Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z
satisfac* 1xE; content* 4xE;
155 die en laat zich soo niet pajen met hooren zeggen;
9xB: En aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot het andere uiterste deszelven. Gen.47:21; Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren. Num.24:17;
limit* 6xE: Cum itaque hanc omnium volitionum communem sive universalem ideam facultatem esse credant , minime mirum si hanc facultatem ultra limites intellectus in infinitum se extendere dicant, 2,49s;
146 n Zoodanig een lichaam dan dese zijnde proportie als e.g. van 1. tot 3 hebbende en behoudende, zo zal de ziel en't lichaam zijn gelijk het onze nu is, zijnde wel gestadig verandering onderworpen, maar niet zo groot dat ze buijten de palen van 1. tot 3. gaat; dog zo veel het verandert, zo veel verandert ook telkens de ziel;
equi 9x (2,49s);
116 . Noijt heeft God zijne voorzorge gehad over Bucephalum enz. maar wel over het geheele geslagte van Paard;
~B; Mentor, dien vooraf het ongeval deed schroomen,/ Stond, als een rotssteen pal zo dra het was gekomen, Feitama, Telem.2,25;
persever* 17xE;
384 [omdat wij hem]? ondervonden hebben te zijn het beste goed van alle goed, zo worden wij genoodzaakt hier pal te staan en te rusten;
154 alzo alles wat hij [=die de regel van drie van horen zeggen heeft] daarvan ook zoude mogen gezeijd hebben, daarvan geklapt als de papegaaij van't geen men hem geleert heeft.;
partial* 4xE: Confert haec doctrina ad vitam socialem quatenus docet neminem odio habere, contemnere, irridere, nemini irasci, invidere. Praeterea quatenus docet ut unusquisque suis sit contentus et proximo auxilio, non ex muliebri misericordia, partialitate neque superstitione sed ex solo rationis ductu prout scilicet tempus et res postulat ut in quarta parte ostendam, 2,49s;
297 door haar [=vrijheid] zal een rechter nooijt meer partije van de eene als van de ander konnen wer[den];
PASSEN (suit): past +n; *toepassen;
5xB: alzo past den zot de eer niet;
decet 1xE;
274 dat de Vrijheid van de Wil geensins past op zo een geduurige scheppinge;
391 [allerv]rijste oorzaak en die God het alderbeste past, is de inblijvende;
*PASSIE 26x+4n+18m;
PETRUS 10x; Petri; Paulus; Judas;
140 Maar goet en kwaad (als exemp. gr. de goetheid van Petrus en de Kwaadheid van Judas) en hebben geen beschrijvinge buijten de wezentheid Judae en Petri, want die is alleen in de natuur en zijn niet buijten haare wezentheid te beschrijven;
117 dan ook alleen Adam, en geen Petrus nog Paulus geschapen; ne maar dat is de rechte vol;
336 Want indien 't lichaam een zodanige wijze ontfangt als ex:gr. het lichaam van Petrus en weder een ander als het lichaam is van Paulus, daar van daan komt het datter in de denkende zaak zijn twee verscheide Ideen: te weete Een Idea van 't lichaam van Petrus de welke de ziele maakt van Petrus en een ander van Paulus de welke de ziele maakt van Paulus. Zo dan de denkende zaak kan wel bewegen het lichaam van Petrus door de Idea van 't lichaam van Petrus, maar niet door de Idea van het lichaam van Paulus: Alsoo dat de ziele van Paulus zijn eige lichaam wel kan beweegen, maar geen zins het lichaam van een ander als van Petrus;
philosoph* 4xE: Profecto mirari satis non possum quod vir philosophus qui firmiter statuerat nihil deducere nisi ex principiis per se notis et nihil affirmare nisi quod clare et distincte perciperet et qui toties scholasticos reprehenderat quod per occultas qualitates res obscuras voluerint explicare, hypothesin sumat omni occulta qualitate occultiorem, 5praef; Denique ex praecedenti propositione sequitur non parum etiam interesse inter gaudium quo ebrius exempli gratia ducitur et inter gaudium quo potitur philosophus, quod hic in transitu monere volui 3,57s; Quare non mirum est quod inter philosophos qui res naturales per solas rerum imagines explicare voluerunt, tot sint ortae controversiae, 2,40s2;
054 het welke [=verstand], zo ook de Philosophen zeggen, een oorzaak is van zijn begripp[en];
071 Want alle Philosophen zeggen eenparig, dat het geheel is een tweede kundigheid en dat in de Natuur buijten het menschelijk begrip geen zaake en is;
121 alleen kortelijk onderzoeken wat de Philosophi ons daarvan [=van God] weten te zeggen;
164 dit moet ook plaats hebben in veele Philosophen die hun zelfs hebben wijs gemaakt;
183 wel naauwkeurig van een regtschapen Philosooph moet gemijd worden;
275 Want neemt dat het lichaam met de ziel vereenigt was na de gemeene stelling der Philosophen, nochtans zo en gevoelt het lichaam nooijt, nog de ziel wordt niet uijtgebreijd;
PIJN (pain); pijne 3x; pijnlijkheid; pijnlijk;
35xB: Nemet balsem tot hare pijne, misschien salse genesen worden, Jerem.51:8;
dolor* 7xE;
179 zo is't de pijne waart eens te zien, hoe de selve ook door;
330 om dat deze droevheid op een van deze twee wijzen kan worde geholpen: of door herstellinge van de geeste in haar eerste gestalte, dat is hem van die pijnlijkheid te bevrijden, of door goede redenen overtuijgt te worden om van dit lichaam geen werk te maaken;
330 n De droevheid in den mensch word veroorzaakt uijt een waan begrip van dat hem iets kwaads overkomt, ... Als dit dus bevat is, brengt dit begrip te wege, dat de geesten zig omtrent het hart voegen en het zelve met behulp van andere deelen prangen en sluijten, recht tegendeelig als in de blijdschap geschied. Deze pranging word de ziel weder gewaar en is pijnlijk;
435 -436 Zo wanneer nu een van deze twee wijzingen of in meer of in min (beweginge of stilte) veranderen, zo veranderd zig ook na graden de Idea: Als e.g. zo de stilte zig komt te vermeerderen en de beweging te verminderen, zo word daar door veroorzaakt de pijne of droefheid die wij koude noemen: Zo dit integendeel geschied in de beweging, zo word daar door veroorzaakt de pijne die wij hitte noemen. en zo wanneer het zij (en hier uijt ontstaat de verscheide wijs van pijn, die wij gevoelen, als ons met een stokje in de oogen of op de handen geslagen word), dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam, maar dat eenige meer van beweging en stilte hebben als andere, hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen;
PLAATS 21x+2n+6m; plaatse; plaatze 4x (mostly: plaatshebben);
115 gelijk veel van Platoos Navolgers gezeit hebben;
PLICHT (duty) +2m; verplichten: verpligt 2x;
4xB: Wijsheyt en sal niet comen in een ziele die met quade rancken omgaet, noch en sal niet woonen in een lichaem aen sonden verplicht, Wijsh.Sal.1,4;
officio 5xE(4x+fungi);
100 iets stellen te zijn aan het welk hij verpligt of verbonde zoude zijn.
213 [tot een] volmaakten stand trachten op te kweeken >Plicht tegen onse naasten.].
218 Eijndelijk, die sijn verstand wel gebruijkt, moet noodzakelijk God 't eerste kennen >Hij kan ook niet sijn plicht wel waarneemen, dat is God voor alle dingen te kennen.];
253 aan den aldergodlooste zo veel te meer verpligt als hij ziet, zoo veel te grooter;
381 zo is't onze plicht ook zelfs deze [=tijdelijke liefde] te zoeke aangezien die;
4xB(+vuur, Op.); Gy sult mijne ziele in de helle niet verlaten, Ps.16:10; Hem, die beyde ziele ende lichaem kan verderven in de helle, Matth.10:28; Dese twee zijn levendigh geworpen in den poel des vyers, Op.19:20;
stagn* ~E; orc* ~E; infer~E;
260 Doch in tegendeel van alle deze zo wanneer de mensch God komt te beminnen, die altijd onveranderlijk is en blijvt, zo is't hem onmogelijk in deze poel van Passien te vervallen;
298 zo bevrijd ons deze kennisse van de droefheid, van de wanhoop, van de nijdigheid, van de schrik en andere kwade Passien, de welke gelijk wij hier na zeggen zullen, de wezentlijke helle zelve zijn;
*POGEN; poogt;
*POGING 4x;
PORREN (excite); aangepord m; aanport; anport; geport m;
8xB: Hy porde hem aen, om op te trecken, 2 Chron.18:2;
incit* 3xE: Hinc sequitur nullam dari causam quae Deum extrinsece vel intrinsece praeter ipsius naturae perfectionem incitet ad agendum 1,17c1;
213 Want deze ons nooijt tot ons verderf maar altijd tot ons heil aanport >De goede conscientie en bedriegt ons noijt.];
246 zeekere Idea die hem daar toe [=tot lachen] anport;
300 m Ook brengt ons deze kennisse daar toe dat wij alles aan God toe eigenen >Ook aangepord om aan God alles toe te eigenen.];
383 ons eijgen voordeel te behartigen, een zaake in alle dingen zeer natuurlijk >Hoe natuurlijk het is dat de mensch sijn heijl zoeke en betrachte. Waardoor wij geport worden het bestuur onses verstands te zoeken.];
POSTERIORI 2x;
usu* 30xE;
praxi 1xE: Hoc itaque vivendi institutum et cum nostris principiis et cum communi praxi optime convenit, 4,45c2s;
172 gelijk datt gezien word in de... practijk van de doctors die zeeker remedie;
PRAEDESTINATIE (predestination) 3x;
praedeterminata 1xE: et denique quod omnia a Deo fuerint praedeterminata, non quidem ex libertate voluntatis sive absoluto beneplacito sed ex absoluta Dei natura sive infinita potentia, 1app;
091 God is een oorzaak door zig zelfs en niet door een toeval, hetwelk uijt de verhandeling van de Praedestinatie nader zal blijken;
094 Dat God het geene hij doet zoude konnen laten te doen, ontkennen wij en zullen het meede bewijzen handelende van de Predestinatie, alwaar wij betonen zullen, dat alle dingen noodzaakelijk van hare oorzaaken afhangen;
108 De derde eigenschap is zeggen wij, de goddelijke praedestinatie. 1. Al voorens hebben wij bewezen dat God niet en kan laten te doen het geene hij doet namelijk, dat hij alles zo volmaaktelijk heeft geschapen, dat het niet volmaakter kan zijn. 2. en daar bij, dat geen dink zonder hem en kan bestaan nog ook verstaan worden;
PRANGEN (press)+n; geprangt; pranging; ~B;
prem* ~E; urg* ~E;
092 De Minvoorneembeginnende oorzaak en is in God niet omdat buijten hem niet is dat hem zoude konnen prangen;
098 maar de ware vrijheid is alleen of niet anders als de eerste oorzaak, dewelke geen zins van iets anders geprangt of genoodzaakt wordt en alleen door zijne volmaaktheid oorzaak is van alle volmaaktheid;
331n Als dit dus bevat is, brengt dit begrip te wege, dat de geesten zig omtrent het hart voegen en het zelve met behulp van andere deelen prangen en sluijten, recht tegendeelig als in de blijdschap geschied. Deze pranging word de ziel weder gewaar en is pijnlijk;
De heere prees den onrechtveerdigen rentmeester, om dat hy voorsichtelick gedaen hadde, Luc.16:8;
laud* 16xE;
248 dat zijn doen bij andere geagt en geprezen word zonder opzigt van eenig ander voor[deel];
PRIORI 5x;
38xB; Opdat sij (t. w. zekere blauw- of zwartgeverfde stoffen) op 't staelhof ... haar behoorlijke prouf kunnen behouden ofte uytstaen, POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 5, 622 (anno 1676);
proba* 4xE; experir* 5xE;
155 maar neemt'er een proef aan eenige bezondere reekeningen;
291 Doch deze vrijheid kan geen proef houden;
*PROPORTIE 5x+8n;
*PROPORTIONEREN: geproportioneert 4x;
PROPOSITIE 4xapp.; prop. 6xapp;
417 en ook het wikkeld zich in tegenstrijdigheid dat een wezen van de selfstandigheid op deze wijze in een andere zaake begrepen zij als de welke alsdan van dezelve niet dadelijk en zoude onderscheiden worden tegen de 1e propositie; en ook dat ze als dan zoude konnen voortgebracht zijn van het onderwerp 't welk haar begrijpt tegen de 2e propositie; en eijndelijk zoude ze door haar natuur niet konnen zijn oneijndig en ten oppersten volmaakt in haar geslacht tegen de 3e propositie;
421 zo en waar ze alheel niet oneijndig noch ten hoogsten volmaakt in haar geslacht tegen 't geen nu al bewezen is door de 3e propositie;
mera 1xE: Nam risus ut et jocus mera est laetitia adeoque modo excessum non habeat, 4,45c2s;
268 dat het Verstaan (schoon het woord anders luijd) is een suijvere of pure Lijding;
280 wij hebben gezeid, dat het verstaan een pure Lijdinge is, dat is een gewaarwordinge;
028 n dat is waar quo ad existentiam, maar geenzins quo ad essentiam..Scheppen dan is een zaake daarstellen quo ad essentiam et existentiam maar genereren is dat een zaake voortkomt quo ad existentiam solum;