Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z
SAMEN; tezamen; samengezet; tezamengezet; tsamenstel; t'zamen +3n; samenspreking;
SAMENVOEGEN; tezamenzetten; tezamenlopen; tezamenroepen;
70xB(samen);
una 34xE; simul 91xE;
043 dat zij al heel geen gemeenschap te zamen hebben als denking en uijtgebreidheid;
048 maar beweging en stilte zamen;
052 van de mensch ten aanzien hij zo een tsamenstel van wijse is van de zelfstandigheijd;
060 dialogus ofte t'samensprekinge deze volgende reedenen hier bij te voegen: bestaande in een ZAMENSPREEKINGE;
077 maar ik merke ook aan dat gij gezegd hebt, dat het gevrogte van de innerlijke oorzaak op zodanig een wijze met sijn oorzaak vereenigt blijft, dat het met dezelve te zamen een geheel maakt. en indien dit zo is, zo en kan dunkt mij, God geen inblijvende oorzaak zijn. [f.25] Want zo hij en 't geene van hem is voortgebragt te zamen een geheel maaken, zoo schrijft gij God op de eene tijd meer wezen toe als op de andere tijd. Neemt mij, ik bidde u, deze twijffel weg;
079 Een beeldhouwer die heeft van houwt gemaakt verscheijde gedaante na de gelijkenis van de deelen eenes menschelijken lighaams; hij neemt een van deze, 't welk de gedaante heeft van een menschelijke borst, hij voegd het te zamen met een ander, dat de gedaante heeft van een menschelijk hooft;
197 of t'zamen een geheel maaken;
361 maar om dat [de] mensch te zamen met alles watter is, soodanig in God zijn en God van deze alle zodanig bestaat dat aldaar geen eigenlijke liefde van hem tot iets anders kan plaats hebben: Aangezien dat alles in een eenige zaake, die God zelve is, bestaat;
391 [zodanig] dat het met dezelve te zamen een geheel maakt;
*SCHAAMTE 5x;
ov* ~E;
162 Gelijk iemand noit eenige schapen gezien hebbende als met korte staarten, zig verwonderd over de schapen van Marocquen dieze lang hebben;
SCHADE (damage); schaade; schadelijk 5x+3m;
Dwase ende schadelicke begeerlickheden, welcke de menschen doen versincken in verderf ende ondergangh, 1Tim.6:9;
obnox* 15xE; incommod* 5xE; detriment* ~E;
197 aangezien zij zelve swak zijn en d'eene kreupele d'ander niet kan draagen: en niet alleen dat ze ons niet en vorderen, maar sijn ook zelfs ons schadelijk >dat nochtans het oogmerk is en niet alleen dit, maar sij zijn ons ook schadelijk.];
243 Doch zo wij de zelve te regt willen inzien, wij zullen bevinden dat ze niet alleen niet goet en zijn, nemaar in het tegendeel datze schadelijk en dienvolgende datze kwaad zijn >Dat ze de mensch scheint eenig voordeel te konnen doen. Doch wel ingezien zijnde zijn schadelijk, kwaad en waarom.];
244 de welke van ons nu te vooren bewezen is schadelijk te zijn;
248 Beschaamtheid is zeekere droevheid die in jemand ontstaat als hij komt te zien, dat zijn doen bij andere veracht word zonder opzigt van eenig ander nadeel of schaade dat zij beoogen;
264 met wat schade doch d'ander met door zijn valsheid;
*SCHAKELEN (concatenate): geschakeld;
*catena* 20xE: Est [sc.memoria] enim nihil aliud quam quaedam concatenatio idearum naturam rerum quae extra corpus humanum sunt involventium quae in mente fit secundum ordinem et concatenationem affectionum corporis humani. Dico primo concatenationem esse illarum tantum idearum quae naturam rerum quae extra corpus humanum sunt, involvunt, non autem idearum quae earundem rerum naturam explicant. Sunt enim revera ... ideae affectionum corporis humani quae tam hujus quam corporum externorum naturam involvunt. Dico secundo hanc concatenationem fieri secundum ordinem et concatenationem affectionum corporis humani ut ipsam distinguerem a concatenatione idearum quae fit secundum ordinem intellectus quo res per primas suas causas mens percipit et qui in omnibus hominibus idem est, 2,18s; Prout cogitationes rerumque ideae ordinantur et concatenantur in mente, ita corporis affectiones seu rerum imagines ad amussim ordinantur et concatenantur in corpore, 5,1; 4xTIE: 095 necessario concatenationem intellectus, quae Naturae concatenationem referre debet, pervertemus, et a nostro scopo prorsus aberrabimus;
143 -144n 4. Een volmaakte denking moet hebben een kennisse, Idea, wijze van denken van alle en een ieder zaak wezentlijk zijnde, zo van zelfstandigheeden als van wijsen, niet uitgezondert. 5. Wij zeggen wezentlijk zijnde, omdat wij hier niet spreeken van een kennisse, Idea etc. die gheel de Natuur van alle wesen geschakeld in haar wezen kend zonder haar bezondere wezentlijkheid;
SCHEIDEN; *onderscheiden; *verscheiden; afgescheiden.+2n;
Het geschiedde als sy van hem afscheydden, soo seyde Petrus: enz., Luc.9:33; De borstlap en sal van den Ephod niet afgescheyden worden, Exod.28:28; Het zaet Israël scheydde sich af van alle vreemde, Nehem.9:2; Het geschiedde als sy van hem afscheydden, soo seyde Petrus: enz., Luc.9:33;
separ* 6xE; TIE050 distinguere, et separare ideam veram a caeteris perceptionibus; deced* ~E;
044 volgt uijt haar wezen wanneer ze afgescheide begrepen word; 2 en dat van haar in generlij wijze kan afgescheide worden zonder ook met een die zaak te vernietigen;
199 Laat ons dit dan genoeg zijn, om te betonen hoe ons de Reden aanwijst om van de zo vergankelijke dingen af te scheiden. ... Doch noch onvergelijkelijk klaarder zien wij dit als wij aanmerken, van wat een heerlijk en voortreffelijk goet wij door de genietinge deses worden afgescheiden;
*SCHEPPEN 13x+8n; geschapen 26x+4n; geschaapen; geschape; geschaape; schiep;
*SCHEPSEL 6x+n;
SCHIETEN: RONDSCHIETEN (manage);
expon* ~E; enod* ~E; explic* ~E; enucle* ~E; explic* 104xE;
085 en zo ik mij niet bedrieg, heb ik het [=afhankeljkheid van alle dingen van God] u hooren zeggen. en dit dan zo zijnde hoe zult gij dit [=onstervelijkheid van het menselijk verstand] zonder zwarigheid over te laaten, rondschieten;
SCHIFTEN (sort); schiftinge +m; ziften (sift): gezift; ~B;
separ* 6xE; distingu* 39xE;
129 zo zullen wij volgens de ware Logicam andere wetten van beschrijvinge voort brengen, te weeten volgens de schiftinge die wij van de Natuur maaken;
133 Alhier zullen wij nu eens eer wij voortgaan tot iets anders, kortelijk gheel de Natuur schiften. Te weten in Natura Naturans en Natura naturata;
179 en om dat wij nu te vooren gezeid hebben dat die passien die uijt de Waan voortkoomen, groot kwaad onderworpen zijn, zo is't de pijne waart eens te zien, hoe de selve ook door deze tweede kennisse gezift worden om te zien wat in de zelve goet, wat kwaad is;
219 Nu vervolgens dan zullen wij spreeken >Wat schifting de 3. uijtwerkinge van 't gelove doet in deze ses, namelijk:]. van de achting en versmading, van de Edelmoedigheid en Nedrigheid, van Verwaantheid en van de Strafbare Needrigheid;
om het goet en kwaad in deze wel te onderscheiden, zullen wij die voor voets opneemen;
SCHIJNEN 3x+n; scheijn 2x; scheijnd 2x+n; scheijndt m; scheijnt +m; scheint m; schijn 4x+m; schijnredenen; schijnt 3x; toescheijnt;
SCHIKKEN (arrange); schik; * beschikker; geschikt 2x; geschiktelijk;
ordin* 62xE (secundum ordinem et concatenationem; potestatem habemus ordinandi et concatenandi);
291 iet anders voor waar als dat hij door de schik en loop van de Natuur aangedaan word;
294 brengen tot uijtwerkingen van soo veel geschiktelijk geordineerde en volmaakte werken;
362 maar alles onder dezelve geschikt en geordent is;
365 met al dien arbeijd en geschikte ordre die zij onder een onderhouden;
SCHOON 7x+5n+m; alschoon 13x+n; alhoewel 6x;
SCHOUWEN: 109xB; aanschouw; aanschouwen +m; beschouden; beschout; beschouwen; beschouwende 2x+m;
92xB (aanschouwen); 3xB(beschouwen); 109xB(schouwen): De oogen des Heeren zijn in alle plaetse, beschouwende de quade, ende de goede, Spreuk.15,3; Settet u herte op hare vestinge, beschouwet onderscheydentlick hare palleysen, Ps.48,14;
concip* 218xE; percip* 77xE;
062 Ik voor mij en aanschouw de Natuur niet anders als in sijn geheel oneijndelijk en ten oppersten volmaakt;
156 dewijle hij door sijne deurzigtigheid terstond de gelijkmatigheid en alle de rekeningen ziet >Maar deze laatste en is nooijt wanende, nog gelovende, maar de zaake zelve beschouwende, niet door wat anders, maar in de zaake zelve.];
164 dat er buijten dit veldje of aardklootje daar op zij zijn (omdat zij niet anders beschouden) geen andere meer en zijn;
176 Maar als hij de gelijkmatigheid komt te beschouwen zo als wij in het derde exempel getoond [hebben];
251 alleen maar haare beschrijving van noden hebben en't zal ons genoeg zijn >Onbeschaamtheid is alleen door 't aanschouwen verfoeilijk.];
256 also te kennen, dat wij haar maar beschouwende de zelve terstond kwaad keuren;
285 Doch de Begeerte is een gestalte in de ziele om iets te verkrijgen of te doen ten opzigt van goet of kwaad, dat daar in beschout word;
310 Zoo wanneer wij dan aanschouwen de uitgebreidheid alleen;
324 Doch hier meede en wil ik niet zeggen, dat de Lievde, Haat en Droevheid die uijt beschouwinge van onlighaamelijke dingen voortkomen, de zelve uijtwerkingen zouden doen als die welke uijt beschouwinge van lichaamelijke dingen ontstaan;
SCHRIJVEN (write) n; schrijft; schrijve; *beschrijven; *toeschrijven;
scrib* 3xE;
347 [onder] andere benaaminge zo veel van zeggen en schrijven;
400 de vrunden tot de welke ik dit schrijve te zeggen;
9xB; Kwam mij schrik en beving over, en verschrikte de veelheid mijner beenderen. Job 4:14;
timor* 15xE; metu* 20xE;
298 van de wanhoop, van de nijdigheid, van de schrik en andere kwade Passien;
*schuw* 6xB;
vit* 16xE;
244 de welke van ons nu te vooren bewezen is schadelijk te zijn en die wij derhalven daarom als kwaad moeten trachten van ons af te weren, gelijk wij dan dienvolgende ook dese als zodanig moeten schuwen en vlieden;
256 en dewijl het [sc.beklag] een zeeker slach is van droefheid, zo hebben wij die te schuwen, gelijk wij sulx voor dezen van de droefheid handelende, hebben aangemerkt >Is een zeker slag van droefheid en als sulks te schuwen, siet pag.89. Dog voornamelijk pag.91.];
110 moet het zijn of in sensu diviso, of in sensu composito te weten;
240 >siet pag. volgende hooftdelen zeggen >vide pag. et seq . cap. 7];
079 et seq. Pag. 86 et seq .];
191 onvergankelijk: >siet pag. 53 et seq .];
240 >Van de resterende siet pag. 79 et seq . Pag. 86 et seq.];
64xE (12x et sic in infinitum);
034 dan weder de oorzaak van die oorzaak et sic in infinitum, zodat;
111 veroorzaakt heeft, ook gebeurlijk is, et sic in infinitum;
serv* 5xE;
294 dat wij waarlijk dienaars, ja slaven Gods zijn >Dat wij slaven en dienaars Gods zijn.];
300 en het laatste einde van een slaaf en van een werktuig is ditt, dat ze;
398 de menschelijke vrijheid De slavernij van een zaake bestaat in onderworpen;
SLAAN (beat) 3x; ontslaan 2x; gadeslaan: gaade slaande; geslaagen 2x; geslagen; ontslagen +m; slaande;
4xB: Heb' ick nu genade in uwe oogen gevonden, laet my doch ontslagen zijn, 1Sam.20:29; Soo gy, Heere, de ongerechtigheden gade slaet: Heere, wie sal bestaen? Ps.130:3;
fer* ~E; abduc* E;
118 verwart en buijten tijds te doen slaan te maaken;
193 isser macht om ons van de liefde te ontslaan : of door kennisse van een beter zaak;
194 Van de liefde tracht men nooijt ontslagen te worden gelijk als van de andere pass[ien];
217 nodig dat wij ons van de selve ontslaan;
320 en als van het lichaam ontslagen zijn;
365 heeft hen onderhoudende en gaade slaande, een geheel ander eijnde;
436 en wanneer het zij (en hier uijt ontstaat het onderscheid van gevoel uijt het slaan met een hout of ijzer op een zelve hand), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen;
*SLAG 3x;+2n+5m; slach 3x; zlag;
SLECHT (bad); slegtste n; slechter m;
35xB(simple);
pessimum 2xE: quare unusquisque ex suo affectu judicat seu aestimat quid bonum, quid malum, quid melius, quid pejus et quid denique optimum quidve pessimum sit, 3,39s;
188 >..verscheiden na de voorwerpen in beter en slechter.];
250 en met de voet treden, omdat hij een slecht kleed an heeft;
304 [het ]beste kennende en genietende, heeft het slegtste op ons geen magt;
SLEPEN (drag): sleept 3x; mesleept m; ~B;
secus duc* ~E; adduc* ~E; consequ* 107 (x consequenter);
193 Op twederleij wijzen isser macht om ons van de liefde te ontslaan: of door kennisse van een beter zaak, of door ondervinding dat de beminde zaak die voor wat groots ende heerlijke gehouden is, veel onheil en ramp met zig sleept >Op tweederleij wijse komt de lievde te vergaan of door de kennisse van een beter of door onheil en ramp die se mesleept.];
217 om niet te vervallen in alle die ellenden die de droefheid noodzakelijk met sig sleept;
425 de Idea welke noodzakelijk van zulk een dink, wezentlijk zijnde, moet zijn in de denkende eigenschap: Want zoodanig een Idea sleept met zich de overige wijzingen van Liefde, begeerte enz;
SLUITEN (close): *besluiten; sluijt; sluijten, n; uijtgeloten m; uijtsluijtende m; uitsluiten (exclude):
1xB: Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren. Gal.4:17;
exclu* ~E; conclu* 27xE;
099 Dog zodanig argumenteeren sluijt alzo wel, als of ik zeide: om dat God w[il].
324 Doch hier meede en wil ik niet zeggen, dat de Lievde, Haat en Droevheid die uijt beschouwinge van onlighaamelijke dingen voortkomen >Doch de voorwerpen van de onlichaamelijke dingen die worden hier uijtgesloten.], de zelve uijtwerkingen zouden doen als die welke uijt beschouwinge van lichaamelijke dingen ontstaan;
345 omdat wij daar onder geenzins wilden betrekken de begeerten die uijt de redenering voortkomt >en hier om is zo dikwijls gezeid dat de eene liefde door de andere liefde word vernietigt, daar door uijtsluijtende de begeerte om datze niet gelijk de liefde, uijt ware kennisse maar uijt redenering herkomt.];
14xB: Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit. Spr.31:18;
gust* ~E; sapore 1xE;
027 aangezien hij wel konde, smaakt na wangunst, dewelke in God;
397 dat ik trachte te bereijke is te mogen smaaken de vereeniginge met God;
206 Zonder passien, gelijkmen segt van Socrates ,.>zonder gelijk van Socrates gezeght word.];
SOMMIG (some); zommige; 131xB;
aliqu* 270xE;
191 Sommige voorwerpen dan zijn in haar zelven verg[ankelijk];
098 Hetwelk zommige voor laster en verkleininge Gods achten;
Matth. 4, 6. Kantt.: Het Gr. woord somtijds, aldus gebezigd, heeft, even als het onze, ook de beteekenis van bij geval, misschien;
aliquando 7xE;
243 (die haar verstand wel gebruijken) somtijds (vermids haar die hebbelijkheid;
341 Zo zal ons dan tegenwoordig te onderzoeken staan waar door het komt dat wij somtijds alschoon wij zien een zaake goet of kwaad te zijn, nochtans geen magt in ons bevinden om of de goede te doen of de kwade te laaten en somtijds nochtans wel >Waar door het komt dat wij gezien hebben de zaake goet, somtijds magt hebben die uijt te werken en somtijds weder niet, als ook om het kwaad te laaten];
*SOORT;
*SPOTTEN;
*SPREKEN 3x+n; gesproken; gesprooken 11x; spreek; spreeke 3x; spreeken 19x+2n+m; spreekende 2x; spreekt;
SPRUITEN (offspring): spruijt; uijtspruijtzels;
24xB: Gij maakt zijn opgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel, Ps.65:10; Ende de Heere Godt hadde alle geboomte uyt het aertrijck doen spruyten, Gen.2:9;
emerg* ~E; prosil* ~E;
159 en uijt de derde [=uitwerking] de waare en oprechte Liefde met alle haar uijtspruijtzels;
136 uijt het welke spruijt een oneindelijk of aldervolmaakst genoe[gen];
STAAN 8x+4n; * ontstaan; * verstaan; * vrijstaan; bestaan; tegenstaan; staa; staande 2x; staat 19x+8m; toestaan 4x; toestaan;
162 schapen gezien hebbende als met korte staarten, zig verwonderd over de schapen;
situm 1xE: Quo partes individui vel corporis compositi secundum majores vel minores superficies sibi invicem incumbunt , eo difficilius vel facilius cogi possunt ut situm suum mutent, 2,13a3;
Used for situs by Kók (=gelegenheid, Stevin);
106 poginge[heeft] om zig zelfs en in zijn stand te bewaaren en tot beter te brengen;
213 hun t'allen tijde tot die volmaakten stand trachten op te kweeken;
296 haar te helpen en tot beter standt te brengen;
grad* ~E; perg* 14xE;
248 nu overal zonder omzien heen stapt;
petr* ~E; lapi* 5xE;
210 gelijk iemand van een steen of mes gekwest zijnde daarom van't zelve;
311 zoo wanneer een steen stille leijd, zoo is't onmogelijk dat die door de kracht van denken of iets anders zal konnen bewoogen worden, maar wel door de beweginge, als wanneer een ander steen grooter beweeginge hebbende als sijne ruste, hem doet beweegen. Gelijk ook alzo de bewegende steen niet en zal komen te rusten, als door iets anders dat minder beweegt. Alzoo dat dan volgt dat geen wijze van denken in het lichaam of beweginge of ruste zal konnen brengen;
336 en hierom dan zo en kan ze ook geen steen die rust off stil leijt, beweegen: Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel;
STEKEN (stick): steek steekt 2x; uitstekend: uijtsteekende; uijtstekentlijk;
eminent* ~E; (in/af)fix* ~E;
010 Soo nu de mensch de Idea van God heeft, zo is het klaar dat God formelijk moet zijn, dog niet uijtstekentlijk, aangezien boven of buijten hem niet wezentlijker of voortreffelijker is;
085 Z Nu dan het is onmogelijk, dat 'er meer van nooden is geweest om een zodanig verstand voort te brengen als alleen de eigenschappen Gods; want om te zijn een wezen van zo een uijtsteekende volmaaktheid;
087 ik wil in zeeker kamer ligt hebben; Ik steek het op en dit verligt door zig zelfs;
199 kwaad dat in de beminninge deser dingen steekt en verborgen is;
266 Dog iemand die in valsheid of in doling steekt, die kan wel waanen dat hij in waarheid;
*STELLEN 29x+3n+3m; * gestalte; *ontstellen; *daarstellen; *herstellen; *onderstellen; *tegenstellen; *vooronderstellen; *voorstellen; gesteld 19x+5n+2m; gestelt 2x; steld 2x; stelde; stelle; stellende; stelt +m; stellig; stelling 16x+2n+9m;
Ende ontrent de negende ure riep Jesus met een groote stemme, Matth.27:46;
vocis 1xE: ex cogitatione vocis pomi;
369 Want die stemme, donder en blixem wisten zij als doen wel dat God niet was, alschoon de stemme zij dat hij God was;
Want dit verderffelicke moet onverderffelickheyt aendoen, ende dit sterffelicke moet onsterffelickheyt aendoen, 1 Cor.15:53;
mortalibus 1xE;
355 zo zullen wij lichtelijk zien of zij sterfelijk of onsterfelijk zij ;
STERKEN (enforce): sterken; sterkste; versterking +m; versterkt 2x;
versterk* 58xB: Judas nu ende Silas,.. vermaenden de broeders met vele woorden, ende versterckten'se, Hand.15:32;
firm* 5xE;
195 Noodzaakelijk dan ist niet van de zelve verlost te zijn omdat wij vermids de swakheid onses natuurs, zonder iets te genieten waar mede wij vereenigt worden en versterkt, niet en zouden konnen bestaan;
196 het is zeker dat wij door't beminnen en vereenigen met de zelve [=vergankelijke] geen zins in onse natuur versterkt en werden >Want door de zelve en bekomen wij geen versterking onser natuur,];
214 Want deze werkt altijd verbetering, versterking en vermeerdering, het welk;
317 zoo wanneer wij te veel wijn of andere sterken drank drinkende, daar door of vroolijk;
362 Als daar is dat het swakste voor het sterkste moet wijken;
Vertrouwt op den Heere,..; ende en steunt op u verstant niet, Spreuk.3:5;
nit* 4xE;
245 De bespotting en Boerterije steunen op een valsche waan en geven in de bespotter en Boerter te kennen een onvolmaaktheid >Van de bespottinge en boerterijen waarop 't gelove zegt dat die steunen namenlijk op een valsche waan en welke die is en waaruijt die voortkomt]. Op een valsche waan ist dat zij steunen, omdat men meind dat den geenen die bespot word, de eerste oorzaak is van sijne werken;
260 Haat, als iemand hem het beminde ontneemt. Droefheid, als hij het komt te verliezen. Eere, als hij op Liefde sijns zelfs steunt. Gunste ende Dankbaarheid, als hij zijn even mensch niet en bemind om Godt;
styl* ~E; ~TIE;
070 oneijndige eijgenschappen(of volgens uw stijl andere zelfstandigheeden);
requiesc* ~E;
311 zoo wanneer een steen stille leijd, zoo is't onmogelijk;
332 maaken, dat een lichaam het welk geheel stil is en rust, zig zoude beginnen te beweg[en];
336 en hierom dan zo en kan ze ook geen steen die rust off stil leijt, beweegen: Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel. en hierom dan is't niet min klaar dat het onmogelijk is, dat een lichaam het welke geheel rust en stil is, zoude konnen bewogen worden door eenige manier van denken om reden als boven;
*STILTE 13x+10n;
14xB: Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen Job 13:5; Maar de gezangen des tempels zullen te dien dage huilen, spreekt de Heere HEERE; vele dode lichamen zullen er zijn, in alle plaatsen zal men ze stilzwijgend wegwerpen, Amos 8:3; En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur, Op.8:1;
tacite ~E; silentio 1xE: Definitiones zelotypiae et reliquarum animi fluctuationum silentio praetermitto defaff48expl;
163 n namelijk als wij stilswijgen[de] de zake zoo en niet anders meenen te zijn, als wij die gewent zijn te zien, horen, of verstaan etc. Als e.g. Aristoteles zegt: Canis est animal latrans, ergo hij besloot al dat baft is een hondt; maar als een Boer zeid een hond, zo verstaat hij stilzwijgent al 't zelve dat Arisitoteles met sijn beschrijving;
*STOF +3n; stoffe;
bacul* ~E; bacill* ~E;
436 pijn, die wij gevoelen, als ons met een stokje in de oogen of op de handen geslagen;
Want alzo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen 1Petr.2:15;
linguas retund* ~E;
068 voortgaa en aan deze vijanden den mond stoppe;
uitstorten: 14xB: En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren. Hand.2:18; Als Godt de godtloose in 't quade stort, Spreuk.21:12; Ick ben uytgestort als water, ende alle mijne beenderen hebben sich van een gescheyden, Ps.22:15;
(ef)fund* ~E;
203 ze op niemand geweldelijker zal konnen uijtstorten als op den Here onse God;
380 bestuur des verstands alles ten verderve stort zonder eenige ruste te konnen genieten;
STOTEN (offence): aanstotelijk;
aansto(o)t* 31xB: Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft, Rom.14:13; Opdat gy niet,.. uwen voet aen eenen steen aen en stoot, Matth.4:6;
offendunt 1xE;
250 met een kleed daar aan zij haar niet en stooten;
293 of zij zullen eenige niet wijnig aanstotelijk schijnen;
*STOUTHEID 2x;
STRAF (penalty): straffen; strafbare 6x+4m;
pun* 3xE;
224 De Strafbare Nedrigheid >Van de strafbare Nedricheid] is;
226 Wat de Verwaantheid en Strafbaare Nedrigheid angaat >Wat in de verwaantheid en strafbare nedrigheid.], de beschrijving des zelfs geeft ook te kennen dat zij ontstaan uijt zekere waan. Want wij zeiden dat zij toegepast word aan sulk een, dewelke eenige volmaaktheid [f.95] die aan hem niet behoord, nochtans zig zelfs toeschrijft. en de strafbare nedrigheid het reghte tegendeel >Wat in de strafbare Nedrigheid.];
227 Uijt dit gezeide dan blijkt dat zo goet en heijlzaam als daar is de Edelmoedigheid en ware nedrigheid, dat daar en tegen de verwaantheid en strafbare nedrigheid ook zo kwaad en verdervende is >De Edelmoedigheid en ware Nedrigheit is goet en heilzaam, maar de verwaantheid en strafbare Nedrigheid kwaad en verdervende.];
297 en genoodzaakt zijnde om te straffen den eenen om te belonen den anderen;
STREKKEN (stretch) 2x; *uitgestrektheid; strekke; strekkende 2x; strekt 2x; uijtstrekking; uitstrekken: uijtstrekt 2x+n;
extend* 18xE;
080 een driehoek en een ander ontstaande door uijtstrekking van een van die hoeken, welke uijtgestrekte of uijtstrekkende hoek noodzakelijk gelijk is met de twee teegengestelde innerlijke, en zo voort. Deze, zeg ik, hebben voortgebragt een nieuw denkbeeld na dat de drie hoeken van den driehoek gelijk zijn met twee regte;
106 in de bezondere dingen ondervinden, strekkende tot behoudenisse en bewaringe van haar;
115 maar alleen over de geslagte uijtstrekt;
165 want de eerste strekt tot ons verderf en de tweede tot;
216 dat alles wat wij doen strekken moet tot bevordering ende verbetering;
221 >De Edelmoedigheid Van de Edelmoedigheid] strekt zig niet uijt buijten ons en werd 222 strekkende de Nedrigheid niet uijt buijten;
228 die regelregt tegen ons verderf strekken gelijk men ziet in alle die;
271 onse begeerte zich uijterlijk tot iets uijtstrekt;
272 hier in van het Waare Geloove datze zig uijtstrekt ook tot het geen niet waarlijk goet is;
312 ik mijn arm uijt strekke, daar door te wege breng, dat de geeste;
*STRIJDEN 2x; *strijdig 3x+n; *strijdigheden; streidig; streijd; streijdig; strijd 3x; strijdende 2x;
stst* ~E;
034 zodat, Indien wij noodzaaklijk ergens moeten stuijten en rusten gelijk wij moeten, zo is 't noodzaakelijk te rusten op deze allene zelfstandigheid.
opus 14xE;
300 [a]ls een Timmerman in het maaken van eenig stuk werks zigh van sijnen Bijl op het beste;
*SUBJECTUM 5x;