IDEE

IDEE:

idea 54x(+44xn)+4m;

ideas 6xn;

ideatum;

ideen 2xn;

ideen 7x(+2xn)+m

ide* 431xE; 131XTIE:

Idea vera (habemus enim ideam veram) est diversum quid a suo ideato, TIE033; Petrus ex. gr. est quid reale; vera autem idea Petri est essentia Petri objectiva, et in se quid reale, et omnino diversum ab ipso Petro, TIE034; neminem posse scire, quid sit summa certitudo, nisi qui habet adaequatam ideam, aut essentiam objectivam alicujus rei, TIE035; Methodum nihil aliud esse, nisi cognitionem reflexivam, aut ideam ideae; et quia non datur idea ideae, nisi prius detur idea; ergo Methodus non dabitur, nisi prius detur idea, TIE036; Sic itaque distinximus inter ideam veram, et caeteras perceptiones, ostendimusque, quod ideae fictae, falsae, et caeterae habeant suam originem ab imaginatione, TIE084; Ideae falsae, et fictae nihil positivum habent, (Ut abunde ostendimus) per quod falsae, aut fictae dicuntur; sed ex solo defectu cognitionis, ut tales, considerantur, TIE110;

Related concepts: begrip, concept, bevatting, denkbeeld, ziel, kennis, vormelijk wezen.

Idea is used as an alternative technical term for 'begrip, concept' etc. (cf.143 , 264 , 283 ). It predominantly (69,5%) occurs in the notes and the appendix: 24x in 001n-016 n; 9x in 143 n-147 n; 3x in 373 n-374 4n; 9x in 333 n-334 n; 10x in 337 n,340 n; and 18x in 415 -137 app. (=73 out of 105; 69,5%). As a technical term the appendix and the notes 001-016 stress the relation with formal essence (vormelijk wezen, voorwerp).

004 Indien de mensch een Idea van God heeft, zo moet God formelijk zijn

005 also dat tusschen de Idea en het Ideatum een groot onderscheid is en daar om dat het geene dat men bevestigt van de zaak, dat en bevestigt men niet van de Idea et vice versa

005 dat dit wel bevestigt [word] van de Idea , maar niet van de zaak zelfs is vals: want de Idea en bestaat niet materialiter van de eigenschap die tot dit wezen behoort

006 Als'er een Idea van God is, zo moet de oorzaak deszelfs formelijk zijn en in zig vervatten alles wat de Idea voorwerpelijk heeft

010 Soo nu de mensch de Idea van God heeft, zo is het klaar dat God formelijk moet zijn,

011 te zeggen dat deze Idea een verzieringe is, dat is ook vals

013 als de Idea van een driehoek en die van de liefde in de ziel sonder 't lichaam

095 dat God alles eeven zo volmaakt kan uijtwerken als het in sijne Idea is begreepen

096 of God al dat welk in zijn Idea is en hij zo volmaaktelijk kan doen, of hij dat seg ik, zoude konnen nalaten te doen;

139 als dat het wel overeenkomt met de algemene Idea die wij van zodanige dingen hebben

143 Een volmaakte denking moet hebben een kennisse, Idea , wijze van denken van alle en een ieder zaak wezentlijk zijnde

144 Deze kennisse, Idea etc. van ieder bezonder ding 't welk wezentlijk komt te zijn, is zeggen wij, de ziel van dit ieder besonder ding

144 Om dan zo een Idea , Kennisse, wijze van denken in de zelfstandige denking te veroorzaaken als nu deze onze is, wort vereischt

181 En wanneer wij dan een Idea van een volmaakt mensch in ons verstand bevat hebben

183 en kan niet afgenomen worden als uijt een algemeene volmaakte Idea of Ens Rationis

246 lachgen, veroorzaakt door zeekere Idea die hem daar toe anport

264 dat zijn, bevatting of Idea meer met de zaak overeenkomt

264 zal het schijnen datter geen onderscheid is tusschen de valsche en ware Idea ,

267 Nu de oorzaak, waarom de eene van sijne waarheid meer bewust is als de ander, is omdat de Idea van bevestiging (of ontkenning) met de natuur van de zaak geheel overeenkomt en dienvolgende meer wezentheid heeft.

273 de uijtwerkende oorzaak des zelfs en is geen Idea , maar de Wille

274 Maar dewijl gewaarworden ook is een begrip en een verwarde Idea , zoo is't dan ook een wijze van verstaan;

274 Want dewijl de Idea niet en is in de Wille, maar in 't Verstandt en volgens dezen zet regul dat de wijze van de eene zelfstandigheid niet en kan overgaan in de ander zelfstandigheid

278 gelijk hij ook zo uijt deze man en die man een Idea maakt van Mensch

279 aangezien de Wil gelijk wij gezeid hebben, maar een Idea is van dit of dat te willen en daarom maar een wijze van denken -een ens rationis en geen ens reale-

283 een ligte werkinge van het voorwerp in haar een wijze of Idea ontfangen

312 De oorzaak hiervan is en kan geen andere zijn als om dat de ziel zijnde een Idea van dit lichaam, met het zelve zoodaanig vereenigt is dat en zij en dit lichaam zoo gestelt te zaamen een geheel maaken.

333 Daar is geen zaak in de Natuur of daar is een Idea van in de denkende zaak voortkomende uijt haar wezen en wezentlijkheid t'zaamen

334 want daar is geen zaak welkers Idea niet en is in de denkende zaak en geen Idea kan zijn of de zaak moet ook wezen.

336 Een Idea van 't lichaam van Petrus de welke de ziele maakt van Petrus en een ander van Paulus de welke de ziele maakt van Paulus. Zo dan de denkende zaak kan wel bewegen het lichaam van Petrus door de Idea van 't lichaam van Petrus, maar niet door de Idea van het lichaam van Paulus

337 en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen ( idea reflexiva )

337 onbeschroomt dat sijn ziel niet anders is als deze Idea van dit zijn lichaam in de denkende zaak

340 Deze Idea dan alleen buijten alle andere Ideas aangemerkt, kan niet meer zijn als maar een Idea van zo een zaak en niet dat zij een Idea heeft van zo een zaak

350 ook min of meer volmaakt de vereeniginge en de uijtwerkinge van de Idea met die zaak of met God zelve

352 onze ziel, zijnde een Idea van 't Lichaam, heeft

355 zo moet ook zijn Idea in de denkende zaak, dat is in zich zelfs zijn, welke Idea voorwerpelijk overeenkomt met hem zelfs

422 dat van al dat geene 't welk in de denking voortgebracht [word eene oneindige Idea de welke in zich voorwerpelijk bevat de geheele natuur

426 niet en kan eenige andere oorspronk hebben als van de Idea of het voorwerpelijk wezen het welk van zoodanig lichaam is in de denkende eigenschap

430 Waarom ik ook deze Idea in het IX. Cap. van het 1 deel genoemt heb een schepzel onmiddelijk van God geschapen aangezien ze in zich voorwerpelijk heeft het vormelijk wezen van alle dingen zonder te nemen of te geven

437 komt te ontstaan een weerkeerige Idea off de kennisse sijns zelfs, de ervaring en redenering

Concordance: Ide* 105xKV

004 agteren aldus:[4] 4Indien de mensch een Idea van God heeft, zo moet **God formelijk ;

004 lijk zijn:[5] 5Maar de mensch heeft een Idea van God. ERGO.

005 niet van de zaak zelfs is vals: want de Idea en bestaat niet materialiter van de eig;

005 [f. 2] also dat tusschen de Idea en het Idea tum een groot onderscheid is en daar om dat;

005 e zaak, dat en bevestigt men niet van de Idea et vice versa.

005 estigt word:[f. 2] also dat tusschen de Idea en het Idea tum een groot onderscheid is;

005 ggen dat dit wel bevestigt[word] van de Idea , maar niet van de zaak zelfs is vals: w;

006 mensch en in zig vervatten alles wat de Idea voorwerpelijk heeft: Maar daar is een I;

006 ea voorwerpelijk heeft: Maar daar is een Idea van God: ERGO.

006 eerste bewijzen wij aldus: Als' er een Idea van God is, zo moet de oorzaak deszelfs;

008 an de mensch alleen oorzaak was van zijn Idea , zo zoude hij het onmogelijk zijn, dat ;

010 in zijn verstand is. Soo nu de mensch de Idea van God heeft, zo is het klaar dat God;

010 zen word, namelijk dat de oorzaak van de Idea des mensche niet is sijne verzieringe m;

011 j doen. Het is wel waar, dat wij van een Idea die ons eenmaal eerst van de zaake zelf;

011 Vorders te zeggen dat deze Idea een verzieringe is, dat is ook vals: wa;

012 bben. Doch eens gesteld dat deze Idea een versierzel is, zoo moeten dan alle;

012 rsierzel is, zoo moeten dan alle *ander4 Idea s die wij hebben, niet min versiersels zi;

013 ar wezen altijd noodzaakelijk is: als de Idea van een driehoek en die van de liefde i;

013 ats konnen hebben. **andere Idea s , wel mogelijk maar niet noodzakelijk da;

014 ik dit waar te zijn in deze derde eenige Idea en dat niet alleen dat het van mij niet;

014 tot noch toe geseide klaar blijkt dat de Idea van oneijndige eigenschappen aan het vo;

015 t gezeid kan worden. en van waar is deze Idea van volmaaktheid? Dit zulks iets dan en;

016 wat zij zijn. Dat nu de mensch de Idea van God[f. 3] heeft, zulks is klaar, d;

095 volmaakt kan uijtwerken als het in sijne Idea is begreepen; en gelijkerwijs de dingen;

096 namentlijk, of God al dat welk in zijn Idea is en hij zo volmaaktelijk kan doen, of;

139 dat het wel overeenkomt met de algemene Idea die wij van zodanige[f. 57] dingen heb;

143 maakte denking moet hebben een kennisse, Idea , wijze van denken van alle en een ieder;

144 te existeren.[f. 61] 6. Deze kennisse, Idea etc. van ieder bezonder ding' t welk we;

144 ntlijkheid, maar alleen van de kennisse, Idea etc. van de besondere dingen, die telke;

144 wij hier niet spreeken van een kennisse, Idea etc. die gheel de Natuur van alle wesen;

145 want zoo' t lichaam is, zoo is de ziel, Idea , kennis etc.

145 in beweging en stilte. 11. Om dan zo een Idea , Kennisse, wijze van denken in de zelfs;

145 van alle andere dingen, een kennisse, Idea enz. moet zijn in de denkende zaak en z;

145 te min zal dan en was doen, zo wel een Idea , kennisse etc. van ons lichaam in de de;

147 ging der Ziele, zo ze maar alleen is een Idea , kennisse etc. van dit zo geproportione;

181 volmaaktheid komen Na het hebben van een Idea eenes volmaakten mensch, zoude men konn;

181 Wezen van reden. *En wanneer wij dan een Idea van een 15volmaakt mensch in ons versta;

182 niet en vordert, kwaad En volgens zo een Idea zoud men konnen goet noemen alles wat o;

183 eden( ens Rationis) verwarren zoude Deze Idea moet alleen een Ens rationis en geen En;

185 uyt geen bijzonder schepzel kan men een Idea die volmaakt is hebben; want deze hare ;

185 worden als uijt een algemeene volmaakte Idea of Ens Rationis.

246 sulk lachgen, veroorzaakt door zeekere Idea die hem daar toe anport en geenzins van;

264 de eene weten zal, dat zijn bevatting of Idea meer met de zaak overeenkomt als de and;

264 derscheid is tusschen de valsche en ware Idea Dat uijt de beschrijving van waarheid e;

267 bewust is als de ander.], is omdat de Idea van bevestiging( of ontkenning) met de ;

273 ijtwerkende oorzaak des zelfs en is geen Idea , maar de Wille zelve in de mensch en he;

274 af te hebben. Want dewijl de Idea niet en is in de Wille, maar in' t Vers;

274 worden ook is een begrip en een verwarde Idea , zoo is' t dan ook een wijze van versta;

278 hij ook zo uijt deze man en die man een Idea maakt van Mensch: en[om dat hi;

279 Wil gelijk wij gezeid hebben, maar een Idea is van dit of dat te willen en daarom m;

279 een ens reale Daar zij nochtans maar een Idea van dit of dat te willen en geen zaake ;

283 van het voorwerp in haar een wijze of Idea ontfangen zeer lichtelijk en buijten di;

312 ndere zijn als om dat de ziel zijnde een Idea van dit lichaam, met het zelve zoodaani;

333 is geen zaak in de Natuur of daar is een Idea van in de denkende zaak voortkomende ui;

334 bestaan: want daar is geen zaak welkers Idea niet en is in de denkende zaak en geen ;

334 welke een groot onderscheid is: want de Idea ' s in God en ontstaan niet gelijk in on;

334 Nu vervolgens: Tusschen de Idea en' t voorwerp moet noodzaakelijk een v;

334 niet en is in de denkende zaak en geen Idea kan zijn of de zaak moet ook wezen. Voo;

334 merken dat wij hier spreeken van zulke Idea ' s die noodzakelijk ontstaan uijt de we;

334 wezen zamen in God, maar niet van die Idea ' s welke de dingen nu wezentlijk ons ve;

334 na al wat ze zijn. Nochtans is mijn Idea de uwe niet, die een en de zelve zaak i;

334 voorwerp kan niet verandert worden of de Idea word ook verandert et vice versa, zo da;

336 lichaam van Petrus, maar niet door de Idea van het lichaam van Paulus: Alsoo dat d;

336 bewegen het lichaam van Petrus door de Idea van' t lichaam van Petrus, maar niet do;

336 Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel. en hierom dan is' t niet mi;

336 zijn twee verscheide Ideen: te weete Een Idea van' t lichaam van Petrus de welke de z;

337 dea moet zijn in de denkende zaak en die Idea noodzaakelijk vereenigt moet zijn met h;

337 een lichaam van' t welk noodzakelijk een Idea moet zijn in de denkende zaak en die Id;

337 geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt herv;

337 dat sijn ziel niet anders is als deze Idea van dit zijn lichaam in de denkende zaa;

340 Deze Idea dan alleen buijten alle andere Idea s aangemerkt, kan niet meer zijn als maar;

340 beteekeningen der zaaken, zo en kan de Idea van' t wezen dan niet aangemerkt worden;

340 eeft van zo een zaak. Daarbij dat zo een Idea zo aangemerkt om datze maar een deel is;

340 gemerkt, kan niet meer zijn als maar een Idea van zo een zaak en niet dat zij een Ide;

340 Idea van zo een zaak en niet dat zij een Idea heeft van zo een zaak. Daarbij dat zo e;

340 iss' er geen dit of dat in, etc. 9. Deze Idea dan alleen buijten alle andere Idea s aa;

350 vereeniginge en de uijtwerkinge van de Idea met die zaak of met God zelve.

350 niet en kan zijn van' t welke niet een Idea zoude zijn in de ziele des zelven zaaks;

351 zaak, dat is in zich zelfs zijn, welke Idea voorwerpelijk overeenkomt met hem zelfs;

351 eewigheid geweest is, zo moet ook zijn Idea in de denkende zaak, dat is in zich zel;

352 de * Idea Dat is onze ziel, zijnde een Idea van' t Lichaam, heeft uijt het lichaam;

352 geene zonder het welke het lichaam en Idea zelve noch bestaan noch verstaan konnen;

352 is, niet in de Natuur kan zijn welkers Idea niet en is in de denkende zaak, welke I;

352 niet en is in de denkende zaak, welke Idea de ziele is van dat dink, zo moet dat d;

352 enkende zaak.]. Doch omdat deze Idea geenzins kan ruste vinden in de kenniss;

355 ziele dan hebben wij gezeid te zijn een Idea die in de denkende zaake is, van de wez;

356 of met het lichaam van het welke zij de Idea is, of met God De ziele kan vereenigen ;

415 oneijndig verstand te konnen stellen de Idea van het wezen eenens zelfstandigheid de;

416 welk dadelijk onderscheiden is van de Idea des zelven voorwerps en dit iets is[ Ax;

422 ortgebracht word eene oneindige Idea de welke in zich voorwerpelijk bevat de;

424 enige andere oorspronk hebben als van de Idea of het voorwerpelijk wezen het welk van;

425 eenes[ij] gelijken dings als alleen de Idea welke noodzakelijk van zulk een dink, w;

425 veranderende of vernietigende, de zelve Idea na graden veranderen of vernietigen. en;

425 eigenschap: Want zoodanig een Idea sleept met zich de overige wijzingen va;

425 iefde, begeerte enz. Nu dan aangezien de Idea voortkomt vande wezentlijkheid des voor;

426 angezien tot het wezentlijk zijn van een Idea ( of voorwerpelijk wezen) geen ander din;

426 eeker' t geene wij gezeid hebben, dat de Idea of' t voorwerpelijk wezen, de *alderonm;

428 leen hierin namelijk in het zijn van een Ideaof voorwerpelijk wezen inde de;

430 Een oneijndig wezen. Waarom ik ook deze Idea in het IX. Cap. van het 1 deel genoemt ;

431 nige noodzaakelijk begrepen worden in de Idea .en dit is de oorzaak waarom;

431 van de wijzingen, zo en kan' er in de Idea geen dezelvde bezonderheid zijn aangezi;

432 gebruijkt hebben deze woorden, dat de Idea is ontstaande uijt een voorwerp' t welk;

435 deren, zo veranderd zig ook na graden de Idea : Als e. g. zo de stilte zig komt te ver;

437 uijt komt te ontstaan een weerkeerige Idea off de kennisse sijns zelfs, de ervarin;

437 met God en een deel is van de oneijndige Idea , van God onmiddelijk ontstaande) kan kl;