Demonstrative Pronouns

Forms of deze (dese, deser, deze, dezen, dezes, dezer) and die (die, dien, dier) are both used attributively and independently: 036 "Uijt alle deze dan volgt: dat van de Natuur alles in allen gezeijt word." And attributively in: 099 "Hier teegen werd op deze wijze geargumenteert." Die also functions as a relative pronoun.

Dit and dat are almost exclusively used indepedently. Phrases like 049 "dat deel dat gij met U verstand van haar afsnijd." are scarse. The same applies to forms with -zelve (dezelve, dezelfde, hetzelve, hetzelvde, hetzelfde). KV does not distinguish between forms with zelf and with zelfde.

Forms of zulk (zulke, zulks, zulker, sulk, sulke, sulks, sulx) and zodanig (z/so(o)d(a)anig) sometimes function as demonstrative pronouns, especially before een.

Forms of geen (gene, geene, geener, geenen, geen) frequently occur after an article or demonstrative pronoun (het geen, dat geen, degene etc) and function as demonstrative pronouns themselves. Besides this geen is also often used as the negation of een.

Demonstrative pronouns with daar (daar, daaraf, daarbij, daardoor, daarin, daarmede, daarna, daarom, daarop, daartoe, welk, daaruit, daarvan) more often have relative and conjunctive (causal: ´daarom´; temporal: ´daarna`) value and are used instead relative pronouns and conjunctions. Forms with hier (hier, hiervan, hierdoor, hierin, hiermee, hierna, hieronder, hierop, hierom, hiertoe, hiervoor) almost exclusively function as pronominal adverb in KV.