andermaal;
altemaal;
doenmaal;
nademaal 2x+n;
menigmal;
meenigmaal;
eemaal 2x+n;
t'eenemaal 3x;
eenenmaale;
tenenmaal;
*maal* 241xB (altemaal, andermaal, dikmaal, nademaal, veelmaal, voormaals etc.): Hoe menighmael hebbe ick uwe kinderen willen by een vergaderen, Matth.23:37; Nademael gy het selve verstoot,.., siet, wy keeren ons tot de Heydenen, Hand.13:46; Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de... Hand.13:46; Oock in Thessalonica hebt gy my eenmael ende andermael gesonden, Phil.4:16;
semel 11xE;
Compounds with 'maal' function in 't'eenemaal' (once and for all), 'nademaal' (because), 'al te maal' (all), 'andermaal' (again) and 'menigmaal' (often).
011 dat wij van een Idea die ons eenmaal eerst van de zaake zelfs is hergekomen;
036 Hetwelk ten eenemaal overeenkomt met de beschrijvinge, die;
045 Want nademaal de uijtgebreijdheijd deelbaar is, zo;
048 zo word haar natuur en wezen t'eenmaal vernietigt;
061 Z Liefde: Ik zie, Broeder, dat ten eenemaal mijn wezen en volmaaktheid afhangd van;
068 Z aanstonds was ik vervolgd geweest van twee hooftvijanden des menschelijken geslaghts de Haat namentlijk en het Berouw en van Vergeetenheid ook menigmaal; en alzo keer ik mij andermaal tot de Reeden en dat hij maar voortgaa en aan deze vijanden den mond stoppe;
111 te laten voort te brengen, zo waar't t'eenemaal onmogelijk en dat hij het zoude;
112 Maar nademaal het eerste alleen aan God toebehoort;
160 Want wij t'eenemaal onmogelijk achten dat, zo iemand;
172 de doctors die zeeker remedie eeni[ge] maalen goet gevonden hebbende;
215 t geen wij als doen maal zeijden, waar bij wij het hier dan late;
273 Al te maal dingen zo verward dat het onmogelijk is;
281 klaar aan alle die welke ten eenenmaale buijten gebruijk van woorden of andere [beduidtekenen];
290 verbeelden een kind dat voor de eerste maal tot het gewaar worden van zeeker ding;
325 zulk een voorwerw[p], dat ten eene maal verscheide zoude zijn van de ziel;
328 en uijt drijvt gelijk door de wijn zulks meenigmaal word verrigt.
337 en nademaal hij bestaat van zodanig een lichaam;
374 Indien de Duijvel een dink is, dat t'eenemaal tegen God is en van God niet niets heeft;
408 wil niet zeggen dat gij die ten een en maal zult bij U houden;