Besides in the 17th century new forms of the reflexive pronouns for the third person with zich, KV still uses accusative forms of personal pronouns: 223 "Ik en spreeke niet van de geveijsde, die om andere te bedriegen zonder te meenen haar verneederen:" Often stressed with zelf: 357 "Want waar door zoude het als dan mogelijk zijn dat ze zouw konnen |te niet gaan? Niet door haar zelve want alzo wijnig als zij door haar zelve heeft konnen beginnen te zijn doen zij niet en was, alzo wijnig kan zij ook nu zij zo is, of veranderen of te niet gaan." In this syntagma zich is possible as well: 054 "Voorder van zo een werker de welke in sig zelfs werkt." And even more normal: 089 "omdat de verwondering door zig zelfs niet tot eenig kwaad brengt." Verbs like verwonderen, verenigen regularly have zich as reflexive pronoun: "Tweede Handelende van een Volmaakt mensch om in staat te zijn van zig te konnen met God vereenigen."
Elkander (each other) only occcurs once. More normal in KV are phrases like: 024 "Dat d'eene selfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen."