ALS 396x+69n+32m; niet anders dan; zo(danig) als, gelijk als, niet anders als, after comp. or conj.: indien, wanneer; 002; 007; 009; 010; 012; 013; 013; 014; 015; 016; 017; 018; 019; 020; 022; 022; 024; 029; 032; 032; 033; 035; 035; 038; 039; 040; 041; 043; 044; 045; 047; 048; 049; 054; 055; 057; 058; 059; 059; 062; 067; 068; 069; 070; 070; 074; 075; 076; 076; 077; 083; 084; 084; 085; 085; 086; 090; 090; 091; 092; 095; 095; 095; 096; 097; 097; 098; 098; 099; 099; 101; 101; 101; 102; 102; 102; 103; 104; 104; 106; 107; 107; 107; 110; 115; 117; 119; 120; 120; 120; 130; 130; 132; 132; 134; 135; 136; 138; 138; 138; 139; 139; 140; 145; 145; 146; 146; 149; 153; 154; 154; 154; 154; 154; 157; 160; 161; 162; 163; 163; 163; 166; 166; 169; 169; 169; 170; 170; 171; 172; 176; 176; 176; 176; 177; 181; 183; 183; 184; 184; 186; 189; 190; 196; 198; 200; 201; 202; 202; 203; 203; 206; 206; 208; 211; 213; 214; 214; 215; 215; 218; 220; 222; 223; 224; 227; 229; 231; 232; 233; 233; 236; 236; 238; 239; 240; 242; 244; 244; 247; 248; 248; 250; 252; 253; 257; 258; 258; 260; 260; 260; 260; 261; 264; 264; 264; 266; 267; 267; 268; 268; 269; 271; 272; 275; 275; 278; 278; 278; 278; 279; 281; 281; 284; 286; 286; 288; 291; 291; 292; 292; 294; 294; 295; 297; 300; 300; 301; 307; 308; 308; 309; 309; 309; 310; 310; 311; 312; 312; 315; 317; 318; 318; 320; 320; 320; 320; 320; 320; 321; 323; 323; 324; 325; 325; 325; 326; 327; 329; 329; 329; 329; 331; 333; 334; 336; 336; 336; 337; 337; 338; 339; 340; 340; 340; 341; 342; 343; 344; 345; 348; 348; 349; 349; 352; 354; 354; 356; 357; 360; 362; 364; 364; 365; 369; 369; 369; 370; 370; 371; 371; 371; 374; 379; 379; 380; 380; 382; 382; 382; 382; 382; 383; 385; 387; 390; 396; 397; 397; 403; 403; 404; 408; 410; 417; 417; 419; 420; 422; 423; 425; 426; 427; 427; 428; 431; 431; 434; 434; 434; 434; 434; 436; 436
WANNEER 35x+4n+m; 512xB;
INDIEN 51x+2n;
500xB: Telt de sterren, indien gyse tellen kondt, Gen.15:5; Indien ik geschoren wierde, soo soude mijne kracht van my wijcken, Richt.16:17;
117 bij aldien God alle menschen zo als Adam voor den val had geschapen;
090 omdat zij niet anders als Adjectiva die niet verstaan konnen word;
163 zoud alzowel verwonderd staan als Aristoteles die een besluijt gemaakt had;
310 in de zelve niet anders gewaar worden als Beweeging en ruste;
312 komt te wijken, gelijk alsi k mij;
403 of verscheide eigenschappen gelijk als Denking en Uijtgebreijdheid of worden;
009 om dit eerder alsdat en Dat eerder als Dit te verstaan, zo zoude het;
097 van alles is de wille Gods en als God dan zoude willen dat deze zaake;
097 Voorder, als God iets zoude nalaten te doen, zo most;
029 So dat dan als God schept, zo schept hij de natuur van;
371 als danmeer zoude moeten bekend zijn als God zelfs, het welk opentlijk strijd;
352 reprezentatie van't lichaam, zo geheel als bijzonder, in de denkende zaak;
BIJALDIEN; bij aldien 13x; bijaldien 2x;
069 en bijaldien gij dan het lighamelijke;
101 Waarop tot antwoord dient, dat bij aldien de Natuur van alle eeuwigheid op een andere wijze als die nu is, ware geschapen geweest, zo zoude noodzakelijk moeten;
111 Aangaande het twede dan: bij aldien die oorzaak niet meer bepaald en was om;
117 E. g. bij aldien God alle menschen zo als Adam voor den val had geschapen, zo hadde hij dan ook alleen Adam, en geen Petrus nog Paulus geschapen;
138 Alle het welke onmogelijk niet en zoude konnen gezeid worden, bij aldien dat beter of goet in welker opzigt het zodanig genoemt word, niet en was;
198 en zo bijgevolg besluijten wij: Bij aldien deze, die de vergankelijke dingen;
308 Want bij aldien deze kragt en uijtwerkinge niet in;
325 bij aldien iets anders zig heerlijker aan de ziel [toonde];
328 Eerstelijk bij aldien de beweginge niet en is de oorzaak van de passien, hoe het dan kan zijn, dat.;
356 men dan lichtelijk kan zien(1.) dat bij aldien zij met het lichaam alleen;
357 Maar(..) bij aldien zij met een andere zaake die;
382 Namelijk bijaldien op de liefde Gods geen eeuwig leeven en kwam te volgen, zij als dan haar zelfs best zouden zoeken: even als of zij iets dat beter was als God zouden uijtvinden. >Met een zeer ardie en eige gelijkenisse verklaard. ] Dit is alzo onnozel als of een vis woude zeggen (voor welke doch buijten het water geen leven is) bij aldien mij op dit leven in het water geen eeuwig leven en zoude komen te volgen, zo wil ik uijt het water na het land toe;
421 en dat zodanig, dat bij aldien men stelde eenig formelijk ding;
434 ook soo zeer dat bij aldien in de uijtgebreijdheid niet anders was.
014 Alsoo dat indien hij niet was, ik al heel van hem niets;
027 Voorder indien zij dan door haar oorzaak bepaald is;
038 tegen zijn almogentheid, maar geenzins indien hij niet zoude konnen scheppen' t geene;
039 Dog indien God alles in zijn verstand heeft;
044 Dat is, indien geen zelfstandigheid kan sijn als;
047 volgt hieruijt, namentijk om dat indien zij zodanig niet en is, maar dat ze zou;
050 Doet hier nog bij: indien zij van verscheijde deelen zoude bestaan;
057 want wij staan toe, dat indien het lighaam een zaake was door zig zelfs bestaande en anders geen eijgenschap en hadde als lang, breet, en diep, dat alsdan in het zelve geen oorzaak zou zijn indien het waarlijk ruste, om zig zelfs te beginnen te bewegen;
059 dat zal( indien het anderzins tot hem behoord);
065 en indien gij buijten deze zelfstandigheeden nog;
067 en eijndelijk indien gij' t alwetende noemd, zo is' t;
077 en indien dit zo is, zo en kan dunkt mij;
102 doe anders gesteld was als nu; also dat indien wij stellen, hij nu de aldervolmaakste;
104 zo besluijten wij, dat indien het sijne volmaaktheid niet en was;
112 Want indien de wezentlijkheid aan de natuur van de zaak behoort, het is zeker dat wij dan de oorzaak niet buijten haar moeten zoeken: doch indien het zoodanig niet en is met dit iet, zo moeten wij immers de oorzaak buijten haar zoeken;
127 oemen zij Hem het opperste goed, doch indien zij daar bij iets anders als zij;
128 Want indien wij volmaaktelijk een zaak door de;
140 Want indien goet of en kwaad zaaken of werkingen;
168 nooijt in hem zoude konnen plaats hebben, indien men het ware goet kende;
212 omdat alles wat in de Natuur is, indien wij iet daarvan willen, wij het altijd;
230 welke wij zeer licht zullen konnen doen, indien wij maar wel op merken op de begrippen;
233 Dog indien wij de zaake begrijpen kwaad te zijn;
300 Dogh indien hij zoude willen denken, dezen Bijl;
301 Doch indien God( om zo te spreeken) zoude willen;
303 zo zeg ik indien wij onderstellen datze geen andere oorz[aak];
320 Zo volgt daaruijt klaarlijk, indien wij eens God komen te kennen;
336 Want indien ' t lichaam een zodanige wijze ontfangt;
353 onvergelijkelijk meerder en heerlijker indien eens onse kennisse en liefde komt te va[llen];
362 alle dingen hervoort komen en duuren, indien wij die wetten willen noemen, die zijn;
427 Eijndelijk indien wij zouden willen voortgaan;
436 en wederom indien de verandering welke geschied;
039 moeten zij niet aldus argumenteren Dat is wanneer wij haar uijt deze bekentenisse;
044 een wezentlijkheid volgt uijt haar wezen wanneer ze afgescheide begrepen word;
053 dog de lijdinge, zo wanneer de doender en de lijder verscheijden zijn;
076 THEOPHILUS: wanneer ik gezegd hebbe, dat God een verder oor[zaak];
091 klaar zullen toonen en doen blijken, wanneer wij zullen handelen van of God kan nala[ten];
092 in de bezondere dingen, als wanneer hij door een harde wind de zee droogh [maakt];
102 hij het alsdoen niet en was, zo wanneer hij alles anders schiep;
113 en ook nog meer zal blijken, zo wanneer wij in het twede deel van de Vrijheid;
118 in opzigt van ons te weeten, als wanneer wij twee dingen met den anderen off ond[erling];
127 Doch dit zal zo wanneer wij van de wille des menschen hier na handelen, nog klaarder blijken;
162 zo staat hij als verbaast, wanneer hij iet ziet dat tegen dit sijn besluijt;
166 Doch soo wanneer het komt te gebeuren dat hij;
181 En wanneer wij dan een Idea van een volmaakt men[sch];
206 sulks als dan niet en heeft gedaan, zo wanneer hij ondervond in zijn gemoed tegen deze;
248 die een ieder in zig zelfs gevoeld wanneer hij gewaar word, dat zijn doen bij ande[ren];
257 en zo wanneer wij zullen betoonen, dat de eerste;
259 vallende op seker voorwerp: want zo wanneer men niet en bemind het voorwerp het welk;
260 Doch in tegendeel van alle deze zo wanneer de mensch God komt te beminnen;
273 Dog mij aangaande wanneer ik die aandagtig wil bevatten, zo schij[nt];
310 Zoo wanneer wij dan aanschouwen de uitgebreidheid;
311 zoo wanneer een steen stille leijd, zoo is't onmogelijk dat die door de kracht van denken of iets anders zal konnen bewoogen worden, maar wel door de beweginge, als wanneer een ander steen grooter beweeginge hebbende als sijne ruste, hem doet beweegen;
315 Zo wanneer nu dan deze eigenschappen de eene in de;
316 als wij te mets in ons gewaar worden wanneer wij de reeden daar af als wij die hebbe;
317 Verminderd zoo wanneer wij veel hebbende geloopen, veroorzaken dat de geesten door't zelve Loopen aan het lichaam zoo veel meer als gewoone beweginge gevende en dezelve missende, noodzaakelijk zo veel verzwakt zijn: Zoo kan dit ook geschieden door het nuttigen van al te weinig voedzel. Vermeerderd; zoo wanneer wij te veel wijn of andere sterken drank drinkende, daar door of vroolijk of dronken wordende, maaken dat de ziel geen magt heeft het lichaam te bestieren;
329 deze macht haar kan benomen worden, zo wanneer door andere oorzaaken van' t algemeen;
340 maar dan kan zulks eerst geschieden, zo wanneer de wezentlijkheid t' zamen met het Weze;
342 Dit konnen wij lichtelijk bevroeden wanneer wij acht neemen;
354 en wanneer wij dan deze uijtwerkingen gewaar worden, als dan konnen wij met waarheid zeggen weder geboren te zijn. Want onse eerste geboorte was doen als wij vereenigde met het lichaam door welke sodanige uijtwerkingen en lopinge van geesten zijn ontstaan, maar deze onse andere of tweede geboorte zal dan zijn, zo wanneer wij geheel andere uijtwerkingen van liefde gestelt na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp, in ons gewaar worden;
355 zo wij zullen betonen. Soo wanneer wij eens met aandagt aanmerken wat de;
359 of God ook de mensche lief heeft en dat wanneer zij hem lief hebben;
362 dat God de menschen geen wetten steld om wanneer zij die volbrengen te belonen;
364 >Wanneer de goddelijke de menschelijke wetten vernietigen. De goddelijke wetten zijn haar zelfs laatste eijnde; de menschelijke niet en de reden waarom.];
365 wanneer de Beijen alschoon zij geen ander eijnd;
416 hoedanig zijn alle de wezens van dingen die wij zien, de welke te vooren niet wezentlijk zijnde, in de uijtgebreidheid, beweging en ruste begrepen waren: en wanneer zij wezentlijk zijn niet en worden onderscheiden van de uijtgebreidheid dadelijk, maar alleen wijzelijk;
431 Maar zo wanneer eenig van deze wijze haare bezondere wezentlijkheid aandoen en haar door de zelve op eenige wijs onderscheiden van haare eigenschappen (...), als dan vertoonter zig een bezonderheid in de wezens van de wijzingen en gevolglijk in de voorwerpelijke wezens, die van de zodanige noodzaakelijk begrepen worden in de Idea;
435 Zo wanneer nu een van deze twee wijzingen of in meer of in min (beweginge of stilte) veranderen, zo veranderd zig ook na graden de Idea;
436 en zo wanneer het zij (en hier uijt ontstaat de verscheide wijs van pijn, die wij gevoelen, als ons met een stokje in de oogen of op de handen geslagen word), dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam, maar dat eenige meer van beweging en stilte hebben als andere, hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen. en wanneer het zij (en hier uijt ontstaat het onderscheid van gevoel uijt het slaan met een hout of ijzer op een zelve hand), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen, in zich verschillen en niet alle dezelve uijtwerkinge hebben, zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel. en wederom indien de verandering welke geschied in een deel, een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie, hier uijt ontstaat de blijdschap die wij ruste, vermakelijke oeffening en vrolijkheid noemen.