M

Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W ZMAAKSEL 2x;

MAAL 4x+n; nademaal 2x+n; 10xB(andermaal); 7xB(nademaal); altemaal; andermaal; doenmaal; eenenmaale; eenmaal 2x+n; meenigmaal; menigmaal; t'eenemaal 3x; tenenmaal;

MAAR 196x+61n+25m; maer;

MAAT: maate (measurement, instrument);

46xB: ende met welcke mate gy metet, sal u weder gemeten worden, Matth.7:2; Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden Lc.6:38;

mensura ~E;

303 dat als wij ons verstand maar wel gebruijken, gelijk wij (hebbende nu een maate van waarheid en valsheid) seer ligtelijk konnen doen;

*MACHT 11x+2m; magt 11x+2n+2m;

*MACHTIG: machtiger; maghtig; magtig +2n;

MAJOR;

008 De eerste(of major ) wordt aldus bewezen;

MAKEN; *maak* 75xKV: * volmaken; * vrijmaker; gemaakt 13x+4n; maaken 34x+4n+3m; maakende 2x; maakt 15x; maker (creator); uijtmakende;

9xB: Die den armen verdruckt, smadet des selven Maker, Spreuk.14:31; De Heere uw' Maker ende uw' Formeerder, Jes.44:2; Ulieder omkeren is, alsof de pottenbakker geacht werd als leem, dat het maaksel zeide van zijn maker: Hij heeft mij niet gemaakt; en het geformeerde vat van zijn pottenbakker zeide: Hij verstaat het niet, Jes.29:16;

auctor* 5xE: Qui rem aliquam facere constituit eamque perfecit, rem suam perfectam esse non tantum ipse sed etiam unusquisque qui mentem auctoris illius operis et scopum recte noverit aut se novisse crediderit, dicet. Exempli gratia si quis aliquod opus (quod suppono nondum esse peractum) viderit noveritque scopum auctoris illius operis esse domum aedificare, is domum imperfectam esse dicet et contra perfectam simulatque opus ad finem quem ejus auctor eidem dare constituerat, perductum viderit, 4praef;

118 dat dat werkstuk met het oogmerk van den maker wel overeenkomt, zo zegt men het goet t[e zijn];

MAN (man) 2x;

hominis 78xE;

278 Want omdat de mensch nu deze dan die will heeft, zo maakt hij in sijn ziele een algemene wijze, die hij wille noemt, gelijk hij ook zo uijt deze man en die man een Idea maakt van Mensch;

MANIER (way) 15x+n;

5xB (4x in alle manier=per omnem modum/ ?ata pa?ta t?p??);

modus: mod* 382xE; ca.30x mod* cogitandi (=manier van kennen, kennisse);

070 en op dezelve manier, als het willen, gevoelen, verstaan;

071 Begeerlijkheid: In deze uwe manier van spreken zie ik, zo mij dunkt;

076 dat wij hem in eeniger manieren een verder oorzaak konnen noemen;

172 uijt de eerste manier van kennen voortkomt;

174 de uijtwerkingen van de twee andere manieren van Kennen;

180 so laat ons de zelve maniere als vooren gebruijkende;

201 dan zo zullen wij nu komen tot de twede maniere van voorwerpen;

205 als wij handelen van de laatste manier van kennisse;

262 van alles't geen ons de derde manier of uijtwerkinge van het ware gelove;

336 zoude konnen bewogen worden door eenige manier van denken om reden als boven;

346 of wij door de vierde en leste manier van kennisse daar toe konnen geraaken;

346 Wij hebben dan gezeid, dat deze manier van kennisse niet en is uijt gevolg van;

347 Alleen dan de derde manier is't, namelijk de Waare Kennis die ons;

348 So dat als wij op deze manier God komen te kennen, wij dan noodzakelijk;

379 door de reden als mede door de vierde manier van kennisse;

420 Op dezelfde manier van't geen hij heeft van;

MANLIJK: mannelijk (manly);

44xB (masculine): Dat onder u besneden worde al wat manlick is, Gen.34:15;

fortiter, viriliter ~E;

236 zij tot het voortbrengen van de zaake mannelijk besluijt en die voortbrengelijk is;

MAROCQUEN;

162 zig verwonderd over de schapen van Marocquen dieze lang hebben;

*MATERIALITER,;

MATIG (moderate): aldermaatigst; gematigd;

1xB;

(med.) in the just proportion of the four elements (temperaments);

tempera* 3xE;

323 n aangezien het de voorwerpen zijn die ons haar zelven doen gewaar worden, zo woorden wij van de eene anders aangedaan als van d'andere. Die dan van de welke wij aldermaatigst (na de proportie der beweeginge en ruste waar af wij bestaan) bewogen worden, zijn ons alder aangenaamst;

329 De ziel dan als nu mediate gezeid is, gesteld zijnde, hebben wij al te vooren aangewezen dat magt heeft de geesten te bewegen werwaart zij wil: Maar dat eevenwel nochtans deze macht haar kan benomen worden, zo wanneer door andere oorzaaken van 't algemeen lichaam deze haar zo gematigde gestalte benomen of veranderd word en zulks in haar gewaarwordende ontstaat'er droevheid en dat na de verandering is, die de geesten als dan ontfangen;

*MEDEGEWETEN;

MEDIATE;

MEDICIJN;

medicinam 1xE: hoc enim ad medicinam, illud autem ad logicam spectat, 5praef;

331 n Nu wat is 't dat de Medicijnen of wijn te weege brengt?;

MEE: mede 30x; daarmee; meeslepen; waarmee; alsmede 2x; me 2m; mede 5m (adv.vgw.); meede 12x;

MEN 56x+12n+11m;

*MENEN: meen 2x; meene; meenen 6x+2n; meenende; meent+m; meijne; meijnen; meind; meinen

MENGEN: (mix) gemengt +m; vermengen; vermengd; vermengt +m;

*meng* 101xB: Edick met galle gemengt, Matth.27:34; Die [als] een achterclapper wandelt, openbaert het heymelicke: en vermenght u dan niet met hem, die met sijne lippen verlockt, Spr.20:19;

confund* 11xE: Quare hic apprime venit notandum quam facile decipimur quando universalia cum singularibus, et entia rationis et abstracta cum realibus confundimus. 2,49s;

072 zo ik uijt u Exempel afneem, zo vermengd gij het geheel met de oorzaak;

183 ik als dan een dadelijk wezen (ens reale) met een wezen van Reden (ens Rationis) verwarren zoude >Deze Idea moet alleen een Ens rationis en geen Ens reale zijn noch daar mede vermengt], het welk wel naauwkeurig van een regtschapen Philosooph moet gemijd worden;

215 >Een zeker slag van blijdschap zijn dese volgende: 1. De Hoop, gemengt nochtans met eenige droevheijd 2. Verzekertheid 3. 't Laghen 4. de Eere];

232 De welke [=hoop] niet anders is [als] een zekere zlag van blijdschap, gemengt nochtans met eenige droefheid;

233 het welk een seekere blijdschap is, niet vermengt met droefheid, gelijk in de hope;

MENIGMAAL;

MENIGTE (crowd): meenigten;

162xB: Gy zijt heden als de sterren des hemels in menighte, Deut.1:10;

multitudine 1xE;

162 buijten zijn weijnig velds noch zo groote meenigten van andere velden waren;

*MENING: meeninge 2x+m;

*MENS: mensch 70x+6n+11m; mensche 3x+2m; menschen 31x+4m;

*MENSELIJK 17x+4m;

MERKEN 9x+n+m; aangemerkt 18x+4n+2m; aanmerkelijke m; aanmerken 6x; aanmerking 4x+5n+m; aanmerkt 2x; bemerken: bemerkte; bemerkt; gemerk 2x; merke+m; opmerken;

MES; 5xB;

mens* ~E;

210 gelijk iemand van een steen of mes gekwest zijnde daarom;

MET 180x+17n+36m; temets; te mets;

METEEN (immediately) 2x+3m;

4xB (3x+part): simul autem (ama de) En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen, Tim5:13;

simulatque 3xE; simul 91xE: vel si quis statuat substantiam creari, simul statuit ideam falsam factam esse veram, quo sane nihil absurdius concipi potest 1,8s2;

091 alwaar dan meteen verklaard zal worden waarin de waare;

201 God kennende konnen wij niet laten hem meteen te beminnen.];

211 eenige droeffheid, om dat wij meteen ons berowen van de volmaaktheid;

249 zo kennen wij ook meteen de ijdelheid en onvolmaaktheid die;

384 en die gevonden hebbende is meteen de ruste en alle goet gevonden.];

MIDDEL (means) 7x+m;

3xB (door middel van);

Porro cum in se et extra se non pauca reperiant media quae ad suum utile assequendum non parum conducant ut exempli gratia oculos ad videndum, dentes ad masticandum..., hinc causam credendi habuerunt aliquem alium esse qui illa media in eorum usum paraverit ... Nam sciunt quod sublata ignorantia stupor hoc est unicum argumentandi tuendaeque suae auctoritatis medium quod habent, tollitur 1app; Deinde nemo scit qua ratione quibusve mediis mens moveat corpus 3,2s;

073 Dogh't en zal u om door dat middel de Liefde tot U te krijgen, nie[t lukken];

135 maer alleen door middel van de Uijtgebreidheid;

181 om zien (..) offer in ons ook eenig middel is om tot zo een volmaaktheid komen >Na het hebben van een Idea eenes volmaakten mensch, zoude men konnen zien offer middel was om daar toe te geraaken.];

213 Het middel hiertoe is haar geduurig waar te neemen;

217 Welk wij doen konnen met te denken op middelen van het verloorne weder te bekomen;

290 Veele menschen schoon zij wel zien, dat de kennisse die de mensch van verscheide zaaken heeft, een middel is waar door sijn lust of trek van het eene tot het ander overgaat,;

328 droefheid nochtans door geene middelen uijt drijvt gelijk door de wijn;

369 [ac]hten wij het dan onmogelijk dat God door middel van eenig uijtterlijk teeken zich zelve;

MIDDEN: (mean) midde;

662xB (uit/ in het midden van);

media 7xE (instrument); ('tertium non datur' seems unspinozistic);

208 en also tusschen goet en kwaad geen midde is;

MIJDEN: (avoid) gemijd; vermijden; ~B;

vitandi 3xE; vitare 8xE: Ratio cur hic loquar de intellectu actu non est quia concedo ullum dari intellectum potentia sed quia omnem confusionem vitare cupio, 1,31s; quod homines vix vitare possunt quia continuo a corporibus externis afficiuntur, 2,47s;

183 het welk [=verwarring van ens rationis en ens reale] wel naauwkeurig van een regtschapen Philosooph moet gemijd worden;

225 Want wij te recht onse macht en volmaaktheid kennende, zo zien wij daardoor klaarlijk wat het is dat ons te doen staat om tot ons goet einde te geraaken. en wederom, als wij ons gebrek en onmacht kennen, zo zien wij wat ons te vermijden staat;

MIN 10x+6n+m; minste 4x+n; minder 7x+n+2m; weinig 3x; weijnig; wijnig 7x+m.

*MINDEREN;

*MINNEN;

*MINVOORNEEM;

MIRAKEL (miracle): miraculen; alwonderlijk;

~B (28x wonderlijk); wonder 69xB: Sy en hadden niet gelet op het mirakel der brooden, Marc.6:52;

miraculorum 1xE: Atque hinc fit ut qui miraculorum causas veras quaerit quique res naturales ut doctus intelligere, non autem ut stultus admirari studet, passim pro haeretico et impio habeatur et proclametur ab iis quos vulgus tanquam naturae Deorumque interpretes adorat, 1app;

064 Begeerlijkheid: eij dog dit rijmt zig alwonderlijk, dat de Eenheid met de Verscheidentheid;

228 die gewaant hebben en wanen, men[ t] God wonder wel te staan;

373 Zo dat wij dan eijndelijk besluijten, dat God, om zich zelfs aan de menschen bekend te maaken noch woorden, noch miraculen, noch eenig ander geschapen ding kan of behoeft te gebruijken, maar alleen zich zelve;

*MISDOEN;

MISMAKEN: mismaaktheid (deformity);

1xB: En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. Mt.6:16;

deformitas 3xE (1app), but not in the sense of KV: Deinde ejusdem falsitatem ostendam et tandem quomodo ex hoc orta sint praejudicia de bono et malo, merito et peccato, laude et vituperio, ordine et confusione, pulchritudine et deformitate et de aliis hujus generis, 1app;

251 Wat voorder de onbeschaamtheid belangt deze die toont zich zelvs aan ons zodanig, dat wij om haare mismaaktheid te zien, alleen maar haare beschrijving;

MISSCHIEN (perhaps) 5x;

76xB: Misschien sal de Heere mijne elende aensien, 2Sam.16:12;

fortasse 1xE: Respondebis fortasse id ex eo quod ventus flavit et quod homo illac iter habebat, evenisse, 1app;

110 Misschien zal iemand zeggen, dat iets gebeurlijk;

243 zo zoude men misschien mogen denken;

261 en dit zal ons misschien hier na een stoffe zijn;

282 hier tegen zouden misschien eenige konnen zeggen;

291 Doch het zal misschien een vrijheid hebben om die lust die;

MISSEN (miss): missende; vermissen;

~B; missen 4xB;

3xE (caret, carere): Deinde haec doctrina Dei perfectionem tollit nam si Deus propter finem agit, aliquid necessario appetit quo caret, 1app; Talis enim existentia ut aeterna veritas sicut rei essentia concipitur proptereaque per durationem aut tempus explicari non potest tametsi duratio principio et fine carere concipiatur, 1d8expl;

162 maar een koe komende te vermissen en genoodzaakt wordende die elders;

317 zoo wanneer wij veel hebbende geloopen, veroorzaken dat de geesten door't zelve Loopen aan het lichaam zoo veel meer als gewoone beweginge gevende en dezelve missende, noodzaakelijk zo veel verzwakt zijn;

MITSGADERS (additionally);

145xB: Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen, Gen.24:59;

simul 98xE;

070 alzo ik ook dan besluijt door uw eijgen bewijzen, dat en de Oneijndige uijtgebreidheid en denking mitsgaders andere oneijndige eijgenschappen (of volgens uw stijl andere zelfstandigheeden) niet anders zijn als wijzen van dat Eenige, Eeuwige, Oneindige, door zig zelfs bestaande weezen;

*MODUS;

*MOED 4x+m;

MOE (tired); 36xB;

fatiga*, *fess* ~E;

338 nadat wij onse geesten een langen tijd bewoogen hebben, zo ondervinden wij moede te zijn, het welke immers niet anders is als een stilte in de geeste, door ons te wege gebracht;

MOETEN 54x+43n+6m; moet 43x+9m; most(en) 6x+3n;

MOGELIJK (possibly) 12x+n; mogelijkheid (possibility) 3x+n; onmogelijk 31x+9n+4m;

MOGEN; vermogen (force) 2x; vermogt;

60xB: mogendheid +n;

MOND (mouth) +m;

425xB (4x de mond stoppen): Want alzo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen, 1Petr.2:15; Soo gy quaet bedacht hebt; de hant op de mont! Spreuk.30:32;

os* ~E;

068 maar voortgaa en aan deze vijanden den mond stoppe;

382 >..alle menschen ook de beste, als in de mond besturven is.];

MONSTERDIEREN n; ~B;

monstr* ~E;

012n Want Wij zien eenige [=ideeën die het onmogelijk is dat ze zijn: e.g. alle monsterdieren die men van twee naturen zoud t'zamen zetten als een dier dat een Vogel en een paard zoude zijn en diergelijke, die onmogelijk in de Natuur, die wij bevinden anders te sijn gesteld, plaats konnen hebben;

MUUR (wall);

mur* aprie* ~E;

340 n Ex. gr. als de heele muur wit is, zo iss'er geen dit of dat in, etc;