zijn;
090 Weshalven wij dan met alle reeden mogen zeggen;
130 [v]oor zich zelfs bestaande wezen is en der halven zich zelven door zich zelve.
217 Derhalven is nodig dat wij ons van de sel[ve bevrijden];
244 bewezen is schadelijk te zijn en die wij derhalven daarom als kwaad moeten trachten van on[s te weren];
DERWAART (whereunto); werwaart 3x;
*waarts 349xB; 40x derwaarts
istuc ~E(1x illuc): Nam unusquisque ex suo affectu omnia moderatur et qui praeterea contrariis affectibus conflictantur, quid velint nesciunt; qui autem nullo, facili momento huc atque illuc pelluntur, 3,2s;
312 dat de geesten die alreeds haare beweeginge niet en hadden zoodanig, nu nochtans dezelve derwaarts hebben;
315 beweeginge die wij alsoo werwaart wij willen, vermogen hebben te doen gaan;
329 dat magt heeft de geesten te bewegen werwaart zij wil;
332 die alreeds al beweginge hebben, niet werwaart zij wil soude konnen bewegen;
131 hierop is door D. des Cartes genoegzaam antwoord gegeven;
4xB: En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis, En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid, 2Petr.1:5-6;
Koerbagh's (Bloemhof s.v. zonde) notion that sinn is acting contrary to reason implies the KV conception of virtue:
380 hoe dat zonder Deught off (om beter te zeggen) zonder het bestuur des verstands alles ten verderve stort zonder eenige ruste te konnen genieten en wij als buijten ons element leven;
DEWIJL 46x+14n+6m; dewijle 20x; aangezien;
DEZE 107x+46n+30m; dese 3x+4n+6m; deses 2x+2m; dezen 4x; dezer 4x; dezer; dezes 5x;
DEZELVE 29x+4m; deselve 2n; dezelve n;
DICTEREN (dictate): gedicteert;
19xE (+reason: 18x dictamen rationis; 1x ratio dictat): Ad illa autem determinandum quae ratio utilia esse dictat, nullam rationem habuimus mentis aeternitatis quam demum in hac quinta parte novimus. 5,41d;
400m de vrunden tot de welke ik dit schrijve te zeggen >Verzoek van den autheur aan die geene tot de welke hij dit tractaat op haar verzoek heeft gedicteert... ];
DIE 524x+84n+81m; dien 10x; dier 3x+2n;
DIENEN (need, serve) 3x; dienaars +m; diend 6x+m; diene; dienst 2x; dienst; dient 2x+m; gediend 2x;
69xB: Maar wij, als dienaars van God, maken onszelven in alles aangenaam, in vele verdraagzaamheid, in,.., 2 Cor.6:4;
inserv* 9xE; servu 1xE;
101 Waarop tot antwoord dient, dat bij aldien de Natuur;
118 dat ze niet en zondigen, daarop dient, dat alles watter van de zonde ook;
137 ons eigen werk en zij dienen om de zaaken onderscheidelijk;
259 klaarheid van al het gezeide aangemerkt dient te worden dewijl het;
259 meer klaarheid in alle deze te geven diend aangemerkt;
265 Waar op vooreerst tot antwoord diend >Op welke schijn word geantwoord.];
268 Om dit beter te begrijpen diend aangemerkt >Wat aangemerkt diend om dit beter te begrijpen.];
294 volgt daar uijt, dat wij waarlijk dienaars, ja slaven Gods zijn >Dat wij slaven en dienaars Gods zijn.];
297 Ten vierden diend ook deze kennisse tot bevordering van;
300 daarom wil ik hem rusten laaten en geen dienst meer van hem neemen;
300 werktuig is ditt, dat ze haar opgeleiden dienst behoorlijk volvoeren;
301 daarin bestaat, dat hij God diene;
301 dat den mensch hem niet meer en soude dienen,'t waar even zo veel als;
329 Waar op diend >Antwoord op dezelve.] dat onderscheid;
364 ook dienen ten eijnde het met die eeuwige wetten;
DIKWIJLS (often) 4x+2m; dikwils +m;
17xB (5x zo dikwijls (als)): Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de HEERE, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen, Deut.4:7;
saepe 52xE (ut saepe fit etc.);
054 zeggen dat het onvolmaakt is zo dikwijls het van zig zelven lijd;
166 't is zulks dat zo dikwils iemand iet goets ziet off waant te zien;
187 Want de waan brengt ons dikwijls in dooling;
278 >.t Welk in deze zaak zeer dikwils gebeurt.];
316 zoo kan het dikwijls gebeuren >De geesten konnen ook van 't lichaam alleenig bepaald of beweegt worden en wat alsdan dikwijls gebeurd.] dat zij door oorzaak van het lichaam;
345 en hier om is't dat wij nu al zo dikwijls hebben gezeid, dat de eene liefde door een ander die meerder is, te niet gedaan word,. >en hier om is zo dikwijls gezeid dat de eene liefde door de andere liefde word vernietigt,...];
DING 12x+3n; dingen 128x+11n+9m; dingh; dings+n; dink 21x;
DISPUUT: buijten dispuijt (indisputable);
dipu* 1xE; dubita* 44xE: illa tamen demonstratio tametsi legitima sit et extra dubitationis aleam posita 5,36s;
109 Iets dat geen oorzaak heeft om te zijn, is onmogelijk dat het zij: Iets dat gebeurlijk is heeft geen oorzaak ergo. Het eerste is buijten alle dispuijt : het tweede bewijzen wij aldus;
DIT 46x+45n+24m; ditt 2x;
DIVERTEREN (change): gediverteert;
medical term: 'Dat de medecijnen de vliegende jicht met fistulen hebben willen diverteren, ende dat die nu het ingewant treft,' N. V. REIGERSB., Br. 33;
331 n dat het waanbegrip van kwaad, door de andere proportie van beweging en stilte die de wijn veroorzaakt, gediverteert en op wat anders valt;
DOCH 56x+11n+5m; dog 29x+5n+m; dogh 4x; edoch; edog 4x;
172 gelijk gezien word in een zieke die alleen door hooren zeggen van den Doctor, dat zo of zo een remedie voor zijn kwaale goet is,. gelijk datt gezien word in de practijk van de doctors die zeeker remedie eeni[ge]maalen goet gevonden hebbende;
*DOEN 85x+13n+5m; *aandoen; *doender 3x; doenende; doening 4x; bijdoen; misdoen; voldoen; voordoen; dede 2x; doe 1x; doende 5x; doet 28x+5m; gedaan 14x+3n+7m;
DOLEN: doling 2x; doold; doolen; dooling 6x+n;
331xB: Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede, Rom.8:6;
mor* 19xE;
145 en in andere [=proportie] zalt bestaan als wij dood zijn;
147 [proportie v]an 1. tot 3. niet kan blijven, dat is de dood en een vernietiging der Ziele;
228 [vuur e]n water braveren en zo vast ellendig ter dood geraaken;
DOOR 247x+28n+36m +worden; daardoor; hierdoor; waardoor; door de welke; door de zelve; *door zichzelf;
3xB: Zo geschiedde het, doordien dat God de Levieten hielp, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, dat zij zeven varren en zeven rammen offerden, 1 Kron.15:26;
248 in de kinderen, wilde menschen etc. of doordien men in groote versmaadheden geweest zij;
268 Als nu iemand door dien het geheele voorwerp in hem gevrogt heeft, diergelijke gestalte of wijzen van denken krijgt
228 die door dien zij loochenen dat de mensch eenige waarheid kan hebben, haar zelfs daar van door deze ontkenning beroven
5xB: Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend, Num.23:11;
prorsus 16xE;
206 Met passien, gelijk men gemeen ziet aan de Heeren tegen haare knechten die iets misdaan hebben, dat doorgaans dan niet sonder toorne en geschied;
140xB: (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) 1Tim.3:5;
fer* 17xE;
197 aangezien zij zelve swak zijn en d'eene kreupele d'ander niet kan draagen;
400 soo wil ik U ten hoogsten gebeeden hebben wel zorge te draagen omtrent het gemeen maaken van deze dingen aan anderen;
4xTIE; 20xE: volitionem nempe modum cogitandi quo mens affirmat tres angulos trianguli aequales esse duobus rectis. Haec affirmatio conceptum sive ideam trianguli involvit hoc est sine idea trianguli non potest concipi, 2,49d;
013n van de welke nochtans of ze sijn of niet zijn, haar wezen altijd noodzaakelijk is: als de Idea van een driehoek en die van de liefde in de ziel sonder 't lichaam enz;
066 een denkbeeld, het welk ik hebbe van een driehoek en een ander ontstaande door uijtstrekking van een van die hoeken, welke uijtgestrekte of uijtstrekkende hoek noodzakelijk gelijk is met de twee teegengestelde innerlijke, en zo voort. Deze, zeg ik, hebben voortgebragt een nieuw denkbeeld na dat de drie hoeken van den driehoek gelijk zijn met twee regte;
DRIJVEN (drive): drijve; drijvt; uitdrijven; afdrijven;
37xB: En zij spraken tot David, zeggende: Gij zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u afdrijven, 2Sam.5:6;
abigere, depellare ~E;
The author of the note uses a medical term; cf.foetum abigere; 'afdrijvende middelen', vMeekeren:245;
321n Nu wat is 't dat de Medicijnen of wijn te weege brengt? Dit namelijk, dat zij door haar werking deze geesten van 't hart afdrijven en weder ruijmte maaken;
328 Eerstelijk bij aldien de beweginge niet en is de oorzaak van de passien, hoe het dan kan zijn, dat men de droefheid nochtans door middelen uijt drijvt gelijk door de wijn zulks meenigmaal word verrigt;
408 te maaken, dat u geen ander oogmerk en drijve als alleen het heijl uwen naasten;
5xB: Want de liefde van Christus dringt ons 2Cor.5:14;
(pro)(im)pell* 5xE;
010 eenige uijtwendige oorzaak, die hem dringt het eene eerder als het andere te verst[aan];
*DROEFHEID 17x+n+6m; droevheid 9x+n+m; droeffheid m;
23xB: en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien, Joel 2:28;
somn* 16xE: nec credo aliquem esse qui putet se, dum somniat, liberam habere potestatem suspendendi de iis quae somniat, judicium efficiendique ut ea quae se videre somniat, non somniet et nihilominus contingit ut etiam in somnis judicium suspendamus nempe cum somniamus nos somniare 2,49s;
266 gelijk als iemant die droomt, wel denken kan dat hij waakt, maar nooijt kan iemand die nu waakt, denken dat hij droomt;
Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd, Ex.14:21;
092 wanneer hij door een harde wind de zee droogh maakt en zo voort in alle bezondere din[gen];
DRUKKEN 2x;
=amphibolia, ambiguitas (Meyer) ~E;
073 dat tragt gij nu te doen met dubbelzinnigheid van woorden gelijk gemeenlijk;
*DUIDELIJK: duijdelijk 3x;
DUIVEL (devil): duijvel(en) 8x+3m; duijvels m;
diabolo ~E;
299 vrezen gelijk andere voor de duijvel >.. vreze voor God gelijk andere voor de duijvel.] die zij verzierd hebben;
374 Datt'er zodanige duijvelen als de menschen gewoon zijn te stellen;
374 Van de duijvelen off die zijn of niet zijn;
377 Doch dewijl'er heel geen noodzakelijkheid en is om Duijvelen te moeten stellen >Daar is geen noodzakelijkheid voor ons om duijvelen te stellen.], waar toe dan die gesteld;
37xB (21x goeddunkt): Want het dunkt mij tegen rede, een gevangene te zenden, en niet ook de beschuldigingen, die tegen hem zijn, te kennen te geven, Hand.26:27;
mihi videtur ~E;
071 [in de]ze uwe manier van spreken zie ik, zo mij dunkt, een zeer groote verwerringe;
077 en indien dit zo is, zo en kan dunkt mij, God geen inblijvende oorzaak zijn;
209 Doch om dit wel te ondervinden, dunkt ons goet duijdelijk te verklaren;
305 Tot het welke mij dunkt vereischt te worden;
*DUREN: duurd 2x; duuren +n; duurt;
*DUUR: duringe; duuringe 4x; geduuringe;
DWAAS (fool): dwaas m; dwaasheid;
92xB: Want een dwaas spreekt dwaasheid, en zijn hart doet ongerechtigheid, om huichelarij te plegen, en om dwaling te spreken tegen den HEERE, om de ziel des hongerigen ledig te laten, en den dorstige drank te doen ontbreken, Jes.32:6;
stulti* 3xE;
382 Hoe dwaas een zeggen het is 't geen nochtans meest alle menschen ook de beste, als in de mond besturven is;
265 in zulker voegen, dat het een groote dwaasheid zoude zijn te vraagen hoe men van haar;
DWALEN.;
DWINGEN ((op)press); bedwingen; bedwongen; dwingt; gedwongen n;
9xB; cogi* 6xE; vinc* 7xE;
013 ik die verzierd hadde, daarna nochtans gedwongen worde te zeggen dat sij niet te min;
098 [buiten hem] geene uijtwendige oorzaak is, die hem soude dwingen of noodzaaken;
277 enige uijtwendige oorzaak ons tot zulks dwingt;
379 dat namelijk dezelve [=de passien] alvooren moeten bedwongen worden, eer wij tot kennisse en gevolglijk de liefde van God konnen geraaken;