ALMACHT

ALMACHTIG;

almagtig 4x;

almagtigheijd +n;

almogentheid 2x;

alwetend 4x+2n;

alwezen;

*mnipot* 74xE (6x omnipotentia Dei);

The traditional concept of God as allmighty and allknowing has consequences for the argument in KV without any need to change the content of these concept.

016 Of ook dat het zulks niet kan onderworpen zijn door iet dat van buijten komt, nadien het almagtig is, enz;

023 n Deze dan zoude moeten bepaald hebben of omdat het hem aan de magt of aan de wil ontbrak: maar 't eerste is tegen de almachtigheid, het tweede tegen de goedheid;

027 zoude strijden tegen zijn almagtigheijd;

037 Indien God alles geschapen heeft, zo en kan hij niet meer scheppen: maar dat hij niet meer zoude konnen scheppen streijd tegen zijn almogentheijd: Ergo.;

038 en wat het twede aangaat zeggen wij, dat wij bekennen, Indien God niet alles zoude konnen scheppen wat scheppelijk is, zulks zoude strijden tegen zijn almogentheid, maar geenzins indien hij niet zoude konnen scheppen 't geene in zig zelven strijdig is;

039 >Dat is wanneer wij haar uijt deze bekentenisse van dat God alwetende is, doen argumenteren, dan en kunnen zij niet als aldus argumenteren.]: Indien God alwetende is, zo en kan hij dan niet meer weten: maar dat God niet meer weten kan, strijd tegen zijn volmaaktheid: Ergo;

044 n Dat is, indien geen zelfstandigheid kan sijn als wezentlijk en evenwel nogtans geen wezentlijkheid volgt uijt haar wezen wanneer ze afgescheide begrepen word, zo volgt datze niet iets bezonders, maar iets dat is een eigenschap, moet zijn van een ander: namentlijk het een, alleenig en alwezen;

063 Z Want zo wij de Natuur willen bepaalen, zo zullen wij hem, 't welk ongerijmt is, met een Niet moeten bepaalen en dat onder deze volgende eijgenschappen, namelijk dat hij is Een, Eeuwige Eenheid, oneindig, almagtig, enz;

066 Z Daar en boven zo dit wezen almagtig is ende volmaakt, zo zal het zodanig dan zijn, om dat het zig zelfs en niet omdat het een ander heeft veroorzaakt; en nogtans zoude hij almagtiger zijn, die dewelke en zig zelve en daar en boven nog een ander konde voortbrengen;

067 Z en eijndelijk indien gij 't alwetende noemd, zo is 't noodzaakelijk dat het zig zelfs kenne en met een moet gij verstaan dat de kennisse van zig zelfs alleen minder is als de kennis van zig zelfs te zamen met de kennisse van de andere zelfstandigheeden;

120 n In aanmerkinge van eene [sc.eigenschgap], als dat hij is alwetende, wijs, enz. het welk tot de denking, en weder dat hij is overal, alles vervult, enz. het welk tot de uytgebreidheid toebehoort;

121 Deze [sc.filosofen] dan hebben God beschreven te zijn een wezen uijt of van zich zelfs bestaande, oorzaak van alle dingen, Alweetende, Almachtig, eeuwig, eenvoudig, oneindig, 't opperste goet, van oneindige barmhertigheid enz;

126 Het zal dan nu ook tijd zijn, dat wij eens bezien die dingen de welke zij God toeschrijven en nochtans aan hem niet en behooren. Als daar is Alwetende, Barmhertig, wijs, en zoo voort, welke dingen om dat ze maar zijn zeekere wijze van de denkende zaak en geenzins en bestaan noch verstaan konnen werden zonder die Zelfstandigheeden van dewelke zij wezens zijn en hierom dan ook aan hem die Een Wezen is zonder iets als uijt hem zelfs bestaande, niet en konnen toegepast worden;