HOUDEN

HOUDEN (keep) 6x;

houde 3x;

hout;

gehouden 2x;

gehouwen; houd n;

behouden 2x+5n;

bezighouwden;

behouden 155xB (=save);

gehouden zijn (245): Nam plerique videntur credere, se eatenus liberos esse, quatenus libidini parere licet, et eatenus de suo jure cedere, quatenus ex legis divinae praescripto vivere tenentur, 2,41d; staande houden; zich gerust houden; bezighouden; behouden; houden voor;

025 des zelfs zoude willen staande houden, die vraagen wij aldus;

031 [zo w]ederom iemant het tegendeel mogt staande houden;

067 geraaden hebben, dat zij zig gerust houde met het gene ik haar aanwijze;

089 Voor 't tegenwoordig niet, maar ik zal mij nu met 'et geen gij mij nu gezeid hebt bezighouwden tot naader gelegentheid en u God beveelen.

146 [propo]rtie als e. g. van 1. tot 3 hebbende en behoudende;

170 of zo andere willen in de dingen te behouden die wij nu alreeds genieten;

171 n De eerste beschrijvinge is de beste: want als de zaak genooten word, zo houd de begeerte op. Die gestalte dan die alsdan in ons is om die zaak te behouden, is geen begeerte, maar vreze van de geliefde zaak te verliezen;

172 als een onfeijlbaar dink gewoon zijn te houden;

193 die voor wat groots ende heerlijke gehouden is, veel onheil en ramp met zig sleept;

236 alleen te mogen genieten en behouden;

275 een zelve werk om in't wezen te behouden als om te scheppen;

245 maar veel eer met goede redenen gehouden zijn te verbeteren;

276n Maar men moet zeggen, dat God die geschapen heeft gelijkse is: want aangezien ze geen kragt heeft om zig te behouden terwijl ze is, veel min dan zal zij door zig zelfs iets konnen voortbrengen... Soo dan dewijl 'er geen zaake is, die eenige kracht heeft om zig te behouden of om iets voort te brengen, zo rest niet anders als te besluijten, dat God dan alleen is en moet zijn de uijwerkende oorzaak aller dingen en dat alle Willingen van hem bepaald worden;

278 Dit zal mogelijk eenige niet voldoen, die gewent zijn haar verstand meer bezig te houden op de Entia rationis als op de Bijzondere dingen die waarlijk in de Natuur zijn;

290 Ik houde het een Belletie voor het welke;

291 Wij Doch deze vrijheid kan geen proef houden;

321 de zelve en konnen de ziel niet anders doen als hun zelfs als voorwerpen zijnde, daar aan bekend maaken; en na de vertooningen zijn die zij aan dezelve voorhouden, het zij of goet of kwaad;

396 Hoe't zij of niet zij, ik ben gehouwen of geslaagen. Dit's klaar;

408 Ik en wil niet zeggen dat gij die ten een en maal zult bij U houden, maar alleen zo gij ooijt aanvangt die aan iemand gemeen te maaken, dat u geen ander oogmerk en drijve ... en dit doende houde ik mij verzekert dat gij zult geraaken tot het genieten van de vruchten dezes booms de welke gij U belooft.