L

Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z

*LAATST 13x+5m; leste+1n;

*LACHEN;

LAND (land); 1575xB;

terrae 2xE;

382 Dit is alzo onnozel als of een vis woude zeggen (voor welke doch buijten het water geen leven is) bij aldien mij op dit leven in het water geen eeuwig leven en zoude komen te volgen, zo wil ik uijt het water na het land toe;

LANG (long): lang 3x; zolang (als) 8x; lankwerpig; langs

lang 8xB; langs 7xB;

tam diu ~E; longam 1xE: Quod etiam optime probant ex eo quod per corpus intelligimus quamcunque quantitatem longam , latam et profundam 1,15s;

047 het water het welke van regte lankwerpige bestaat;

057 en anders geen eijgenschap en hadde als lang, breet, en diep;

084 Maar boven dit hebt gij nog gezegd, dat het gevrogte van de innerlijke oorzaak niet en kan vergaan zo lang zijn oorzaak duurd; ... en dat deze dan zo lang haar oorzaak duurt, niet en konnen te niet gaan;

088 Dog dit zeg ik u dat zo lange wij van God niet en hebben;

162 over de schapen van Marocquen dieze lang hebben;

216 Doch't is zeker dat zo lang als wij bedroevt zijn, wij ons zelven;

301 Alzoo ook de mensch zoo lange hij een deel van de Natuur is, zoo moet hij de wetten van de Natuur volgen, het welk de godsdienst is. en zo lange hij zulks doet, is hij in zijn welstand;

338 Want nadat wij onse geesten een langen tijd bewoogen hebben, zo ondervinden wij;

385 maar alleen gelijk een trap langs de welke wij na de gewenste plaats opkl[immen];

390 Al het gevrogte van een inblijvende off innerlijke oorzaak (...) en is niet mogelijk te konnen vergaan noch te veranderen zo lang deze sijne oorzaak blijft... en dewijl heel geen zaake als door uijtterlijke oorzaaken en kan komen te vernietigen, zo en is niet mogelijk dat dit gevrogte soude konnen komen te vergaan zo lange sijne oorzaak duurd volgens de 2e stelling;

394 dat het niet en kan vergaan so lang deze zijne oorzaak blijft volgens;

LASTER 2x;

LATEN 12x+2m; laat 25x; laaten 4x+m; latende; liet; nalaat 2x; nalaaten; nalaten 12x; overlaten; toelaat 2x; toelaten: verlaten;

LATINEN (Roman);

romanus 1xE: ut exempli gratia ex cogitatione vocis pomi homo romanus statim in cogitationem fructus incidet, 2,17s;

287 die Wille mag zijn, die bij de Latinen genoemt wordt voluntas;

LEED (harm) 2x;

17xB: Evenwel droegh Samuel leet om Saul, 1Sam.15:35; Hare poorten sullen treuren, ende leet dragen, Jes.3:26;

offensionem 1xE;

210 ontstaande uijt ongemak of leed, het welk wij of verstaan of waanen;

210 zo zijn wij alschoon wij eenig hinder of leed daarvan ontfangen hebben;

LEGGEN (lay); opleggen (impose): opgeleiden; wederleggen (refute);

3xB: Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen Tit.1:9; Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is, 2Tim.3:16; Maeckt het jock, dat uw' vader opgeleght heeft, lichter, 1Kon.12:9;

refutavimus 1xE; impon* 2xE;

300 een werktuig is ditt, dat ze haar opgeleiden dienst behoorlijk volvoeren;

408 Eijndelijk zo u in het doorleezen dezes eenige swaarigheid tegen 't geene ik voor vast stelle moght ontmoeten, zoo verzoek ik dat gij U daarom aanstonds niet en verhaast om het zelve te wederleggen voor en alleer gij het met genoegzame tijd en overweginge zult hebben bedaght;

LEIDEN (lead): geleid;

duc* 93xE;

240 [kunnen geenzins] in de mensch die door de ware reeden geleid word, plaats hebben;

LENEN;

LEREN (teach): geleerd; geleert +2m; leerd; leert +n;

Doe aenbadt Manoah den Heere vyerighlick, ende seyde: Och Heere, dat doch de man Godts, dien gy gesonden hebt, weder tot ons kome, ende ons leere, wat wy dat knechtken doen sullen dat geboren sal worden, Richt.13:8; Als gy hen sult geleert hebben den goeden wegh, in den welcken sy wandelen sullen, 1Kon.8:36;

doc* 16xE;

154 als de papegaaij van't geen men hem geleert heeft;

175 Ik zeg dan, dat zij ons leert alleen wat de zaake behoort te zijn;

213 onse goede Conscientie zelve gestadig geleerd en vermaand werden;

225 zo ons de reeden leerd;

270 Wetende dan nu wat goet en Kwaad, waarheid en valsheid is en ook waarin de welstand van een volmaakt mensch bestaat >Wat ons 't ware geloof geleert heeft volgens de derde uijtwerking en ook de vierde.], zal 't nu tijd zijn om tot onderzoek onzes zelfs te komen en eens bezien of wij tot zo een welstand vrijwillig of genoodzaakt komen >Of wij tot het geen zij ons geleert heeft vrijwillig of genoodzaakt komen? en om dit te onderzoeken wat ons daartoe nodig is.];

344 leert ons de ervaringe;

396 zo ik mijne naaste leer beminnen de wellusten, de eere;

LETTEN: (let); beletten; lett m; lette m; opletten (watch);

not* 40xE;

280 Aan een ijder dan, die maar let op't geene van ons al gezeid is >Voor die gene die maar lett op de beschrijvinge die wij.];

397 De lezer lette hier wel op, als mede op't geene hier;

LEVEN 7x+2m; leeven 4x; leevendig; 814xB;

vit* 34xE; *viv* 86xE; vivide 1xE: Quo haec cognitio quod scilicet res necessariae sint, magis circa res singulares quas distinctius et magis vivide imaginamur, versatur, eo haec mentis in affectus potentia major est, 5,6s;

167 die voor't Vaderland uijt liefde haar leven laten;

250 dat men zo bij de menschen moet leven, als men buijten haar daar Eer en Schaamte geen plaats heeft, leeven zoude;

290 zoo zullen wij(om ons eens leevendig voor oogen te stellen wat het zij van het eene tot het ander over te gaan, en getrokke te worden) ons verbeelden een kind;

299 en ook wij die in hem leven;

367 volgens de welke hij voor en met God moet leeven;

380 en wij als buijten ons element leven;

381 >..God lief hebben al kwam er geen eeuwig leven op te volgen.];

382 (voor welke doch buijten het water geen leven is) bij aldien mij op dit leven in het water geen eeuwig leven en zoude komen te volgen;

382 bijaldien op de liefde Gods geen eeuwig leeven en kwam te volgen;

397 >. nopende de bestuuringe van's menschen leven.];

400 de eeuwe in de welke wij leeven;

LEZER (reader) m;

leze* 114xB (~lezer);

lectores 2xE: Incipio igitur a primo lectoresque moneo ut accurate distinguant inter ideam sive mentis conceptum et inter imagines rerum quas imaginamur, 2,49s;

397 m De lezer lette hier wel op, als mede op 't geene hier uijt volgt, want van dit hangen af zaaken van groot belang nopende de bestuuringe van 's menschen leven;

*LICHAAM 76x+31n+12m; lichaamen 2x; lichaams; lichamelijk; lichamen; lighaam 2x; lichamelijk 5x+n; lighaams; lighamelijke;

LICHT (light) 4x; ligt 6x; lichtelijk 12x+2n; ligtelijk 2x+n (easily); verlichten (enlighten): verligt;

*licht* 310xB (lux); 2xB(lichtelijk): Lichtelijk had een van dit volk bij uw huisvrouw gelegen, zodat gij een schuld over ons zoudt gebracht hebben, Gen.26:10;

lux 1xE; facile 59xE;

057 Dog ligt is het voor ons hier op te antwoorden;

087 ik wil in zeeker kamer ligt hebben; Ik steek het op en dit verligt door zig zelfs de kamer, oft' ik doe een venster open, welke opening wel niet zelfs het ligt maakt, maar nogtans te weege brengd, dat het ligt in de kamer kan komen. en alzo word ook tot de beweeging van een lighaam een ander lichaam vereijscht, 't welk al die beweeging moet hebben die van hem over gaat tot het ander;

212 Uijt dit gezeide kan dan ligtelijk werden verstaan;

230 Al het welke wij zeer licht zullen konnen doen, indien wij;

237 zo zal ons heel lichtelijk zijn te betogen, welke;

256 en vast te maaken aan dingen die ons lichtelijk of ooijt konnen komen te gebreeken;

268 door een ander lichter werking;

269 Dewijl dan de eene lichtelijk, de ander niet lichtelijk verandert, zo volgt;

283 Hebbende dit meest plaats in zwakke ziele, die door een ligte werkinge van het voorwerp in haar een wijze of Idea ontfangen zeer lichtelijk en buijten dit en is in haar geen bevestigen of ontkennen meer;

304 Seer ligtelijk konnen wij dat doen;

321 Uijt het geene wij dan tot hier toe gezeid hebben is lichtelijk af te neemen, welke daar zijn de voornaame oorzaaken der Passien >Dat uijt dit voorige lichtelijk af te neemen is, welke de voornaamste oorzaaken van de passien zijn. Wat het lichaam en zijne uijtwerkingen hier in doet.];

330 en dat dit zodanig is kan lichtelijk daar uijt afgenomen worden;

335 zo zal dat ons deze zwarigheid heel licht weg konnen nemen;

342 Dit konnen wij lichtelijk bevroeden wanneer wij acht neemen;

355 Soo wanneer wij eens met aandagt aanmerken wat de Ziele is en waar uijt hare verandering en geduuringe ontstaan, zo zullen wij lichtelijk zien of zij sterfelijk of onsterfelijk zij >Wat het is daaruijt wij lichtelijk konnen zien de onsterfelijkheid van de ziele.];

356 Waar uijt men dan lichtelijk kan zien(1.) dat;

358 aangezien men lichtelijk uijt het gezeide kan sien wat daar;

398 Uijt al dit geseijde kan nu zeer licht begreepen worden welke daar zij de mens;

437 zo konnen wij lichtelijk zien, hoe hier uijt komt te ontstaan;

LID (member): lit; leden;

45xB; KV107 alludes to: Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden. ... Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen, 1Cor.13:14,25;

membr* ~E; articul* 2xE;

107 Alle de leeden van de mensch woorden voorzien ende voorzorgt voor zo veel zij deelen van de mensch zijn, het welk de algemene voorzienigheid is: en de bezondere is die poginge, die ieder bezonder lit (als een geheel en geen deel van de mensch) tot het bewaren en onderhouden van zijn eijgen welstand heeft;

*LIEF 2x+m; liever; liefde 64x+2n+22m; lievde 13x+m; liefelijk; liefhebben +m;

LIEGEN (ly);

lieg* 32xB: Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb, Op.3:9;

menti* ~E;

154 deze die hem dat zo voorsteld liegen konde, zo heeft hij echter zijne werkingen daar na gericht en dat zonder eenige kennisse meer van den regul van drien gehad te hebben als de blinde van de verwe;

*LIEVEN 2x+m; lieft;

LIGGEN (lay); geleegen 2x;

51xB gelegen (the case): Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden, 1Tim5:25;

jace* ~E;

209 Doch offer eenig kwaad in is geleegen de saaken met een haat en affker te;

258 Maar geheel anders is't geleegen met die de welke kwaad en van ons;

311 zoo wanneer een steen stille leijd, zoo is't onmogelijk dat die door;

336 kan ze ook geen steen die rust off stil leijt, beweegen;

*LIJDEN 5x+m; lijd 2X; loijdt; leeden; leijd; leijt; lijdende 2X; lijder 3x; leijder; lijding 13x+2m;

LOF (honor); laster (blame) 2x;

50xB; laster* 91xB; laster ~B; 26x lastering;

KV 098 alludes to Wij stenigen U niet over enig goed werk, maar over gods lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt, Joh.10:33;

honor* 3xE;

lau* 6xE: inde hæ notiones ortæ sunt scilicet laus et vituperium, peccatum et meritum, 1app;

vituper* 9xE (6x +laus);

098 Alzoo dat wij dan ontkennen, dat God kan nalaten te doen het geene hij doet: Hetwelk zommige voor laster en verkleininge Gods achten. Dog dit zeggen komt hervoort, omdat niet regt begreepen wort, waarin de Ware Vrijheid bestaat;

249 (voor zo veel zij [=eer en schaamte] op eigen liefde en op een waan van dat de mensch een eerste oorzaak is van zijn werk en dienvolgende lof en laster verdiend, geboud zijn);

LOGICA: locica, logici; logicam 1xE;

LOOCHENEN (deny);

45xB: Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet; wie den Zoon belijdt, heeft ook den Vader, 1Joh.2:23;

nega* 42xE;

228 (Scepticis) die door dien zij loochenen dat de mensch eenige waarheid kan hebbe;

LOPEN: Loopen 2x; loopt; geloopen 2x; lopinge; loop; loping (flow);

7xB: de aflopingen der wateren (6x); overloping van toorn (1x); loop 15xB: Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, Hand.20:24;

curs* ~E;

291 voor waar als dat hij door de schik en loop van de Natuur aangedaan word van iets;

317 Verminderd zoo wanneer wij veel hebbende geloopen, veroorzaken dat de geesten door't zelve Loopen aan het lichaam zoo veel meer als gewoo[ne beweging];

354 door welke sodanige uijtwerkingen en lopinge van geesten zijn ontstaan;

361 (om zoo te zeggen) zo alleen liet heen loopen;

364 van God van eeuwigheid gesteld, te zamen loopt en zoo met alle andere alles helpt uijt[werken];

373 Veel oorzaaken hebben te zamen geloopen dan of'er maar een eenige is;

LOSSEN;

LUIDEN: luijd (sound);

107xB (only from musical instruments);

son* 2xE: ut exempli gratia ex cogitatione vocis pomi homo romanus statim in cogitationem fructus incidet qui nullam cum articulato illo sono habet similitudinem nec aliquid commune, 2,18s;

268 dient angemerkt dat het Verstaan (schoon het woord anders luijd ) is een suijvere of pure Lijding;

*LUST 12x+n+2m;

LUSTEN (please);

6xB: Zij zullen dat vet als heden ganselijk aansteken, zo neem dan voor u, gelijk als het uw ziel lusten zal, 1Sam.2:16;

libet 2xE(~libet me);

275 Om dan hier te eijndigen, zo en lust mij niet alles bij te brengen, dat ik;