W

Vocabulaire A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z

*WAAN 14x+8n+16m;

*WAANBEGRIP.

*WAAR 4x+3n; warer; ware 23x+17m; waren 6x; waare 14x+3n+5m; waaren 2x;

*WAARACHTIG;

WAARAF (of which) 2x;

082 Daar gij zelve in het voorgebeelde waaraf wij nu spreeken, dit klaarlijk kond;

278 gelijk in de verhandeling van de zaak waaraf wij spreeken niet weinig en gebeurt;

283 de oorzaak is van' t geene waar af iets bevestigt of ontkent word;

286 Alle de werkinge dan, waar af wij hier boven gezeit hebben;

323 proportie der beweeginge en ruste waar af wij bestaan);

WAARBIJ (by which): waar bij;

215 ' t geen wij als doen maal zeijden, waar bij wij het hier dan laten;

WAARD: gewaardeert; waard 3xB; waarde 2x; waarderen; waardig 4x; waardig; waart;

WAARDOOR (through which) 3x+3m;

130 en deze behoeven geen geslagt of iets waardoor zij meer verstaan off verklaart worden;

225 voornaamste is zo ons de reeden leerd, waardoor wij tot onse volmaaktheid geraaken;

307 deze uijtwerking van het lichaam, waardoor wij door het welke wij gewaar worden;

315 De werkingen dan waardoor de eene van de ander komt te lijden;

366 >.word de mensch in hem zelfs gewaar waardoor deze beijde veroorzaakt worden.];

*WAARHEID 30x+3n+9m;

WAARIN (in which) 3x;

091 alwaar dan meteen verklaard zal worden waarin de waare vrijheid bestaat;

098 omdat niet regt begreepen wort, waarin de Ware Vrijheid bestaat;

270 en ook waarin de welstand van een volmaakt mensch;

*WAARLIJK 9x+8n+m;

WAARMEE (with which) +m;

128 dat wij haar schijnredenen waarmede zij haar onwetenheid van gods kennis;

195 zonder iets te genieten waar mede wij vereenigt worden en versterkt;

398 >.mede de onsterfelijkheid van de ziele, waarmede wij eijndigen.];

*WAARNEMEN: +m;

WAAROM 17x+n+24m; warom m;

WAAROP (on which) +m;

101 eeven volmaakt zoude zijn? Waarop tot antwoord dient;

046 Waarop wij antwoorden: 1. dat deel en geheel;

*WAARSCHIJNLIJK;

WAARUIT (out of which) 2x+m;

237 Dewijl ons dan nu bekend zijn waaruijt deze togten komen te ontstaan;

245 >.op een valsche waan en welke die is en waaruijt die voortkomt];

261 hier na een stoffe zijn waaruijt wij de onsterffelijkheid van de ziel;

WAARVAN (from which) 6x;

157 uijtwerkingen van de verscheide kennissen waarvan wij in't voorgaande Capittel gezeid;

172 dat Begeerte gelijk ook de Liefde waarvan hiervoor gesprooken is;

255 Het beklagh dan zal zijn het laatste, waarvan wij in de verhandelinge der passien;

306 een wezen van oneindelijke eigenschappen, waarvan ieder des zelvs oneindelijk en volmaakt;

WACHTEN;

WAKEN (wake); waakt 2x;

vigil* 8xE;

266 iemant die droomt, wel denken kan dat hij waakt, maar nooijt kan iemand die nu waakt, denken dat hij droomt;

*WANEN; waanen 4x; waant 3+m; waande; gewaande +2m; gewaant; wanende 2m; waan 14x+8n+16m;

*WANGUNST;

*WANHOOP 7x+3m;

*WANHOPEN;

*WANKELMOEDIGHEID 4x+2m;

WANNEER 35x+4n+m.

WANT 165x+62n+12m adv.

WAPEN; 78xB;

armis 1xE: Animi tamen non armis sed amore et generositate vincuntur;

040 zo laat ons dan eens zien of wij niet tegen haar even de zelve wapenen konnen gebruijken, die zij tegen ons aanneemen;

WAT 114x+13n+84m; watter 5x+m; watt m;

WARREN;

WATER (water) 7x;

aqua* 6xE;

047 Desgelijks meede in het water het welke van regte lankwerpige bestaat, kan ijder deel deszelfs bevat en verstaan worden en bestaan zonder 't geheel; Maar de uijtgebreijdheijd zijnde een zelfstandigheijd, van die en kan men niet zeggen dat ze deelen heeft;

051 Ik dan, willende water deelen, deel alleen maar de wijse van de zelfstandigheijd en niet de zelfstandigheijd zelve, welke wijsen nu van 't water, dan van wat anders altijd het zelve is;

228 en door de selve vuur en water braveren en zo vast ellendig ter dood;

382 (voor welke doch buijten het water geen leven is) bij aldien mij op dit leven in het water geen eeuwig leven en zoude komen te volgen, zo wil ik uijt het water na het land toe. Ja maar wat konnen ons;

WEDEROM (again) 9x; weederom 2x; wederkeren; * wederkerig; wedergeboorte; weder 9x+4n+m; alweer; weeder; weer 2x;

WEDERGEBOORTE (renaissance);

4xB: En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachte, Mt.19:28;

regeneratur 2xE;

354 en wanneer wij dan deze uijtwerkingen gewaar worden, als dan konnen wij met waarheid zeggen weder geboren te zijn. Want onse eerste geboorte was doen als wij vereenigde met het lichaam door welke sodanige uijtwerkingen en lopinge van geesten zijn ontstaan, maar deze onse andere of tweede geboorte zal dan zijn, zo wanneer wij geheel andere uijtwerkingen van liefde gestelt na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp, in ons gewaar worden. (...) en dit mag daarom te meer met recht en waarheid de Wedergeboorte werde genoemt, om dat uijt deze Liefde en Vereeniginge eerst komt te volgen een Eeuwige en onveranderlijke bestandigheid, zo wij zullen betonen;

WEDERKEREN;

*WEDERKERIG;

WEDEROM;

WEER;

WEERLEGGEN;

WEG (way);

882xB (de weg der goeden, de weg der valsheid);

via 13xE;

187 Het ware geloof is alleen daarom goet, omdat het de weg is tot ware kennis, ons tot die dingen die waarlijk beminnens waardig zijn, opwekkende;

WEGDOEN (remove);

27xB: Het gebodt sijner lippen en hebb' ick,.. niet wech gedaen, Job 23:12;

amov* 20xE;

207 dat sulke dingen die ons hinderen of gehindert hebben, sonder onse ontsteltenisse als 't nodig is, konnen weg gedaan werden... of dat wij dezelve door kracht van reden zonder ontsteltenisse des gemoeds (want dat achten wij dat wezen kan) ondergaan;

WEGEN: overweging (consideration) 3x+n; teweegbrengen; ~B;

consideratio* 1xE;

015 Na voorgaande overweginge van de Natuur, zo en hebben wij in dese;

255 is zeeker slag van droevheid uijt overweginge van eenig goet dat wij verlooren hebben;

384 voorgaande bedenkingen en overwegingen ) ondervonden hebben te zijn;

408 gij het met genoegzame tijd en overweginge zult hebben bedaght;

WEGENS 2x; ~B; van wege;

262 xB: En Farao gebood zijn mannen vanwege hem, en zij geleidden hem, en zijn huisvrouw, en alles wat hij had, Gen.12:20;

causa 212xE;

274 n Segt gij dat de wil van wegen de vereeniginge die zij heeft met het verstand ook gewaar word 't zelve 't geen het verstand verstaat;

401 De Zelfstandigheid staat wegens sijn natuur voor alle zijne Toevallen;

407 Dat geene door 't welke de dingen onderhouden worden, is wegens sijn natuur het eerste(eerder) in zodanige dingen;

WEGNEMEN;

WEINIG.

WEKKEN: opwekken: opgewekt; opwekkende; verwekken: verwekt;

verwekk* 52xB (toorn, kwaad, een gesel): hy was,.. slapende op een oorkussen, ende sy weckten hem op, Marc.4: 38;

excit* 12xE;

187 Het ware geloof is alleen daarom goet, omdat het de weg is tot ware kennis, ons tot die dingen die waarlijk beminnens waardig zijn, opwekkende;

314 Gelijk wij dit in de Liefde zo konnen zien, de welke of zullende vernietigt of zullende opgewekt worden, zo moet zulks veroorzaakt worden door het begrip zelve;

324 Want deze zoo wij hier na noch zullen zeggen, zullen noch andere uijtwerkingen hebben gelijk de natuur van die zaak uijt des welks bevattinge de Lievde, Haat en Droefheid enz. in de ziele de onlighaamelijke dingen beschouwende, verwekt worden;

WEL 90x+13n+10m;

WELISWAAR; ~B;

281 Weliswaar (als'r reeden zijn, die ons daartoe bewegen) dat wij aan andere door woorden of andere werktuigen van de zaak anders te kennen geven als er ons van bewust is;

maar echter en zullen wij nooijt, noch door woorden, noch door eenige andere werktuijgen zo veel te weeg brengen, dat wij van de zaaken anders zouden gevoelen als wij er af gevoelen;

WELK 91x+38n+8m; welke 201x+18m; welker; welkers 13x+2m; welks

WELLUST 3x+m; KV198 alludes to:

wellust* 18xB: En dat in de doornen valt, zijn dezen, die gehoord hebben, en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens, en voldragen geen vrucht Lc.8:14; Ende wilde dieren der eylanden sullen in sijne verlatene plaetsen malkanderen toeroepen, mitsgaders de draken in de wellustig e palleysen Jes.13:22; Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende Titus 3:3;

libid* 24xE;

198 Bij aldien deze, die de vergankelijke dingen die eenig zins noch wezen hebben, beminnen, zoo Ellendig zijn, wel wat zullen die dan, die de Eere, Rijkdommen, en wellusten die alheel geen wezentheid hebben, beminnen ellendig zijn >En zijn wij met deze vereenigt zijnde, zoo ellendig, die nog eenigzins wesen hebben; wat zijn wij dan vereenigt zijnde met eere, Rijkdom, wellust, die all heel geen wezen hebben, ellendig.];

383 en aangezien wij ondervinden dat wij zoekende de zinnelijkheeden, wellusten en wereldsche dingen ons heijl in dezelve niet en bekomen, maar in tegendeel ons verderf, zo verkiezen wij hierom het bestuur onzes verstands;

396 zo ik mijne naaste leer beminnen de wellusten, de eere, de gierigheid en ik zelve of ik bemin die ook of ik bemin die niet. Hoe't zij of niet zij, ik ben gehouwen of geslaagen. Dit's klaar;

*WELSTAND ;

WENDEN;

WENNEN: gewent (used) +n; gewend;

22xB: Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend, Ps.139:3; Dewijl Efraim een vaars is, gewend gaarne te dorsen, zo ben Ik over de schoonheid van haar hals overgegaan, Hos.10:11; De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen, Num.22:30;

163 niet anders meenen te zijn, als wij die gewent zijn te zien, horen, of verstaan etc;

278 dit zal mogelijk eenige niet voldoen, die gewent zijn haar verstand meer bezig te houden;

WENSEN (wish): gewenste; gewenste 25xB;

385 gelijk een trap langs de welke wij na de gewenste plaats opklimmen;

WERELD 3x;

261xB; wereldsche; 1xB: De salichmakende genade Godts,.. onderwijst ons, dat wy de godtloosheyt ende de wereltsche begeerlickheden versakende, matichlick, en rechtveerdelick, ende Godtsalichlick leven souden in dese tegenwoordige werelt, Titus 2:12;

243 besluijten, gelijk soo de geheele wereld doet, datze goet zijn;

381 voor geen andere zaaken van de wereld zoude willen verwisselen;

383 zoekende de zinnelijkheeden, wellusten en wereldsche dingen ons heijl in dezelve niet en;

431 de eigenschappen geen ongelijkheid ter wereld is noch ook in de wezens van de wijzing;

WEREN+2m; weeren;

*WERK 7x+n; werks; *werken 17x+8n+7m; *werker; *werking 22x+3n+5m; *werkmeester; *werkstuk; *uitwerken; gevrocht 7x; gevroghten 3x; gevrogte 8x; werk m; werkende 4x+m; werkt 5x;

WERKTUIG (instrument) 5x+n;

1xB: Simeon ende Levi sijn gebroeders: hare handelingen zijn wercktuygen van gewelt, Gen.49:5;

instrument* ~E; medi* 16xE;

281 Weliswaar (...) dat wij aan andere door woorden of andere werktuigen van de zaak anders te kennen geven als er ons van bewust is; maar echter en zullen wij nooijt, noch door woorden, noch door eenige andere werktuijgen zo veel te weeg brengen, dat wij van de zaaken anders zouden gevoelen als wij er af gevoelen;

300 [he]t laatste einde van een slaaf en van een werktuig is ditt, dat ze haar opgeleiden dienst [behoorlijk volvoeren];

365 Doch in aanzien hij ook is een deel en werktuig van geheel de natuur, zo en kan dan dit eijnd des menschen het laatste eijnde van de natuur, dewijle zij oneijndelijk is en dit onder alle andere meede als een werktuijg van haar moet gebruijken;

323 n Want dan werkt geen lichaam in lichaam, maar de verstandelijke ziel gebruijkt het lichaam als een werktuijg en gevolglijk, hoe de ziel hier meer in werkt hoe het gevoel volmaakter is.

WERPEN: *subjectum; onderwerpen; onderworpen 10x+3n+m; onderwurpen 2x+2n+m; tegenwerpen: tegengeworpen 3x; tegenwerping(e) 5x+4m; verwerpelijk; verwerpen 4x+m; verworpen;

WERWAART;

WESHALVE;

*WET 4x; wetten 15x+3m; wette m; wett m;

*WETTELIJK 3x;

*WETTIG;

*WETEN 22x+m; bewust 5x; geweten 2x; weet 6x+2m; weete 3x; weeten 5x+n; wete 2x; wetende 2x; wetens m; wisten;

*WETENSCHAP;

*WEZEN 96x+10m; weezen 2x; weezen 2x; wesen 2x+45n+m; weze 2x; wezens 15x;

*WEZENDHEID 27x+n; wezenthe(e)den;

*WEZENLIJK 21x+10n+m;

*WEZENLIJKHEID 29x+13n;

WIE (who) 2x+n+m;

054 Maar aangezien het een inblijvende oorzaak is, wie zoude dorven zeggen dat het onvolmaakt is zo dikwijls het van zig zelven lijd;

283 Hebbende dit meest plaats in zwakke ziele, die door een ligte werkinge van het voorwerp in haar een wijze of Idea ontfangen zeer lichtelijk en buijten dit en is in haar geen bevestigen of ontkennen meer >Wie die meest onderwurpen is.].;

373 hoe konnen wij dat weten? Wie zal ons dat zeggen;

347 Want wie en ziet niet hoe gevoeglijk wij onder de waan de zonde, onder het gelove de wet die de sonde aanwijst en onder de waare kennisse de genade die ons van de zonde vrij maakt, konnen verstaan;

WIJ 632x+57n+72m; ons 257x+45n+66m; onse 47x+4m; onser m; onszelve n; onze 7x+3n+m; onzes 3x+m; t'onsen;

WIJKEN (deviate) 2x; afwijken;

devia* ~E; ced* 6xE;

Sy zijn haest afgeweken van den wegh, dien ick hen geboden hadde, Exod.32,8; Dat hy niet afwijcke van het gebodt, ter rechter ofte slincker hant, Deut.17,20; want niemant en is op der aerde gelijck hy, een man oprecht, ende vroom, godtvreesende, ende wijckende van 't quade, Job 2, 3;

312 nogtans na de andere zijde komt te wijken, gelijk als;

323 en hoe zij [=de voorwerpen] daar [=van deze matige proportie] verder en verder afwijken alder onaangenaamst;

362 dat het swakste voor het sterkste moet wijken, dat geen oorzaak meer kan voort brenge;

WIJN (wine) 2x+5n; drank; drinken n; drinkende;

dronken; 29xB: en het hart van Nabal was vrolijk op denzelven, en hij was zeer dronken, 1 Sam.25:36; wijn 167xB (7x wijn en sterke drank): Gevet stercken dranck den genen die verloren gaet; ende wijn den genen, die bitterlick bedroeft van ziele zijn Spr.31:6;

vin* ~E;

317 Vermeerderd [=de beweging der geesten]; zoo wanneer wij te veel wijn of andere sterken drank drinkende, daar door of vroolijk of dronken wordende, maaken dat de ziel geen magt heeft het lichaam te bestieren;

323 als dat men in droefheid iemand kan doen lachen, doen verheugen door kittelen, wijn drinken enz. 't welk de ziel wel gewaar word doch niet en werkt;

328 Eerstelijk bij aldien de beweginge niet en is de oorzaak van de passien, hoe het dan kan zijn, dat men de droefheid nochtans door middelen uijt drijvt gelijk door de wijn zulks meenigmaal word verrigt;

331 Nu wat is 't dat de Medicijnen of wijn te weege brengt? Dit namelijk, dat zij door haar werking deze geesten van 't hart afdrijven en weder ruijmte maaken, het welk de ziele gewaar wordende verkwikking krijgt bestaande daar in, dat het waanbegrip van kwaad, door de andere proportie van beweging en stilte die de wijn veroorzaakt, gediverteert en op wat anders valt, daar 't verstand meer genoegen in vind. Maar dit en kan geen immediate werkinge zijn van de wijn op de ziel, maar alleen van de wijn op de geesten;

WIJSHEID (wisdom);

212xB: Ende God gaf Salomo zeer grote wijsheit ende verstant, 1 Kon.4,29;

sapientia 2xE;

250 maar zo iemand sijn wijsheid (daar door hij aan zijn eeven naasten konde vorderlijk zijn) ziet verachten en met de voet treden, omdat hij een slecht kleed an heeft, deze doet wel dat hij (uijt beweging om haar te helpen) zich met een kleed daar aan zij haar niet en stooten, verziet, wordende also om sijn even mensch te winnen, sijn even mensch gelijk;

*WIJZE 33x; *wijzelijk 2x; *wijzing 23x+4n; wijs 9x+17n; wijse 6x+2m; wijsen 12x+3m; wijzen 23x+4n+2m;

*WIJZEN.

WIKKELEN (involve): wikkeld 2x+n (+tegenstrijdigheden);

involv* 115xE;

065 Z en indien gij buijten deze zelfstandigheeden nog een derde wilt stellen, die in alles volmaakt is, ziet zo wikkeld gij U zelven in openbaare strijdigheeden;

274 n want het wikkeld zich in tegenstrijdigheid dat men iets zoude willen welker zaaks idea niet is in de willende mogentheid;

417 en ook het wikkeld zich in tegenstrijdigheid dat een wezen van de selfstandigheid op deze wijze in een andere zaake begrepen zij als de welke alsdan van dezelve niet dadelijk en zoude onderscheiden worden tegen de 1e propositie;

WIL; wille 29x+2m; will;

035 2. uijt de eenvoudigheijd van zijne wille;

113 (want de wezentlijkheid vande wil van de mensch en behoort niet aan;

023 of omdat het hem aan de magt of aan de wil ontbrak;

097 de volmaaktheid van alles is de wille Gods en als God dan zoude willen;

286 >...en niet als heel oneigen onder de wille behore.];

166 en om' t goets wille dat hij in' t selve aanmerkt, zoo verki[ezen];

280 Ik en spreeke dit niet van de algemene wille, die wij getoond hebben een wijze;

101 dat dan beide God beide en een ander wille en een ander verstand als doen gehad he[eft];

287 wij tot bevestigen of ontkennen geene wille en hebben;

101 na de stellinge der geener die God wille en verstand toeschrijven;

288 dat noemt hij voluptas of kwade wille >en wat bij hem voluptas is.].;

210 tegen iemand, die ons misdaan heeft met wille ende weten;

086 die dingen( die om haar wezentlijkheids wille geen andere dingen van doen hebben als;

279 ik ook als wij getoond hebben, dat de wille geen zaak is in de Natuur, maar alleen;

289 en behalven ook' t geene wij van de wille gezeid hebben, zo volgt is dan nog over;

292 deling van de wille gezeid hebben dat de wille in de menschen niet anders is als;

127 Doch dit zal zo wanneer wij van de wille des menschen hier na handelen;

288 zo noemt hij die voluntas of goede wille; maar zoo zij kwaad is, dat is, als wij;

278 sijn ziele een algemene wijze, die hij wille noemt, gelijk hij ook zo uijt deze man;

113 dan blijkt meede dat deze en geene wille van den mensch( want de wezentlijkheid;

158 >waar in het bevestigende genomen voor de wille, van het gelove verschilt, pag...];

160 Begeerte of eenige andere Wijzen van wille zoude konnen bewogen worden;

278 Want omdat de mensch nu deze dan die will heeft, zo maakt hij in sijn ziele een;

WILLEN 35x+4n+5m; wil 24x+16n; wil 3m; wild; wilde(n) 4x; willende; willens m; wilt 3x; woude;

WILLING (will) 3x;

volitio* 14xE;

273 n Dog 't zij zo, nogtans moet men toe staan dat de Willing een modificatie is van de Wil en de Ideen een wijzing van't Verstand; ergo zo zijn dan nootzakelijk het Verstand en de Wil verscheidene en dadelijke onderscheidene zelfstandigheden;

276 n Als men dan zoude zeggen, dat de ziel de willing van zig zelfs voorbrengt, zo vraage ik, uijt wat kracht (...) zo rest niet anders als te besluijten, dat God dan alleen is en moet zijn de uijwerkende oorzaak aller dingen en dat alle Willingen van hem bepaald worden;

WIND.

WINNEN (win); overwinnen;

KV applies: En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet zijn, winnen zou; Degenen, die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen, die zonder de wet zijn, winnen zou; Ik ben den zwakken geworden als een zwakke, opdat ik de zwakken winnen zou; allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou, 1Cor.9:20/22;

250 Als bij Exempel zo iemand zig kostelijk kleed om daardoor geacht te zijn, deze zoekt een Eere die uijt de liefde sijns zelfs hervoorkomt zonder enige opzigt op zijn even mensch te hebben; maar zo iemand sijn wijsheid (daar door hij aan zijn eeven naasten konde vorderlijk zijn) ziet verachten en met de voet treden, omdat hij een slecht kleed an heeft, deze doet wel dat hij (uijt beweging om haar te helpen) zich met een kleed daar aan zij haar niet en stooten, verziet, wordende also om sijn even mensch te winnen, sijn even mensch gelijk;

WINTER (winter);

hiem* ~E;

365 zij onder een onderhouden, als voor de winter zekere voorraad te verzorgen;

WISSELEN;

WIT (white);

alb* 2xE;

340 n 8. Aangezien dat het wezen zonder wezentlijkheid begreepen wordt onder de beteekeningen der zaaken, zo en kan de Idea van't wezen dan niet aangemerkt worden als iets bijzonders; maar dan kan zulks eerst geschieden, zo wanneer de wezentlijkheid t'zamen met het Wezen daar is en dat om datter dan een voorwerp is, dat te vooren niet en was. Ex. gr. als de heele muur wit is, zo iss'er geen dit of dat in, etc;

WONDER;

WOORD;

WORDEN 63x+57n+22m; geworden. werd 4x+3n+m; werde; werden 15x+6m; werdt; wierden; woord 4x+m; woorden 15x+m; woort 3x; word 88x+27m; wordende 7x; wordt 8x+2m; wort 4x+m worde 2x;