Most forms with waar (vanwaar, waarin, waarmee etc.) are used as relative pronouns. Only twice waar is used interrogatively: 023n "Want twee en geeft maar twee en geen oneijndige, ergo dan van Waar? Van mij altijd niet, of ik most ook dat ik niet hadde konnen geven. Vanwaar dan anders als van de oneijndige eigenschappen zelve, die ons zeggen dat z'er zijn zonder nogtans ons tot nog toe te zeggen wat zij zijn." Waarom (cf. 039 "En waarom dog hier van zo veel gezeijd?") also functions in dependent question phrases like 099 "Voorders als de menschen iets doen en men haar vraagt waarom zij dat doen." The form wat only occurs as reletive pronoun whereas wie is used 3x as a interrogative pronoun: 054 "Maar aangezien het een inblijvende oorzaak is, wie zoude dorven zeggen dat het onvolmaakt is zo dikwijls het van zig zelven lijd?" Forms with welk never occur in interrogative phrases.