ALDER(-) 23x+4n+m; ALLER-; 5x+10n (of all);
Followed by superlative of klaar, volmaakt, goed etc. often with absolute signification.
102 also dat indien wij stellen, hij nu de aldervolmaakste is, genoodzaakt zijn te zeggen;
136 het welke spruijt een oneindelijk of aldervolmaakst genoegen onveranderlijk;
156 Doch een( 4) vierde, hebbende de alderklaarste kennisse, die heeft niet van doen;
186 en aangezien wij nu de uijtwerkinge deser aller hebben gezien, zo is daaruijt openbaar, dat de vierde namelijk de klare kennisse, de aldervolmaakste is van alle >En dat uijt alle dit klaar is hoe dat de vierde wijse in de ziel namelijk de klaare kennis, de aldervolmaakste is van alle.];
188 En daarom dat is de volmaaktste mensch, de welke met God die het aldervolmaaktste wezen is, vereenigt en hem zo geniet >En alder volmaakst als zij God tot een voorwerp heeft];
213 en omdat een volmaakt mensch het alderbeste is, dat wij tegen woordig of voor;
253 daarom vind hij zig om te helpen aan den aldergodlooste zo veel te meer verpligt als hij ziet;
265 Want dewijle zij gezeid worden de alderklaarste te zijn, zo en kanner immers geen andere klaarheid wezen door de welke zij zouden konnen verklaart werden;
291 en die aangenaamheid is het alderbeste, dat hem ooijt is voorgekomen;
294 wij namelijk van dat geene' t welk het aldervolmaakste is, zoodanig afhangen;
300 omdat hij de heerlijkste en alder volmaaktste is en ons zelven alsoo hem;
323 n aangezien het de voorwerpen zijn die ons haar zelven doen gewaar worden, zo woorden wij van de eene anders aangedaan als van d'andere. Die dan van de welke wij aldermaatigst (na de proportie der beweeginge en ruste waar af wij bestaan) bewogen worden, zijn ons alder aangenaamst en hoe zij daar verder en verder afwijken alder onaangenaamst ;
327 en bij gevolg zoo zij ook het alder heerlijkste eens kan komen te kennen;
340 zij van haar zelfs en haar voorwerp geen alderklaarst en onderscheidenst begrijp hebben;
348 So dat als wij op deze manier God komen te kennen, wij dan noodzakelijk (want hij zich niet anders als de alderheerlijkste en aldergoetste en kan vertonen noch van ons gekent worden) met hem moeten vereenigen;
352 en dewijl nu het lichaam het aldereerste is dat onse ziel gewaar word;
391 De aldervrijste oorzaak en die God het alderbeste past, is de inblijvende;
395 Alle de gevrochte van het verstand die met hem vereenigt zijn, zijn de aldervoortreffelijkste en moeten gewaardeert worden boven alle de andere. Want dewijle zij innerlijke gevrochte zijn, zo zijn zij de aldervoortreffelijkste volgens de 5e stelling en daar en boven zijn zij ook noodzakelijk eeuwig, want sodanig is haar oorzaak;
396 zijn zij de innerlijke gevrochte aldernaast, als bij voorbeeld;
421 aangemerkt worden 1. dat de wijzing, de alderonmiddelijkste van de eigenschap;
426 wijzing is van de eigenschap Ik noem de alderonmiddelijkste wijzing van de eigenschap.