Table of Contents
AAN 98x+11n+11m; an 2x+m; 001; 005; 014; 015; 017; 023; 023; 023; 029; 041; 042; 042; 044; 045; 059; 059; 062; 068; 069; 077; 082; 086; 100; 102; 109; 112; 112; 113; 118; 119; 119; 120; 125; 125; 125; 126; 126; 129; 148; 149; 149; 150; 151; 151; 151; 155; 155; 156; 158; 179; 195; 205; 206; 209; 223; 224; 226; 226; 250; 250; 251; 252; 253; 256; 258; 258; 258; 277; 277; 281; 281; 295; 297; 300; 300; 308; 308; 309; 309; 313; 313; 313; 317; 318; 318; 318; 321; 321; 322; 322; 325; 334; 339; 346; 359; 366; 368; 369; 369; 369; 371; 373; 385; 386; 391; 397; 397; 398; 398; 398; 399; 399; 400; 400; 403; 408; 409; 418; 423; 427; 431;
014 dat de Idea van oneijndige eigenschappen aan het volmaakte wezen geen verzierzel is;
023 of omdat het hem aan de magt of aan de wil ontbrak;
062 en gij zo gij daar aan twijffeld, vraagd het de Reeden;
068 en dat hij maar voortgaa en aan deze vijanden den mond stoppe;
069 wel aan, zo moet gij haar dan ook wijzen noemen;
100 iets stellen te zijn aan het welk hij verpligt of verbonde zoude zijn;
129 en geenzins en achte verbonden aan haare stellingen te zijn;
156 die ondervraagt het aan de waare Reeden;
158 maar alleen aan ons bekend door overtuijginge;
179 De derde uijtwerkinge is, datze aan ons verschaft de kennisse van goet en [kwaad];
195 welk niet in onse vrijheid bestaat of aan ons hangt. > en hangt van onse vrijheid niet af. Ergo.];
206 Met passien, gelijk men gemeen ziet aan de Heeren tegen haare knechten;
250 maar zo iemand sijn wijsheid (daar door hij aan zijn eeven naasten konde vorderlijk zijn) ziet verachten en met de voet treden, omdat hij een slecht kleed an heeft, deze doet wel dat hij (uijt beweging om haar te helpen) zich met een kleed daar aan zij haar niet en stooten, verziet, wordende also om sijn even mensch te winnen, sijn even mensch gelijk;
251 belangt deze die toont zich zelvs aan ons zodanig;
252 als aan hem die eenig goet gedaan heeft, weder goed gedaan wordt;
253 en daarom vind hij zig om te helpen aan den aldergodlooste zo veel te meer verp[licht];
277 Zoo komt het nu dan daarop aan, of deze Bevestiging van ons vrijwillig;
281 Dats onmogelijk en klaar aan alle die welke;
295 strijdende regelregt aan tegen onse volmaaktheid;
297 tot bevordering van't gemeen Best >Is zij voordeelig aan het gemeene best.];
300 dat wij alles aan God toe eigenen >Ook aangepord om aan God alles toe te eigenen.];
318 De voornaamste van deze stellen wij te zijn datze haar zelfs aan de ziel doet gewaar woorden ... zo dat alles dan wat buijten deze gewaarwordinge meer aan de ziele geschied, en kan niet door het lichaam veroorzaakt worden;
339 zo veel stilte hebben moeten ontbeeren als zij aan de geesten hadden mede gedeeld;
369 Zoude God aan de Israeliten gezeid hebben Ik ben Jehova;
391 noch ook aan eenige andere oorzaak onderworpen is;
397 konnen wij alle deelachtig zijn aan dit heijl;
400 Verzoek van den autheur aan die geene tot de welke hij dit tractaat;
408 maar alleen zo gij ooijt aanvangt die aan iemand gemeen te maaken.
427 indien wij zouden willen voortgaan en aan het wezen van de ziel toeschrijven dat;