kwade 5x+m;
kwaade 2x+2m;
kwaat 5x;
kwaadheid;
098; 099; 118; 127; 127; 137; 138; 138; 138; 138; 140; 140; 140; 140; 165; 179; 179; 179; 179; 180; 182; 182; 183; 183; 184; 189; 189; 189; 190; 195; 199; 204; 206; 206; 207; 208; 208; 208; 208; 208; 208; 209; 209; 217; 217; 219; 225; 227; 227; 230; 232; 233; 234; 234; 234; 234; 236; 237; 237; 237; 237; 240; 242; 242; 243; 243; 244; 244; 245; 246; 255; 256; 256; 257; 257; 257; 258; 259; 259; 260; 284; 285; 286; 288; 288; 288; 288; 288; 291; 298; 298; 299; 302; 302; 302; 304; 314; 321; 323; 329; 329; 331; 331; 341; 341; 341; 344; 344; 347;
182 hinderd off ook daartoe niet en vordert, kwaad;
182 >... en kwaad alles wat ons of daar in verhindert];
138 Zo is dan nu de vrage, of goet en kwaad onder de ENTIA Rationis of onder de ENT[IA rea]lia behooren. Maar aangezien dat goet en kwaad niet anders is als betrekkinge;
341 alschoon wij zien een zaake goet of kwaad te zijn, nochtans geen magt;
341 >... als ook om het kwaad te laaten];
344 off ook wel door genietinge van een kwaad dat grooter gekend word als' t genoote [goed];
344 Doch dat dit kwaad zo niet altijd noodzaakelijk volgt;
347 Alles wat in de zelve goet of kwaad is, dat is ons aangewezen door het Ware [Geloof];
237 en welk kwaad zijn en uijt een kwaad e waan voortkomen;
237 het is zeeker dat zij uijt een kwaad e opinie ontstaan;
257 welk ons tot de kennisse van' t goede en kwaad e brengt;
302 >,..opperste heijl konnen geraaken en van de kwaad e passien vrij zijn?];
314 dat het begrijpt in het voorwerp iets kwaads te zijn of omdat het iets beters komt t[e kennen];
331 uijt een waan begrip van dat hem iets kwaads overkomt, namelijk van' t verlies van;
118 goet te wezen en zo niet, zegtmen het kwaat te zijn;
183 zo ik iets aangaande het goet en kwaat des menschen verhaalen wil;
098 zij waanen, namentlijk in iets goets of kwaat s te konnen doen of laten;
236 om een goede zaake te bevorderen en een kwade te beletten, sulks nogtans niet;
288 dat kwaad is, dat noemt hij voluptas of kwade wille en wat bij hem voluptas is.];
298 de nijdigheid, van de schrik en andere kwade Passien;
298 >Wij worden daar door bevrijd van veele kwade passien];
341 bevinden om of de goede te doen of de kwade te laaten en somtijds nochtans wel;
245 zo betonen zij zo betonen zij een kwaden aard, bespottende het geene niet;
140 exemp. gr. de goetheid van Petrus en de Kwaadheid van Judas)